De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPY

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPY

5 minuten leestijd

De koloniale politiek.
De ,,los van Holland"-beweging, die tot doel heeft de bevordering der ontvoogding van de Indische volken en het proclameeren van de zelfstandigheid van Indië, vindt zoowel in de Overzeesche Gewesten als hier te lande veel belangstelling.
Vooral zijn het de communistische en socialistische specialiteiten in Indische zaken, die zich tegen het volgen van een omzichtige koloniale politiek verzetten.
Voor hen gaat 't proces van een voorzichtigen, doch gestadigen voortgang in de wijziging van de besturen, om zoodoende Indië tot verdere ontwikkeling te brengen, te veel een slakkengang.
Zij zien echter voorbij, dat een onmiddellijke losmaking van den band van Nederland met Indië op een chaos zou moeten uitloopen, en dat, wanneer de Inlandsche vorsten weer de macht van vroeger in handen kregen, dit niet ten voordeele, maar ten nadeele zou zijn van de volken, wier belangen thans aan Nederland zijn toevertrouwd.
Dat het beleid der Nederlandsche regeering in Indië den toets der critiek veilig kan doorstaan, daarop vestigde nog onlangs dr. Colijn, de kenner van Indië, de aandacht, toen hij o.m. verwees naar het artikel in de „New-York Times'' van 11 Februari, waarin de Minister van Handel, uit het Kabinet Wilson in de Vereenigde Staten van Amerika, bekend ook met onze Koloniën, niet minder zegt dan dit : „dat Holland aan elk land den weg wijst voor het voeren eener goede koloniale politiek. Holland heeft het geheim ontdekt, zoo zegt deze Minister, van een effectieve koloniale politiek, die noch door Engeland, noch door de Vereenigde Staten in deze mate is ontdekt geworden", 
Deze uitlating van den Amerikaanschen Minister, die voor Nederland zeer vleiend is, stemt ook overeen met menige andere van volkomen bevoegde beoordeelaars.
Het trof nog dezer dagen, hoe het Chr. Historisch lid der Eerste Kamer, de heer J. ter Haar, die op het oogenblik een reis door Indië maakt, het koloniaal beleid in Indië ook zeer gunstig beoordeelt. In een interview, voorkomende in de „Indische Courant", verklaart de heer Ter Haar niet te begrijpen, waarom sommigen, wat er ook van komen mag, het op een zelfbestuur van Indië willen, laten aankomen. Indië is toch geen eenheid, en zal het ook nooit kunnen worden. Javanen, Madoereezen, Balineezen, Sumatranen, Dajakkers, enz. zijn volken met geheel verschillende zeden en gewoonten.
De heer Ter Haar geloofde dan ook, dat deze volken het steeds beter zouden hebben onder Nederlandsch bestuur dan onder zelfbestuur.
Daarbij komt ook nog, dat, wanneer Nederland Indië zou loslaten, er zich spoedig wel een andere groote mogendheid zou aanmelden om Indië van Nederland over te nemen. Of daarmede de belangen van de Indische volken zouden worden gediend, is zeker aan twijfel onderhevig.
Natuurlijk zou het heel dom zijn, een koloniale politiek te voeren die geen rekening houdt met den opkomenden drang naar vrijheid en zelfstandigheid bij de koloniale bevolking. Doch aan het voeren van zulk een politiek maakt Nederland zich zeker niet schuldig.
Zijn koloniaal beleid is er toch vooral in den laatsten tijd op gericht de Inheemsche bevolking van Indië aan te sporen tot medewerking en tot samenwerking, een politiek, die er toe zal leiden om met Gods hulp haar zegenrijke gevolgen voor de Indische volken af te werpen.

Meer bescheidenheid gevraagd.
„De Saambinder", het correspondentieblad der Gereformeerde Gemeenten in Nederland, bespreekt in het nummer van 12 Maart de schoolkwestie te Middelburg en den goeden afloop, welke deze zaak voor de Gereformeerde Gemeente daar ter plaatse heeft gekregen.
Het blad schrijft daarvan :
Dezer dagen is door de Kroon een beslissing genomen in het geding inzake de school te Middelburg.
Men herinnert zich wellicht, hoe deze zaak zich toedroeg. De Schoolvereeniging huurde van de gemeente eenige schoollokalen tegen ƒ200.— per jaar. Inmiddels had de school reeds een voldoend aantal leerlingen bereikt om op grond van de coalitie-Lager Onderwijswet 1920 recht te hebben op een eigen schoolgebouw. De Raad van Middelburg bleek evenwel niet bereid hiertoe mede te werken. De Schoolvereeniging ging in beroep bij Gedeputeerde Staten, die den Raad verplichtten een schoolgebouw beschikbaar te stellen voor deze school. Begin November besloot de Raad bij de Kroon in beroep te gaan tegen deze beschikking.
Door ds. Kersten werden voor den Raad van State namens de Schoolvereeniging haar belangen, door de coalitie in de pacificatie van het onderwijs gelukkiglijk vastgelegd en bepleit.
Thans vernemen wij, dat het geding door de Schoolvereeniging gewonnen is. Aangezien thans vier lokalen van de gemeente gehuurd worden, beteekent deze beslissing, dank zij 't werk der coalitie, een voordeel van ƒ800.— per jaar voor de Schoolvereeniging.
Behalve hetgeen wij in de correspondentie, vet gedrukt, lieten invoegen, geeft het Schrijven in „De Saambinder" ons weinig aanleiding tot verder commentaar (toelichting).
Alleen willen wij er onze verbazing over uitspreken dat, terwijl „De Saambinder" telkens wanneer dit maar even pas geeft, de coalitie als een goddelooze uitvinding, of, als een instrument van satan kenmerkt, de Gereformeerde Gemeenten toch van 't geen de coalitie op schoolgebied tot stand bracht, voor hun onderwijsinrichtingen rijkelijk profiteeren. De eene school van de Gereformeerde Gemeente verrijst na de andere. Zouden de Gereformeerde Gemeenten consequent handelen, dan moesten zij de voordeelen van de onderwijspacificatie niet willen accepteeren, deze als een werk van satan moeten afwijzen en uit eigen middelen, ook al ging dit gebrekkig, scholen moeten bouwen.
Doch dit doen de Gereformeerde Gemeenten niet. Zij strijken, evenals alle andere vereenigingen, de tienduizenden guldens op, die als een rijpe coalitievrucht hun in den schoot vallen.
Ook voor deze Gemeenten zou het betrachten van een beetje bescheidenheid geen overdaad zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPY

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's