De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

DE SYMPATHIE NEEMT AF.
In 't vorig nummer van ons blad gaven wij in het artikel „De legende" eenige cijfers, die dienen moesten om te doen uitkomen dat de bewering van de voorstanders der Openbare School, als zou het Bijzonder Onderwijs zooveel kostbaarder zijn dan het Openbaar Onderwijs, ten eenenmale in strijd is met de feiten. Wij hadden toen de onjuistheid dezer bewering nog eenigszins kunnen versterken, door er op te wijzen dat wanneer de kosten van het onderwijs in het geding zijn, er ook gelet moet worden op het aantal kleine scholen, die het onderwijs per leerling zoo uitermate duur maken. Nu is het voordeel ook hier weer niet aan de zijde van het Openbaar Onderwijs, maar aan den kant van het Bijzonder Onderwijs. Blijkens het rapport-Rutgers bestonden in ons land op 31 December 1927 : 284 Openbare Lagere Scholen met één leerkracht (zoogenaamde éénmansschool), tegenover slechts 42 scholen van hetzelfde karakter bij het Bijzonder Onderwijs. Wat betreft de scholen met 2 leerkrachten was de verhouding 724 bij het Openbaar Onderwijs en 588 bij het Bijzonder Onderwijs. Ook deze cijfers wijzen er op, dat voor de klacht van de „dure, kleine, Bijzondere Scholen" geen enkele grond aanwezig is.
Wij laten thans verder deze kwestie rusten.
Er is echter een ander punt, dat met 't geen wij hierboven neerschreven nauw verband houdt en waarop wij nog even de aandacht moeten vestigen.
Dit punt betreft het verschijnsel, dat wij ook reeds de vorige week, maar toen slechts zeer terloops, aanstipten, n.l. het verschijnsel, dat, ten aanzoen van 't Lager Onderwijs, de sympathieën van ons volk meer uitgaan naar de Bijzondere School dan naar de Openbare School.
Deze voorkeur van de Bijzondere School boven de Openbare School wordt niet alleen gevonden bij de confessioneele groepen van ons volk, die dit doen op grond hunner beginselen, maar ook treft men haar aan "bij heel wat Vrijzinnigen, met het gevolg, dat de positie der Openbare School in niet geringe mate wordt verzwakt.
Het is toch een bekend feit, dat in den laatsten tijd niet weinig Bijzondere Scholen zijn opgericht geworden, die door Vrijzinnigen worden bestuurd en een neutraal karakter dragen.
De reden daarvan ligt in de omstandigheid, dat de Openbare (neutrale) School langzamerhand zich in een richting beweegt, waarmede ook de Vrijzinnigen geen vrede kunnen hebben.
De Openbare School plaatst zich toch meer en meer buiten het nationale leven van ons volk en wordt door het drijven van de Socialistische onderwijzers beheerscht door anti-godsdienstige en antimonarchistische opvattingen.
Nog onlangs kwam dit duidelijk aan den dag bij de viering van den 50sten verjaardag van H.M. de Koningin, toen de openbare onderwijzers, lid van den machtigen Rooden Bond, in de Residentie weigerden om hunne-medewerking te verleenen aan een zanghulde der schoolkinderen. En ook wat te dien opzichte te Gouda plaats vond bij gelegenheid van den verjaardag der Prinses op 30 April van dit jaar, heeft dezen geest doen uitkomen.
De liefde voor het Oranjehuis, waarvan het aankweeken door deze openbare onderwijzers wordt aangeduid als „Oranje-verheerlijking", moet plaats maken voor een republikeinsche gezindheid bij de schoolbevolking.
Men mag — zoo zeggen zij — de kinderziel geen geweld aandoen door ze voor hen onbegrijpelijke opvattingen in te prenten over Oranjehuis, liefde tot het vaderland, eerbied voor het gezag, enz.
Doch, wanneer het de 1 Mei-dag is, dan wordt met de kinderziel, die niets begrijpt van vaderland en Vorstenhuis, niet gerekend en ziet men kinderen, zelfs van beneden den 6-jarigen leeftijd, met diezelfde onderwijzers, die het voor de teere kinderziel opnemen, in de rijen der arbeiders optrekken en het roode vaandel der revolutie begroeten.
En evenmin maken de roode onderwijzers bezwaar om den kinderen op de school het ideaal voor te houden, dat alle internationale geschillen door scheidsrechterlijke uitspraken behooren te worden beslecht en dat een soldaat, die zijn land verdedigt, aan het moorden is.
Is het wonder, dat de sympathie voor het Openbaar Onderwijs zelfs bij hen, die van dat onderwijs voorstander zijn, minder wordt en dat groote groepen van hen, die het neutraal onderwijs zijn toegedaan, de Openbare School den rug toekeeren ? De ergste vijanden van het Openbaar Onderwijs zijn de openbare onderwijzers zélf. Ze. maken de Openbare School kapot.
Zooals wij de vorige week schreven, gaat het Bijzonder Onderwijs het Openbaar Onderwijs meer en meer overvleugelen, tot welk verschijnsel de openbare onderwijzers het hardst medewerken.
En dan is de Openbare School de school waaraan de natie het meest is gehecht!
't Is voor de frontmakers van de Openbare School wel een droevig gezicht om van hare aftakeling getuigen te zijn.
Het proces gaat intusschen voort.

PRINCIPIEEL VERZET.
Bij het afdeelingsondérzoek in de Tweede Kamer van het voorstel van wet tot wijziging van de wet op het Notarisambt, welk voorstel door de vrouwelijke Vrijzinnig-democratische afgevaardigde, mevrouw Bakker—Nort, onlangs werd ingediend met het doel om ook de vrouw benoembaar te verklaren voor het ambt van notaris, hebben verschillende Kamerleden uiting gegeven aan de bezwaren van principieelen aard, die bij hen tegen het wijzigingsvoorstel bestaan.
Zij wezen er op, dat door de voortdurend verder gaande gelijkstelling van man en vrouw in het maatschappelijk leven, eenerzijds de vrouw meer onttrokken wordt aan de taak, welke krachtens haar natuur voor haar is weggelegd, anderzijds den man steeds minder gelegenheid wordt gelaten tot het vervullen van zijn plicht als van nature aangewezen verzorger van een gezin.
Op grond van deze principieele overwegingen verklaarden deze leden aan het voorstel van wet, dat opnieuw een stap in de richting van de emancipatie der vrouw (gelijkstelling van de vrouw met den man) doet, hunne medewerking niet te kunnen verleenen.
Wij zijn voor deze verklaring, die ongetwijfeld van Antirevolutionaire zijde is gekomen, dankbaar, en met belangstelling zien wij uit naar het lot, dat zoo aanstonds bij de openbare behandeling van 't voorstel van wet, het wetgevend product van de Vrijzinnig-democratische afgevaardigde, zal zijn beschoren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's