De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Kleine luijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Kleine luijden

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

5 minuten leestijd

„Visite ? " — vroeg Rijpkema toen hij met. bezweet gelaat, in zijn boesgroen binnen kwam om een weinig te drinken.
„'t Lijkt er veel op, maar 't is geen weelde, " — was het antwoord.
„Symen is werkloos, " — vulde de vrouw aan ; „de baas heeft hem gedaan werk gegeven. Nu komt hij Syke ophalen."
„En dat op 't langst van de dagen ! Dat is óók een strop. En wat nu ? "
„'k Weet het nog niet, maar ben van morgen naar dominé geweest om zijn voorspraak te vragen bij den boterdirekteur, om op de fabriek te komen."
Met verwonderd gelaat zien allen hem aan. „Is 't waar ? " — vraagt Syke, en meteen komt er glans op haar gelaat.
„Anders zei ik het toch niet; als er één is die mij hier hepen kan dan is hij het".
„Flink zoo, " — zei Rijpkema, „beter advokaat kan je niet krijgen ; goedkooper ook niet. Want waar ds. Randwijk zich vóór plaatst, dat bereikt hij ook voor zoover dat mogelijk is, en als je hem dan bedanken wilt, is hij als verdwenen. Nietwaar vrouw ? "
„'t Is niet anders. Ik ben blij dat Symen dezen kant op gaat. Nu straks óók nog met je vrouw naar kerk, wat zeg jou Syke ? "
Maar Syke zei niet veel. Omdat haar gemoed vol was. En omdat zij begon te gelooven dat de profetie van Sander in vervulling zou gaan. Alleen glimlachte zij en keek met een vergenoegden blik, zooals hij er in geen tijden een ontvangen had, naar Symen. Want het deed haar zoo goed, dat menschen als de Rijpkema's van haar man eens iets loffelijks gingen zeggen, 't Was vaak juist anders om geweest en dat maakt tenslotte zoo moedeloos.
„Wij zullen nu eerst maar eens afwachten wat de resultaten van domino's bemoeiingen zijn, maar in elk geval kom je nu hier morgenochtend maar met je gereedschap, omdat hier nog al wat op te knappen valt. We kunnen dan later verder zien."
„Asjeblieft boer !" — zei Symen.
Wat kan een enkele ontmoeting, een enkel vriendelijk woord, een enkele blik of handdruk toch een zonneschijn in een menschenleven brengen !
Toen kort daarop de weg naar het dorp werd ingeslagen, was het voor beiden, alsof de wereld heel anders leek, en zelfs de vogels hun vreemd geluk uitjubelden.
„'k Weet zelf niet waar ik zoo blij om ben" — zei Symen — „maar 't is precies alsof het heel anders in mijn leven is dan tot hiertoe."
„Ik weet 't wel" — was Syke's antwoord — „het begint te dagen."
En zoo was het.
Een week later was Symen Barends aangenomen als kuipersknecht op de Coöperatieve.

HOOFDSTUK XIV.
„TEHUIS".

„En wat wil onze vriend Jasper ? "
Met die vraag kwam ds. Randwijk, na de eerste begroeting, op hartelijken toon den koster tegen, die bij hem in een bovenstbest blaadje stond, omdat hij de kerk, maar tevens alles wat tot zijn arbeid hoorde, altijd zoo prompt in orde had.
„Ja dominé, dat is nu een miserabel vreemd geval, waar ik zelf eigenlijk mee verlegen ben. Alleen hoop ik maar dat dominé niet boos op mij wordt, als ik het zeg."
„Is het iets zóó verschrikkelijks, Jasper ? "
„Wat zal ik zeggen, dominé. Verschrikkelijk, — gelukkig neen, maar ik weet haast niet of ik er wel mee voor den dag durf te komen, 'k Zou hier al eerder heen geweest zijn, maar werd telkens teruggehouden, alsof iemand tegen mij zei: hoe krijg je het in je hoofd om daarover met een dominé te praten. Alsof dat nu iets voor een predikant is."
„Maar kerel, je maakt mij geweldig nieuwsgierig ; kom op met je zaak."
„Ja ziet u dominé, het is eigenlijk niet iets van mij, maar van onzen vriend Sander. Of neen, het is ook niet van hem, maar het is vóór hem en over hem."
„Ei zoo ; dus je komt in het belang van je vriend."
„Jawel dominé, maar zonder dat hij het weet. Als hij het wist, zou hij het misschien niet goed vinden, dat ik hierover bij u kwam."
„Maar Jasper, het wordt hoe langer hoe geheimzinniger, kom dan voor den dag met je boodschap ! Wij hebben elkander toch wel eens eerder gesproken."
„Dus dominé zal het niet mal van mij vinden ? "
„Zoo gek kan je het nooit doen, dat je het dezen Maandagmorgen al bij mij bederft."
„Ziet u dominé, dat zou ik voor geen geld ter wereld willen, maar ik zag toch óók graag dat u mij helpen of raden kondet. Of liever Sander, want daar gaat het om."
„Nu, maar als je mij nu niet zegt wat je hebt, dan laat ik je hier alleen op de studeerkamer, om met een uur je antwoord te halen."
„Ja ziet u dominé, u voelt wel dat het voor mij ook niet gemakkelijk is, maar de zaak zit zóó. Onlangs op een avond zaten wij samen op de bank voor mijn huis te redeneeren. Wij spraken over de natuur, en over de grootheid Gods, en over de maatschappelijke toestanden en over de kerk en den zegen, dien wij tegenwoordig in onze gemeente op de prediking mogen zien. Van het een kwamen wij op het ander. Op den weg dien de Heer met een iegelijk onzer gehouden had, waardoor wij zulke vrienden werden. Op mijn huiselijk leven, dat Griet en mij zoo gelukkig maakt, vooral ook om het bezit onzer kinderen. En hoe het toen precies kwam weet ik niet meer, doch op eens zei ik „maar Sander, waarom trouw je toch niet!" (Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De Kleine luijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's