De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

16 minuten leestijd

Uit de oude doos.
Te Alphen a.d. Rijn kwam op 9 Jan. 1907 de eerste afdeeling van den Gereformeerden Bond tot stand. Als bestuursleden werden gekozen de h.h. : B. H. Hulscher, voorzitter ; H. Mook, secretaris, en C. van den Berg, penningmeester.
Achttien leden traden tot de afdeeling toe. Op 6 Febr. 1907 ging men onder leiding van den heer C. F. Weber te Utrecht over tot de oprichting van een afdeeling van den Gereformeerden Bond. Dit was de tweede in ons land. De vergadering, door een Voorloopig Comité belegd, werd geopend met het zingen van Psalm 25 vers 2 en het voorlezen van Joh. 15 vers 1 — 17. Tot bestuursleden werden gekozen de h.h. C. F. Weber, H. Franken, A. Bardeloos, W. Hessel en J. J. van Leeuwen.
Ruim 80 personen mochten de eerste oogst zijn der vrienden te Utrecht. Alphen en Utrecht zijn de twee eerstelingen geweest !

Boskoop.
In deze rubriek willen we gaarne eens extra over Boskoop schrijven. Dertig jaren geleden kwamen we daar reeds als candidaat en later dikwijls als dominee een Zondag in de Evangelisatie. Want Boskoop was modern en daarom vergaderden degenen, die het Evangelie van Jezus Christus — het Evangelie, waarvan Jezus Christus de inhoud en het voorwerp is, het Evangelie der verlossing — lief hadden, in „de Evangelisatie". Zooals overal gebruikelijk is, stond de Hervormde Kerk Zondag aan Zondag zoo goed als leeg. De Evangelisatie was vol. Maar de vrijzinnigen gunden den rechtzinnigen de Kerk niet. Sinds is door een reeks van verkiezingen, door middel van het Kiescollege, de Kerkeraad rechtzinnig. In goede samenwerking — door den nood leert de mensch nog wel eens iets goeds — kwam er een rechtzinnige Kerkeraad, bestaande uit Confessioneelen en Gereform. Bonders. En nu is bij de gehouden stemming over Kerkeraad of Kiescollege met 360 tegen 353 — 't spande dus ! — het Kiescollege afgeschaft en is voor de eerste tien jaar aan den Kerkeraad het beroepen van predikanten en het verkiezen van ouderlingen en diakenen opgedragen !
Het Kiescollege, dat 50 jaar bestaan heeft is afgeschaft. En Boskoop is nu rechtzinnig. Alleen zitten ze nog leelijk met den dominee, die vrijzinnig is. Maar misschien is er voor hem in een of andere moderne gemeente wel een plaatsje te vinden. Dan kan Boskoop een rechtzinnig predikant krijgen. Of misschien wel twee. Dan kan de mooie kerk weer 's morgens en.'s avonds gebruikt worden. En het Evangefie van Jezus Christus kan weer van den kansel worden verkondigd.
Wat is daar dikwijls in de Evangelisatie om gebeden !
En God is een hoorder en verhoorder der gebeden van degenen, die Hem in oprechtheid aanroepen !

Dat huwelijk gaat niet door.
Een aantal vrijzinnige Hervormden, die dus een ander Evangelie brengen en begeeren dan het Evangelie der verlossing, waarvan Jezus Christus inhoud en grond is, hadden zich in actie gesteld om contact te zoeken met de pas opgerichte Vereeniging „Kerkopbouw", waar vooraanstaande Ethische theologen de leiding hebben. Maar ds. H. van Lunzen, te Hoorn, een niet onvermaard modern propagandist, schrijft — volgens het Handelsblad.— in „Ons Godsdienstig Leven" tegen een dergelijke samenwerking en wel op grond van wat ter vergadering van „Kerkopbouw" op 16 Februari verhandeld is :
„In de inleidingen, die gehouden werden, noch in de antwoorden bij de discussie gegeven, bleek ook maar één oogenblik, dat de mannen van deze nieuwe vereeniging ook ernst willen maken met het brandendste vraagstuk, met den nood, waarin de vertrapte vrijzinnige richting verkeert, d.w.z. het bleek (uit de verslagen, die wij in diverse bladen lazen) niet dat men begreep, dat de Kerk nooit waarlijk opgebouwd kan worden, als het restauratie-en aanbouw-werk niet begint met een ernstig resoluut streven naar officiëele rechtserkenning der minderheden. Het was al vaagheid wat de klok op deze Utrechtsche vergadering sloeg, en dat was te verwachten van deze op ethische leest geschoeide vergadering : veel ruim klinkende woorden maar het moeilijkste metterdaad vermijden.
„Wij zijn het aan onze vertrapte geestverwanten op zooveel plaatsen, aan een juist inzicht van dat wat „conditio sine qua non" van kerkopbouw is, aan onze eer, verplicht op geenerlei wijize een kerkopbouw-program te aanvaarden dat niet als hoofdpunt bevat het streven naar reglemeritaire rechtserkenning der minderheden "
Dat huwelijk gaat dus niet door.
Ze deugen voor elkaar niet. Ze meugen elkaar niet.
Beter ten halve gekeerd, dan ten heele gedwaald.

Een dreigend gevaar.
Onder het geschrijf over Kerkeraad —Kiescollege lazen we in de N.R. Crt. een berichtje over Ilpendam, N.-H., dat gelukkig Kerkeraad heeft gehouden en rechtzinnig is gebleven, dat door de omzetting van het Kerkbestuur daar in hoogste instantie — door de Classicale-en Provinciale Besturen enz. — tot in de Synode de meerderheid had kunnen worden omgezet en de meerderheid in de Synode Vrijzinnig had kunnen worden.
Of men ook op den loer ligt!
Waarom ? Om door de allerongelukkigste en meest onrechtvaardige bestuursorganisatie in de Synode aan de modernen een meerderheid te bezorgen ! En dat, waar de meerderheid in de Kerk in de verste verte niet modern is ; en waar men modern is, laat men de Kerk verkommeren en staat de Kerk zoo goed als leeg. Waarbij de rechtzinnigen verre, verre weg de meerderheid hebben en schier overal 't meest werkzaam aandeel hébben aan het kerkelijk leven, geestelijk, maar ook financieel.
Zouden we samen niet eens wat meer acht nog geven op dien heimelijken toeleg via de modernen, om niet alleen plaatselijke classicaal en provinciaal, maar zelfs over heel de Kerk, tot in de Synode, de meerderheid te veroveren ? En dat, terwijl men verreweg de minderheid vormt?
Eén van de wapenen waarmee men strijdt en niet weinig succes heeft, is de ongelukkige vertegenwoordiging van de Walen in de Synode.
Pletluttige gemeentetjes, die bovendien practisch geheel buiten de Nederlandsche Hervormde Kerk staan, deelen mee de lakens uit en geven aan die modernen zeer gewenschte hulptroepen, soms door twee afgevaardigden in een zitting van de Synode. Twee Walen op een totaal van 19 leden ! Is het niet de dwaasheid gekroond ? Als men nu maar wil opmerken dat de modernen niet stilzitten, maar doorwerken.
En hoe meer wij van rechts talmen, hoe liever dat de modernen 't hebben ! Hier is een dreigend gevaar !

Het schandaal van het Protestantisme.
Zóó staat het in alle couranten ! En er volgt dan een bericht, ontleend aan een Amerikaansch kerkelijk orgaan, dat de uitkomsten van de laatste volkstelling in Amerika uitwijzen, dat er in de Vereenigde Staten niet minder dan 212 Kerkgenootschappen zijn, niet meegerekend de Boeddhistische, Mohammedaansche en andere oostersche religies. Deze 212 Kerkgenootschappen behooren bijna alle tot de Protestanten. Dat is „het schandaal van het Protestantisme". De meeste van deze Kerkgenootschappen zijn zéér klein. Er zijn een 9-tal groote Kerkgenootschappen (de Methodisten Kerk, de Baptisten Kerk, de Presbyteriale Kerk, de Congregationalisten enz.) maar de kleine Kerkgenootschappen zijn talloos, en daarbij zijn de verschilpunten dikwijls zóó klein, dat een microscoop noodig is om te zien hoe ze onderscheiden moeten worden. Er is niet uit elkaar te houden hoeveel soorten Baptisten, Methodisten, Presbyterianen enz. er zijn.
Iemand, die pas uit „het land van de onbegrensde mogelijkheden" (Amerika) terug gekeerd is, sprak ons ook over deze dingen in denzelfden toon, als waarin het courantenbericht gesteld is en betreurde deze eindelooze verdeeldheid en versnippering ten zeerste.
Wij moeten maar dicht bij huis .blijven en ook voor ons eigen volk en Vaderland de hand in den boezem leeren steken ! Het sectewezen, de partijvorming, de clubgeest, de splijtzwam, de scheidingsbacil zit ook hier in de lucht. De een acht zich telkens weer beter dan de ander, om zich dan maar wéér af te scheiden en apart te gaan vergaderen. In het Vleesch begonnen, zet men het in het vleesch voort om, als God het niet verhoedt, in 't vleesch te eindigen ! Bij alle vroom gepraat is het dikwijls zoo door en door vleeschelijk.
Dat men het groote, heerlijke, heilige , meer in 't oog mocht vatten en dat niet ieder liep voor z'n eigen huis, maar dat we samen mochten ijveren voor Gods huis.
Dat de Kerk des Heeren in dezen lande mocht worden herbouwd, om in het midden des volks te staan als een brandende kaars I

De Zuiderzee-provincie.
Het is een publiek geheim, dat bet met de drooglegging van de Zuiderzee niet heelemaal naar wensch gaat. Het reuzenwerk kost ontzaglijk veel geld. Veel te veel voor dezen crisis-tijd. Daarbij is het zeer de vraag of .de baten straks naar verhouding van de kosten zullen zijn.
Zooals men weet, is de eerste godsdienstoefening in den Wieringerpolder gehouden. Dat is dus het begin van iets nieuws. De eerste gemeente-vorming en Kerkstichting zal nu wel spoedig volgen. In dit jaar komen de eerste vaste bewoners van dezen nieuwen grond. De eerste kerk zal dus wel spoedig moeten worden gebouwd. Maar hoe zal het dan verder gaan ?
Het Maandblad voor Kerkvoogden schrijft : »Inmiddels schijnt in wel ingelichte kringen wel aangenomen te worden, dat van de drooglegging der groote Zuidelijke polders (die eigenlijk het groote werk zouden zijn binnen afzienbaren tijd niets zal komen wegens gebrek aan geld. Zelfs is het volstrekt nog niet zeker of de kleine N.O. polder aan de Friesche kust wel komen zal.

Kerkverwarming.
ln vele gemeenten geven Kerkvoogden — en ook de Kerkeraad doet mee — aandacht aan 't vraagstuk : hoe de Kerk het best verwarmd kan worden. Ons bereiken wel eens vragen in deze richting, maar we kunnen natuurlijk geen advies uitbrengen. Daarvoor moet men een ander kantoor zoeken. Toch interesseert ons deze zaak niet weinig. En daarom laten we hier een bericht volgen, uit een artikel, voorkomend in het Maandblad van de Vereeniging van Kerkvoogden. Het is dus geen bericht van een fabrikant, maar van Kerkvoogden, en wel van Kerkvoogden te Eibergen (Geld.), waar de kerk geheel is gerestaureerd (men zie de mooie foto's, die afgedrukt zijn).
»De verwarming van de kerk — zoo lezen we — »is met heete lucht. Ze voldoet uitstekend. Er is een luchtoven, die de lucht verwarmt, wat geheel automatisch in de kerk stroomt. Zoowel 's winters als 's zomers kan de kerk worden geventileerd. De bediening der installatie is eenvoudig en het brandstoffenverbruik zeer laag. De installatie is uitgevoerd door, en geheel volgens de plannen van de N.V. Beukers' Verwarmings-Mij.; te Schiedam«.
Naar dit systeem eens te informeeren, kan h.h. Kerkvoogden, die naar de beste wijze van kerkverwarming zoeken, aanbevolen worden.

Reglementswijzigingen.
Het Maandblad van Kerkvoogden schrijft : Met ingang van 1 Januari 1931 zijn de artt. 2 en 3 van het Algemeen Synodaal Reglement gewijzigd. De bedoeling is, om te doen uitkomen, dat er geen lidmaatschap van de Kerk in 't algemeen (de Kerk in haar geheel genomen, als algemeene Kerk) bestaat, die steeds van een bijzondere (plaatselijke) gemeente, binnen welker ressort men „naar de burgerlijke wet woonplaats heeft". Men kan dus niet lidmaat van de Ned. Hervormde Kerk in 't algemeen zijn, maar als men onder Hillegersberg vvoont, moet men z'n attestatie in Hillegersberg indienen, en kan men b. v.  geen lidmaat te Rotterdam zijn, enz.
1 „Deze wijziging" — zegt het Maandblad — ,, is ook voor Kerkvoogdijen van belang, daar men nu niet meer door het niet indienen van zijn attestatie zich aan den hoofdelijken omslag kan onttrekken".
De tweede wijziging, die voor de Kerkvoogden van belang is, is, dat zij verdwenen zijn uit art. 11 van het Reglement op de erkenning van nieuwe gemeenten. Ze zijn daar niet volstrekt noodig. Men kan 't ook zonder Kerkvoogden doen.
De derde wijziging betreft art. 22 van.het Reglement voor de Diaconieën. Tot nu toe mocht de Kerkeraad het saldo der Diaconierekening tegen behoorlijke rente aan de plaatselijke Kerkekas (Kerkvoogdij) ter leen geven. In het vervolg is daarvoor noodig de machtiging van het Classicaal Bestuur en tevens moet de aflossing geregeld worden. Blijkbaar liet men dit laatste wel eens na.

Het aantal vacatures en studenten
Op 1 Januari 1930 waren er 340 vacatures, op 1 Juli 1930 waren het er 327. We gingen dus vooruit ! Ook was bet aantal theologische studenten groeiende. We gingen vooruit, dubbel vooruit, al was 't niet met zulke groote stappen. Maar 1 Januari 1931 waren er weer 328 vacatures en dus weer één meer dan op 1 Juli. Toch is 328 minder dan 340 en zijn we het laatste jaar vooruit gegaan wat de vacatures betreft, d.w.z. is het aantal minder geworden .
Na de kortstondige wijziging van het aantal studenten in de godgeleerdheid is daarin weer een daling ingetreden. In 1929 zijn er 101 nieuwe studenten in de theologie aangekomen — 101 a.s. dominees ! — maar in 1930 was dit getal 67. ,,Van teekenen, die op een werkelijke verbetering wijzen" — zegt het Maandblad voor Kerkvoogden — „is dus nog geen sprake".
Wij gelooven, dat wanneer eens ernstige pogingen werden gedaan, dat onze Hervormde Kerk weer een Christus-belijdende Kerk werd en wanneer we dan samen eens ernstige pogingen deden om de financieele basis van ons kerkelijk leven beter te maken — dan zou het aantal studenten ook wel toenemen en het aantal vacatures wel slinken !
De Kerk zou met een en ander moreel en financieel gebaat zijn !

Ned. Herv. Stichtingen voor geesteszieken.
De volgende mededeeling der Nederlandsch Hervormde Stichtingen voor zenuw-en geesteszieken plaatsen we gaarne :
,,De bouw en inrichting van het eerste Krankzinnigengesticht „Zon en Schild" te Amersfoort is thans in zooverre gereed dat er patiënten kunnen worden opgenomen.
In tal van Hervormde gezinnen komt de vraag telkens naar voren : waar men familieleden, die in een dergelijke inrichting verpleegd moeten worden, 't beste kan plaatsen. Het behoeft nu niet meer voor te komen, .dat patiënten uit Hervormde gezinnen, die verpleging behoeven, in neutrale gestichten worden ondergebracht. Zij kunnen in „Zon en Schild" die verpleging en verzorging vinden in een sfeer, overeenkomende met eigen religieuse gevoelens.
De inrichting is gebouwd en ingericht  naar de allernieuwste eischen op dit gebied.
In dr. Bruyn, vroeger te Delft, is een Geneesheer-directeur gevonden, aan wie de patiënten met het volste vertrouwen kunnen worden overgegeven.
De geestelijke verzorging zal geschieden geheel overeenkomstig de belijdenis onzer Hervormde Kerk.
De gelegenheid tot opneming van patiënten staat dus nu open !
De Heere Zelf zij een „Zon en Schild en geve „genade en eere".

Kerktelefoon voor zieken.
De radio-preeken zijn bekend. Wat hebben we al uit veler mond gehoord, tot hoe groote blijdschap en vertroosting de radiopreeken kunnen zijn ! En velen betreuren het, dat er zoo weinig bondspredikanten voor de radio spreken. Maar we willen 't nu niet over de radio-preeken hebben, maar over het preeken voor zieken. En wel over het uitzenden, of doorzenden van de preek door de plaatselijke gemeente aan de zieken in eigen gemeente. Over de Kerktelefoon voor zieken. Onze collega te Rotterdam, ds. J. A. Tazelaar, ijvert daar nog al voor en heeft deze goede zaak reeds krachtig naar buiten aanbevolen, voor de steden en voor de dorpen. ,,Ziekentelefoon is daarom van zoo uitnemende beteekenis, wijl zij brengt licht in leed, troost in lijden, gemeenschap der heiligen in de eenzaamheid. De kranken en ouden kunnen niet komen naar de kerk, nu komt door de ziekentelefoon de kerk naar hen" — schrijft ds. Tazelaar. En verder : „de ziekentelefoon vergemakkelijkt den pastoralen arbeid, omdat ze inhoud geeft en afwisseling aan het ziekenbezoek".
Hij zegt dan ook : Geen enkele Kerk zonder ziekentelefoon!
Eind 1930 hadden ongeveer 200 kerken 'n ziekentelefoon-lnstallatie. De eerste kerk die deze installatie invoerde, was de Gereformeerde Kerk van Urk (25 Febr. 1925),
Hulde voor de activiteit van deze kerk, gelegen midden in de Zuiderzee, op een van onze kleinste eilanden !
Aan de Gereformeerde Kerk van Rotterdam komt de eer toe, dat zij de mogelijkheid van de ziekentelefoon bewezen heeft voor de groote stad. Op 1 Juli 1930 had zij 73 aangesloten perceelen met 343 onderaansluitingen (tehuis voor ouden van dagen en ziekenhuis Eudokia inbegrepen).
De Gereformeerde Kerken gaan dus in deze vóórop, zoowel in de kleine gemeenten als in de groote steden. De Hervormde Kerk — de Volkskerk — komt weer leelijk achteraan, en dan wel juist in iets, dat onder het volk van zoo groote beteekenis kan zijn voor den pastoralen arbeid, ook als Evangelisatiewerk.
Kan hier en daar niet een Commissie in 't leven geroepen worden, bestaande uit leden van den Kerkeraad (geestelijke verzorging van de gemeente) van de Kerkvoogdij en uit de gemeente, om deze zaak in kleine en groote gemeenten ter hand te nemen en te bevorderen, dat op meerdere plaatsen een ziekentelefoon komt ?
Aan het Maandblad voor Kerkvoogden ontleenen we nog enkele opmerkingen uit de brochure van ds. Tazelaar genomen. ,,Ziekentelefoon is het overbrengen van de godsdienstoefening uit de kerk over de kabels van de rijkstelefoon naar de ziekenkamer. Op den kansel wordt daarvoor een microfoon aangebracht. De preek wordt vandaar storingvrij (in tegenstelling met de radio-preek) doorgezonden naar al de onzichtbare hoorders, die per hoofdtelefoon of per luidspreker luisteren.
(De dooventelefoon en die ziekentelefoon kunnen in een kerktelefoon-centrale gecombineerd worden: met één microfoon en één accumulator)". Men kan de gewone godsdienstoefening zoo uitzenden, ook de Avondmaalsbediening, ook de huwelijksinzegening enz. Met microfoon en stopcontact kan men hier „wonderen" doen. ,,De hoofdtelefoon voor de zieken moet zéér licht zijn. Er zijn Fransche merken, die slechts 130 gram wegen. Ook bestaan er telefoontjes op een steel van 27 cM. lang ; ook zelfs een telefoonkussentje, waarop de luisteraar slechts het hoofd behoeft te leggen om .heel duidelijk de preek te kunnen volgen.
Om de onkosten te bestrijden, vraagt de Kerk vergoeding van zieken, die geregeld van de aansluiting gebruik maken ; men houdt tweemaal per jaar een Kerkcollecte ; men vraagt contributies en bijdragen van belangstellende gemeenteleden ; men geeft busjes uit, om op te hangen bij de ziekentelefoon enz.
Het Maandblad voor Kerkvoogden laat aan het slot van een artikel deze ont­boezeming los : „bij onze Gereformeerde broeders is een principiëele en krachtige organisatie. Ook is hun zin voor de beteekenis der moderne techniek en voor efficiency (d.i. de leer der nuttigheid) in kerkelijke zaken zeer te prijzen en deze staat zeker verre boven het domme en conservatieve gewauwel in sommige Hervormde kringen. De organisatie van de dooven-en ziekentelefoon van onze Kerk onder de oogen te zien, is van groot belaag". Daaraan vooraf ging deze zinsnede : „Bij ons bestaat het verlammende richtingsverschil, de scheiding tusschen bestuur en beheer, en de slechte offervaardigheid der leden".
Als dit zoo is — kunnen we dan niet met elkander zoeken naar wegen en middelen, om van 't „verlammende richtingsverschil" af te komen ? Moet dat niet ? Moet dat niet zoo spoedig mogelijk, opdat de Hervormde Kerk weer als Christus-belijdende Kerk in het midden des volks komt te staan ?
En waarom gaat men nog steeds voort — zelfs in „D e Nederlander" — om de menschen bang te maken, dat de Kerk zoo achteruit zal gaan, wanneer de Hervormde Kerk weer als Kerk, als belijdende Kerk, gaat optreden ?
Waarom zegt men, dat .het aantal leden zal verminderen, dat het met de financiën verkeerd zal gaan, enz. enz. ?
Men suggereert de menschen en maakt ze bang, om toch maar tegen Kerkherstel, tegen reorganisatie, tegen reformatie van onze Hervormde Kerk te zijn. En men ziet, dat nu alles dood gaat, terwijl in een Kerk, die als Kerk uitkomt, de organisatie, de offervaardigheid, de zin voor de werkelijkheid, de zin voor kunst, techniek enz. enz. toeneemt!
Jammer, dat men een huis, dat tegen zichzelf verdeeld is, wil bestendigen, ook al zegt men telkens dat een huis, dat tegen zichzelf verdeeld is, niet bestaan kan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's