De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPY

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPY

6 minuten leestijd

Tegen Godslastering.
Het bestuur van de Federatie van R. K. Vrouwenbonden in Nederland, met de aangesloten vereenigingen ruim 50.000 leden tellend, heeft een uitnemend werk verricht, door een krachtig getuigenis af te leggen tegen het satanisch artikel van het Communistisch dagblad „De Tribune", van 24 December j.l., getiteld : „Weg met het Kerstfeest".
Het komt ons niet oirbaar voor uit dit godslasterlijk artikel iets hier te laten afdrukken. Wanneer men er in leest, dat God beteekent den imperialistischen oorlog, Christus de uithongering en de uitbuiting der werkende massa's, en de Heilige Geest de bloedige onderdrukking der Koloniale volken, dan weet men van dit goddeloos schrijven voldoende en past voor zulk een artikel maar één woord : schandelijk ! en nog eens schandelijk !
De Federatie der Vrouwenbonden oordeelt dan ook in de resolutie, welke zij aan haar getuigenis toevoegt, dat onze wetgeving dringend aanvulling behoeft door het strafbaar stellen van godslastering en van een, door haar kwetsenden vorm, onduldbare wijze van meeninguiting.
Daarom vraagt zij aan den Minister van Justitie en aan de leden der Staten-Generaal om in het strafwetboek bepalingen op te nemen, die aan den gruwel van „De Tribune" een einde zal maken.
In elk nummer van het Communistisch blad wordt propaganda gemaakt tegen den godsdienst en komen uitdrukkingen voor waarin met het heilige wordt gespot.
Wil aan het godslasterlijk optreden van „De Tribune" een einde komen, dan zal de regeering niet lijdelijk mogen blijven toezien.
Zoo ziet het ook de Nederiandsche Christen Vrouwenbond in, die in een adres aan
den Minister van Justitie reeds begonnen is zijn instemming te betuigen met de door de Federatie der R. K. Vrouwenbonden in Nederland aan de regeering en volksvertegenwoordiging gezonden motie.
Het is te hopen, dat ook meerdere organisaties hun invloed zullen laten gelden en door adhaesiebetuigingen kracht zullen bijzetten aan het werk, dat de R.K. Vrouwenbonden zijn begonnen.
Er zal niet gerust mogen worden alvorens aan de goddelooze propaganda der Communisten paal en perk is gesteld geworden.

De uitzondering op den regel.
Het bestuur van de Federatie van R. K. Vrouwenbonden, gesteund door den Nederlandschen Christen Vrouwenbond, deed bovendien goed werk, door de hierboven bedoelde motie ook ter kennis te brengen van de pers.
Daardoor is de aandacht van heel ons volk opnieuw op deze zaak gevestigd geworden. Vooral nu de bladen de motie in haar geheel in hunne kolommen lieten afdrukken.
Uitzondering op dezen regel maakte echter „De Banier", het orgaan van de Staatkundig Gereformeerden.
Dat dit blad van de actie der beide Vrouwenbonden niet repte, behoeft intusschen niet te verwonderen. Ook de circulaire van den Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw aan de Commissarissen der Koningin, betreffende de vervolgingen van vrouwen, die niet aan de laatste Kamerverkiezingen deelnamen, en van welke circulaire wij de vorige week melding maakten, zweeg „De Banier" dood.
Dit stilzwijgen van het blad vindt z'n oorzaak niet in de omstandigheid, dat onderwerpen als : de Godloochening en de Godslastering of de vrouwenvervolgingen niet de belangstelling van de Staatkundig Gereformeerden zouden hebben. Integendeel, de kolommen van het orgaan van ds. Kersten staan daar steeds vol van.
Doch hoe zouden de lezers van „De Banier" de houding van ds. Kersten en de zijnen moeten begrijpen, die de Protestantsch Christelijke partijen, om maar niet van de Roomschen te gewagen, steeds voor stellen als de verdedigers van de Godloochenaars en als sympathiseerende met de vrouwenvervolgingen, als hun zou worden medegedeeld, dat nota-bene R.K. Vrouwenbonden om strafbepalingen vragen tegen Godslastering en een R.K. Minister bij de burgemeesters met alle klem aandringt om de vrouwenvervolgingen te staken ?
Daarom is het in het politiek voordeel van de partij, dat de lezers van „De Banier" van al deze dingen maar niets vernemen.
Zulk een houding is wel treurig, doch daarover bekommert ds. Kersten zich niet. Zijn partij weet, bij uitsluiting van elke andere partij, wat in het waarachtig belang van het volk en wat overeenkomstig Gods Woord behoort te geschieden.
Dat het aan plaatsruimte in „De Banier" zou ontbreken om zich met de bedoelde zaken bezig te houden, kan niet als motief worden aangevoerd, waar nog dezer dagen, in drie vervolgartikelen, beschouwingen werden gewijd aan wat te Amsterdam op de automobieltentoonstelling valt te genieten. Zelfs is „De Banier" over deze tentoonstelling zóó onder den indruk gekomen, dat het blad schrijft : „Ik kan den heeren automobilisten een bezoek aan de tentoonstelling (die ook op Zondag geopend is) dan ook ten zeerste aanbevelen".
Wanneer wij dit alles overwegen, komt bij ons onwillekeurig de gedachte op, dat het voor de Staatkundig Gereformeerden toch geen aangename taak moet zijn om, ter handhaving van hunne positie, zich op het erf der politiek op allerlei kronkelpaden te moeten bewegen.
Doch, dit is hun zaak.
Voor onze Hervormde menschen van Gereformeerden huize een reden om zich wel tweemaal te bedenken, alvorens zij handen spandiensten aan ds. Kersten en de zijnen verleenen.

Een nieuw baken in zee.
Zij, die de oorzaak zijn, dat na de Kamerverkiezingen van 1929 geen parlementair Kabinet kon optreden, en ook degenen, die de samenwerking der drie rechtsche partijen in de Tweede Kamer tegenstaan, hebben wil van hun werk. Zij kunnen prat gaan op hun overwinning en een nieuwen lauwertak zich om de slapen vlechten, nu de Eerste Kamer de vorige week het wetsontwerp tot herziening van de Gemeentewet aannam, tengevolge waarvan de weg is gebaand geworden om de vrouw tot het ambt van burgemeester benoemd te krijgen.
Daarmede is een nieuwe stap gedaan op het pad van de emancipatie (gelijkstelling) der vrouw.
Ware er een parlementair Kabinet geweest, dan zou het nimmer zoover zijn gekomen ; dan had te voren door samenspreking het kwaad kunnen worden gekeerd.
Doch het overleg is bij een extra parlementair Kabinet uitgesloten.
In een extra parlementairen toestand gaat elke partij haar eigen weg.
De Antirevolutionaire Partij draagt daarom van het gebeurde geen schuld. Zoowel in de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer stonden de clubs tegen het wetsontwerp.
Maar anders staat het met die partijen, die van saamwerking niet willen weten. Zij zijn er voor verantwoordelijk, als zoo aanstonds de herziening van de Gemeentewet een plaats in het Staatsblad krijgt en de vrouwelijke burgemeester haar intrede in de Raadszaal gaat doen.
Het is treurig, dat er onder ons Christenvolk nog zoo velen zijn, die zich door blinde leidslieden laten leiden.
De beslissing, die gevallen is, is een nieuw baken in zee.
Mochten daarvoor de oogen maar geopend worden, opdat het niet te laat wordt betreurd, dat een verkeerde weg werd ingeslagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPY

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's