STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE REVOLUTIE IN SPANJE.
De revolutionairen, die over heel de wereld hunne draden hebben gespannen, om waar dit mogelijk mocht blijken, met kans op succes, een greep naar de macht te doen, is het thans door een intensieve propaganda in Spanje gelukt om het vorstenhuis te verjagen en de revolutie uit te roepen.
Dat deze verandering van regeeringsvorm in Spanje, zoo maar niet zonder slag of stoot is tot stand gekomen, blijkt wel uit de berichten die van het schiereiland der Pyreneën nog dagelijks ons bereiken.
De omwenteling was geen vreedzame oplossing der moeilijkheden, welke in de laatste jaren in Spanje gerezen waren, maar, zooals dat bij elke revolutie toegaat, gingen ook hier de onlusten gepaard met den burgerkrijg, waarvan de revolutionairen — gelijk zij zeggen — heftige tegenstanders zijn.
Natuurlijk krijgen de monarchisten van de gruwelen, welke tijdens den opstand gepleegd werden, de schuld en wasschen de revolutionairen zich de handen in onschuld. Doch zij, die de geschiedenis der revoluties en hare gevolgen kennen, weten, dat, wanneer eenmaal de hartstochten der onderste lagen van de bevolking zijn ontketend, de massa niet meer te houden is.
Zoo is het ook in Spanje toegegaan.
Er kwam ook daar een verschuiving van de macht. De gematigden, die eerst meester waren van het terrein, verloren dit al spoedig, zy moesten plaats maken voor de meer roode elementen, die zoo aanstonds, wanneer de toestanden niet meer zijn te houden, evenals dit in Rusland toeging, de leiding van zaken zullen moeten overgeven . aan hen, die alleen van de dictatuur van het proletariaat heil verwachten.
Dat de Sociaal Democraten zoowel als de Communisten zich over het gebeurde in Spanje verheugen, is duidelijk. Daarom is het goed te begrijpen dat de revolutionairen van alle landen, door het zenden van gelukwenschen naar Spanje, de nieuwe republiek het welkom toeriepen.
En voorzeker zullen de revolutionairen niet eerder rusten voor en aleer zij de laatste monarchie hebben opgeruimd.
Dat dit gebeuren zal, daarvan achten zij zich ten volle verzekerd.
De eenige vraag, die hen op dit oogenblik bezig houdt, is deze, welke monarchale Staat het eerst het voetspoor van Spanje zal volgen.
Gelukkig hangt het lot der volken niet af van de actie die de revolutionairen voeren of van het lawaai dat Sociaal Democraten en Communisten maken.
Het woord van den Psalmist houdt nog altijd zijn kracht: „Die in den hemel woont zal lachen; de Heere zal ze bespotten".
Ongetwijfeld draagt de Staatskerk van Spanje mede de schuld van de ellende, waarin dit land op het oogenblik verkeert.
Het was de geestelijkheid met haar negen aartsbisdommen en zeven en veertig diocesen onder het primaat van den aartsbisschop van Toledo, benevens de meer dan 3800 kloosters, die de gewetensvrijheid onderdrukten en aan banden legden. Daardoor werd het mogelijk, dat de revolutionairen-op de onontwikkelde bevolking met haar groot percentage aan analphabeten — menschen, die niet lezen kunnen of schrijven — vat kreeg en haar rijp maakten voor de revolutie.
Zoo werd dus ook de Staatskerk de oorzaak van den val van het koningshuis, van het wegjagen der dynastie en van de revolutie, die sinds eenigen tijd Spanje teistert.
Kerken en kloosters moesten het ontgelden. Zij werden eerst van hunne schatten beroofd en daarna in brand gestoken.
De drijfveer was daarbij niet allereerst om zich in het bezit te stellen van de rijkdommen dezer gebouwen, doch voornamelijk om zijn haat te koelen aan den godsdienst.
Vooral dit laatste, de vijandschap tegen den godsdienst, maakt het voor de revolutionairen hetzelfde, of zij hunne aanvallen richten tegen de Roomschen dan wel tegen de belijdende Protestanten.
Als de roode volkswil 't te zeggen heeft, gaan de kerken, van welke gezindheid ook, tegen den grond en is het met de gewetensvrijheid en met den godsdienst gedaan.
Rusland levert daarvan het bewijs.
Daarom is het gebeurde in Spanje voor de volken, die zich voor den Christus buigen, een nieuw baken in zee.
Mocht dit nieuwe baken een ieder, die leeft bij het Woord Gods en die belijdt, dat in God de bron ligt van alle gezag er gezamenlijk toe brengen om de revolutionairen te weerstaan.
De tijden, die wij beleven, zijn ernstig.
De stroom van ongeloof en revolutie is wassende. Dat wij dan leeren verstaan onze verantwoordelijkheid tegenover God en onzen naaste.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's