Rusland.
Daar klinkt uit Rusland's verre dreven.
Een noodkreet door het gansche land
Van hen, die beven voor hun leven.
En strijden voor het heiligst pand.
Voor hen, die hunnen God belijden,
Al is de vorm dan ook verdeeld ;
Die voor hun Kerk en godsdienst strijden.
Is 't leven daar een jammerbeeld.
Verjaagd, beroofd, door honger voortgedreven.
Mishandeld vaak tot in den dood,
Gevangen in moordlust, daar hier hun leven
Zich wijdde aan God in den bittersten nood.
Waarom dan dat woeden van 't dierlijk geboeft.
Dat moorden in verfijnden baat ?
Het is om den God, dien elks hart toch behoeft,
Te bannen, met de Kerk, uit den Staat.
Geen God en geen meester, geen knellende band ;
Een ieder mag doen wat behaagt.
Mits hij de Sovjet erkent als de hand
Die leidt en bestuurt, doch tevens hem verlaagd.
Zal God dan gedoogen dat Zijn Naam wordt bespot.
Dat Hemel en Hel wordt veracht;
Och arme, geen spotter ontkomt hier het lot,
Waar zijn waanzin hem brengt of wellicht reeds bracht.
Eenmaal spreekt God : Tot hiertoe, niet meer.
De maat is den beker ontloopen.
Wie Hem tergt en schendt in Zijn eer.
Heeft niets dan ellende te hopen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's