De kleine luijden
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
„Daarom is het zoo noodlg dat de kracht van het Evangelie, die in de gemeente des Heeren tot openbaring komt, meer doordringt in de wereld, om al de levensverhoudingen te heiligen. Gods volk heeft de roeping om als een zuurdeeg te werken en moet gelijk een stad zijn, boven op een berg gelegen ; een licht dat allerwegen zijn stralen werpt om de donkerheid weg te nemen"
„Een zware taak, Jasper, waarbij, vooreerst geëischt wordt dat men persoonlijk wandelt in het licht, en dan dat men met verloochening van alles zich werpen gaat op al datgene wat ten doode wankelt, indien de kinderen Gods zich onthouden".
'Hier werd het gesprek gestoord door de komst van een derde.
„Burenga !" zei Jasper met een verwonderd gelaat, terwijl hij oogenblikkelijk opstond.
„Goeden avond samen, ik dacht al : druk aan 't redeneeren zeker, want ik hoorde en zag geen mensch".
„'t Is ook zoo'n mooie avond, boer" — antwoordde Jasper, terwijl hij een stoel aanschoof.
„En waar hebben de geleerden 't over ? "
„Och, wij bespraken de algemeene toestanden" — zei Sander, dien 't wenschelijk voorkwam zijn kameraad hier af te wisselen — „en beschouwden deze in eeuwigheidslicht".
„En wat zie je dan, Sander ? "
„Veel ontreddering en verscheidenheid, gelijk het trouwens door alle tijden geweest is, al heeft elk tijdperk zijn eigenaardige vraagstukken en moeilijkheden, maar als gevolg van de zonde, en alleen weg te nemen door de genade".
Het kan niet ontkend worden, dat dit antwoord Burenga vrij duister leek. Enkele jaren terug zou hij hier in 't geheel niets van begrepen, wellicht er om gelachen hebben, maar dat deed hij nu niet meer. Sinds hij op dien bewusten morgen in zijn kracht gebroken is, werd hij althans voor zoover een ander man, dat hij de dingen vooreerst veel kalmer opnam, en dan, dat de godsdienst voor hem meer waarde kreeg. Hij stond niet meer vijandig tegenover de kerk, gelijk voorheen. De gesprekken met ds. Randwijk waren hem een verkwikking, doch niet tegenstaande dat, was er tot hiertoe nog te veel dat, hem belette openlijk er voor uit te komen welke zijde hij, koos.
Toch werd 't hem hoe langer zoo duidelijker, dat een leven zonder godsdienst, zoo wel voor den enkelen mensch alsook voor een volk, een vloek wordt. Vooral de verwikkelingen in het maatschappelijk leven, waarbij de eerbied voor het gezag meer en meer verloren ging en oproer en verzet aan de orde van den dag waren, schenen hem louter uitvloeisel van het over boord werpen der hoogere dingen, 't Was te zien, dat juist daar waar met godsdienst en kerk het meest gebroken werd, ook het socialisme met al zijn uitwassen het weligst tierde, terwijl omgekeerd de erkenning van het goddelijk gezag en het vasthouden aan de H. Schrift bewaarde voor die revolutionaire openbaringen, die het maatschappelijk leven met ondergang dreigden. Voor hem was het duidelijk geworden, dat de kerk met haar invloed alleen nog het middel kon zijn om een volk binnen de perken te.houden, 't Had de aandacht getrokken dat bij een advertentie in de courant om dienstvolk op „Unia-State" in den laatsten tijd als voorwaarde gesteld werd dat zij, die zich gingen aanmelden, van ,,christelijke beginselen" moesten zijn.
Sommigen hadden er om gelachen, vooral onder de collega's, en toen Burenga eens op een marktdag in de Beurs van zijn kennissen ontmoette, vroeg men hem of hij plan had om fijn te worden.
„'k Denk er niet aan" heeft hij: gezegd — „maar ik heb opgemerkt, dat je met godsdienstige menschen in dezen vervloekten tijd verder komt dan met anderen, want die zijn allen zoo rood als een kraal". En in dat gevoelen stond hij niet alleen.
Vooral vrouw Burenga had zich over deze verandering bij haren man zeer verheugd. Zij wist wel, dat het nog niet het réchte was, omdat eigen belang en de vrees voor de bezittingen hem wellicht vooral van opinie veranderen deed, maar niettemin was hun leven vrij wat beter geworden dan voorheen. „Wat nog niet is, kan komen" — dacht zij, en vandaar dat van haar kant alles werd gedaan wat maar eenigszins kon meewerken om haar man in goede richting te brengen. Daarom was de komst van ds. Randwijk ook haar altijd aangenaam. Daarom mocht zij graag, dat Rijpkema en vrouw meer dan voorheen op „Unia-State" kwamen, en was er tusschen hen een vriendschapsbetrekking ontstaan die vroeger niet gekend werd. Zelfs gebeeurde het meermalen dat tante Sien hier dan ten eten gevraagd werd, alleen omdat er van haar een invloed uitging die weldadig op de huishouding werkte.
„'k Wou wel eens weten wat het toch is dat haar tot zulk een eigenaardige vrouw maakt" — heeft Burenga wel eens gezegd ; „daar is bepaald veel in haar leven voorgevallen, waardoor zij heel anders is en doet dan andere menschen". En vooral Burenga had wel eens, wanneer zij Sien alleen in de kamer zat, getracht meer gewaar te worden, doch dan was 't alsof zij aanstonds teruggetrokken werd er wat was dat haar pijn deed. Zoo was echter wèl duidelijk, dat het lijden geheiligd had, en dat maakte dat zij in achting steeg.
Zoo was dus op „Unia-State" de wind vrij wat uit een anderen hoek gaan waaien waarvan de gevolgen in de naaste toekomst niet konden uitblijven.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's