FEUILLETON
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
„Dat komt — ja, wat zal ik zeggen — „'t is een beroerde boel, en als de menschen elkander niet beter leeren verdragen en behandelen, dan gaat het glad verkeerd, 'k Ben vro.eger ook wel eens anders geweest, maar 't leven leert je den weg wel, tenminste als men eenige winst doet met de ervaring die men krijgt.
„De oorzaak zit hier, boer Burenga, dat de mensch God verlaten heeft, en wie God verlaat heeft smart op smart te vreezen. Dat geldt voor den enkelen mensch, dat betreft een heel volk, en eerst wanneer voor Hém gebogen wordt en de vraag : ,,wat wilt Gij dat ik doen zal ? " het leven komt beheerschen, eerst dan komt er verandering. Daar moet een terugkeeren zijn van hoog en laag tot God en Zijn getuigenis ; wie dit niet wil, heeft geen dageraad".
„'k Zeg niet, dat je geen gelijk hebt. Ik erken ook de beteekenis van den godsdienst voor heel het leven, en daarom kwam ik eigenlijk ook even oploo^jen. 'k Moest naar den wagenmaker en dacht : laat mij even bij Jasper aankijken. De volgende week is het, naar ik hoor, „zitplaats verhuren" in de kerk. Je wilt zeker wel zorgen dat ik ook een zitplaats krijg? Maar dan achterin hoor. Je weet wel, die bank onder het orgel, en dan liefst een hoekje, 't Komt er niet op aan wat het kost".
„Best, boer" — zei Jasper, die zijn ooren nauwelijks gelooven kon. Wie had zooiets voor enkele jaren terug kunnen denken ?
,,Je kijkt me zoo verwonderd aan" — vervolgde Burenga lachend — „'k hoop niet dat alle menschen dat doen, wanneer ik de kerk binnen kom".
„'t Zal wel wat meevallen, boer, en in elk geval zullen de wèldenkenden zich daar over verblijden en uw eigen huis daardoor gezegend worden".
„Maar daar doe ik het niet om".
„Dat is gelukkig ook, maar in den weg der gehoorzaamheid ligt toch een genadeloon ; ik heb het biij ervaring. Bovendien geeft dit vrede aan 't hart en rust in het leven". „Dat geloof ik ook wel, maar een mensch moet wel eens door schade en schande wijs worden, 'k Heb echter liefst, dat er geheel niet over gesproken wordt. Geen mensch gaat er iets van aan, en als ik kom zullen ze het wel zien. En nu wensch ik jullie verder een goeden avond".
„'n Avond boer".
„Een type" — zei Jasper, toen Burenga vertrokken was.
„Maar een eeriijke man, met een oprecht karakter. Hij zegt precies zoo hij denkt" — was het antwoord.
Wat kunnen er toch wonderlijke dingen gebeuren, waar geen mensch vooruit iets van weet, maar die plotseling een wending aan het leven geven en voor velen van beteekenis zijn. Zoo was het ook met deze verandering die er bij Burenga plaats greep. Neen, hij wilde niet fijn worden, maar kon toch niet voorkomen dat het als een loopend vuurtje door het dorp ging toen hij voor het eerst met zijn vrouw naar kerk stapte. Zonder een woord te zeggen, weken de jongelui op het plein voor de hoofddeur, waar gewoonlijk vertoefd werd tot de voorlezer voor het bordje kwam, achteruit, evenwel elkander veelbeteekenenide blikken toewerpend.
Voor ds. Randwijk was het ook een verrassing toen hij hem zitten zag. 'n Dag of wat van te voren was hij nog op ,,Unia-State" geweest en had een uitvoerig gesprek met Burenga gehad over verschillende godsdienstige vraagstukken en de velerlei richtingen die er gevonden worden, maar zonder dat deze ook maar iets had uitgelaten van zijn voornemen. Wèl was 't hem opgevallen hoe de boerin veel vroolijker was dan voorheen, wat echter door hem werd toegeschreven aan het langzame herstel van haren man, waardoor hij steeds meer in zijn vorigen doen kwam. Thans werd het hem evenwel duidelijk dat deze blijde stemming nog een andere oorzaak had. Burenga begon kleur te bekennen. Niet alleen dat hij in huis veel meer belangstelling toonde voor de eeuwige dingen dan voorheen, maar ook kreeg hij vrijmoedigheid dit zonder vrees te laten zien. Want wat hij was, dat was hij volkomen, met zijn geheele hart, zonder te vragen of de menschen het goed vonden.
't Was hem .eerst wel vreemd in de kerk. Boer Rijipkema en Zantema zaten in de kerkvoogdijbank veel meer op hun gemak dan hij, en in de preek kwam heel veel voor dat hij niet begreep, maar dat zou wel komen, dacht zijn vrouw, toen zij later thuis hierover spraken. Bovendien kan een mensch toch ook heel zoo'n preek niet onthouden, of hi} mocht wel een hoofd hebben al's een almanak, zoodat hei ook niet erg was wanneer iets vergeten of niet begrepen werd. 't Voornaamste was maar, dat de weg naar de kerk gevonden was, want het sprak vanzelf dat nu voortaan zijn plaats bij de morgenbeurten niet veei ledig gevonden werd. Was het voorheen zijn gewoonte des Zondagsmorgens het land in te steken om de koeien te bezien of zijn berekeningen te maken, — die vervelende belastingmenschen maakten, dal ook een boer moest gaan boekhouden —. nu werd het stilzwijgend gewoonte dat alle arbeid zooveel 't kon aan kant gezet werd en het paard voor de brik gespannen offl de familie kerkwaarts te brengen. Zoo, dat het maar heel kort duurde of de menschen van Zorgvliet wisten niet beter dan dat óók Burenga bij het belijdend deel der gemeente behoorde.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's