De kleine luijden
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
Had Syke, goed beschouwd, geen slavenleven, waaronder haar lichaam en geest zichtbaar leed en vóór den tijd verouderde ? Ging zij niet elken dag al weer aan even getrouw haar afmattende taak volbrengen als het paard voor den karnmolen en was dit alles door hem wel ooit gewaardeerd ? Waar zou hij gekomen zijn, als hij haar niet had ? En wat kwam er van zijn gezin terecht zonder hare bijverdiensten ? 't Was toch geen pleizier voor haar om, terwijl hij deelde in 't genot van een vrijen Zaterdagmiddag, die gewoonlijk in ledigheid werd doorgebracht, met zulk een hitte, belast en beladen van de eene boerderij naar de andere te zwalken om enkele stuivers te verdienen en dan tegen den avond dood-op thuis te komen, waar haar dan echter nieuwe arbeid wacht. Als hij eens begon met te trachten het huiswerk te doen. 't Was wèl de verkeerde wereld, zooals spotprenten 't wel eens voor stelden, en 't zou hem ook niet erg handig afgaan, maar als het niet kon zoo 't moest, dan moest het maar zoo het kón, en in ieder geval had hij dan de voldoening, zijn best gedaan te hebben. Hé, wat Syke daar van zeggen zal !
Toen heeft Symen de jas uitgetrokken, weldra 't vest er bij, om zoo goed en zoo kwaad het ging het huis met bezemen te keeren. Dat was wat nieuws. „Wat zullen wij nu beleven !" — heeft de buurvrouw lachend gevraagd, doch om hem aanstonds bij dit werk aan te moedigen en nuttige wenken te geven. Of hij misschien haar spons en zeemleer even gebruiken wilde vóór het lappen van de glazen, of den luiwagen voor het schrobben van den vloer. Jammer, dat die tafel zoo verfloos was. Maar zij heeft een afgedankt kleed, dat echter nog niet zoo slecht is, — of Symen dat misschien gebruiken kon. Wacht, zij heeft ook nog wel een stuk mat, dat over den vloer, langs de beschutting dienst kon doen en waardoor het hier wat gezelliger werd. Als de kinderen nu ook nog voor de terugkomst van de moeder een Zaterdagavondbeurt kregen, en dan de koffie op tafel stond, dan zou zeker de verrassing compleet zijn. Symen moest eens probeeren dat klaar te spelen.
En hij heeft het klaar gespeeld, 't Kostte hem zijn zweet, en dat op een vrijen middag, maar hoe meer hij werkte, hoe meer lust hij kreeg. Nu en dan moest buurvrouw even geraadpleegd, omdat hij er glad mee verlegen was. Nog nooit had hij geweten dat het leven eener vrouw uit zoovele duizenden kleinigheden bestaat, maar die alle behartigd moeten worden, omdat het anders alles misloopt. Wat was er toch een werk in huis, zou alles een beetje netjes zijn ingericht !
„Nu je toch de zaak zoo extra nagaat en in orde wilt hebben, moet het koperwerk ook geschuurd" heeft buurvrouw gezegd, en heeft hem toen met haar eigen doosjes en potjes en doeken vóórgedaan hoe het moet. In stomme verbazing, den mond half open, gluurden de oudsten der kinderen door de heldere ruiten naar binnen, zij hadden hun vader nog nooit zoo zien werken, „'k Wil eens zien, " — zei de een tegen den ander, maar Symen zei : „nog niet ; speel nog maar tot je moeder komt, of wanneer ik je roep."
Doch kinderen zijn vaak net als de varkens. Juist nu hadden zij aan spelen geen lust, waarom Symen, toen alles kant en klaar was, hen naar binnen riep, om nu hun een veranderingskuur te doen ondergaan. Eerst leek het hun niet goed. Zóó ver in het koude water. Maar Symen was kort aangebonden, omdat er haast bij was, en weldra steeg er een gejuich op uit de kindermonden, omdat zij in de tobbe zwemmen mochten. In geen tijden hadden hun gezichten zoo geglommen. Zelfs de haren werden netjes gekamd. Wat zou moeder zeggen !
Voor de woning zou de oudste de wacht houden om binnen te waarschuwen, als de bekende gestalte uit de richting van bakker Deelstra, naderbij kwam. Syke was ditmaal nog later dan gewoonlijk wegens de hitte, „'t Is haast niet te doen, vrouw", zei ze, toen de afrekening voor de toonbank plaats had.
„'t Is ook zoo, stakkerd ; wil je een kop koffie of een glas Sinas ? "
„'k Ben noodig naar huis, vrouw", — klonk het toonloos.
„Maar je behoeft daar nu toch zeker niet meer te werken ? 't Is immers bij den avond, en elk heeft het huiswerk aan kant ; — hier drink maar eens uit."
„'k Zou niet weten, wie het voor mij in orde moet maken, als ik op pad moet."
Daarop zweeg vrouw Deelstra. Wat zou zij zeggen ? 't Eenige wat zij doen kon, was een extra belooning te geven, omdat het zulk een zware dag was geweest, vanwege de warmte. Toen ging het met een zucht naar huis.
„Vader, daar komt ze !"
Met dien uitroep stormde de wachtpost naar binnen om het volgend oogenblik op de aangewezen plaats te gaan zitten. Twee naast elkaar op de bank onder den spiegel Op de tafel, thans netjes gedekt, pruttelde koffie, en daarnaast stond, zoo waar weer door de goede zorg van buurvrouw een pot met klontjes, alsof het een feestdag was. Zelfs de kinderen hadden schik over dit ongewone verschijnsel, en Symen deelde maar bevelen uit van stil zitten, zonde! zelf te weten wat hij zei. Nog even bezijden het gordijn kijken. Ja daar kwam moeder. Zij liep niet vlug meer. Maar zij had vandaag ook al zoovele uren afgesjouwd. Toe kijk nu ook eens op ! — Daar zag zij het. De straat al geschrobd ? En de ramen schoon gemaakt ? 't Lijkt wel spiegelglas. En waar kwam die roode geranium vandaan ? Zit de oudste spruit daar niet glunder te lachen tusschen de gordijnen door Weg is hij ! Wat beteekent dit ? En geen schreeuwerij op straat, zooals gewoonlijk
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's