De Kleine Luijden
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
Echter bleef dit geval niet op zich zelf staan. Veeleer kwam er een geestelijke opwekking en ontwaking in de gemeente, waarbij meerderen betrokken werden. Zorgvliet werd een lichtpunt in de kerkelijke wereld, en in andere gemeenten werd gesproken over de veranderingen die hier plaats hadden. Er gebeurden wonderlijke dingen, die men nooit had durven verwachten.
Maar waarbij de arbeid van ds. Randwijk in de gemeente niet vreemd aan was. Integendeel, veeleer mocht men deze gebeurtenissen beschouwen als de vruchten, onder den zegen des Geestes gegroeid uit het zaad, dat hij op allerlei wijze en met verstand, in getrouwheid wist uit te strooien. Want zonder dat hij het er altijd op toeleggen ging, om bijv. bij zijn bezoek aan de gemeenteleden in hun huizen een geestelijk gesprek te krijgen, lag er toch in zijn woorden en gansch zijn verschijning iets waardoor de menschen gevoelden dat hij een man was die wandelde in eeuwigheidslicht en daardoor ook de tijdelijke dingen heel anders zag, maar daarom ook heel anders behandelde dan de menschen, die alleen uit de aarde zijn. Juist dat was zijn kracht, maar voor Zorgvliet tevens een zegen.
,,Dominé Randwijk is 'n wonderlijk man" — zoo spraken zelfs degenen die anders in 't gewone leven zich weinig met den godsdienst bemoeiden, of tot een andere kerk behoorden — „vóór hij begint te spreken, heeft hij' het eigenlijk al gewonnen, zoodat hij vast altijd gelijk krijgt".
Maar de meesten wisten niet, hoe hij daarvoor dagelijks dicht leefde bij de poort van het Vaderhuis en al de nooden zijner gemeente, klein en groot, gewoon was op te dragen in het gebed aan den Heer. Dat maakte hem sterk. Dat hield hem frisch. Dat gaf hem steeds het rechte woord, doch deed hem tevens waken over al de stoffelijke en geestelijke belangen van zijp kudde. Zoodat hij de vraagbaak en de raadsman en de leidsman van allen werd. Geen zaak van belang werd er behandeld of dominé moest het weten. Geen quaestie was zoo gering, of dominé werd geraadpleegd of als scheidsrechter gevraagd. Als de ouders niet wisten hoe het met de kinderen moest, ging dominé gewoonlijk in overleg met meester een weg wijzen. En als de nood van het leven prangde, omdat de wreede dood den staf des broods gebroken had of den verzorger wegnam, dan moest het al vreemd komen als dominé niet een uitweg vond, waardoor althans in de eerste behoeften kon worden voorzien.
Geen grooter onrust was er in de gemeente, dan wanneer soms vreemde mannen, met een notitieboekje gewapend, liefst vlak voor den preekstoel of ook wel eens in de buurt van Burenga plaats namen, ten einde den dominé te hooren met het oog op deze of gene vacature. En wanneer daarop dan een beroeping volgde, dan was Zorgvliet niet eerder tot kalmte gekomen dan wanneer ook het bedanken was bekend gemaakt. „Het is zóó maar gelegen" — zei Burenga eens, toen vanuit Holland voor de zooveelste maal gepoogd was ds. Randwijk te loodsen — ,,geen mensch is hier onmisbaar, en de wereld zal zonder mij, en wie ook, even goed blijven doordraaien, maar wij kunnen ds. Randwijk hier in Zorgvliet niet missen, zoolang hij nog is, die hij is", — En dat hij zulks meende, heeft hij, meer dan iemand uit Zorgvliet ooit geweten heeft, met de daad getoond. Want die hem éen keer voor zich gewonnen heeft, die heeft hem ook geheel.
Niet minder groot was de omkeering die er in 't huis van kleinen Symen plaats had. 't Was omstreeks dezen zelfden tijd dat hij op 'n Zaterdagmiddag zeer ontstemd thuis kwam. Als gewoonlijk was Syke met den bollekorf het veld in. Zaterdags had zij de buitenkriete, wat zooveel beteekende, dat zij niet vóór den avond thuis wezen kon.
De kinderen werden dan zoolang maar aan de hoede van buurvrouw toevertrouwd of liepen op straat, om niet zelden allerlei kattekwaad uit te halen. Dit alles gevoegd bij de onaangename tijding, hem zoo juist van den baas gebracht, maakten dat Symen niet weinig uit z'n humeur was. Alle vrouwen waren vooral op Zaterdagmiddag in haar woning om alles voor den volgenden rustdag netjes op orde te hebben, en Syke liep daar door de landen te zweeten om, als zij thuis kwam, niet veel lust meer voor den huisarbeid te gevoelen, 't Was een ellendig leven, met weinig uitzicht op betere tijden. Van de organisatie, waarover Symen zoo gedroomd had, is niets terecht gekomen, doch al was zulks het geval geweest, dan besefte hij nóg wel, dat daarmee alles niet kant en klaar was. De hervorming moest van binnen uit, bij den mensch zélf beginnen. Dat had hij laatst eens door Jouke hooren zeggen en daar was hij over beginnen na te denken.
Wat had men al aan een prachtige theorie als de practijk er mee in strijd was ! Wat gaf alle organisatie, met het doel om de levensverhoudingen dragelijk te maken, wanneer in eigen hart de begeerte niet gevonden werd om in den allernaasten kring betere toestanden te krijgen ! Maar welk een stuk van zijn leven lag dan ook tot hiertoe als braakland woest daar-heen. Hoeveel avonden had hij wel niet aan den gezelligen haard van anderen doorgebracht om daar een groot woord te doen over de misstanden in het leven en dan daarbij niet zelden een vergelijking te maken tusschen andere huisgezinnen, waar alles in de puntjes was, en 't zijne, waar ternauwernood een blind paard meer eenig kwaad kon doen, maar wat had hij ook ooit ernstig gedaan om daarin verbetering te brengen ?
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's