De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

8 minuten leestijd

De Modernen en Paschen.
In „Ons Kerkblad", orgaan van de Vrijz. Hervormden te Rotterdam c.s., staat een stichtelijk stuk van een „leek" over Paschen. Daarin wordt gezegd : „wie onzen ouden bijbel opslaat en niet aandacht de Evangeliën leest, zaf wel moeten erkennen dat in de figuur van Jezus niet een gewoon sterveling is geteekend".
Dat lijkt al heel mooi, wanneer de Modernen dat zeggen. Jezus — „geen gewoon sterveling". En de„leek" uit Rotterdam schrijft dan verder : „De opvatting van de modernen van een vijftig jaar geleden, die in deze figuur uitsluitend den Joodschen rabbi zagen, louter als een voorbeeld ter navolging, wordt dan ook door de hedendaagsche vrijzinnigen hoe langer hoe minder gedeeld".
De liberalisten en modernisten en vrijzinnigen van een 50 jaar terug, hebben het dus mis gehad ! En al hun geschrijf over dien gewonen sterveling en dien Joodschen rabbi is er dus naast geweest ! En al hun haat en vervolging ten opzichte van degenen, die het met de vrijzinnige fantasieën niet eens waren, is dus misplaatst geweest !
„Wat wel vaststaat is dit" — zegt „Ons Kerkblad" — „dat èn de schrijvers van de eerste vier boeken uit het Nieuwe Testament èn Paulus in zijn verschillende brieven het goddelijke in de figuur van Jezus naar voren hebben willen brengen".
Net wat de orthodoxie ook altijd gezegd heeft. Maar dan zijn ze altijd bestreden door al wat modern was, want ons gezond verstand en de wetten der natuur geboden toch wat anders te gelooven, dan de Evangelisten, dan Paulus en anderen geleerd hebben. Die hebben ten slotte het reine evangelie toch maar schandelijk verknoeid met hun dogma's.
Intusschen wordt nu toch erkend, dat de Bijbel niet twijfelachtig is in deze leer aangaande „de goddelijke figuur van Jezus". De Christus der Schriften is dan ook Gods Zoon, God uit God en Licht uit Licht (Geloofsbelijdenis van Nicea, 325) ; waarachtig God en waarachtig mensch.
Maar hoewel het niet twijfelachtig is wat de Bijbel leert en wat het Evangelie der Schriften is — springen de modernen er ook nu nog net zoo lang om heen, dat ze weer met heel iets anders komen aandragen tenslotte.
Want de orthodoxie — zegt „Ons Kerkblad" — heeft een geloofsleer opgebouwd „die geen rekening houdt met wat de natuurwetten ons leeren".
Een „goddelijke figuur" maar dan niet in strijd met „de natuurwetten" Daar werken de modernen zoo gaarne mee, met hun „gezond verstand" en met „de natuurwetten". En Bethlehem, Gethsémané, Golgotha, het geopende graf, de hemelvaart ja dat wordt dan een kwaad ding,
Erger nog. Nog altijd zitten de modernen met de vraag of Jezus er wel ooit geweest is. Ook de „leek" uit Rotterdam heeft daar natuurlijk wel van gehoord. Eenerzijds is Jezus een gewoon sterveling, een Joodsche rabbi, een goed voorbeeld. Anderzijds is Hij „geen gewoon sterveling". Maar dan komt ineens de kwestie : of Hij wel een historische persoon is!
De Rotterdamsche „leek" zegt er heel parmantig dit van : „Door sommigen wordt betwijfeld of Jezus wel een historische persoon is geweest. Maar ons, leeken, kan deze kwestie over het al of niet historische onberoerd laten".
Wat gelukkig, dat er niet enkel „theologen" zijn, niet enkel „dominees", maar ook nog leeken. Die weten gelukkig kwesties als deze anders te waardeeren en anders te benaderen, dan de beroepstheologen. En niet zonder voornaamheid wordt gezegd : „Maar ons, leeken, kan deze kwestie over het al of niet historisohe onberoerd laten".
En „leek" heeft ook eigenlijk gelijk. Een persoon meer of minder op aarde, een persoon meer of minder in de rij — wat doet het er ook eigenlijk toe ? Als het leekengemoed dan toch „beroerd" moet worden, laat het dan maar door andere dingen zijn dan door vragen aangaande den Christus !
Heel nuchter is „leek". De kwestie aangaande de historiciteit van Jezus is hem net zooveel waard, als de kwestie „of het boek „Van het Westfront geen nieuws" inderdaad historie is".
Is het niet prachtig ?
Zooals hij rustig die vraag op zij legt — „zoo ook laten wij de vraag rusten, of al wat de Evangeliën ons vertellen, historisch juist is".
Is het niet sterk ? Maar dan wil men toch wel gaan opereeren met de gedachten en mooie ideeën, die in en achter de Evangelie-verhalen (die misschien louter fantasie, legende, symbool zijn zitten.
En dan, komt het moderne, humanistische christendom (waarbij Christus veilig kan worden uitgeschakeld) voor den dag. Dan komt er een kameraadschappelijke samenwerking tusschen den goeden God en den goeden mensch. „Wij gelooven, dat God zich in menschenharten woning kiest, om mede door den mensch het Koninkrijk Gods op aarde te vestigen".
Een andere zelfkennis, een andere Godskennis, een andere Christuskennis — hebben de Modernen. Humanistisch. God, deugd, onsterfelijkheid. „Neen, wij hebben geen behoefte aan „voorspraak op den dag des oordeels", schrijft de Rotterdamsche „leek". Wij zijn mans genoeg, wij redden ons zelf wel. En Jezus is onze leermeester, ons voorbeeld. „God en mensch zijn niet twee gescheidenheden" ; wij werken saam aan „Gods scheppingsplan". „Het goddelijke is in de wereld, dat is er altijd geweest en dat zal er altijd blijven".
Dat is nu de mensenkennis, de Godskennis, de, Christuskennis, de zondekennis, de verlossingskennis van het Modernisme. Een eigengemaakte God, een eigengemaakte deugd, een eigengemaakte onsterfelijkheid. Waarbij, uit de hoogte op de orthodoxie neerziend, de Rotterdamsche „leek" schrijft : „voorspraak op den dag des oordeels" hebben wij niet noodig.
Het oude rationalisme, het oppervlakkige humanisme heeft nog niet uitgediend ! Geen wonder, dat het er onder die omstandigheden eigenlijk weinig of niets op aan komt, of Jezus een historische persoon is of dat Hij er nooit geweest is.
Maar alsof er dan weer geen vuiltje aan de lucht is, zegt „Ons Kerkblad" : „Wij gelooven, dat dit goddelijke het zuiverst geopenbaard is door Jezus Christus" (die er volgens sommigen nooit geweest is ! !).
En alsof er weer geen vuiltje aan de lucht is, wordt verder geschreven : „Christus heeft ons doen zien, dat het goddelijke niet sterven kan. Christus kan gekruisigd en begraven worden, maar het graf kon Hem niet houden. De zware steen wordt afgewenteld en Hij openbaart zich aan allen, die in Hem gelooven". „Paschen leert ons, dat op den zwarten nacht van Golgotha de lichtende morgen van den hof van Jozef van Arimathea volgt. Wij staren niet hopeloos in het ledige graf maar jubelen : Christus is opgestaan !"
Wat een goochelen met woorden ! Wat schandelijk door elkaar haspelen van allerlei, waarvan men 't eene oogenblik verwaand zegt : „of het ooit gebeurd is, raakt ons niet — terwijl met het volgend oogenblik met ophef spreekt over deze dingen, alsof ze waar gebeurd zijn. Waarbij men dan filosofische wendingen gebruikt, om te doen schrijven, alsof men bijbelsche taal. spreekt, terwijl men inderdaad heel andere dingen bedoelt.
Dat zijn de filosofische eieren van het Modernisme, waarvan de uitkomst overal zoo bedroevend is geweest en nog is.
Met de leer der Hervormde Kerk is men althans in deze vierkant in strijd ; aan den geest en aan de hoofdzaak van de leer der Hervormde Kerk is men geheel ontvallen. Wie zóó over Christus spreekt, brengt een anderen Christus, dan de leer der Hervormde Kerk voordraagt. Die zóó het Evangelie van Jezus Christus predikt, komt met een andere boodschap dan onze belijdenisschriften brengt.
En hoe men schrijven kan, „dat men over deze dingen niet moest twisten" — is ons een raadsel.
Is het voor de Kerk niet meer de moeite waard om zich over deze dingen druk te maken, deze dingen te verdedigen en te bestrijden ? Heeft de Kerk hier niet te strijden den goeden strijd en heeft zij niet te bewaren en te bewaken het pand haar toebetrouwd ?
En willen wij hebben en houden Jezus, den Zaligmaker, Die door de Engelen in Efratha's velden gepredikt is. Geen „gezond verstand" en geen „natuurwetten" van de Modernen kunnen ons deze dingen rooven.
We willen hebben Jezus, den Zaligmaker, Die ons verlost van het hoogste kwaad en brengt tot het hoogste goed. Die in Zijn kruisdragen, in Zijn smartelijken kruisdood, het werk der verlossing volvoert en velen een oorzaak van eeuwige zaligheid is. Wij willen hebben Jezus, den Zaligmaker, het Lam Gods en in de eeuwigheid zal het lied gehoord worden : „eere zij het 'Lam, dat ons Gode gekocht heeft met Zijn bloed."
Het Modernisme met z'n deugdzamen mensch, die in kameraadschap samenwerkt met God, strijdt tegen dat Lam Gods. Dat Lam Gods moet weg. Daarvoor moet een deugdleeraar in de plaats komen en met Paschen zingt dan de mensch een lied op den mensch en gaat hoopvol verder, zelfs verklarend : „wij hebben in den oordeelsdag geen voorspraak noodig" !
Het is de oude en helaas ! nog niet verouderde strijd tegen het Lam Gods ! Die strijd wordt ook gestreden straks op Paschen, door duizenden en duizenden, die zich zelf vleien met hun religieusiteit, met ihun braafheid ; en die zoo prat gaan op hun „gezond verstand" en zooveel weten van „de natuurwetten".
Droevig Paaschfeest op die manier. Zij hebben den Heere Jezus Christus weggenomen I

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's