De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

12 minuten leestijd

WAT STAAT ONS TE DOEN?
Eenige redactioneele artikelen in no. 24 (15 Mei 1931) van ons orgaan, alsmede verschillende uitspraken, gedaan op onze Herdenkings-samenkomst, geven onder ge teekende, mede op aandringen zijner medebestuursleden onzer plaatselijke afdeeling van den Gereformeerden Bond, aanleiding om, in verband met den kerkelijken toestand te dezer plaatse, de Redactie een schrijven ter opname in ons orgaan aan te bieden.
Dat wij daarbij dan niet alleen de Kerk, doch ook met een enkel woord de politiek raken, is ook al weer naar aanleiding van hetgeen er gezegd en geschreven werd, en omdat ook wij inzien hoe een opschrift als: „Wat ge te zien krijgt als de stellingen van de politieke gebouwen der Staatkundig Gereformeerden worden afgebroken" en een uitspraak betreffende het splitsingsproces onder ons Gereformeerde volk als : „Ook dient de politiek daarbij als een hulpmiddel, op een wijze die, afgezien van den schijn, wezenlijk niet verschilt van die der kinderen dezer wereld", waarlijk niet als gezocht mogen worden beschouwd.
Ja, inderdaad, onze huidige Kerkverbrokkeling is een werk van den satan ! Het is ook hierbij, als met het persoonlijk geestelijk leven van Gods kinderen : de vijanden van binnen doen veelal nog meer kwaad, dan die van buiten. Die van buiten zijn beter aanstonds te onderkennen als zijnde machten uit den afgrond, maar die van binnen zoeken zich vaak te vereenzelvigen met een Engel des lichts. Om ze te kunnen onderscheiden is noodig verstand, met goddelijk licht bestraald. In verband hiermede, kan ook nog opgemerkt worden hoe de Kerk alle eeuwen door had te lijden van velen harer officieele ambtsdragers.
Waren het b.v. in Jezus' dagen niet de Farizeen en de Schriftgeleerden, gezeten in den stoel van Mozes, die onder den schijn van lang te bidden, en met overdrijving van bijna alle inzettingen, de zalige ontplooiing van het Godsrijk afbreuk poogden te doen ? De historie levert in dezen tal van voorbeelden. Hoe treurig ! Zoodra de ingenomen machtspositie in gevaar dreigde te komen waren alle middelen goed genoeg om de zelfhandhaving te bevorderen. Dit was vroeger zoo, en het blijkt ook nu nog niet anders te zijn. Met dat al gaat de splijtzwam voort, vreet de kanker der verdeeldheid al dieper in en komt het kerkelijk vraagstuk niet, of althans zeer weinig nader tot een gewenschte oplossing. Het doet ons derhalve wel eens onaangenaam aan, dat er onder ons soms zoo gedweept wordt met 't woord „gereformeerd". In een tijd, als wij nu beleven, waarin eenerzijds wordt gespot met alles wat maar naar een Christelijken godsdienst riekt, en anderzijds een tegen elkaar opbieden wordt waargenomen, waarbij de een nog al gereformeerder wil zijn dan de ander, terwijl men elkaar onderling weer verwijt eigenlijk niet Gereformeerd te zijn, mogen we o.i. wel wat bescheiden wezen met onze benamingen.
Wij worden zoo al meer tot een aanfluiting !
Ook hoort men niet zelden, zoo maar zonder meer, gezegden van de oud-Vaders gebruiken, terwijl men daarbij blijkbaar vergeet hoe deze Gereformeerde Vaderen, zoowel kerkelijk als staatkundig en maatschappelijk, onder geheel andere verhoudingen en omstandigheden leefden dan wij tegenwoordig. Toch hebben de omstandigheden, en wel speciaal de opvoeding, een machtigen invloed op ons denken niet alleen, maar óók op de sprake van het geweten. Ook spreekt de mate van ontwikkeling hierin wel terdege een woordje mee. Het zal voor een belangrijk deel van deze uitwendige omstandigheden afhangen, of wij iets voor geoorloofd of voor ongeoorloofd zullen houden. — Altijd naar den mensch gesproken natuurlijk. — Om in dit verband eens een voorbeeld te noemen : In vroegere dagen keurde het geweten, ook het geweten van Gods kinderen, b.v. slavendienst en het bezit van meer dan één vrouw goed. En thans ? Zelfs de wereld wil het in 't algemeen gelukkig niet meer voor deze dingen opnemen. Ons geweten laat zich tot op zekere hoogte leiden en ook verleiden. Van een eigenlijke positieve geloofsovertuiging, gegrond op 't volle Woord Gods, merkt men heel vaak niets. En om nu tot de zaak te komen : Dit nu is een eigenaardig, maar tevens vrij algemeen verschijnsel, dat onze z. g. n. scheidende broederen van de één of andere grief een gewetenszaak maken; eenigen tijd tobben en daarna.... vertrekken. Zoo is het althans, van de meest gunstige zijde bezien. Met leedwezen moeten wij echter constateeren hoe hij, die wat van naderbij met de bizonderheden bekend is, soms slechte politiek en helaas ! soms kwade trouw ontdekt. Maar om nu nog even op die z.g.n. gewetens-kwestie terug te komen: prof. dr. Visscher heeft op onze Herdenkings-samenkomst o.m. ook zoo ongeveer dit gezegd : „Val er niemand hard over, wanneer hij onze Kerk gaat verlaten. Het is niemand geraden iets tegen z'n geweten te doen of te laten" Heeft prof. dr. Visscher er wel aan gedacht, hoe deze woorden, gesproken door een man van gezag, en dan op een samenkomst als de onderhavige, gebruikt zouden worden juist in strijd met de belangen onzer Kerk? Daar zal de „oude matrone"(? ) zeker niet van verjongen !
Nu maakte de Kerkeraad er een gewetenszaak van of deze hier al dan niet het recht van de bediening der Sacramenten zou hebben. Het werd hem eenvoudig ontzegd. Onder den drang van bepaalde omstandigheden werd hem tenslotte voor één keer een Doopsbediening toegestaan. Van deze verwikkelingen een aanknoopings punt makende, werd door leden van den Kerkeraad een vergadering belegd, waarbij allen van Gereformeerde richting werden uitgenoodigd. Het ging zoo waar ook hier weer om een Evangelisatiegebouw. Men wilde reeds nu de zekerheid hebben, dat men zonder pardon genegen zou zijn om, zoo wanneer hier straks een Confessioneel predikant zou komen, te gaan evangeliseeren. Zulk een besluit weigerde de vergadering echter te nemen. En nu zouden we over deze dingen niet schrijven, wanneer nu achteraf niet bleek dat men, ondanks alles, toch zal gaan bouwen.
Wat moeten wij nu van deze dingen zeggen ? De Kerkeraad doet niet meer wat des Kerkeraads is. Althans er wordt geen beroep meer uitgebracht. Maar inplaats daar van gaat men een z.g.n. Vrije Evangelisatie oprichten, om dan, wannéér het gebouw gereed is, te gaan vertrekken en de Hervormde Kerk den rug toe te keeren.
Wat is 't vooruitzicht schoon !(? ) Van een geloof in de leiding Gods valt niets meer te bespeuren. Toch heet ook dit alles gewetenswerk te zijn ! Maar wij zullen nu maar niet verklappen hoe het geweten van deze, o.i. dwalende broederen, vandaag dit, en morgen blijkbaar weer iets anders zegt. Het geloof moet plaats ruimen voor koele menschelijke berekening. De bedorven mystiek heeft inderdaad treurige gevolgen en maakt onder ons Gereformeerde volk menig slachtoffer ! De liefde voor onzen Gereformeerden Bond raakte ook bij de meerderheid onzer Kerkeraadsleden zoek. De collecte voor de Herdenkings-Commissie werd pas gehouden na uitdrukkelijk verzoek van ons bestuur, enz.
En in de politiek onzer burgerlijke gemeente zijn deze broeders natuurlijk ook reeds aangeland in de gunst en in de bescherming der Oud-Gereformeerde wervers. Ook over dit feit zou heel wat te schrijven zijn, maar we zullen ons daarvan maar onthouden. Ook in naburige Gemeenten gebeurt hetzelfde, voor wat de politiek betreft. Welk 'n belangrijke plaats het „Kerkje" bij dit alles inneemt, blijkt soms zoo heel duidelijk. En nu nemen we het dezen menschen natuurlijk allerminst kwalijk dat zij voor hun eigen „Kerk" strijden, wanneer zij dit uit overtuiging doen. Maar wat wij hun wél kwalijk nemen is, dat zij zich hiervoor bedienen van een op Communistischen leest geschoeide cel vorming ! Waarom altijd gespeculeerd op de onwetendheid en het gebrek aan doorzicht van velen onzer eenvoudige ambtsdragers ? Door op het gevoel van deze lieden te werken, wint men hen, eerst voor de politiek, en dan voor de Kerk !
Wat moeten wij nu hiertegen doen ? Of maar liefst niets ? Of zullen we, waar mogelijk, ook hier in toepassing brengen : „Zachte heelmeesters maken stinkende wonden ; daarom maar het mes er in" ? Of zullen we het oor leenen aan een stem uit de historie, die daar zegt: „Wat ge met geweld wilt keeren, zult ge juist daardoor met des te meer zekerheid krijgen" ? Wat ons in elk geval als niet ondienstig voorkomt is, dat onze Gereformeerde Bond aan z'n „voorlichtingsdienst" eens bizondere aandacht schenkt. Deze voorlichting en onderrichting worde intensief en onbaatzuchtig gegeven. Want nog eens : hier staan inderdaad de levensbelangen onzer Kerk op het spel!
Als een verheugend feit willen we in dit verband nog memoreeren, hoe de in dit schrijven gewraakte beweging, althans in onze naaste omgeving, zoo goed als geen aanhangers vindt onder de oud-leden onzer Ned. Hervormde Jongelingsvereenigingen op Gereformeerden grondslag. Is dit nu elders in den lande ook het geval, dan geeft dit feit ons wel te denken. Wat ons persoonlijk betreft, zou ons zulks wel allerminst verwonderen, omdat onze Jongelings vereenigingen een bij uitstek geschikte oefenschool vormen voor ons kerkelijk en staatkundig leven. Vooral ook door verdere organisatie in Ringen, Provinciale Af deelingen en een Bond, is onze jeugdbeweging een waardevol instituut!
Daarin actief mede te leven, beteekent in den weg der middelen bewaard te blijven voor allerlei uitwassen. En wie de jeugd heeft, heeft de toekomst!
Dat h.h. predikanten, wanneer zij op uitnoodiging onzer Jongelingsvereenigingen komen spreken, nu niet meer een gewone preek gaan houden, hoe goed en hoe nuttig dit op zichzelf ook wezen mag ; laat men een lezing houden met een breede opvoedende strekking. In dezen weg bereikt men jongen en ouderen beiden. En dat is ook beslist gewenscht. Werd op ons kerkelijk erf meer de leiding van 't Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond gevolgd, onze Kerk zou er naar onze stellige overtuiging wèl bij varen! Wie werkt, maakt fouten, maar wie niet werkt, diens geheele leven is één groote fout! Daarom, onder inwachting van 'sHeeren zegen, in broederlijke samenwerking, de hand aan den ploeg, om te doen hetgeen onze hand vindt om te doen.
Enter, Juni 1931.


Na nu kortelings in 't algemeen het een en ander te hebben aangestipt, willen we in dit verband den toestand in onze plaatselijke Gemeente even onder de oogen zien. De Ned. Hervormde Gemeente te Enter is nu zoo ongeveer een jaar of 15 een z.g.n. „Bondsgemeente". Althans in dien zin een Bondsgemeente, dat h.h. predikanten, welke hier gedurende dien tijd stonden, lid waren van den Gereformeerden Bond, en er bijgevolg hier ook werd gecollecteerd voor de fondsen van den Bond. Thans zitten we echter reeds bijna vijf jaar zonder predikant. Nu hebben we hierbij de minder gunstige omstandigheid, te behooren tot een Ring waarin op het oogenblik geen enkel Gereformeerd predikant staat, althans niet Gereformeerd in dien zin, als wij dat verstaan. Twee Confessioneelen, overigens Ethischen en ook nog een Moderne. Ook is in onze Gemeente het Gereformeerde deel in de minderheid, althans, wanneer 't op stemmen aankomt. Nu werd hier, na het vertrek van ds. Mulder, een Confessioneele Vereeniging opgericht. Een en ander met behulp van de door de houding van onzen Kerkeraad ernstig en o.i. onnoodig geprikkelde Confessioneele Ringpredikanten. Bij deze Vereeniging heeft zich, evenals bijna overal in den lande waar het tegen de Gereformeerden gaat, van alles aangesloten. De Confessioneele Vereeniging heeft hier dus de leiding van de oppositie ! Gaandeweg werden de verhoudingen meer verscherpt. De Kerkeraad, ging rustig voort „Oude Schrijvers" te laten lezen. Ook werden vele predikanten beroepen, maar de oppositie zond hun telkens een schrijven, en of het nu daarvan kwam, weten we niet, maar alles was tevergeefs. Beroemde en ook beruchte predikers traden hier namens den Kerkeraad op. En ook de Confessioneele Vereeniging liet menig-predikant optreden. Door tal van al of niet nader te noemen invloeden, werd het Kerkbesef van sommigen onder ons, waaronder ook de meerderheid der Kerkeraadsleden, bedenkelijk afgestompt. Als in dit bestek passende, willen we wijzen op één, o.i. belangrijken factor, welke factor wij zouden willen aanmerken als : een kwaad van onzen dag. Wij wenschen hierop eens bij vernieuwing de aandacht te vestigen, gelijk wij bij het begin van dit schrijven reeds opmerkten. En we hopen, dat onze droeve ervaringen voor anderen nog als een baken in zee mogen dienen.
Reeds gedurende een jaar of vijf werden sommige toonaangevende Kerkeraadsleden van tijd tot tijd vereerd met een bezoek van Staatkundig Gereformeerde wervers en propagandisten. Vooral in verkiezingsdagen kwam zulks nog al veelvuldig voor ! De meest volhardende onder deze lieden schijnt wel te zijn een der voormannen uit een naburige z.g. Oud-Gereformeerde Gemeente, tevens voorzitter eener Staatkundig Gereformeerde Kiesvereeniging. Vermoedelijk daartoe aangezet door bedoelde wervers, gingen o.m. enkele ouderlingen onzer Gemeente ds. Kersten en ds. Zandt hooren, terwijl deze in een naburige plaats een politieke lezing hielden. Minstens één der ouderlingen kwam zóó onder den indruk van het gesprokene, dat hij daarna getuigde : „Dat zijn nu nog de kurken, waarop ons Vaderland drijft". In die dagen en ook nog wel daarna, was deze broeder nog vol liefde en toewijding voor onze aloude Kerk. En thans ? Reeds geruimen tijd heeft hij geheel vrijwillig zijn ambt neergelegd en practisch ook onze Kerk verlaten ! In zijn schatting is onze Kerk nu een minderwaardige, van God verlaten Organisatie. En ons zijn meer gevallen van dien aard bekend.
Inmiddels kwam de tienjaarlijksche stemming voor Kerkeraad of Kiescollege in 't zicht. Nu stond van te voren wel zoo goed als vast, dat het hier, in plaats van Kerkeraad, Kiescollege zou worden ; en dit gebeurde dan ook. Onder den drang van zulk een vooruitzicht kwamen enkele personen op de gedachte om een Vereeniging op te richten. Reeds meermalen was er door onderscheidene personen en o.m. ook door ondergeteekende, op aangedrongen, een Afdeeling van den Gereformeerden Bond op te richten. Maar nu zou het daartoe dan komen, zoo heette het. Het kwam evenwel reeds aanstonds vast te staan hoe deze benaming in den grond der zaak niet anders zou zijn dan een vlag om een geheel andere lading te dekken. Edoch, de meerderheid bleek tenslotte voor een wezenlijke Afdeeling van den Gereformeerden Bond te zijn. De Statuten van den Gereformeerden Bond werden gelezen en besproken, waarbij het artikel, omschrijvende de „oprichting van een Evangelisatie", wel zeer bijzonder de aandacht trok. Alle aanwezigen, op één na, werden tenslotte lid, voorloopig voor den tijd van een jaar.
Intusschen hadden we hier een der Confessionele ringpredikanten als consulent gekregen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's