UIT DE PERS
HET AMBT DER OVERHEID.
Voor de afdeeling Rotterdam van den Ned. Chr. Vrouwenbond heeft ds. G. H. Wagenaar, pred. bij de Ned. Hervormde gemeente te dezer stede, gesproken over :
„Het ambt der Overheid".
Mejuffr. N. Verhaar opende als presidente de vergadering op gebruikelijke wijze. Na een kort welkomstwoord legde vervolgens ds. G. H. Wagenaar er den nadruk op, dat hij geen practisch-politieke, doch een principieel-historische beschouwing wil geven van wat Artikel 36 der Nederlandsche Geloofsbelijdenis ten aanzien van dit vraagstuk leert. Dit artikel handelt over twee zaken, die scherp gescheiden zijn, n.l. het ambt der Overheid en de plichten der onderdanen. Na er aan herinnerd te hebben dat het artikel niet spreekt over een „Christelijke Overheid" als zoodanig, wees spreker op de beteekenis van de Overheid als machts-en rechtsinstituut.
De Overheid is, moet zijn dienaresse Gods ; zij is er ter wille en ten goede van het gansche volk. Het ambt der Overheid wordt door God gehandhaafd ter beteugeling van de zonde en geeft haar daardoor het zwaard als rechtsmiddel. Dat is, vooral in dezen tijd, van onvergankelijke beteekenis.
Spreker gaat na de ontwikkeling der wereldgeschiedenis vanaf de Schepping, om vervolgens de beteekenis te schetsen van God als handhaver van het recht en van de Wet Gods als middel tot bevestiging van het menschelijk leven. Het is hier, dat de macht en het recht der Overheid wortelt.
Behandeld wordt de houding van Jezus tegenover het onaantastbare recht Gods. De prediking van het recht Gods moet ook in dezen tijd voortgaan, temeer, waar velen de weerloosheid van een Tolstoï voorstaan. Zeker, Paulus zegt ook in zijn Romeinenbrief, dat de gemeente door de liefde naar lijdzaamheid moet staan, maar hij voegt er bij, dat voorop gaat de handhaving van het recht door de Overheid. De vromen moeten beveiligd en de kwaden gestraft! Vandaar dat hij er onmiddellijk op laat volgen, dat de onderdanen volkomen zich moeten onderwerpen aan het gezag der Overheid.
In dat licht moet ook de Bergrede worden bezien. Het gaat niet aan, om deze zonder meer in het maatschappelijke te willen toepassen, wanneer het recht der Overheid niet wordt gehandhaafd, omdat in het laatste geval het leven onmogelijk zou zijn. Paulus verbindt dus het feit van Gods recht met dat der Christelijke liefde.
Uitvoerig gaat spreker na, hoe Artikel 36 klopte op het leven, zooals dat in de dagen van Guido de Brés zich uitte. Toen stond heel het maatschappelijk leven in het teeken van 't Germaansche recht naar Christelijken trant: De Staat regeert, het volk gehoorzaamt. Van staatkundige regelen, die de verhouding van Overheid en volk regelen, blijkt niets. De Overheid regeert bij Gods gratie, en de onderdanen hebben te gehoorzamen. Vandaar dat dit artikel geen plaats heeft voor volksinvloed, voor parlement. Dit artikel als zoodanig gaf geen waarborg voor de grenzen van het Overheidsgezag en macht. Dit kan wellicht niet anders, omdat het Staatsorgaan ontbrak, ook al omdat het volk niet politiek was geschoold. Nu is de toestand anders. Het Staatsorgaan is organisch gegroeid tot wat het nu is.
Het gaat daarom niet aan, zich in den tegenwoordigen tijd op dit artikel te beroepen, want volgehouden, kan dit niet anders leiden dan tot ontbinding van het Parlement. Dan worden Italië, Spanje enz. voorbeelden van de staatsidee eener Christelijke Partij. Het is pure zelfmisleiding, politiek te bouwen op een artikel, waar geen politiek in zit.
Na de pauze behandelde spreker de ethische zijde van zijn onderwerp. Wederom werd klaar en duidelijk uiteengezet dat men moet letten op de tijdsomstandigheden, waarin dit artikel werd opgesteld. Toen was er de hiërarchie. De Kerk had de leiding van het volksleven, en deze Kerk was in handen van een wreede priesterschap. Bij monde van Guido de Brés vraagt het volk om bescherming tegen de wreede hiërarchie. De lagere Overheid (Willem van Oranje) nam toen op zich het volk te verlossen. De Overheid gaat dan staan achter de Evangelieverkondiging, ze doet prediken, verleent zelfs financiëelen steun. Men kan zeggen, dat de Overheid toen buiten haar boekje ging en de rechten der Kerk schond, maar achteraf bezien is het toch maar gelukkig geweest dat de Overheid ingreep. En het is niet consequent, te beweren dat deze handelwijze niet deugde, terwijl men momenteel er zelf volop de vruchten van wil plukken.
Nu is de tijd anders ! De Overheid kon hare hand terugtrekken, omdat de Kerk nu zelf de hand aan den ploeg kan slaan. Maar het beschermend karakter van de Overheidstaak bleef !!
't Is puur onverstand, te verwachten dat de Overheid tegenwoordig moet doen wat tot de taak der Kerk behoort.
Ook dit is historisch gegroeid. Na jaren kwam men tot de overtuiging dat men elkander niet verbijten en vereten moest. Men leerde de splitsing aanvaarden en verdragen, 't Kostte wel vele bittere tranen, eer het zoover was !
En wat wil men nu ? Terug naar de toestanden van vóór den 30-jarigen oorlog ? Eén Kerk in één land ? Wil men dat ? Goed, laat men het dan beproeven. En wil men het niet, dan beroepe men zich ook niet op dit artikel, want letterlijk leidt het tot deze consequenties !
Spreker gaat vervolgens regel voor regel van het artikel na, daarmede aantoonend hoe het geheel en al slaat op de toestanden van die dagen.
Dit artikel is in ons politieke leven niet door te voeren. Maar stel, dat eens een meerderheid in de Kamer werd gevonden op deze basis, dan zou men onmiddellijk moeten overgaan tot opheffing van het Parlement. De h.h. S.G.P.ers en H.G.P.ers zijn dus inconsequent, want nu bezetten ze hun zetel wèl in het Parlement.
Tot nog toe deden dat alleen de Communisten !
Tenslotte zet spreker uiteen, dat zijn standpunt is het artikel te laten staan, zooals het is opgesteld, zij het dan met een „slapende zinsnede". Want al past 't nu niet meer in onzen tijd, de toestanden zouden kunnen veranderen. De tijd kan eens komen, dat de godsdiensthaters uit Ruéland en Duitschland Nederland gaan bestormen, en dan zouden op grond van Artikel 36 de vromen opnieuw de Overheid kunnen vragen met het zwaard de goddeloozen te beletten hier hun vernielend werk te komen voltooien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's