FINANCIËN
Ais dit blad verschijnt zijn de dagen van herdenking voorbij. Onzen Veenendaalschen avond hebben wij D.V. dan gehad. De Utrechtsche gedenkdag ligt dan weer in het verleden.
De Penningmeester zal op geen van beide dagen het woord voeren. Daarom neem ik nu maar „Financiën" te baat om mijn hart ook eens te luchten, 'k Doe dit op m'n eigen manier, zooals ik gewoon ben in deze rubriek te schrijven. Drie en twintig jaren ben ik lid van den Gereformeerden Bond en ik heb er nimmer spijt van gehad dat ik daartoe overging. 'k Stond toen in m'n eerste gemeente. 'kWerd daar geroepen te arbeiden in een grooten kring waar het mysticisme de gansche gemeente beheerschte. Zóó, zooals 't daar was, wist ik van het mysticisme niets af. Als een vreemdeling was ik er. Van dien ontzettenden, moeilijken tijd ga ik niet veel schrijven, 't Kwam zoover dat ik er tot mijne vrouw van sprak m'n ambt neer te leggen en iets anders aan te pakken, 'k Voelde mij totaal onbekwaam om als een herder de kudde te leiden. Wat moest ik nu toch zijn voor die in-geloovige en in-vrome menschen ? 'k Heb in hen de kern der ware godsvrucht gezien. Het liefst zat ik maar naar hen te luisteren, als zij van het innige leven met God spraken en van Zijn wegen met hun ziel. Maar ik had niet voldoende vastheid in de Gereformeerde Waarheid om hen in hun dwalingen te ondervangen en met liefde te kunnen leiden, 'k Moest leeraar zijn en ik kón het niet. De Heere heeft mij wonderlijk in mijn groote moeite geschraagd, terwijl ik in m'n prediking al ver was afgezakt van hetgeen de Hervormers in hun theologie ons voorhouden. O, wat was ik aan het slingeren, ik, die leiding geven moest. Wat mist een theologisch student veel, die in de Gereformeerde levensbeschouwing maar weinig wordt onderwezen. Verleden Zondag heb ik te Renswoude de intree bijgewoond van een jeugdigen Gereformeerden leeraar, die zoo van de universiteit van Utrecht afkwam, 'k Heb hem bewonderd, omdat hij zoo flink voor den dag kwam in zijn eerste prediking. Maar terwijl ik luisterde, kwam mi] alles van mijn eerste gemeente weer voor den geest. Veel heb ik daar in de Bommelerwaard moeten leeren. Door „schade en schande" ben ik wijs geworden, maar daarom moet ik God danken dat Hij mij die leerschool gaf in die allermoeilijkste periode van mijn predikambt, kwam de Gereformeerde Bond op mijn weg. Ds. Keek — ik mag zijn naam hier wel noemen — heeft mij erheen gebracht. Bij zijn intree, waarbij ik als consulent tegenwoordig was, gevoelde ik mij bijna hopeloos ellendig. 'k Weet nog dat hij, in de maanden die daarop volgden, een keer op mijn dringend verzoek in mijn gemeente preekte (hij was dan vrij), omdat ik er mij : te onbekwaam toe gevoelde, 'k Ging dan onder zijn gehoor zitten, maar 'k deed dit met smart Dit duurde tot dat hij mij meenam naar de derde algemeene Bondsvergadering. Daardoor kwam ik na al mijn moeite tot een gezegend evenwicht. Juist tóén had ik noodig wat de voormannen van den Bond van tóén en later voorstonden. Zoo ben ik lid van den Gereformeerden Bond geworden, niet vermoedende dat ik 23 jaren daarna de ,,Financiën" zou schrijven. De Heere heeft mij daardoor tóén en later zeer gezegend, zoodat ik Hem weer danken kon dat 'k dominee was en de Gereformeerde Theologie der Hervormers steeds liever heb gekregen. En nu kan niemand mij uit het hoofd praten dat de Gereformeerde Bond een van God gezegende en zegenende vereeniging is, aangewezen tot zegen van onze in menig opzicht droevig-gestelde Kerk.
Iemand zal misschien zeggen : „Dat geldt toch slechts uw persoonlijke leiding" Natuurlijk ! Daarom leg ik deze niemand op. Maar ik mag er toch in dit praatje wel iets van zeggen, vooral nu er gisteren en eergisteren zooveel gezegd is dat voor een ieder, die de Belijdenis der Kerk liefheeft, een aansporing is de actie van den Bond met hart en ziel te steunen.
Natuurlijk komen er zwarte wolken over onze herdenking heen. De vorige Penningmeester, die op de vorige jaarvergadering zijn verslag uitbracht en die met verheuging deze dagen verbeidde, is niet meer. Ook hij was, langs een anderen weg, saamgegroeid met onze actie. Daarom verstonden wij hier in Veenendaal elkaar zoo goed. ''t Was zijn blijdschap dat ik naar hier kwam. Ik was verheugd dat ik met een man, met wien ik mij in alles één gevoelde, samen mocht werken. Maar nu begrijp ik dat dit zoo moest zijn, opdat ik het Penningmeesterschap zou kunnen overnemen, 't Is dan ook met grooten weemoed dat ik aan dit alles gedenk, nochtans den Heere dankende dat ik iets voor den Bond mag zijn, die mij eens op mijn weg tot zegen geplaatst werd.
Zwarte wolken zijn er. Zeker ! Ook voor mijn Penningmeesterschap. Er zijn gemeenten, die voorheen onder krachtige voorlichting, flink ons werk steunden, die thans niets of weinig in m'n laatje brengen. De éénheid is weg in het midden dergenen die de Belijdenis der Kerk liefhebben. Als tegenspoed de voordeur binnenkomt, gaat de liefde vaak de achterdeur uit. Zoo gebeurt het wel eens in een huisgezin. Dan overlaadt men elkander binnenshuis met verwijten. Zoo is het nu ook het geval in het huisgezin der Gereformeerden. We hebben met groote moeiten te kampen wat betreft het doel dat wij zoo gaarne bereikten. Tegenspoed op tegenspoed is ons deel, terwijl wij nu elkander de schuld gaan geven..Dat moest niet zoo zijn. De tegenspoed moest ons naar elkander en met elkaar naar God drijven, Die wonderlijk helpen kan. 'k Hoop dat die zwarte wolken wegdrijven. De lentetijd is er en de zomer komt met zijn licht en warmte. Licht en warmte kome er van boven voor onzen Bond. Zij dit de zegen op onze Herdenking, zoodat wij met moed willen voortgaan. Laat de Bond nog maar eens 25 jaren werken, zooals hij deed. Dan zullen wij er misschien niet meer zijn. Maar 't nageslacht zal dan zeggen: „'t Is goed geweest. De Gereformeerde Bond heeft niet meegeholpen dat de Kerk in vele deelen was uiteengeworpen. Hij heeft ook niet tot eene andere doleantie gevoerd. Hij was mede het middel dat de Kerk onzer Vaderen zich als Kerk van Christus openbaarde, zooals haar roeping is".
Komt, mijn vrienden, gaan wij in Godes kracht voort. Schudt van u af den „winkeliersgeest, die te huis blijft zitten en verbeidt". De weg is moeilijk ; de strijd kost veel zorgen. Maar als wij elkander daarin vinden als menschen die weten te dragen en te verdragen, zal Gods gunst op ons rusten en Hij, Hij alleen, zal 't ons doen gelukken.
Nu ga ik eens zien wat er in de Paaschweek binnenkwam. In de zeven maanden van mijn Penningmeesterschap heb ik in één week nimmer zóó veel ontvangen.
Hierden. Door E. Willems, van den kerkeraad ƒ30.—, de Paaschcollecte.
Goudriaan en Ottoland. Door ds. F. Anker ƒ29.60, de Paaschcollecte, n.l. uit de eerste gemeente ƒ8.60, uit de tweede ƒ21.—.
Kralingen. Ds. G. A. Pott begint het mij toe te stemmen dat het water daar niet zoo spoedig is leeg gevischt als hij eerst dacht. Hij mocht mij nog ƒ5.—zenden van V., gedeelte van een dankoffer, en nog bovendien ƒ25.—, nagift van de gehouden collecte. Kootwijkerbroek. De Paaschcollecte, gezonden door ds. W. Zijlstra, zijnde de som van ƒ25.—.
Elburg. Gevonden in de collecte ƒ 2.— met bijschrift „voor den Geref. Bond", 'k Zal aan het verzoek van Coll. den Oudsten, die mij deze gift zond, voldoen, hoewel het mij moeite kost.
' 's-GreveIduin-Capelle. Door den kerkeraad ƒ62.08, voor het Studiefonds, zijnde de opbrengst der Paaschcollecte.
Gouda. Een Paaschgave van ƒ 10.— van de dames N.N.
Oene. Door diaken H. J. Nijhoff ƒ50.10, de opbrengst van de Paaschcollecte.
Barneveld. Door diaken L. van den Bielerd ƒ112.60, de opbrengst der Paaschcollecte. Mooi zoo ! Barneveld is een beste gemeente en blijft trouw steunen. Vriend Van den Bielerd hoopt dat mijn laatje den last niet zal kunnen dragen die er in deze dagen in verwacht wordt. Laat ik hem mededeelen, dat ik voorzorgsmaatregelen nam. 'k Heb mij een flinke la aangeschaft. De vorige was eigenlijk te nietig, 'k Ben er dus op voorbereid. Laatst vroeg mij iemand, of het niet gewaagd was in de courant te schrijven van een laatje waarin zooveel geld zat. „Och", heb ik geantwoord, „inbrekers lezen „De Waarheidsvriend" niet en als zij komen vinden zij toch niets anders dan girobiljetten". Zij hebben daaraan niets, maar ik wil mijn nieuwe la er graag vol mee zien. Bergschenhoek. Diaken Van den fierg zond mij de opbrengst der Paaschcollecte, n.l. ƒ 84.—. 'k Verheug mij dat er uit die gemeente weer zoo'n prachtige collecte binnenkwam. Hoog-Blokland. Door ds. Ronge ƒ 17.50, de opbrengst der Paaschcollecte.
Groot-Ammers. Door den kerkeraad de som van ƒ72.20, de opbrengst van de Paaschcollecte. Een mooi voorbeeld voor de gemeenten aan de Lek, die hooger op gelegen zijn. 'k Denk dan bijzonder aan eene, die vroeger vóóraan in de rij stond. Waarom nu niet meer? Feijenoord. Door den heer Jb. Bot ƒ5.—, n.l. van N.N. ƒ2.50 en van mej. K. ƒ2.50, voor het Studiefonds, beide giften door bemiddeling van ds. Kijftenbelt.
Capelle a.d. IJsseI. (Post Kralingsche Veer). Van den Eerw. heer K. Asmus ƒ41.—, de opbrengst van de Paaschcollecte der Evangelisatie, 't Heeft geholpen dat ik aan de Evangelisaties het verzoek gericht heb. Nu komen ook de anderen met hun antwoord ? 'k Noem ze nog even op : Gouda, Moordrecht, Boskoop, Oudshoorn, Stolwijk, Alkmaar, Nieuwe Pekela, Soest, enz.
Nijkerk. Door ds. C. J. van der Graaft ƒ62.25, de opbrengst van de Paaschcollecte. Polsbroek. De Paaschcollecte, n.l. tweederde deel daarvan, zijnde ƒ74.—. Ds. W. Rijnsburger schreef mij, dat het andere derde deel is bestemd voor de Evangelisatiecollecte. Gaat dus eens na, die kleine gemeente bracht ƒ111.— met Paschen bijeen. Als alle kleine en groote gemeenten zóó deden, heb ik er niets op tegen dat een derde naar ds. Lans gaat. Woudenberg. Door ds. J. L. Klomp ƒ2.50, gevonden in het kerkezakje, voor het Studiefonds. ''
EIspeet. Door ds. J. H. van Paddenburg ƒ44.27, opbrengst der Paaschcollecte.
Krimpen a.d. L e k. Door diaken A. de Hon ƒ33.74, de opbrengst van de Paaschcollecte.
Monster. Werd daar geen Paaschcollecte gehouden ? De kerkeraad zal haar een week hebben uitgesteld. Ondertusschen kwam er al een voorgift binnen van ƒ5.—, gevonden in de collecte, die ds. Pop mij reeds zond. Wierden. Door ds. B. G. C. Steenbeek ƒ67.40, de opbrengst van de Paaschcollecte, voor het Studiefonds. Collega Steenbeek zal spoedig naar Bennekom gaan. 'k Hoop dat hij ook daar gezegend zal arbeiden, 'k Denk dat de kerkeraad van deze laatste gemeente, die mij nog geen winterspreekbeurt-collecte zond, de schade zal goedmaken bij de intree van den nieuwen leeraar. Men zal dan de gemeente haar dankbaarheid ook op deze wijze laten toonen ! Aalst. Door A. van Ooijen Az. ƒ11.25, de opbrengst der Paaschcollecte. Met verheuging vermeld ik deze collecte uit een gemeente van de Bommelerwaard.
Oudewater. Door ds. P. J. Steenbeek ƒ64.—, n.l. ƒ63.—, de opbrengst der Paaschcollecte, en ƒ!.—, als nagift.
Wilnis. Door ds. L. Vroegindeweij ƒ22.50, kerkcollecte bestemd voor het Studiefonds.
Schoonhoven. Door diaken Van Dam ƒ77.30, de opbrengst der gehouden Paaschcollecte
Wezep. Door ds. N. Warmolts ƒ 50.—, de Paaschcollecte voor het Studiefonds.
Nieuw Lekkerland. Door ouderling A. den Ouden ƒ70.45, de opbrengst der Paaschcollecte.
Wils urn. Door ds. J. G. Abbringh ƒ26.20, de Paaschcollecte voor Leerstoel-en Studiefonds.
W. (Postmerk). Van een „onbekende geefster" ƒ2.50, een Paaschgave.
Woerden. Van L. D. ƒ l.t— en van Jac. B. ƒ 1.—, contributies van nieuwe leden.
Den Hulst. Van de Evangelisatie „Rehoboth" ƒ10.—, ontvangen van N.N.
Genemuiden. Door den heer Brouwer namens den kerkeraad ƒ113.70, opbrengst der Paaschcollecte, met bijschrift: „Wij zonden wel ƒ516.00 naar de Herdenkings-Commissie, maar toch vergaten wij u niet". Neen, dat heeft men daar goed getoond !
Montfoort. Door den kerkeraad ƒ50.40, de Paaschcollecte voor het Studiefonds.
Rijssen. Door F. Spanjer ƒ88.33 (ƒ2.50 nagift inbegrepen), namens den kerkeraad, de opbrengst van de Paaschcollecte. Mooi zoo I Ik 'begin Rijssen weer te prijzen !
Wageningen. Door ds. J. H. van de Wal ƒ 10.50, de helft van de bijdrage der lidmaten-catechisatie, voor het Studiefonds.
Veenendaal. Van de fam. N. N. te E. ƒ 12.50 voor de Herdenkings-Commissie, terwijl ik in mijn brievenbus ƒ2.50 vond van D. V. M. voor hetzelfde doel. 'k Heb het geld naar Oldebroek gezonden.
Renswoude sluit , de rij. V. W. kwam mij, toen ik aan het schrijven van deze rubriek bezig was, ƒ 5.— brengen uit dankbaarheid voor de prediking der Veensche predikanten tijdens de vacature. Renswoude heeft nu weer haar eigen leeraar. 'k Geloof dat de gemeente een flinken dominee heeft gekregen. Van harte wensch ik hem des Heeren zegen toe.
Als ik nu ga optellen, krijg ik de mooie som van
f 1579.37.
Hartelijk dank. De Penningmeester
Veenendaal, 14 April 1931.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's