KERKELIJKE RONDSCHOUW
Met twee maten meten.
Wanneer wij de actie van Amsterdam, op touw gezet om in de plaats van dr. De Hartog den ethischen predikant van Rotterdam, dr. Berkelbach van der Sprenkel beroepen te krijgen, vergelijken met de actie van Den Haag, om 'n Gereformeerden Bonds-dominé te weren, dan komt het ons voor, dat er in onze kerkelijke wereld door vele menschen — en we denken in dit verband nu aan vele Ethischen, maar meer nog aan vele Confessioneelen — met twee maten gemeten wordt. Als het om de Ethischen gaat neemt men de eene maat, als het om de Gereformeerde Bonders gaat neemt men de andere maat.
Den eenen keer spant men zich in en geeft men z'n naam en strooit men met biljetten en plaatst men advertenties om de keuze te bevorderen, de andere maal beweegt men hemel en aarde om te verhinderen.
De Ethischen hebben ze noodig, halen ze binnen, oordeelen ze in het belang van de Kerk — de Gereformeerde Bonders kunnen ze missen, weren ze als verwoestende en verleidende elementen.
Wonderlijke wereld waarin we leven ! Zoo ook ten opzichte van de Evangelisaties.
Wanneer Ethischen ergens „evangeliseeren" tegenover Confessioneelen en Gereformeerden, dan is het in het belang van Gods Koninkrijk en tot opbouw van de Kerk. Dan mag het. Dan kan het den toets van de hoogste en reinste en heiligste beginselen doorstaan. Maar wanneer de Gereformeerde Bonders ergens evangeliseeren willen, bijv. nu in Stadskanaal, dan worden ze gesignaleerd als Kerkverwoesters en Ethischen en Confessioneelen — getuige bijv. het schrijven van ds. Poot, van Amsterdam, in de „Gereformeerde Kerk" — doen er eenstemmig dapper aan mee; zingen harmonieus in één koor.
Zonder kennis van zaken oordeelt men. En liefst zoo scherp mogelijk veroordeelt men.
Zooals men ook maar — zonder waarschijnlijk recht op de hoogte te zijn — bijv. over Sliedrecht schrijft en met z'n oordeel — en veroordeel — gereed staat.
Jammer, dat men zoo tegen elkaar inwerkt en dat men zoo weinig moeite doet elkander te trachten te verstaan en te trachten te waardeeren.
Kan dat nu niet anders worden? In elk geval is meten met twee maten nooit aanbevelenswaardig.
Toch wel héél erg.
Onlangs doelden wij in een stukje, waarboven stond „tekort aan predikanten", op de ongelukkige prediking van sommige godsdienstonderwijzers. Wij krijgen daaromtrent nog wel eens berichten en mededeelingen, sohriftelijk en mondeling. En omdat onze Gereformeerde Bond bedoelt om zooveel mogelijk de Gereformeerde Waarheid te verbreiden en te verdedigen, is het pijnlijk, wanneer men dan van z.g, n. Gereformeerde Hervormde godsdienstonderwijzers, die heel het land doortrekken, de allertreurigste dingen weet te berichten ; vooral wanneer de buiten-wereld dan zegt : dat zijn nu de Gereformeerde Bondsmannen ! Dat is nu de Gereformeerde Bondsprediking !
En ja, het is jammer, dat er zulke menschen zijn, die zich zoo schandelijk te buiten gaan. Gods Naam wordt er door gelasterd en de zaak des Heeren lijdt er schade door.
Alleen maar, zulke typen, die overigens méér dan gereformeerd zijn, beroemen er zich juist op — en gelukkig maar — dat zij geen lid van den Gereformeerden Bond zijn. Met dien Gereformeerden Bond is het „niks gedaan" — zeggen ze. En ze konden wel eens gelijk hebben. De Gereformeerde Bond moet niets van zulke menschen hebben. Daar kunnen ze hun slag niet slaan. Daar zijn de echte Gereformeerde Bonders te nuchter en te goed gereformeerd voor. Neen, 't is voor zulke geestelijke kwakzalvers „niks gedaan" bij dien Gereformeerden Bond.
Intusschen blijft „men" geregeld den Gereformeerden Bond, met zulke menschen voor oogen, beschuldigen van alles en nog wat, wat zeer jammer is.
Ook de goede, eenvoudige, eerlijke, beste godsdienstonderwijzers in onzen kring, die dikwijls als stoere werkers uitnemend werk verrichten, moet men niet over één kam scheren met zulke flauwe, futlooze, geestelijke kwakzalvers. Natuurlijk zijn er altijd menschen, die zulke mannen volgen — meestentijds een kort poosje, totdat er een licht opstaat, dat wéér schooner is en nog beroemder wordt — maar onze degelijke, ernstige, gereformeerde godsdienstonderwijzers — die intusschen soms veel verdriet van zulke „collega's" kunnen hebben — laten zich niet uit het veld slaan en gaan als eerlijke mannen, in Gods kracht voort, doende het werk, door den Heere hun, als Zijne knechten, opgedragen. Het werk van een Evangelist is een heerlijk werk !
Dat het soms heel treurig is met het optreden van sommigen, die zich „godsdienstonderwijzer" in „de Hervormde Kerk" noemen, wisten we al lang door allerlei berichten aangaande den heer Schoonderbeek, die zich Ned. Hervormd godsdienstonderwijzer te Ermelo noemt. Ons was al heel wat aangaande dien mijnheer medegedeeld, uit de meest betrouwbare bronnen geput. Maar wij hebben altijd maar gezwegen. Wie z'n neus schendt, schendt z'n aangezicht. En de vuile wasch dient bij voorkeur binnenshuis behandeld te worden. Maar het kan toch al te bar worden en de naam van de Gereformeerd Hervormden wordt er door gelasterd en de goede zaak lijdt er schade door.
Die mijnheer Schoonderbeek die heelemaal geen Ned. Hervormd godsdienstonderwijzer te Ermelo is (zooals hij den indruk geeft door zijn titel en omschrijving), treedt overal kris-kras op. Of hij de Hervormde Kerk dient of afbreekt, of hij naast en tegenover Hervormde predikanten van gereformeerde belijdenis optreedt, raakt hem niet. Als hij maar „preeken" kan ! Van 't begin tot het einde van z'n „preek" is het dan één curiositeit. De allerwonderlijkste dingen hoort men dan. „Ons begin zij in de zonde, onze voortzetting in de ongerechtigheid, en ons einde in den dood" — of zooiets — is zijn „votum". En dan volgt de eene schandelijke enormiteit de andere. En dan is alles op-ende-op „gereformeerd" natuurlijk ; veel gereformeerder dan van dien gereformeerden dominé, die in de kerk staat te bazelen als een „broodprofeet" enz.
Op vacante gemeenten azen zulke menschen. Wij zouden tal van Hervormde gemeenten kunnen noemen waar de heer Schoonderbeekop den preekstoel heeft gestaan en allerlei onsmakélijken geestelijken kost kwam opdisschen. En wanneer er dan leidslieden zijn, die geen onderscheidingsvermogen genoeg hebben, hebben zulke gevaarlijke voorgangers vrij spel. Mee door den tegenstand van jongen en ouderen in de gemeenten, die gelukkig nog wél onderscheiden kunnen en te goed gereformeerd zijn, om zich door zulke geestelijke kwakzalvers — die soms nog met een aardig honorarium gaan strijken — te laten misleiden, is hier en daar het slot op de deur gedaan ; daar is geen toegang meer. Ook Evangelisaties worden door zulke treurige menschen in de war gestuurd. Maar ook daar gaan gelukkig de oogen open. Men voelt, dat de Hervormde gemeente dan niet opgebouwd wordt, maar dat de Hervormde Kerk afgebroken wordt en te schande gemaakt.
Intusschen gaan zulke menschen toch onvermoeid voort en ze zoeken telkens weer een ander gat om er doorheen te kruipen en binnen te sluipen. En langs nieuwe wegen gaat de zegekar!
Juist om onze goede godsdienstonderwijzers voor blaam te bewaren, schrijven we nu eens wat uitvoerig over deze treurige dingen. Want het zou ons bitter leed doen, indien de goeden hier om de kwaden zouden moeten lijden.
Voor de vindingrijkheid van den heer Schoonderbeek pleit, dat hij nu studie maakt van de politiek en nu als spreker voor de Staatkundig Gereformeerde Partij rondtrekt in ons goede vaderland, waar voor zulke menschen plaats is. Straks op de candidatenlijst. Straks lid van de Tweede Kamer. Wat is 't vooruitzicht schoon !
In de „Delftsche Kerkbode" van Zaterdag 17 Januari j.l. lazen we een advertentie van de Staatkundig Gereformeerde Partij, waarin de heer Schoonderbeek „Ned. Hervormd godsdienstonderwijzer te Ermelo", als spreker in een openbare vergadering wordt aangekondigd, met het onderwerp schrik niet met (het heerlijke onderwerp : „De kijkers door een loeb, waardoor een stofje een parel is".
Is het niet prachtig ? Door een , loeb" (van welk woord ongeveer alle letters verkeerd geschreven zijn) kijken, enz. Een stofje wordt dan een parel. Is het niet diepgeestelijk ?
Als het niet zoo in-treurig was, die geestelijke potsenmakerij, zouden we hartelijk bestuur en spreker uitlachen. Maar het is weer zoo in-droevig, dat zooiets door een met opzet „Hervormd" man wordt uitgehaald. ,,Hervormd" schijnt overal voor te kunnen dienen. Is het niet treurig ?
Wat er Maandag in Delft over dit zeer bizonder onderwerp door dezen zeer-genialen spreker gezegd is, weten we niet. Maar in Stolwijk, waar de Staatkundig Gereformeerde Partij ook al heel wat uitgespookt heeft (Evangelisatie, School, Jongelingsvereeniging enz. zouden heel wat kunnen vertellen !), heeft de heer Schoonderbeek ook gesproken over een politiek onderwerp (door welke „loeb" hij daar „parelen" gezien heeft, weten we niet) en van die vergadering lazen we in „De Rotterdammer" een verslag. Daarin staat ongeveer dit :
Het heele parlement moet weg ! Het moet geworpen worden in den krater van de Merapi ! 't Is een gruwel, dat een Roomsche, voorzitter is van de Tweede Kamer, en al de Roomschen, wel 30 procent van de bevolking, moet weg ! 'k Wil ze niet doodmaken, neen, dat mag niet ! Ze moeten gotenscheppers worden ! Colijn omreist weer heel Friesland voor de coalitie, dat groote beest ! De vaccinatie, dat groote beest, hebben we te danken aan de coalitie ! Wie weet hoeveel kindertjes door het vaccineeren encephalitis hebben gekregen en regelrecht naar de hel zijn gegaan. Ook de sociale wetgeving is een groot beest ! Op bededagen wordt er zooveel geld gecollecteerd, dat we die goddelooze sociale wetten niet noodig hebben !
Verder had de geachte spreker het nog over „rotzooi" en meer van dat fraais.
Toen een der Antirevolutionaire candidaten voor de Provinciale Staten van Z. Holland, van de Goudsche lijst, die op de vergadering tegenwoordig was, aan 't eind der rede van den heer Schoonderbeek vroeg, om iets te mogen in 't midden brengen op deze openbare vergadering, zei de geachte spreker, dat zulks niet kon worden toegestaan. En toen er tóch nog even over en weer gepraat werd en er enkele zakelijke dingen konden worden gezegd en een citaat van Calvijn kon worden voorgelezen, had de heer Schoonderbeek geen tijd meer, moest weg en aan den Antirevolutionair werd het woord ontnomen en 't was gedaan met al 't moois.
Dit is nog maar een begin van de merkwaardige tochten op de politieke baan van den heer Schoonderbeek, maar wij schamen ons, dat weer zóó gesold wordt met de Hervormde Kerk, die hier als aanbeveling dienen moet voor onze Hervormde menschen, om ze te lokken tot de partij van ds. Kersten, en we vinden het in-droevig, dat zoo het gereformeerd beginsel door het slijk gesleurd wordt.
Moeten zulke menschen nu voor onze Hervormd Gereformeerden de geestelijke leidslieden zijn ?
't Zou vreeselijk wezen !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's