De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPY

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPY

5 minuten leestijd

Woorden en daden.
„Het woord is thans aan den heer Hoogendijk" (te Zeist).
Met deze woorden eindigden wij ons artikel : ,,Vragen gesteld en beantwoord" in ,,De Waarheidsvriend" van 30 Januari. Onze lezers zullen zich herinneren, waarom het in dat artikel ging.
Sedert eenigen tijd heerscht bij een groep leden van de Staatkundig Gereformeerde Partij ontevredenheid over het optreden van de drie Staatkundig Gereformeerde afgevaardigden in de Tweede Kamer.
Deze ontevredenheid vindt hare oorzaak in het feit, dat in de 10 jaren, waarin de Staatkundig Gereformeerde beginselen op het Binnenhof verdedigd werden, achtereenvolgens door ds. Kersten, ds Zandt en den ingenieur Van Dis, wél veel werd gepraat, doch dat het daar nog nimmer tot eenige daad kwam.
De Antirevolutionairen en de Christelijk Historischen worden telkens in gebreke gesteld, dat zij de principiëele vraagstukken als de wederinvoering van de doodstraf, de afschaffing van den stemplicht, de opheffing van den vaccinedwang, het verbieden van de lijkverbranding enz., niet tot oplossing brengen, waartoe deze partijen, als zij maar wilden, best in staat zouden zijn.
Doch wanneer de Protestantsch Christelijke partijen dan nalatig blijven om hun beginselen in practijk te brengen, waarom — zoo vragen.de malcontente Staatkundig Gereformeerden! — pakken onze mannen dan iniet de koe bij de horens ?
Laten de woorden in daden worden omgezet.
De heer Hoogendijk, die de eensgezindheid onder de partijgenooten wil bewaren, acht dat voor ontevredenheid geen reden is.
Ongetwijfeld zoo zegt hij — komt het op daden aan, doch de geestverwanten hebben te bedenken, dat de Staatkundig Gereformeerden tot geen daad kunnen overgaan omdat tot het doen van voorstellen van wet in de Tweede Kamer 5 afgevaardigden noodig zijn, terwijl de Staatkundig Gereformeerde groep slechts uit 3 leden bestaat. Telde de club 5 leden, dan zou de partij.er op kunnen rekenen dat de politieke wenschen van de Staatkundig Gereformeerden in wetsvoorstellen werden belichaamd.
Het waren deze woorden van den heer Hoogendijk, waaraan wij. in ons artikel van 30 Jan. ,,Vragen gesteld en beantwoord", enkele opmerkingen vastknoopten.
Eén van deze opmerkingen was, dat de heer Hoogendijk, door ds. Kersten op het dwaalspoor gebracht, het heelemaal mis had, want dat voor het indienen van wetsvoorstellen bij de Tweede Kamer niet 5 Kamerleden noodig zijn., doch dat één Kamerlid reeds voldoende is. Als voorbeeld noemden wij, den heer Braat, die destijds een wetsvoorstel indiende tot afschaffing van den zomertijd.
Ds. Kersten en de zijnen kunnen dus het praten over de beginselen; staken en onverwijld tot doden overgaan. Daarmede zullen zij ongetwijfeld aan 't verlangen van den heer Hoogendijk voldoen.
Aan het einde van onze opmerking schreven wij nu : „Het woord is thans aan den heer Hoogendijk", benieuwd als wij toen waren om eens te vernemen hoe de zaken verder zouden loopen.
Intusschen zijn wij bitter teleurgesteld. Want wel komt in „De Banier" van 20 Februari een breede beschouwing van de hand van dien heer voor over een andere opmerking, die wij in ons stuk van 30 Jan. maakten, maar over dat, wat ons zoo interesseerde, houdt de schrijver zich muisstil, daarover rept hij geen woord.
Klaarblijkelijk wil hij de Staatkundig Gereformeerde Kamerleden niet in ongelegenheid brengen, door hen te dwingen nu maar eens met wetsvoorstellen voor den dag te komen en te toonen, dat het hun met de beginselen van de partij ernst is.
Doch daarmede is de zaak, die hij aan 't rollen bracht, niet van de baan.
Er bestaat een spreekwoord, dat zegt : „Wie zwijgt, stemt toe". Dit spreekwoord is ook op de handelwijze van den heer Hoogendijk van toepassing. Wat wij schreven over het indienen Van Wetvoorstellen, waar voor slechts één Kamerlid noodig is, zal ook door hem als juist worden aangemerkt.
Dat de positie van ds. Kersten bij den dag pijnlijker wordt, valt moeilijk te ontkennen.
Eerst waren het de gebroeders D. C. en J. Overduin, predikanten te Giessendam en Sliedrecht, die zich tegen de politiek van ds. Kersten verzetten en heengingen. Daarna moest de leider van de Staatkundig Gereformeerde Partij toegeven, dat het verzekeringswezen in de Gereformeerde Gemeenten reeds zoó diep is ingedrongen, dat indien verzekering werd censurabel gesteld, dit niet dan tot verwoesting der Kerk zou leiden.
En thans komt de heer Hoogendijk de Staatkundig Gereformeerde Kamerleden in opspraak brengen door hun politiek beleid in de Tweede Kamer af te keuren. Een politiek beleid, dat rijk is aan woorden, doch arm is aan daden.
Inderdaad wordt de positie van ds. Kersten en de zijnen er niet gemakkelijker op. Kerkelijk niet, doordat leden der Gereformeerde Gemeenten, die door ds. Kersten in den ban zijn gedaan wegens hun sympathie met de verzekering, niet kunnen worden verwijderd, zelfs worden er onder hen tot ambtsdrager verkozen.
En politiek niet, omdat de Staatkundig Gereformeerde Kamerleden geen hand uitsteken om de verschillende principiëele kwesties tot oplossing te brengen. Het blijft in de Tweede Kamer en in de Pers praten over de beginselen, doch de daden blijven uit.
Zou ds. Kersten voortaan niet wat voorzichtiger zijn met zijn critiek op de Antirevolutionairen en de Chr. Historischen ? Het groote woord, dat hij in de Kamer voert, maakt voor hem de zaak niet beter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPY

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's