De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Kleine Luijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Kleine Luijden

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

5 minuten leestijd

Daarop volgde wederom eenige rust, waarom dominé bij Mulder aan tafel plaats nam. Deze was als gebroken. Hij had zoo zeker beterschap verwacht, en nu deze plotselinge wending. „Ik kan haar niet missen, dominé" — klaagde hij — „mijn vrouw in de kracht van het leven weg, en nu ook nog het laatste wat ik op aarde heb !"
„'t Is zwaar. Mulder, maar de Heer doet nooit iets verkeerds. Wat is het een zegen, dat Bet zich bekommert om haar zieleheil. Je vrouw is van hier gegaan in het volle geloof, en als nu je dochter ook nog in den Heer ontslapen mag, dan heb je beiden straks bij den Heer".
„Maar o, 't gemis ! Het wordt zoo vreeselijk leeg ik mijn leven en ik houd niets over".
„Vroeg of laat wacht ons dit allen. Maar wat ook kome of ga, de Heer blijft, en wil ook uw helper zijn. Vaak ontneemt Hij ons iets, ja alles, opdat wij daardoor leeren zouden alleen op Hem te vertrouwen en ons heil bij Hem te zoeken".
De komst van den dokter maakte een eind aan het gesprek. Dominé Randwijk en de dokter leefden op vriendschappelijken voet, maar daarmee was ook alles gezegd. Het onderscheid tusschen hen beiden was te groot. Omdat de een alleen leefde voor de wetenschap, en niet verder zag dan deze wereld, en de andere daarbij een blik in de eeuwige wereld had gekregen ; waarom hem de waarde van de ziel meer beteekende dan die van het lichaam.
Toch kon het gebeuren, dat de man der wetenschap in het gevoel zijner machteloosheid aan dominé zeggen ging, dat hij het opgaf en nu het woord aan den geestelijke was.
Zoo ging het ook hier. Met stille aandacht sloeg hij de stervende gade en haalde toen de schouders op. Hier was voor hem niets meer te doen. Anders niet dan 't geven van eenige wenken ter verlichting van lijden, dat nog komen kon. Toen ging hij, even stil als hij kwam. „Arme man" — zei Sien zacht. „Met wat men noemt een goed hart, maar zonder eenige geestelijke kennis. Waarom toch de medische wetenschap zoo weinig in dienst van het Evangelie gesteld I Alsof lichaam en ziel niet bij elkander hooren".
Kort daarop ontwaakte Bet. ,, 'k Ben zoo moé !" — klaagde zij. Zelfs de slaap had geen verkwikking gebracht. De rust lag elders. Toen riep zij haar vader aan het bed. Hij mocht om haar heengaan niet al te zeer bedroefd zijn. Er zou voor hem wel een hulpe te krijgen zijn. Tante Sien zou wel mee willen werken om die te vinden. Als zij van hier was gegaan, dan moest men haar naast moeder begraven. Die hoopte zij straks weer te zien bij den Heer. Zij verlangde zóó.
Voor Sien had zij geen woorden genoeg om haar dank te betalen. Wat zou er van haar terecht zijn gekomen, als deze haar niet geholpen had op den weg van het smalle pad.
De Heer zou het haar vergelden.
„En gaat het nu naar Huis, mijn kind ? " — vroeg Sien, terwijl dominé en Mulder met ontroering dit schouwspel gadesloegen. '„Op de genade Gods" — was 't zwakke antwoord. "Die gelooft, zal niet beschaamd worden". "Al ging ik ook in een dal van de schaduw des doods, ik zal geen kwaad vreezen, want Gij zijt daar met mij, Uw stok en Uw staf die vertroosten mij". Als wij de doodsvallei betreên. Laat ons elk aardsche vriend alleen ; Maar Hij, de beste Vriend in nood, Verzelt ons over graf en dood.
„Amen" — klonk het zacht van het leger. Toen werd het stiller. Allen hielden den adem in. Want de majesteit des doods kwam binnen. Daarop nog een zucht, heel ver weg. En nog één. Toen vloog een smartelijke trek over het gelaat. En de zilveren koorde was ontketend en het rad aan den bornput in stukken geslagen
Dominé en Sien zagen elkander aan. , , Het is afgeloopen" — fluisterde zij. "Arm kind ; mijn arm kind !" — brak Mulder handenwringend uit. Maar Bet hoorde niet meer. Zij was boven het leed en uit den strijd. Op genade heengegaan naar Huis.
Nog dienzelfden middag ging Jasper met hoogen hoed en krip om den arm, den zwarten stok in de hand, van huis tot huis om heel Zorgvliet namens Mulder bekend te maken dat zijne dochter, Elisabeth Mulder, overleden was in den ouderdom van bijna 22 jaren.
En niettegenstaande de kou, groepten weer de buurvrouwtjes bijeen om het geval met elkander te bespreken. De een vond het een zwaren slag voor Mulder ; de ander oordeelde dat het maar een geluk was, omdat er toch geen hoop op beterschap bestond ; een derde dacht, dat daardoor de kans voor Sien grooter werd, dat hij haar nog eens vroeg. 
Maar er waren ook, vooral onder de speelgenooten van Bet, die met weemoed aan dit heengaan dachten, en in hun eigen zorgeloos leven een oogenblik opgeschrikt werden door de gedachten des doods. Het was toch vreeselijk, zoo jong nog en nu reeds sterven.
En er waren óók die Jasper vroegen, of hij ook wist hóé Bet van hier was gegaan. Waarop hij vertelde, wat Sien hem had gezegd om het over te brengen aan allen, die daarin belang mochten stellen. Zooals bii Deelstra en Rijpkema en op „Unia-State" Want wat niemand had durven denken, bij de Burenga's veranderde het geheel.
Vier dagen later werd Bet onder algemeene belangstelling naast hare moeder begraven. (Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De Kleine Luijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's