STAAT EN MAATSCHAPPY
De arbeid der gehuwde vrouw.
Een van de uitwassen van het sociale leven is de arbeid der gehuwde vrouw. Vooral in deze dagen van economische inzinking en van groeiende werkloosheid, trekt het onderwerp opnieuw de aandacht.
Reeds op zichzelf bezien, is de arbeid der gehuwde vrouw af te keuren. Want naar de christelijke zeden behoort de gehuwde vrouw niet in de fabriek, in de werkplaats, de school of op het kantoor, maar in het huisgezin.
Op het Vrouwencongres, dat in 1921 onder leiding van het Internationaal Christelijk Vakverbond gehouden werd, werd o.m. uitgesproken, dat volgens de christelijke levensopvatting het huwelijk de kiemcel is van het maatschappelijk leven en dat de loonarbeid van de gehuwde vrouw niet is te vereenigen met de taak van de huisvrouw en moeder. Voorts werd op ditzelfde congres nog gewezen op de nadeelige gevolgen van dien arbeid, n.l. in de toeneming van alcoholisme, zedeloosheid, schade voor de gezondheid van moeder en kinderen en groote zuigelingensterfte.
Voegen wij aan dit oordeel van het Vrouwencongres nog toe, dat tengevolge van den arbeid der gehuwde vrouw de opvoeding van de kinderen in de desbetreffende gezinnen, wat te begrijpen valt, veel te wenschen moet overlaten, waarbij groote geestelijke en moreele schade voor de kinderen niet achterwege kan blijven, dan is daarmede de arbeid der gehuwde vrouw in absoluten zin veroordeeld.
Nu is het aantal gehuwde vrouwen, dat loonarbeid verricht, nog niet zoo gering, als men wel zou denken.
Een statistiek, welke op dit terrein volledige gegevens verstrekt, is niet te onzer beschikking.
Toch kan het Centraal verslag van de Arbeidsinspectie hier wel eenig licht verschaffen.
Uit dit verslag blijkt, dat het getal gehuwde vrouwen, aan wie een arbeidskaart werd uitgereikt, voor het jaar 1921 bedraagt 13441 en voor de jaren 1928 en 1929 respectievelijk op 14460 en 14898 personen komt te staan.
De arbeid der gehuwde vrouw gaat alzoo in stijgende lijn.
Ongeveer 15000 gehuwde vrouwen waren dus in laatstgenoemd jaar in loondienst op fabrieken en in werkplaatsen.
Zou men bij dit cijfer van 15000 nog voegen, dat van de gehuwde onderwijzeres, van de gehuwde ambtenares en van de gehuwde vrouw, die op het kantoor werkzaam is, dan komt 't aantal gehuwde vrouwen, dat in loondienst is, zeker niet ver beneden de 20000 werkneemsters te staan. Dezer dagen deelden de bladen nog een merkwaardig staaltje mede van wat op het terrein van den arbeid der gehuwde vrouw de gemeente Amsterdam te zien geeft.
In de hoofdstad des lands zijn toch niet minder dan 151 echtparen in gemeentelijken dienst, waarvan man en vrouw elk een afzonderlijk salaris uit de gemeentekas trekken. Deze 151 gehuwde paren worden dus dubbel bezoldigd. De verdiensten van de gehuwde gemeente-ambtenaressen bedragen alleen reeds ƒ 200.000.--, dat is gemiddeld ƒ1300.— per hoofd.
Het blad, waaraan wij dit bericht uit Amsterdam ontleenen, maakt daarbij dezen alleszins juisten commentaar (toelichting) : „Wat zou er aan levensblijheid en arbeidsvreugde gewonnen worden, wanneer deze 151 plaatsen konden worden ingenomen door mannen en vaders, die zich thans ten gevolge van de heerschende crisis tot werkloosheid zien gebracht en van particulieren of publieken onderstand moeten leven".
En wat in Amsterdam gebeurt, geschiedt in het geheele land, zoowel in rijksdienst als in gemeentelijken dienst.
Uit dit alles blijkt voldoende, hoever het reeds met het uitwas betreffende den arbeid der gehuwde vrouw is gekomen.
Tegen het kwaad, dat in den arbeid der gehuwde vrouw is gelegen, werd van de zijde der tegenstanders van de emancipatie (gelijkstelling) der vrouw bij iedere gelegenheid, welke pas gaf, opgekomen. In de meeste gevallen echter tevergeefs. Aan het „heilig huisje" van Vrijzinnigen en Sociaal Democraten — de rechten der vrouw — mocht niet worden geraakt.
Gelukkig begint daarin kentering te komen. Zoo verklaarde zich een paar weken geleden een voorman van den liberalen Vrijheidsbond te Leiden zich voor het voorstel van B. en W. tot het in het leven roepen van eene verordening betreffende het verleenen van ontslag bij huwelijk aan vrouwelijke leerkrachten aan Gymnasium en andere onderwijsinrichtingen.
En het was nog onlangs de Sociaal Democraat de heer Polak, voorzitter van den Diamantwerkersbond, die op de vraag van een partijgenoot, luidende : „waarom de Sociaal Democratische Arbeiders Partij niet voor de idee strijdt, dat de gehuwde vrouw, wier man een inkomen heeft, geweerd wordt uit kantoor, fabriek en werkplaats ? " dit antwoordde : „Zooals de toestand nu is, deugt hij allerminst. Ik ben zelf in gemeentedienst en zie verscheidene paartjes huwen en samen een salaris wegsleepen, waar in de ruimte twee a drie gezinnen in denzelfden stand behoorlijk van kunnen leven".
Natuurlijk zijn deze Vrijzinnige en deze Sociaal Democraat eenlingen in hun partij, maar toch is het opmerkelijk, dat er op dit punt vooruitgang valt te constateeren. Het is uiterst moeilijk, een vastgeroest denkbeeld prijs te geven. Toch zullen de oogen wel langzamerhand open gaan voor de dwaze consequenties, waartoe hèt vrijlaten van de gehuwde vrouw, om loonarbeid te verrichten, leidt.
Dat er soms uitzonderingen op den regel moeten worden toegelaten, is nog geen reden voor Rijk en Gemeente om op dit terrein anarchie toe te laten.
Naar christelijke levensopvatting — en zoo heeft God het ook geordineerd — behoort de gehuwde vrouw in het gezin en niet in de werkplaats, in de fabriek of op het kantoor. Want wat zal van de opvoeding van de kinderen komen, als de moeder het grootste deel van den dag van huis is ?
Dat hier wantoestanden bestaan, zal niet behoeven duidelijk te worden gemaakt. Dit begrijpt ieder.
Het regelmatig verblijven van de moeder buitenshuis werkt ook de criminaliteit van de jeugd in de hand, wat zich in het toekomstig geslacht zal komen te wreken. Daarom is het zoo begrijpelijk, dat de arbeid van de gehuwde vrouw aan ernstige bedenking onderhevig is.
De Overheid zal dan ook aan dezen uitwas op sociaal terrein hare aandacht hebben te geven.
Een verbod van arbeid der gehuwde vrouw kan niet anders dan de volle instemming hebben van hen, die het met hel gezinsleven wèl meenen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's