De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIIKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIIKE OPBOUW

CHRISTELIJKE ETHIEK

8 minuten leestijd

Er is groot onderscheid tusschen den wereldling en den geloovige wat betreft den kijk op het leven, ook wat betreft zijn gezicht op het diep wegzinkende wereldleven van thans. En bij de bespreking van de wensen en middelen ter zedelijke verbetering, loopen de gedachten verre uit elkaar.
Wie het zedelijk leven losmaakt van den godsdienst zal, als hij het ernstig meent, pessimist moeten worden en zijn aandeel aan de taak der zedelijke verheffing eigenlijk moeten opgeven, 't Gaat immers in den weg van grof-zinnelijkheid van kwaad tot erger. De smaak des menschen wordt hoe langer hoe meer bedorven en de hoogste kunst wordt veracht voor het lage, het edele wordt verworpen voor het slechte en langs allerlei kronkelpaden kruipt het verderf maar voort en steekt alles aan.
Hier nu komt uit het onderscheid tusschen degenen, die in God gelooven en die niet in Hem gelooven.
Mag de wereldling telkens nog weer eens hoop hebben, spoedig verandert het licht in donkerheid en de hoop in wanhoop. En de meest ernstigen trekken zich van alles af en keeren in in de eenzaamheid, om alles langs zich heen te laten gaan, omdat er geen middel tot genezing is. Het pessimisme woont waarlijk niet bij de minsten onder de wereldlingen ! Lachen en weenen zijn tot stilstand gekomen en men dient z'n tijd uit, zonder veel hoop voor de toekomst.
Stoïcijnsche kalmte heerscht over velen !
Maar de predikers van het Evangelie Gods doen een ander geluid hooren. Zij ontkennen niet de donkere zijde van het leven gezien te hebben, maar zij weten van een blyde boodschap in de nederdaling Gods op aarde, in Jezus Christus, den Heiland en Zaligmaker, Die nog altijd zegt : Predikt de blijde boodschap des heils aan alle creaturen. Zeggende : gaat henen en predikt overal in Mijnen Naam : „Komt allen tot Hem, die vermoeid en beladen zijt, en Hij zal u ruste geven". Gods stem, Gods Woord, Gods Zoon, Gods werk geeft zaligheid en vreugd en waar de godsdienst komt, de vreeze Gods, het geloof in Jezus Christus, wordt heel het leven omgekeerd, hebbende de beloften voor het tegenwoordige en voor het toekomende leven.
O, zeker ! het is waarachtig, het is werkelijkheid wat Paulus van de zondige wereld schrijft, dat zij bij al de openbaring van Gods heerlijkheid de gerechtigheid in ongerechtigheid onderhouden en de zonde met schandelijkheid najagen. Gansch het schepsel zucht. De Christen weet dat en is pessimist. Er is niemand die naar God vraagt, er is niemand die goed doet. Ook niet tot één toe. Maar met den grooten Apostel getuigt de Christen tegelijk van 't licht dat is opgegaan, van de verlossing in Christus, die is aangebracht; niet door den mensch, maar door Gods barmhartigheid ; en wat God ontsteekt, gaat niet meer uit, wat God komt schenken is niet nutteloos. En ja, er zijn er die komen aanvliegen als duiven, er zijn er van alle taal en volk, die zich tot den Heere leeren bekeeren door 's Heeren Woord en Geest; er is een volk, dat uit de duisternis wordt overgezet in Gods wonderbaar licht. En zoo is er een verlossing met blijdschap en een geloof met kracht in en door den Heiland der wereld, waardoor er een volk geboren wordt dat in nieuwigheid des levens leert wandelen en der wereld vrede en blijdschap mag boodschappen.
Daarom is het zoo dwaas om het zedelijk leven en het godsdienstig leven voor de menschheid te scheiden. Oude-en Nieuwe Geschiedenis zijn ten bewijs, dat er zonder godsdienst in het midden van het volksleven niets van de dingen terecht komt, terwijl door den godsdienst zoovele zegeningen ons geworden zijn.
Als Lucianus, de spotter-ongodist der Grieksche wereld, de goden afgemaakt heeft, zinkt de oude wereld des te dieper in schandelijkheid wèg.
Als Frankrijk, mee door mannen als Rousseau, zich vrijgemaakt heeft van den godsdienst, en God op non-activiteit is gezet, dan maakt het niet bepaald een sprong naar een zedelijke hoogte, gelijk Rusland bij vernieuwing bewijst, dat zonder godsdienst een volk niet opklimt, maar wegzakt. Wat ook weer openbaar wordt nu in Spanje en overal. Men kan de kerken en de kruisen wel verbranden, maar de rook slaat jong en oud in 't gezicht en men kiest allerlei doolweg zonder God en godsdienst, om van kwaad tot erger te vallen.
Daar staat nog altijd tegenover, dat in Europa, Indië, Amerika, Afrika en overal het Christendom als een levende godsdienst intree doende, gevolgd wordt door een samenleving, waarin héél het leven op een hooger, zedelijk peil werd gebracht. Het cultuur-historisch beeld wijzigt zich radicaal door den godsdienst.
Als iemand alle gedachten aan God uit zijn hart en zijn hoofd verwijdert, duurt het niet lang of hij pleegt ook verraad aan de zedelijke opvoeding, die hij genoot. Er kan nog wat na blijven bloeien ten goede, maar de ontbinding treedt in, onverwijld. God is de maatstaf en de bron voor zedelijke karaktervorming en zedelijke gezondheid. Wordt de dubbele zonde bedreven, dat men God verlaat en zichzelf bakken, gebrokene bakken gaat uitbouwen, die
geen water kunnen bevatten, dan volgt de eene dwaasheid op de andere.
Natuurlijk kunnen velen, die den godsdienst niet willen, toch nog wel vele goede dingen bewaren, maar dan zijn het dingen die juist in den godsdienst de kracht hebben en van den godsdienst den inhoud ontvangen. En het is gevaarlijk om weg te werken wat er onder moet zitten, omdat men dan straks de groote inzinking moet krijgen. „Gij kent het dek van sneeuwijs over sommige kloven van onze gletschers ? Zulk een ijskorst draagt wellicht een enkelen wandelaar over den afgrond, maar zoo er zich meerderen op wagen, breekt de broze brug en storten de onbedachtzamen in de diepte".
Er is voor ons geen enkele aanleiding den godsdienst los te maken van het zedelijk leven. Integendeel. Ook waar de godsdienst niet gewild is, werken toch niet zelden allerlei godsdienstige begrippen ten goede en dat is voor ons een reden te meer den godsdienst te blijven beschouwen als den noodzakelijken en onmisbaren ondergrond en bron van een waarachtig zedelijk leven, dat ook dan alleen een volk verheffen kan, wanneer de vreeze Gods leeft in het midden der natie en Zijn Woord zij een lamp voor den voet en een licht op het pad.
Wij gelooven, dat alles wat niet gevoed wordt met het leven dat van Boven is, gedoemd is te versterven. En in Christus, die Zichzelf aan het kruis ten offerand gegeven heeft, doet door Zijne kracht onze oude mensch met Hem gekruisigd, gedood en begraven worden, opdat de booze lusten des vleesches in ons niet meer regeeren, maar dat wij ons zelven Hem tot een dankoffer offeren (Heid. Cat. Zond. 16). Christus, der zonde gestorven en tot een nieuw leven opgewekt, doet de geloovigen met Hem der zonde sterven en met Hem in een nieuw leven wandelen. En zij, die door Gods genade „met hemelsch rythme wandelen in den aardschen dag", kennen den waren zin des levens, genieten den waren zegen en zien de toekomst in met blijde hope, ook door de vreeselijke wereldcrises heen.
Daartoe moeten we dan ook den waren godsdienst kennen naar Gods Woord. Daar toe moeten we Jezus Christus kennen, niet als een leeraar en als een voorbeeld slechts, die staat naast en misschien boven anderen. Maar we moeten Hem kennen als het waarachtige, eeuwige leven, in Hem kennende den Vader en door Hem ontvangende den Heiligen Geest. God boven ons, God voor ons. God in ons, dat is het ware leven.
Dat heeft de Kerk te prediken en te brengen. Bij alles wat de Kerk leert en werkt moet het centraalpunt, de bron en de kracht en het licht en de sterkte zijn Jezus Christus, God geopenbaard in het vleesch. Door Hem moet in de wereld nieuw, ander leven komen, met een zoeken van de dingen die boven zijn en een leven uit God tot vrede en blijdschap.
Mist de Kerk het Woord van God, dan mist zij de Waarheid.
Mist zij dien Christus Gods, dan kan God die Kerk missen.
Brengt zij Christus niet, den Christus der Schriften, dan maakt God haar plaats ledig.
Leeft Christus, leeft het geloof in God, leeft de vreeze van Gods Naam, leeft men bij en in de Woorden Gods, die Geest en leven zijn, dan zal het godsdienstig leven hoog staan en het zedelijk leven zal zich openbaren in kracht. Want de waarachtige godsdienst is het innig met den Heere verbonden zijn en het gaat op in het liefhebben van God, met het houden van Zijne geboden, waarbij de Heere voor struikelen wil bevrijden, ook die tot hinken en tot zinken telkens weer geneigd zijn. Hij wil genade en eere geven, die Hem vreezen.
Dan leeft God, niet als : Oerziel, Alzlel, of zijnde het Alstreven of het Bewust worden van alle gevoel en ervaring — of hoe men het verder met pantheïstische termen en omschrijvingen noemt — maar dan leeft God, de Schepper van hemel en aarde, de eeuwige God, Die de God en Vader is van Jezus Christus en Die in den weg der verzoening ook onze Vader wil wezen en door Zijn Geest en Woord ons wil leeren en leiden in alle waarheid.
Bij U, Heer, is de levensbron. Uw licht doet, klaarder dan de zon, ons 't heuglijkst licht aanschouwen !
Des Heeren vrees is rein, zij opent een fontein van heil, dat nooit vergaat.
Zalig het volk, dat het geklank kent.

(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIIKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's