De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

17 minuten leestijd

Het Rapport-Rutgers
Dat is het Rapport inzake de Schoolwet 1920, dat door de Staatscommissie, waarvan prof. Rutgers voorzitter was, nu is gepubliceerd. Velen droomden, dat duizenden en millioenen voor onderwijs werden uitgegeven, omdat de voorstanders van het bijzonder onderwijs, met name het Christelijk Onderwijs, misbruik maakten van de bepalingen van de Lager Onderwijswet 1920. Met name de „schandelijke" splitsing op onderwijsgebied en de vele onnoodige ,,kleine Christelijke schooltjes" deden opgeld.
Van de klachten blijft nu niet veel over. Want 't Rapport-Rutgers heeft aangetoond dat die „schandelijke" dingen van ,,de Christelijken" alleen maar in de verbeelding van „het denkend deel der natie" bestaan. In de liberale, verlichte hersenkasten zijn in den loop der tijden al heel wat wonderlijke en rare dingen uitgebroed. En 't blijkt dat ook nu weer een rijke fantasie van liberalistischen inslag wonderlijke en rare dingen inzake de Lager Onderwijswet 1920 heeft voortgebracht.
Het feit, dat er nu een tiental jaren (sinds 1920) veel geld verspild is, blijkt geen feit, slechts verbeelding te zijn. En heel wonderlijk is nu, dat men in den kring van. „de bezwaarden" nu niet blij en dankbaar is en aan komt dragen met woorden van lof voor de Onderwijswet. dr. De Visser en het Rapport-Rutgers, maar dat men nu moppert en toornt, anders niet. Dat geeft te denken ! Zou de antipathie tegen het bijzonder Christelijk Onderwijs een ongeneeslijke kwaal zijn ?
„De Standaard" wijst op deze dingen in een hoofdartikel (Zaterdag 21 Febr.) en wij zijn het met het Antirevolutinaire hoofdorgaan van harte eens.
Van onzentwege mag wel geconstateerd worden, dat een goed werk is verricht door de Commissie-Rutgers, en wij hopen dat de Minister spoedig het resultaat van dat werk, in een wetsvoorstel omgezet, zoo spoedig mogelijk bij de Kamers zal aanhangig maken.
In dit verband wijst „De Standaard" op een paar dingen, die we hier ook even willen memoreeren.
Het. stelsel der Wet kan blijven. Maar er is bijna geen artikel, waarbij geen verbeteringen kumnen worden aangebracht. En de Commissie-Rutgers geeft een belangrijke technische herziening.
Maar ook worden een aantal verbeteringen gebracht, die boven het zuiver technische uitgaan.
In de eerste plaats wordt het buitengewoon Onderwijs voor zwakzinnigen en voor schipperskinderen — van buitengewoon groote beteekenis — geregeld. Het karakter van particulier 'initiatief wil men handhaven, maar de gelijkstelling inzake dit deel van ons onderwijs, wil men nu het volle beslag doen krijgen. Het voorstel daaromtrent is zeer belangrijk.
In de tweede plaats komen er voorsteilen om verschillende onnoodige vrijheidsbeperkingen te doen vervallen. Gelukkig ! Een viertal volgen hier: Vooreerst de verbetering inzake het aantal verplichte uren, voor de twee eerste klassen tot 18, voor de overige tot 20 uren. Dit kan het eigen karakter van onze Scholen met den Bijbel, voor de niet-verplichte vakken, ten goede komen. In de tweede plaats een nieuwe (de oude) regeling voor ons (M.) U.L.O. Niet alleen de kopschool van drie klassen als bovenbouw op de gewone lagere school, maar de U.L.O. als geheel. In de derde plaats komt voor de Openbare School de vrijheid van een ambulant hoofd te hebben ; wat wij een groote verbetering voor school en onderwijs achten te zijn. In de vierde plaats zal er weer vrijheid moeten komen voor het Onderwijs in een vreemde taal: Engelsch, Fransch of Duitsch, voor het 5e en 6e leerjaar. Hier wordt een verruiming gegeven voor den vrijen vleugelslag van het onderwijs, die zeer zeker van beteekenis is en door ons ten zeerste wordt gewaardeerd.

De futloosheid van het Modernisme.
In Eindhoven — de groeiende stad, niet 't minst door de fabrieken van Philips — breidt zich de Hervormde gemeente zeer sterk uit. Van alle kanten komen Hervormde menschen naar Eindhoven, en gelukkig ook een groote schare van rechtzinnigen, die in belijdenis en leven, ook in het kerkelijk leven, zich willen richten naar de Schriften en Jezus Christus willen eeren als den van God gegeven Zaligmaker ter verzoening van onze zonden.
Maar Eindhoven is kerkelijk z.g.n. vrijzinnig of modern. Het is daar Kerkeraad (en geen Kiescollege) en die Kerkeraad is nu weer voor 10 jaar bestendigd ; Jan en Alleman is bij elkaar getrommeld om tegen Kiescollege zich te verklaren (dan konden de rechtzinnigen wel eens de baas worden, zei men) en voor Kerkeraad, dan blijft het vrijzinnig en blijven de fijnen er netjes buiten staan, om afhankelijk te zijn van de schikkingen der vrijzinnigen.
Eindhoven is dus officieel modern en blijft modern. De vrijzinnige Kerkeraad zal er wel voor zorgen en socialist, communist enz. hébben trouw hulp-en spandienst verricht.
De vele orthodox Hervormden, veelszins belangstellende vreemdelingen, die in Eindhoven zich komen vestigen, zijn daardoor in de grootste moeilijkheden gekomen. Want zij zijn degenen, die de kerken vullen en de collectezakjes. En nu willen de vrijzinnigen de lakens uitdeelen en staan den groei van de Hervormde gemeente in allerlei opzichten in den weg.
's Zondags zijn er vier diensten : twee in de Hervormde kerk in de Ten Hagestraat (om 10 uur en 4.30) en twee in de Hervormde kerk in de Lijmbeekstraat (8.30 en 10.30 's morgens), waarvan drie door ds. Muller en den hulpprediker candidaat Laarman (beiden rechtzinnig) en één door ds. Van der Heijden (modern) vervuld worden. De rechtzinnigen vullen de kerken ; de vrijzinnigen laten de kerk, ook dien éénen keer per Zondag, armzalig leeg staan.
De rechtzinnigen geven ongeveer 4600 gulden in de collecten ; de vrijzinnigen 900 gulden, waarbij dan inbegrepen zijn de collecten in de officieele ker'kbeurten van ds. Muller of candidaat Laarman.
Men ziet het voor z'n oogen, dat de groei van de Hervormde Kerk van Eindhoven zit bij de rechtzinnigen, maar de vrijzinnigen, die de Hervormde Kerk verwoesten, gunnen aan de Kerk haar groei niet en maken het voor 't grootste deel van de gemeente, dat ook het belangstellend deel is — dat ook gaarne financieel helpt — zoo moeilijk mogelijk.
Zelf willen ze niet ingaan, en anderen verhinderen ze nog !
Als dan de ijver voor de Kerk ontstoken wordt, zooals b.v. nu bij de stemming voor Kerkeraad of Kiescollege, dan is 't wel duidelijk, waar het om te doen is. 't Is enkel om de macht, en dan om te verdrukken zooveel men kan en wel degenen, die op den bodem van Schrift en belijdenis staan en in de Hervormde Kerk thuis hooren en voor de Hervormde Kerk liefde hebben en belangstelling toonen.
Het futlooze Modernisme krijgt een rekening, waarop hoe langer hoe meer schandelijke posten komen staan.
Gelukkig, dat men het meer en meer in het midden van de Hervormde Kerk gaat voelen.
Maar ja, door overmacht weet men nog veel te verderven.
Gelukkig, waar met vereende kracht het laffe, futlooze Modernisme, dat alléén sterk nog is in het dwarsboomen van rechts — denk aan Sliedrecht, Boskoop, Stolwijk, Alkmaar enz. enz. —, er buiten gezet kan

Ook Zwolle ten bewijs.
Verleden week schreven we over het Modernisme in de Ned. Hervormde gemeente te Alkmaar. Niet bepaald kunnen de Vrijzinnig Hervormden zeggen : „van Alkmaar begint de victorie". Alkmaar ilustreert veel eer de krachteloosheid van 't Modernisme in onze Hervormde Kerk.
Hier boven plaatsten we een stukje naar aanleiding van enkele mededeelingen. uit den kring der modernen in Eindhoven, en ook daar is het nu niet bepaald rooskleurig met de vrijzinnige beweging. Veel geschreeuw, maar weinig wol ! Terwijl men er niet tegen opgezien heeft om, met behulp van Jan Publiek, den invloed van de gemeente voor tien jaar tot nul te reduceeren en alle macht te leggen in handen van den eigenaardig saamgestelden Kerkeraad. En dan zegt men nog, dat de vrijzinnigen vóór invloed van de gemeente zijn ! Doe wél naar m'n woorden, maar zie niet naar m'n werken Het dictatorschap is óók wel eens aangenaam.
Ds. Van Noppen gaf in de Zwolsche Courant van 7 Febr., 3e blad, een uiteenzetting van het orthodoxe standpunt ten opzichte van de vraag : „Kerkeraad of Kiescollege", en schrijft daarin :
»Toen vorig jaar Mei de vrijzinnige predikant dr. Proost vertrok, is door de rechtzinnige leden van den kerkeraad het voorstel gedaan een rechtzinnig predikant in deze vacature te beroepen. Op billijkheidsgronden meenden zij inwilliging van dit verzoek te kunnen verwachten. Eenige cijfers ter nadere toelichting.
Het aantal gedoopte kinderen in 1930 door de drie vrijzinnige predikanten bedroeg 46 ; het aantal gedoopte kinderen door de beide rechtzinnige predikanten was 161. Van de kerkelijke collecten, zooals voor het oude-liedenhuis, werd door de rechtzinnige kerkgangers niet minder dan 70% van het totaal opgebracht. De beide rechtzinnige predikanten vervullen in een jaar 127 predikbeurten ; de drie vrijzinnigen 85.
Het zijn eenige cijfers uit de vele ; echter voldoende-om duidelijk te maken - dat het verzoek om in de vacature — dr. Proost — niet een derden vrijzinnigen, maar een derden rechtzinnigen predikant te beroepen, gegrond was. Te meer, daar alle rechtzinnige leden van den Kerkeraad zich verbonden :
1°. te bevorderen, dat de bestaande toestand, géén kiescollege, maar kerkeraad, bestendigd zou blijven tot 1941 ;
2°. tot dien tijd mee te zullen werken dat de verhouding 12 rechtzinnige leden en 30 kerkelijk vrijzinnige leden, bewaard zou blijven in den kerkeraad.
Men meende dit voorstel te kunnen doen, omdat bij alle verschil, er een geest van wederzijdsche waardeering en achting in den kerkeraad heerscht. Maar ook bleek uit deze royale houding van rechts voldoende, dat de rechtzinnige leiding niet wil heerschen en geen strijd om de macht begeert. Dit voorstel is echter door de vrijzinnige meerderheid afgewezen. Men heeft dit offer niet willen brengen. Het kan dus moeilijk ontkend worden : de strijd, dien men had willen vermijden, is ons door de vrijzinnigen opgedrongen. Wij moeten grijpen naar het eenige middel dat ons gegeven, is om meer billijke verhoudingen te verkrijgen. Wij zijn genoodzaakt te werken voor Kiescolleges.
Men behoeft deze cijfers maar even in te zien en men bemerkt dadelijk, dat het ook hier weer is, zooals in Alkmaar, Eindhoven, Boskoop, Stolwijk en overal : de vrijzinnigen hebben veel praats, maar met de belangstelling voor de Kerk en met de offervaardigheid staat 't maar treurig! Twee rechtzinnige predikanten vervullen 127 predikbeurten.
Drie vrijzinnige dominees 85 beurten. Het aantal gedoopte kinderen bij de twee rechtzinnige predikanten' is 161 ; het aantal bij de drie vrijzinnigen 46. Voor de kerkelijke collecten 70% van de rechtzinnigen, dat is dus 30% door de modernen !
En dan tegenover de alleszins royale houding van de rechtzinnigen een afwijzend antwoord!
Wij hopen, dat Zwolle op 26 en 27 Febr. a.s. een Kiescollege krijgt.
Want vragen wij nog ten slotte: „Zijn bij den bestaanden toestand de rechten der rechtzinnigen, waarop de Kerk voor hel grootste deel moet steunen, gewaarborgd ? '' — dan moet het antwoord zijn : neen !
'Ds. Van Noppen zegt dan ook : „Een groote groep Hervormde rechtzinnigen in onze Zwolsche gemeente heeft voor een deel bij een vroegere tienjaarlijksche stemming voor den Kerkeraad gestemd. Nu zij teleurgesteld zijn in hun billijke en rechtvaardige verwachtingen, wekken zij alle lidmaten, mannelijke en vrouwelijke, óp te stemmen vóór Kiescollege.
Géén dictatoriale macht, van welken kant ook.

Kerk en Volk.
Wij hebben altijd gezegd — en zeggen het nóg — dat het woord „Volkskerk" zoo gemakkelijk een verkeerden indruk kan maken. Daarom spreken wij altijd van Gereformeerde Kerk.
Het woord „Volkskerk" plaatst te veel de gedachte op den voorgrond, dat héél het volk, burgerlijk genomen, als natie dus, in de Kerk moet worden opgenomen. Natuurlijk , moet de Kerk dan wat door de vingers zien en wat water in den wijn doen, wat prediking en sacramentsbediening aangaat, ook wat belijdenis en Kerkorde betreft. Want anders is héél het volk, héél de natie, niet in één Kerk bij elkaar te houden.
Hiertegen moeten wij ons verzetten.
De Kerk is niet het volk, noch in Nederland, noch in Duitschland, nóch in een ander land. Want het geheele menschengeslacht ligt in het booze — dat is algemeen — maar de Kerk is iets bizonders, in die booze wereld — hier en elders — ingedragen door Gods genade.
Geen oogenblik maken wij bezwaar de Kerk te noemen de Algemeene of Catholieke Kerk, in den zin, dat de Heere onder alle volken en in alle werelddeelen Zijn Kerk komt uitplanten. En of de Heere Zijn Kerk in Nederland, in Duitschland, in Schotland, in Italië, in Amerika, in Indië groot of klein doet zijn — staat niet aan ons. Dat kan héél groot zijn, doordal de Heere van Zijn Geest op bizondere wijze in werking stelt in een bepaald land en onder een bepaald volk. 't Kan ook héél klein zijn, doordat de Heere van Zijn Geest op bizondere wijze inhoudt. De geschiedenis der Zending heeft wél bewezen, dat soms de Geest verhindert, ook gelukkig wel, dat soms de Geest over vélen wordt uitgestort en soms een geheel volk als 't ware wordt aangegrepen en omgezet.
Zoo kan het héél verschillend gaan met de Kerk van Christus in het midden van een bepaald volk.En wie zal het durven ontkennen, dat het met de Gereformeerde Kerk in het midden van het Nederlandsche volk niet héél bizonder gegaan is ? Nederland is een protestantsche natie geworden. En in Nederland is de Gereformeerde Kerk komen staan in het midden des volks, zóó, dat de inslag van ons volksleven gereformeerd is geworden. Het Nederlandsche volk is een protestantsch volk geworden met gereformeerden inslag, wat merkbaar is geweest in alles.
Lang vóór den Revolutietijd is er afval, groote afval gekomen in het midden des volks. Na 1789 is de Restauratie gekomen, maar veel is er toch anders dan vroeger. Door de Organisatie van 1816 is een poging gewaagd één groote Protestantsche Kerk in Nederland te krijgen en zooveel mogelijk héél het volk, of althans het grootste deel van het volk in één Kerk bijeen te houden, met hoopvol uitzicht, dat het met die éénheid des volks en die ééne groote Protestantsche Kerk hoe langer hoe beter zou worden. Maar de dingen laten zich niet dwingen en waar men de Kerk wilde uitzetten, verwaterden de kerkelijke practijken, en het volk liet zich niet vangen. Velen weigerden toe te treden, ook waar de grenzen werden uitgezet: En velen, die van gereformeerde belijdenis waren, gingen heen. Sinds is het kerkelijk vraagstuk hoe langer hoe moeilijker geworden.
Toch wil de Hervormde Kerk, met haar gereformeerde belijdenis zoo gaarne van die ongelukkige Organisatie verlost worden, om dan als Gereformeerde Kerk in het midden des volks te staan. Zij wil als Gereformeerde Kerk geen secte zijn, afgesneden stuk, losstaande van het volk. Want het Protestantsch karakter van onze natie houden we vast. De Protestanten zijn geen bijwoners in Nederiand, maar inwoners. En de gereformeerde inslag van ons Protestantsche volk, door het liberalisme steeds genegeerd, bestaat nog. En daarom wil de Hervormde Kerk, met haar gereformeerde belijdenis en haar presbyteriale Kerkorde, zoo gaarne in 't midden des volks staan als de Gereformeerde, Vaderlandsehe Kerk, met de gezinnen, met de familiën, met de geslachten verbonden, in den weg des Verbonds, zooals dat Verbond door den God des Verbonds is gehandhaafd tot op dezen dag in het midden van onze natie.
We willen geen partij, geen secte, geen afgescheiden kerkje, geen gezelschap zijn, maar Kerk, waartoe de geloovigen met hun zaad, in de geslachten, behooren, liggend , onder den band des Verbonds.
Dat moet geschieden in den weg van Gods Woord en naar de beginselen van onze belijdenis. Wat zeker moeilijk en zwaar is, omdat de afval dagelijks grooter wordt, maar wat ook de hooge en heerlijke roeping van de Gereformeerde Kerk van Nederland is, omdat deze nog 't best past bij den volksaard en n de geslachten, hier in Nederland, 't liefst begeerd wordt.
Ons volk is geen Roomsche natie. Ook geen Luthersche. Ook geen Doopsgezinde of Remonstrantsche. Ons volk is een Protestantsche natie, met gereformeerden inslag, zooals dat overal, in elke provincie, in stad en dorp nog openbaar wordt, ook zelfs wanneer in Roomsche streken de Protestanten maar even gelegenheid krijgen om zich te vestigen en te concentreeren ; ook zelfs, wanneer in puur moderne of vrijzinnige of ongeloovige streken van ons Vaderland de orthodoxe Protestanten maar even voet aan den grond krijgen. Dan is onze volksaard nog altijd Protestantsch, en wel Protestantsch met een gereformeerden inslag. Hoewel de afval benauwend groot is.
Daarom mag de Hervormde Kerk, die van ouds met de gezinnen, met de families, met de geslachten verbonden is, ook niet ontadeld en niet vernield worden door antiprotestantsche, door moderne, door verwoestende elementen. Dan gaat de Kerk verloren én dan gaat het volk verloren. Zie maar naar de z.g.n. moderne streken van ons Vaderland. Daar is de Kerk vernield, daar zinkt ook het volk weg. Het materialisme, het ongeloof legt dan beslag op de geesten, op de jongen en op de ouden.
En het gaat van ellende tot ellende.
Daarom wilden duizenden bij duizenden sinds 1816 zich ook niet afscheiden van de Hervormde Kerk. Niet omdat het de beste kerk was, wilden ze blijven. Er waren wel kringen en gezelschappen waar 't aangenamer en beter was dan in de Hervormde Kerk. Maar men wilde niet worden tot een afgescheiden Kerk. Men wilde noch de Kerk noch het volk loslaten. En nu is het de strijd en het pogen, niet om de Kerk te ontadelen en dan ook het volk verloren te laten gaan, maar om de Gereformeerde Kerk van Nederland, door den Heere Zelf in 't midden van ons Vaderland gegeven, te herstellen, op te bouwen, te reorganiseeren, te reformeeren, opdat zij mag komen staan naar den aard van Christus' Kerk in het midden des volks. Gelijk in de gezinnen en in de familiën nog altijd gevoeld wordt — meer of minder bewust — dat de Kerk niet moet uiteenvallen, maar als een zoutend zout moet werken in .het midden des volks. Duizenden begeeren  een Gereformeerde Kerk, zooals deze in 't midden van Neêrlands volk, van ouds thuis hoort en ook nog past.
De Kerk, in den weg des Verbonds, heeft in deze een grootsche, heerlijke roeping niet omdat de menschen zoo goed en zoo vriendelijk en zoo gewillig en zoo vroom zijn. Want als de Kerk daar van leven en bestaan moest, dan was het spoedig met de Kerk gedaan. Maar omdat — o, wonder van barmhartigheid en trouw — de Heere de God des Eeds en des Verbonds is, die onder ons volk, in de .gezinnen, in de familiën, in de geslachten nog werken wil door Zijn Woord en door Zijn Geest.
Wonderlijk, dat het, in weerwil van den grooten afval, in ons Vaderland nog gaat, zooals het gaat!
Het is alleen te verklaren, doordat de Heere wonderen doet. Hij alléén.
Al het gereformeerde volk van Nederland heeft er wel acht op te geven, juist in deze tijden van grooten afval !
Wat zal de uitkomst van de laatst gehouden volkstelling openbaren? Wellicht niet veel goeds !
En dan juist is de roeping van het gereformeerde volk van Nederland, in het midden van onze natie, dat een Protestantsche natie is, met een Protestantsch leven met gereformeerden inslag, om niet hopeloos verdeeld te leven en eindeloos versnipperd tegenover elkander gevonden te worden, maar om het midden van de Kerk onzer Vaderen saam te leven en op 's Heeren bevel te zijn een licht op den kandelaar en een zoutend zout.
Moeilijk, zwaar is deze zaak.
Maar wij mogen er ons toch niet van af maken en wij mogen niet meewerken dat ons volk verloren gaat.
Wat God over ons volk beschoren heeft, weten we niet. God weet het. Maar onze roeping moeten we niet vergeten. Dat mogen we niet. Dat willen we niet. En onze verwachting is van den Heere, Die trouwe houdt tot in eeuwigheid en telkens Zijn belofte waar maakt, dat Zijn genade genoeg is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's