KERKELIJKE RONDSCHOUW
1906 8 Februari 1931
Het is Zondag 8 Februari a.s. juist 25 jaar geleden, dat de Gereformeerde Bond is opgericht. Het ligt volstrekt niet in de bedoeling om dit feit feestelijk te gedenken met allerlei luidruchig feestvertoon.
Integendeel. Het voornemen is het straks zoo sober mogelijk op onze komende jaarvergadering in April te gedenken.
Voor feest, feestvertoon en feestvreugd is geen enkele oorzaak.
Dat onze Gereformeerde Bond vijf en twintig jaar bestaat, is zeker een gebeurtenis om er even bij stil te staan. Des Heeren bemoeienissen zijn vele geweest en Zijn zegeningen zeer groot.
Maar om dit maar aanstonds ons voor den geest te stellen : wat oorzaak van feestbedrijf ligt er in, dat wij in het midden van de Nederlandsche Hervormde Kerk als Gereformeerde Bond hebben bestaan? Is het niet juist, omdat het met de Nederlandsche Hervormde Kerk zoo treurig gesteld is ? En wie hangt nu de vlag uit, als het juist op den dag af vijf en twintig jaar is, dat we een zieke in huis hebben en dat de dokter over den vloer komt ?
Neen, neen ! alle festiviteiten blijven verre van ons ! Het is ons niet tot oorzaak van vroolijkheid, dat we vijf en twintig jaar als Gereformeerde Bond bestaan.
Bovendien — wat is vijf en twintig jaar voor een Vereeniging als de onze. We komen pas kijken. Daarom is er heusch geen oorzaak om in „feestvergadering" straks saam te komen. We denken er niet aan ! Daarbij komt nog, dat we vooral de borst maar niet hoog vooruit moeten steken en het hoofd maar niet extra in den nek moeten werpen. Geen enkele oorzaak is er, dat wij ons trotsch zouden verheffen en zeggen : „is dat niet het Babel, dat wij gebouwd hebben ?
We hebben weinig of niets gepresteerd. Veel strubbelingen zijn er geweest. Veel krachtsverspilling. En weinig hebben we kunnen doen ter bereiking van ons doel : om de Nederlandsche Hervormde Kerk terug te brengen als Kerk tot hare belijdenis en tot een kerkelijk samenleven, waarvoor de beginselen ons gegeven zijn in de belijdenis en in de Dordtsche Kerkorde. De oplossing van het kerkelijk vraagstuk hebben we weinig kunnen bevorderen. Neen, er is geen enkele oorzaak om de vlag uit te steken.
Daarbij komt het geweldig verlies dat we hebben moeten lijden, toen die ontzettende slag kwam en onze zoo zeer geliefde medebroeder, onze penningmeester, ds. Jongebreur, door den dood van ons werd genomen. Daar zijn we nog niet over heen. Daar loopen we altijd nog mee. Dat is voor onzen Gereformeerden Bond nog als een gevoelige wondeplek. 't Is alles nog zoo versch. 't Is nog zoo teer. 't Doet nog zoo pijn, wanneer we het aanraken.
O ! wat is dat toch wonderlijk gegaan. Wat is dat toch vreeselijk gegaan. Zóó, op die manier uit ons midden weggenomen !.... Neen, men moet ons niet praten van „feest" nu. Ds. Jongebreur is mede-oprichter geweest van den Gereformeerden Bond. Naast hem de heer Duymaer van Twist. Naast deze twee de tegenwoordige Voorzitter. Het drietal, dat het bijna vijf en twintig jaar had uitgehouden. Alle anderen — en 't zijn er velen — zijn heengegaan ; weggegaan, ons verlatende, door conflicten, door den dood, door bedanken — een drietal bleef over. En nu werd van dat drietal de groote, stoere, wakkere, dappere, werkzame, zorgende ds. Jongebreur, kloek in alles, in vredestijd èn als er viel te vechten, uit ons midden weggerukt ; zooals de stevige eik door den bliksem wordt getroffen, gespleten, versplinterd.
Neen, men moet ons nu niet spreken van „feest".
De feest-Commissie, die er reeds was vóór het ongeval met onzen penningmeester, heeft aanstonds een anderen naam aangenomen en heet Herdenkings-Commissie. Er is een oogenblik aan gedacht, de Commissie te ontbinden. Maar dat is gelukkig niet gebeurd. Want er is veel om te gedenken nu, ten opzichte van onzen Gereformeerden Bond, ten opzichte van onze Hervormde Kerk. Veel te gedenken, waarbij we danken kunnen.
Want neen, we zijn niet pessimistisch. Een Christen is, ja, een pessimist, 't Is nooit goed, 't gaat altijd verkeerd. Hij weet van de zonde en van het uitnemendste van het leven. Maar dan is hij óok weer optimist, blijmoedig, dankbaar, verheugd van harte. Want wat heeft de Heere het wèlgemaakt, boven bidden en boven denken. Wat heeft Hij groote zegeningen gegeven. Dies zijn we verblijd !
Gedenkende gaan we danken. Ons verblijdende in den Heere, willen we God danken in alles. Gedenkende, dat Hij bij zooveel tegenheden, in zulke donkere dagen, bij zooveel teleurstellingen, bij zooveel verliezen, bij zooveel gebreken, zoo heerlijk heeft gesterkt, bemoedigd, doorgeholpen, uitgered. Hij heeft het ons aan Zijn genade, aan Zijn liefde, aan Zijn troost, aan Zijn hulp en Zijn bijstand niet doen ontbreken. Hij heeft onze krachten verdubbeld, Hij heeft ons vleugelen gegeven. Hij heett ons voorspoed gegeven. Hij heeft ons tot twee heiren doen worden. Wij zien het, maar doorgronden kunnen wij het niet. Soli Deo Gloria !
Zooals we bij het graf van ds. Jongebreur niet denken aan een boom, die stuk gehakt en stuk gezaagd is en nu vernietigd is, maar aan een wonder leven, dat uit den dood verrijst, aan een leven dat niet ijdel is, aan een wonder heerlijk leven, dat in Christus een eeuwig leven is. Bij het graf blikken we opwaarts.
Zoo zien we ook wondere dingen bij hetgeen in onzen Gereformeerden Bond is te aanschouwen. Heerlijke dingen. En. we weten, dat het vast niet ijdel is geweest in den Heere. We weten, dat de Nederlandsche Hervormde Kerk er door gezegend is geworden. Niet door ons, maar door den Heere, Wiens Woord vele zegeningen heeft achtergelaten. Want zooals de regen en de sneeuw van den hemel nederdalen en niet naar den hemel wederkeeren door het verdampingsproces, dan nadat-zij de aarde vochtig en vruchtbaar hebben gemaakt, om .het werk van den zaaier te zegenen en brood te geven aan den eter, zoo gelooven we, dat Gods Woord, de verbreiding en verdediging van de Waarheid in het midden van de Nederlandsche Hervormde Kerk niet ijdel is geweest. God heeft het ploegen en het. eggen, het zaaien en ook zelfs het maaien en oogsten mogelijk gemaakt. En daarom, neen, een vroolijk oogstfeest kunnen we niet vieren. Feestvertoon kunnen we missen. Maar gedenken willen we. Danken willen we.
En daarom staat de komende Bondsdag, neen, niet in het teeken van refereeren, debatteeren, discussiëeren, maar in het teeken van stil gedenken en ootmoedig danken.
En in het teeken van het offer. Het offer op het altaar, dat staat voor Gods aangezicht.
Dankbare offeranden zullen we brengen. „Ik zal U loven met mijn geheele hart, in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen. Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uwen Naam loven, om Uwe goedertierenheid en om Uwe waarheid ; want Gij hebt vanwege Uwen ganschen Naam Uw Woord groot gemaakt". „De HEERE zal het voor mij voleindigen; Uwe goedertierenheid, HEERE, is in eeuwigheid ; laat niet varen de werken Uwer handen". (Psalm 138).
Ja, het waren mooie, goede, heerlijke jaren, de jaren die achter ons liggen.
De vijf en twintig jaren zijn 't gedenken waard. Het gedenken voor Gods aangezicht. Het gedenken in den breeden kring van allen, die den Gereformeerden Bond lief hebben en met het werk van den Gereformeerden Bond hartelijk meeleven.
Zoo gaan we onzen Bondsdag in April blij, opgewekt tegemoet. Om te gedenken. Om te danken. Ook om te bidden.
En te brengen de offeranden onzer dankbaarheid, onze lofoffers met liefde.; onze offeranden met hart en hand.
Uit onze geboortegeschiedenis.
In de dagen van de procedure dr. Louis Bahler, de Ned. Herv. pred., die z'n brochure schreef : „Het Christelijk barbarendom van Europa", om niet onduidelijk de Boeddhistische beginselen te prijzen boven het Christendom, was er groote beroering in het midden van de Nederlandsche Hervormde Kerk en werd er in den kring van de Gereformeerd Hervormden behoefte gevoeld om 't kerkelijk vraagstuk ernstig onder de oogen te zien. De Gereformeerde Zendingsbond, bedoelende het Woord des Heeren te brengen onder de heidenen en in Indië de Kerk des Heeren uit te planten, was opgericht. Maar om de Kerk in Nederland, nu ja daarvoor was in elk geval nog geen Gereformeerde Bond onder ons.
Den lOden Januari 1906 zien wij in het „Tehuis voor Militairen" te Utrecht een kleinen kring van mannen bijeen, 't Zijn de heeren prof. dr. Visscher, sinds kort hoogleeraar aan de Rijks-Universiteit te Utrecht, benoemd onder het Ministerie-Kuyper ; prof. jhr. mr. ds. G. Rengers Hora Siccanta, eveneens hoogleeraar te Utrecht, bekend door zijn boek : „De geestelijke en kerkelijke goederen onder het Canonieke het Gereformeerde en het neutrale recht" ; dr. J. D. de Lind van Wijngaarden, Ned. Herv. pred. te Utrecht ; ds. M. Jongebreur, Ned. Herv. pred. te Veenendaal, en de heer L. F. Duymaer van.Twist, lid van de Tweede Kamer, wonende te Den Haag. Uitgenoodigd waren o.a, ook ds. E. É. Gewin, van Utrecht ; ds. D. Boonstra, van Putten ; mr. N. de Ridder, mr. H. A. v. d. Velde en nog enkelen, maar deze laatste heeren konden niet tegenwoordig zijn of wenschten een afwachtende houding aan te nemen.
Tot voorloopig Voorzitter wordt aangewezen prof. dr. H. Visscher en tot voorloopig Secretaris de heer L. F. Duymaer van Twist. Na opening met gebed, zet prof. Visscher het doel der samenkomst uiteen, n.l. om in kleinen kring van gedachten te wisselen over de wenschelijkheid en mogelijkheid eener Organisatie van leden der Nederlandsche Hervormde Kerk, die de Gereformeerde beginselen zijn toegedaan. Bij bespreking der vraag, of die organisatie alleen maar heeft te dienen om den ouderlingen band te versterken, dan wel om óók een doel, daarbuiten liggend, na te jagen, meent de Voorzitter, dat die vraag in laatstgenoemden zin moet beantwoord worden. Immers uitgaande van de wenschelijkheid, om op gelijke wijze te werken als de Confessionele Vereeniging, kan geen ander standpunt ingenomen worden, dan behalve het versterken van den ouderlingen band, óók daarbuiten werkzaam te zijn. Onze Organisatie zal zich óók verder moeten uitstrekken, dan bloot een versterking van den ouderlingen band te zoeken ; en in die richting gaande, moet onze Organisatie ijveren voor de vrijmaking der Kerk, los van de Synodale Organisatie.
De vraag is nu : .hoe kan dit doel bereikt worden ?
Naar de meening van prof. Visscher kan dit alleen langs politieken weg geschieden.
Over deze aangelegenheid wordt verder breed gediscussieerd, waarbij blijkt dat de zaak moeilijk zal wezen in uitvoering terwijl de meeningen onderling elkander niet geheel dekken. Men vreest, dat allerlei wettelijke voorschriften moeilijkheden zullen geven ; en deze mogen zegt o.a. prof. Hora Siccama niet onderschat worden. Maar gelijk we liefhebben gekregen de vrijmaking van de school, zoo zal ook naar een weg gezocht moeten worden tot vrijmaking van de Kerk. 't Moeilijke in deze materie zal niet 't minst zijn de kwestie van de regeling en de toekenning der kerkelijke goederen. En waar nog alle gegevens der juiste verhoudingen ten opzichte van de beginselen, van welke de wetgeving moet uitgaan, ontbreken, moet met groote omzichtigheid en in een langzaam tempo te werk gegaan worden.
Besloten wordt na veel over en weer praten, tot organisatie over te gaan.
Op welke wijze moest nu de organisatie geschieden ?
Vastgesteld wordt, dat alleen leden der Nederlandsch Hervormde Kerk in de Organisatie kunnen worden opgenomen en 't duidelijk uit te spreken, dat wij Hervormden zijn en hopen te blijven. De Organisatie wenscht niet te scheiden of te scheuren en men zal geen afstand willen doen van goederen en rechten.
Besloten wordt aan eene Commissie, bestaande uit de heeren prof. Visscher, prof. Hora Siccama, ds. Gewin en dr. de Lind van Wijngaarden op te dragen een beginsel Verklaring te ontwerpen en deze op de eerstvolgende vergadering ter tafel te brengen.
Op de 2de vergadering ter bespreking eener organisatie van leeden der Nederlandsche Hervormde Kerk, die de Gereformeerde belijdenis zijn toegedaan, op 25 Januari 1906 in het „Tehuis voor Militairen" te Utrecht zijn aanwezig de heeren prof. Visscher, ds. E. E. Gewin, dr. de Lind van Wijngaarden, ds. M. Jongebreur, ds. L. van Mastrigt, ds. M. van Grieken en de heer L. F. Duymaer van Twist. Enkele heeren, die mede uitgenoodigd zijn o.a. ds. Beekenkamp, ds. Boonstra enz. zijn niet aanwezig. Van prof. Hora Siccama is een schrijven ingekomen, waarin hij mededeelt op verschillende door hem aangegeven gronden geen lid der Vereeniging te kunnen worden.
Nadat prof. Visscher als waarnemend Voorzitter de vergadering heeft geopend en in gebed is voorgegaan, draagt hij het presidium over aan ds. Gewin, die met goedvinden der vergadering, voorloopig als Voorzitter zal fungeeren.
Aan de orde is de behandeling van de door prof. Visscher ontworpen Statuten.
Ds.Gewin spreekt er z'n leedwezen over uit, dat hij op de vorige vergadering niet kon tegenwoordig zijn en bij de besprekingen, waarvan hij het relaas uit de Notulen nu gehoord heeft, niet is aanwezig geweest. Hij vraagt verlof nog eens te mogen spreken over het verstrekkende doel van de Organisatie n.l. de vrijmaking der plaatselijke Kerk en vraagt, of dat wettelijk mogelijk zal zijn. Hij doet daaromtrent enkele vragen.
Prof. Visscher zet een en ander nog eens uiteen, zooals ook op de eerste vergadering is geschied. Wat in 1816 is gebeurd, zal ongedaan moeten gemaakt worden en dit mag niet onmogelijk geacht worden. - Een Christelijke regeering zal ons daarbij moeten helpen. De plaatselijke Kerk zal haar volle rechten moeten kunnen laten gelden en voorts zullen allerlei maatregelen getroffen moeten worden wat betreft het kerkelijk leven. Ds. Gewin en anderen stellen daarna nog enkele vragen en men gaat over tot behandeling van de Statuten. Bij bespreking van art. 4 zegt de heer Duymaer van Twist, dat als doel der Vereeniging op den voorgrond moet staan het streven naar de opheffing der Synodale organisatie en te trachten de Nederlandsche Hervormde Kerk te maken tot een herboren Gereformeerde Kerk in Nederland. Met deze meening vereenigt men zich.
De Statuten worden voorloopig vastgesteld en aan de heeren prof. Visscher, ds. Gewin en dr. De Lind van Wijngaarden wordt verzocht vóór de eerstvolgende vergadering, die D.V. 8 Februari 1906 zal gehouden worden, een Concept-Manifest op te stellen.
Op die vergadering van 8 Februari 1906 zal de Vereeniging worden geconstitueerd en de Organisatie worden vastgesteld.
Uitgenoodigd zullen worden o.a. ds. Boonstra, ds. Beekenkamp, mr. N. de Ridder, mr. C. S. van Dobben de'Bruijn, mr. Schout Velthuis, ds. H. A. Heijer, ds. v. d. Sluis, ds. Van der Plassche, ds. H. van Griethuysen, ds. Leenmans, ds. Vunderink, de heer H. A. van de Westeringh, burgemeester van Veenendaal, en P. U. Jongeburger van Gouda.
Op 8 Februari 1906 zijn aanwezig de heeren : prof. Visscher, ds. Gewin, dr. De Lind van Wijngaarden, H. A. van de Westeringh, mr. Van Dobben de Bruijn, ds. L. van Mastrigt, ds. M. Jongebreur, ds. G. H. Beekenkamp en de heer L. F. Duymaer van Twist.
In deze vergadering, onder leiding van den waarn. Voorzitter ds. Gewin, worden de Statuten nog eens voorgelezen, en nu definitief vastgesteld. De naam van de Vereeniging zal zijn : Gereformeerde Bond tot vrijmaking der Nederlandsch Hervormde Kerken.
Aan de orde komt thans de constituëering der Vereeniging. Alle aanwezigen treden als lid toe, benevens op diens toezegging ds. M. van Grieken, van Ameide.
Het Bestuur wordt als volgt samengesteld : ds. E. E. Gewin, voorzitter ; prof. dr. H. Visscher, vice-voorzitter ; L. F. Duymaer van Twist, secretaris ; H. A. van de Westeringh, vice-secretaris ; mr. C. S. van Dobben de Bruijn, penningmeester ; dr. J. D. de Lind van Wijngaarden, ds. L. van Mastrigt, ds. M. Jongebreur en ds. M. van Grieken.
Prof. Visscher leest het Manifest voor, dat na enkele kleine wijzigingen wordt goedgekeurd.
De eerste algemeene vergadering zal plaats hebben op Woensdag 18 April te Utrecht in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, in de kleine concertzaal.
In het Gereformeerd Weekblad, staande onder redactie van dr. De Lind van Wijngaarden en prof. Visscher (uitgave : G. J. A. Ruys te Utrecht) zal omtrent een en ander mededeeling worden gedaan.
De avondvergadering op 18 April zal gehouden worden in de groote Concertzaal van het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen. Deze vergadering zal het karakter dragen van een „ure des gebeds".
In de morgenvergadering, die onder leiding zal staan van ds. E. E. Gewin, en om 11 uur zal aanvangen, zal na het openingswoord van den voorzitter, prof. dr. H. Visscher spreken over het onderwerp : De positie der Kerk in het moderne leven. Er zal gelegenheid worden gegeven tot gedachtenwisseling.
In de middagvergadering, die om 2 uur ! zal beginnen, zal bespreking worden gehouden over de Organisatie.
In de avondvergadering, die in de grote Concertzaal zal plaats vinden en om 8 uur zal aanvangen, zullen als sprekers optreden : dr. J. D. de Lind van Wijngaarden, ds. M. van Grieken en de heer L. F. Duymaer van Twist.
De avondvergadering zou het karakter dragen van een "ure des gebeds".
De Herdenkings-Samenkomst.
Het ligt in het voornemen van 't Hoofdbestuur, Woensdag 15 April as., des avonds 7 uur, een samenkomst te beleggen in de Nieuwe Kerk te Veenendaal. De oudste plaatselijke predikant, ds. S. C. van Wijngaarden, zal een openingswoord spreken.
Verder zullen het woord voeren ds. Wolthers, van Onstwedde, en ds. Goslinga, van Utrecht. Ds. Van Grieken, voorzitter van den Gereformeerden Bond, zal het slotwoord spreken. Deze vergadering zal per radio worden uitgezonden, opdat al de vrienden van den Gereformeerden Bond op die manier, zooveel mogelijk, deze vergadering kunnen meemaken.
Donderdag, 16 April zal de.Jaarvergadering te Utrecht worden gehouden in het Jaarbeursgebouw. Aanvang 11 uur. Door den voorzitter zal dan eerst het woord worden gevoerd ; daarna zal een ander een opwekkende rede houden. In de middagvergadering zal de tweede voorzitter, de heer L. F. Duymaer van Twist, die vanaf de oprichting van den Gereformeerden Bond in het Hoofdbestuur zitting heeft gehad, een enkel woord spreken. De secretaris en de penningmeester zullen het woord voeren er. — 't laatste is niet het slechtste — de Herdenkings-Commissie zal gelegenheid verkrijgen van haar bevindingen verslag te doen en het resultaat van haar arbeid in het midden van de vergadering aan het Hoofdbestuur mede te deelen en over te dragen.
Stemmen uit het midden van de Afdeelingen zullen in den stijl der buitengewone vergadering gaarne worden vernomen.
De preciese gang van zaken moet nog worden vastgesteld, maar het genoemde zal wel ongeveer aan de orde komen.
De eerste algemeene vergadering van den Bond is indertijd gehouden op Woensdag 18 April 1906 te Utrecht in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen.
Uit de Afdeelingen.
Uit Utrecht ontvingen wij van de hand van den heer J. Brinkers, voorzitter van de Afdeeling aldaar, een zeer.uitvoerig, overzichtelijk verslag over de 25 jaren in betrekking tot hetgeen te Utrecht in en met en door de plaatselijke Afdeeling is geschied en gedaan.
Wij zijn daar zeer dankbaar voor ! Gaarne houden wij ons aanbevolen voor meer van dergelijke stukken, waaruit een belangrijk stuk van ons Gereformeerd Hervormd kerkelijk leven spreekt.
Wie volgt het goede voorbeeld van Utrecht?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's