De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIEN

10 minuten leestijd

Natuurlijk had ik wel verwacht dat ik op m'n geschrijf over de Zondagsche preekuitzending wel wat brieven zou ontvangen, 'k Verheug mij over den goeden toon waarin deze brieven waren geschreven en de liefde die er uit sprak voor de zaak des Heeren.
'k Kan die brieven niet beantwoorden, zoomin als ik er hier in den breede op kan ingaan. Deze zaak wil ik liever niet tot „twistige samensprekingen" doen leiden.
't Spreekt wel vanzelf als ik alleen daarover schrijf, waarover allen het onder ons ééns zijn, dat ik dan ook geen tegenspraak ondervinden zal. Die kaatst, moet den bal verwachten.... Uit Z. ontving ik een schrijven, dat van groote waardeering getuigt van allen arbeid die dient tot opbouw van de Kerk onzer Vaderen.
't Deed mij goed dat de schrijver het werk van den Penningmeester daarbij niet vergat.
Daarna kwam de radio aan de beurt. Hij meent, dat ik mij daaraan niet meer geven moest, heenwijzende naar 1 Cor. 8 vs. 13. Zeker, ik wil 't liefst m'n broeder niet ergeren, 'k Geloof dat wij dezen tekst in onze dagen wel wat meer moesten doen gelden. Maar dan wordt het toch zoo ontzettend moeilijk als wij dezen tekst zouden willen in toepassing brengen bij alles, waarin „de broederen" het met elkander niet ééns zijn. Paulus had er voor zichzelf niet op tegen het offervleesch te eten dat aan de afgoden geofferd was. Hij zegt : Die afgoden zijn niets. Het vleesch is er niet minder om. 'k Eet er dus aan den gemeenschappelijken maaltijd van, zonder gewetensbezwaar....... Maar, zoo gaat hij voort, als ik nu m'n broeder daardoor erger, die aan diezelfde tafel zit — (zoo zal Paulus 't waarschijnlijk wel bedoelen) — wien dat offervleesch een gruwel is, dan zal ik in der eeuwigheid dat vleesch niet eten.
Gaat het nu echter aan, de radio daaraan gelijk te stellen? .. Nogmaals, ik wil liever Gods kinderen niet ergeren. Dat mag ik niet doen. We hebben aan de schapen voedsel te geven en ze niet te slaan en te plagen. Maar hiervoor is groote behoedzaamheid noodig, ook een gedurig gebedsleven en grondig onderzoek van de Schrift. Zij, die hierbij „hoog" staan, bederven veel meer dan de „zwakken", 'k Bedoel met die ,,hoogen" hen die er zich met een paar woorden afmaken, bij wie er alles maar zoo mee dóór kan. Zij bederven het meeste in het Koninkrijk Gods, hoewel zij zich vaak als de grootste voorvechters daarin voordoen. In onzen tijd moesten 1 Cor. 8, Rom. 14 en 15 hierover maar eens terdege bestudeerd worden.
Maar dan begint de groote moeilijkheid in dezen huidigen, veelzijdig door God gezegenden tijd, waarin de zonde ook zooveel verwoestingen inwerpt in het midden van de zegeningen Gods. In deze moeilijkheid ligt een deel van bet „smalle pad". Gods volk is niet van de wereld, maar wel in de wereld. Waar eindigt nu de toepassing van 1 Cor. 8 vers 13 ?
Toen ik b.v. — vele jaren geleden — voor het eerst m'n fiets voor het werk in de gemeente gebruikte, waren er die den Heere vreesden en die zich daaraan zeer ergerden. Het duurde niet lang of zij. waren er volkomen mee verzoend en vonden het best, omdat ik nu heel wat spoediger bij de zieken was en mij niet zoo behoefde te vermoeien door het loopen over den langen Lekdijk. Als ik 1 Cor. 8 vers 13 hierop had toegepast, zou ik m'n fiets voorgoed (hebbén moeten laten staan. Maar ik meen, dat die ergernis niet van denzelfden aard was als van hen, die in Paulus' dagen het offervleesch niet wilden eten. Zou het nu ook zoo niet zijn wat betreft de preekuitzendingen ?
Maar ik heb er al weer meer over geschreven dan ik eerst wilde. Ik kan voor m'n preekuitzending nog bidden. 'kWeet wel, dat is geen toetssteen. Gods Woord alleen is de levensregel en niet ons gebed. Maar ik bedoel er dit mee : Het licht dat ik uit Gods Woord heb, geeft mij volle vrijrmoedigheid den Heere ook hierin te kennen. En ik hoop van harte dat m'n vriend te Z. zich over dit mijn schrijven niet zal ergeren. Tenslotte begon z'n dichtader te vloeien. , 'k Neem er alleen deze verzen uit over, om hem daarin het laatste woord te geven :
Een ieder wil 't al beter weten
Zoekt in menig schrift zijn eten
Maar helaas niet in 's Heeren Woord
Dat toch naar Jezus' leer behoort.
Ja, men wil het beter wéten 
Dan Die in den Hoge is gezeten
Men wil zelfs radio in de kerk.
Om God te helpen in Zijn werk.
In plaats van elkander opgebeurd
Nog niet genoeg vaneen gescheurd
Nog niet genoeg Gods Kerk bestormd
Aan Zijn heilig werk getornd.
En wat zal men nog bijdragen
Van 't geen den Heere moet mishagen
En zeker Hem is tot een smart
Daarom — terug in eigen hart.

Uit H. ontving ik een brief, die de toepassing heel anders maakte. Als de dominee's des Zondags voor de radio preeken, waarom komt er dan geen predikant des Zondags hierheen reizen ? Wij kunnen toch maar niemand krijgen om een bondsbeurt te vervullen!, Allen schrijven : wij reizen des Zondags niét.... Zoo schrijft hij. 'k Vind het natuurlijk érg naar, dat ze daar geen dominee kunnen krijgen, waar de Kerkeraad een morgenbeurt voor den Gereform. Bond afstond. Was Veenendaal maar een beetje dichter bij. Misschien zou ik kunnen helpen. Maar 't is zoo'n reis met een auto. Met den trein heb ik des Zondags nimmer gereisd. De publieke vervoermiddelen mogen wat mij betreft dien dag wel stilstaan. Laat de afdeeling te H. maar vlak in de buurt blijven. Alheeft die naburige dominee er al verscheidene keeren gepreekt, z'n preek is toch altijd nieuw. Maar dan je moet men hem niet twee weken van te voren vragen. Minstens twee maanden te voren ! Men meent toch niet dat een dominee zit uit te zien of hij nog een beurt kan krijgen ? We kunnen er zoo maar niet uitstappen. We hebben onze plaatsvervangers maar niet voor 't grijpen. Er is heel wat voorbereiding voor noódig om een beurt vrij té maken in eigen gemeente. Die vrienden daar in H. gingen er twee weken van te voren op uit, omreisden stad en land, maar kregen overal „neen". Dat is te begrijpen. Ze moeten het nog eens doen, maar dan drie maanden vóór den vastgestelden datum. En dan rekent de Penningmeester op een mooie collecte. H. mag hem niet vergeten en mag nu de zaak niet laten zitten. 
Nu nog iets over de busjes. 'k.Moet de nieuwe (blauwe) busjes bij een groot aantal bestellen. En nu ben ik veel te weinig ,,koopman". Dat durf ik niet te doen, als ik zelf nog niet wat meer bestellingen krijg.Als ik b.v. nog eens een tiental briefkaarten kreeg met het verzoek van een jongen of meisje : „Stuur mij ook zoo'n busje" zie, dan waag ik het. De bedoelde jongens en meisjes zullen misschien dit niet lezen ? Laat vader of moeder het hun dan voorlezen. 'k Wil de jeugd een beetje bij m'n laatje brengen.
Veenendaal. Van een zieke ontving ik ƒ2.50 voor de Herdenkings-Commissie. Misschien zou hij de samenkomst van den 15den April in de Julianakerk niet meer kunnen bijwonen Wij weten het niet. De Heere geve Hem den zegen Zijner genade, die noodig is óm getroost te zijn in zijn leven en dan óok in zijn sterven.
Alphen a. d. Rijn (Oudshoorn) Ds  Kruishoop van Bodegraven was door ongesteldheid verhinderd de vastgestelde beurt te vervullen. Toen heeft de Eerw. heer A. Dekker, de taak op zich genomen en men had het best naar den zin gehad. De Heere zegene daar onzen jongen vriend. De heer G. Verhagen zond de opbrengst van de collecte, n.l. ƒ45.30, vermeerderd met ƒ 6. den inhoud van busje no. 110. Met elkaar is 't dus ƒ51.30.
Maassluis. De penningmeester van de afdeeling, A.T. Langeveld, gireerde ƒ 49.05, zijnde de opbrengst van de gehouden collecte bij een spreekbeurt, die ds. Pop van Monster daar vervulde.
Slikkerveer. Van P. van Beek 10.50 uit busje 206voor het Studiefonds.
Bergschenhoek. Van de Meisjesvereeniging op G. G. „Ester" te Terbregge ; ƒ2.50,  gezonden door hare penningmeesteresse J. Muit, voor den Gereformeerden Bond, ,,Een kleine gave, maar met liefde gegeven".' 'k Wilde, dat elke Meisjesvereeniging in ons land maar zóó deed als die van Terbregge. Ik bemerk zoo weinig dat er zulke vereenigingen zijn. Trouwens van de Jongelingsvereenigingen ook niet. Hoe zit dat ? Hebben zij zelf een Studiefonds ?
Ooster-Nijkerk, Juist had „Ester" mij haar gave gegeven, of daar was nog een andere Meisjesvereeniging, die mij ƒ 6.44 zond uit het busje, voor het Studiefonds. Zoo ? Is mej. H. Holwerda daar penningmeesteresse ? 'k Weet nog goed hoe de kleine Hiltje tusschen haar oudere broertjes langs ons huis telkens liep. Nu helpt zij mij voor m'n laatje !
Van Th. A. Faber ontving ik ƒ8.90, uit busje 49 voor het Leerstoelfonds, de opbrengst van de laatste maanden.
Nijkerk. Door ds. C. J. van der Graaf ƒ10.—, gevonden in de collecte 15 Febr. l.l. voor het Studiefonds, met bijschrift : „Uit dankbaarheid voor den gunstigen afloop van de tienjaarlijksche stemming Kerkeraad —Kiescollege" Zie, dit is nu weer iets moois in onze dagen. Er zijn gemeenten, waar „de Kerkeraad" het won, er zijn er, waar „het Kiescollege" de meeste stemmen behaalde. Als nu de Penningmeester er ook maar wat van bemerken mag? In 't Veen hebben we het verloren, 'k Had gaarne ,,Kerkeraad" gehouden, 'k Vond een Kiescollege niet goed voor onze gemeente. Maar de meeste stemmen gelden. We moeten er ons in schikken. Men begrijpt, dat ik van de menschen van 't Kiescollege nu ook iets van hun dankbaarheid zien wil, zoodat zij inderdaad toonen : „Dominee, ge zult er voor uw fondsen niet slechter bij varen". We hebben al een voorproefje gehad van een vuil verkiezingspamflet, 'k Zou ook gaarne nog iets anders zien ! De Penningmeester komt bij mij steeds naar boven !
Hattem door ds. G. J. Koldewijn ƒ 1.—, gevonden in de kerkcollecte met bijschrift „uit dankbaarheid, 'n 8 Febr.-gave".
Sprang. Door diaken G. A. Janson ƒ37.65, opbrengst van de collecte voor het Studiefonds, gehouden Zondag 1 Febr., toen ds. J. Fokkema, de plaatselijke predikant, de gemeente voorging.
Delfshaven. Door den penningmeester der afdeeling M. Rodenburg ƒ 36.02, gecollecteerd bij een spreekbeurt, die ds. Fokkema van Sprang daar vervulde op Donderdag 17 Febr. l.l.
Rijssen. Van N. N. ƒ 1.—, ,,voorschot postzegels". Ja, N. N. verwacht nog een brief van mij en nu stuurt hij mij reeds een postzegel vooruit. O, hoe zou m'n laatje er goed bij varen, als ik voor elken postzegel dien ik op een „bondsbrief" plakte, een gulden kreeg !
Vlaardingen. 'k Ben in Vlaardingen geweest. Over ,,Kerkherstel" heb ik gesproken in de mooie oude kerk. 'k Zag weer al die bekende gezichten. Ook Kralingers zag ik er onder. Na de samenkomst dachten zij er aan dat ik Penningm. was. Mej. B. van Kralingen gaf mij ƒ1.— ; Kr. V. R. uit Kr. ƒ1.—; mej. van R. van VI. ƒ1.— ; St. uit VI. ƒ2.— ; met elkaar ƒ5.—. Met genoegen denk ik aan dien avond terug, ook aan de bekende gastvrijiheid onzer vrienden, mevr. en ds. Luteijn.
Alles bij elkaar opgeteld geeft de som van
f 221.86.
Hartelijk dank. De Penningmeester
Ds. N. VAN DER SNOEK.
Veenendaal, 24 Febr. 1931.

POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER,
Ontvangen van : 1e. J. P. Göbel, Den Haag, capsules, postzegels en zilverpapier ;
2e. mej. A. van Dalfsen, Genemuiden, zilverpapier en twee kwartjes ;
3e. den heer J. Verbeek, Oldebroek, zilverpapier en capsules, verzameld door Jan Verbeek ;
4e. P. Dirkse, Slikkerveer, een groote partij zilverpapier en capsules, verzameld door de leedingen der - Chr. School aldaar. Met zeer hartelijken dank en aanbeveling.

Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's