KERKELIJKE RONDSCHOUW
BIJ DE PLAATJES.
Verleden week schreven we, aan de hand van gegevens uit „Het Maandblad voor de Kerkvoogdijen", een artikel over den bouw van de Westerkerk te Rijssen (Ov.).
Het is ons aangenaam, door de vriendelijke beschikking van de Redactie van het Maandblad en de toezending van de drukkerij te Haarlem, nu in „De Waarheidsvriend" een tweetal cliché's te kunnen overnemen en wel het portret van ds. Van Voorthuizen en een foto van de nieuwe kerk.
EEN GOED DOEL.
Er bestaat sinds jaren een Christelijke Vereeniging tot stichting en instandhouding van arbeidskolonies „Het Hoogeland", bij Beekbergen. Die Vereeniging zal D.V. 2 December 1932 haar 40-jarig bestaan mogen herdenken.
Voor dit jubileum heeft zich een landelijk werkend Comité gevormd, om bij deze gelegenheid gelden in te zamelen voor een nieuwe inrichting voor ouden van dagen, lichamelijk en geestelijk onvolwaardigen, waaraan dringend behoefte is. Men wil een aparte kolonie voor verpleegden, die niet meer in de maatschappij kunnen worden teruggebracht als geestelijk en lichamelijk daar ongeschikt voor zijnde.
Voor de stichting van deze kolonie, welke eveneens te Beekbergen zal worden gevestigd, is ƒ60.000.— noodig. Teneinde dit bedrag bijeen te brengen zal een krachtige jubileum-actie worden gevoerd.
Wie iets van het werk van „Het Hoogeland" weet, zal het aanstonds toestemmen, dat het vooral in onze dagen een belangrijk stuk werk is, dat ons allen aangaat. Wat zijn er niet een groot aantal zwervers, die in Het Hoogeland, bij Beekbergen, een vriendelijk tehuis hebben gevonden. En in 1930 moesten 150 personen worden — afgewezen.
In totaal zijn er gedurende de bijna 40 jaren nu 17163 personen verpleegd.
En juist omdat er zich nu groote behoefte openbaart aan een aparte kolonie voor menschen, die nooit meer In de maatschappij kunnen terugkeeren — omdat ze lichamelijk en geestelijk daartoe niet in staat zijn — is er dringende behoefte aan een jubileum-collecte, waarvan de opbrengst voor den bouw van die nieuwe kolonie bestemd is.
Van de 164 verpleegden in 1930 waren er 95 van de Hervormde Kerk, 37 Roomschen, 21 van de Gereform. Kerken enz.
Deze Vereeniging, waarin Hervormden en Gereformeerden samenwerken, verdient onze warme belangstelling, onze hartelijke liefde en vraagt om ons aller hulp.
Laat ons enkele namen uit het bestuur mogen noemen : jhr. H. J. Repelasr van Driel, voorzitter, Den Haag ; jhr. mr. J. M. M. van Asch van Wijck, secretaris, Den Haag ; mr. O. E. G. Graaf van Limburg Stirum te Bloemendaal; ds. H. Knoop, Geref. pred. te Rotterdam (Delfshaven) ; J. P. van Lonkhuijzen, directeur Heide-Mij. te Arnhem ; ds. J. Sybesma, Geref. pred. te Dedemsvaart enz.
Wie in deze dagen „Het Hoogeland" gedenkt en er een gave voor wil afzonderen, doet een goed werk.
„En een zeker Samaritaan reizende, kwam bij hem en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen; en hij tot hem gaande, verbond zijne wonden, gietende daarin olie en wijn en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem". (Lukas 10).
SYNODALE VOORSTELLEN.
Misschien zijn we wat heel kort geweest in ons artikel over de Synodale Voorstellen, die op de Classicale Vergadering a.s. Woensdag in bespreking komen. Laat ons althans nog een paar korte opmerkingen maken ter aanvulling.
No. I wil maken, dat nieuwe lidmaten (die den stembevoegden leeftijd hebben) en nieuw ingekomen lidmaten (met attestatie overgekomen) niet eerst na een jaar, maar voortaan reeds na zes maanden stemgerechtigd zullen zijn en dus dan ook op de kiezerslijst moeten worden gebracht (denk aan Voorstel IV). Als de openbare belijdenis (verkeerd spreken de menschen over „de aanneming") dus plaats heeft in Maart — dan kunnen de nieuwe lidmaten (die den stembevoegden leeftijd hebben en dus 23 jaar oud zijn, zoowel mannelijke als vrouwelijke lidmaten) in October op de kiezerslijst geplaatst worden en aan de verkiezingen, die er plaats hebben (Kiescollege enz.) deelnemen. Ook voor degenen, die van de eene gemeente naar de andere verhuizen is dit van groot belang. Na een half jaar kunnen ze meestemmen. Dit voorstel moet maar aangenomen worden.
No. II. Aftredende kerkeraadsleden zullen voortaan nog twee maanden zitting hebben, indien — om welke oorzaak ook — de nieuw benoemden niet aanstonds kunnen worden bevestigd. De gemeente kan niet zonder kerkeraadsleden zitten. Toch moeten we ook weer voorzichtig zijn, want, bij mogelijke kerkelijke procedures (bij kerkelijke twisten) moeten degenen die aftreden moeten, ook weer niet al te lang kunnen blijven zitten. Hier zullen zich nog wel eens moeilijkheden voordoen. Maar we moeten het met dit voorstel maar probeeren. Aannemen dus.
Voorstel III wil maken, dat er vooral dubbele registers worden bijgehouden. Dus dubbele doop-, lidmaten-en trouwboeken. Wat heel goed is. Maar dan moeten ze natuurlijk niet bij elkaar op één plaats worden bewaard, want als er dan brand kwam zouden beide registers weg zijn. De dubbele registers moeten ook op verschillende plaatsen dan worden gedeponeerd. Aannemen.
Voorstel IV. Slechts zij zullen benoembaar zijn, wier namen op de stemlijst voorkomen. Zoo'n voorstel is goed. Temeer waar iemand reeds na zes maanden in een gemeente te zijn op de kiezerslijst kan en. moet komen (zie Voorstel I). Het is billijk, dat iemand, die niet op de kiezerslijst voorkomt, ook niet benoembaar is tot ouderling of diaken. De kwestie van de kerkvoogdij is — zooals men weet — hiervan gescheiden. Dat is een zaak apart! A aannemen.
Voorstel V is genoegzaam toegelicht : regeling van de vacaturebeurten door den Ring. Vooral bij de vele vacature-beurten (dikwijls opzettelijke vacatures) mogen de gemeenten met een predikant niet de dupe worden. De Ring moet hier iets te zeggen hebben (hoewel het instituut „de Ring" eigenlijk een onding is in ons kerkelijk leven ; 't is niets dan een dominees-kring ; en zulk een dominees-kring moet niet officieel in ons kerkelijk leven ingeschakeld worden ; maar — dat is nu op 't oogenblik eenmaal niet anders). De bepalingen van dit nieuwe Voorstel zijn billijk. Aannemen dus.
Voorstel VI hebben we wellicht de vorige week wat héél kort behandeld. Voorgesteld wordt dat het bestuur, dat tot een beslissing in hooger beroep wordt geroepen, den vorm en het bedrag van de zekerheidsstelling voor de kosten mag vaststellen. Dat is die onaangename kwestie van „hooger beroep" bij een „hooger bestuur", waarbij dan niet zelden een belangrijke som moet worden betaald om aan z'n recht te komen, of — z'n onrecht voort te zetten en vol te houden.
Maar ja — er moet voor betaald worden als er extra moet worden vergaderd. En daarom juichen we dit voorstel toe, omdat de regeling van deze materie nu wat meer aan de prudentie der besturen wordt overgelaten. Jammer blijft, dat iemand, die van een beslissing, waardoor hij zich verongelijkt acht, in hooger beroep gaat, zekerheid moet stellen (in geld) en in geval hij gelijk krijgt toch de kosten van de procedure moet betalen. Recht te hebben en dan geld, extra geld, veel geld soms, te moeten betalen om aan z'n recht te kunnen komen, is niet prettig ; is ook niet recht. Maar het Voorstel, hier bedoeld, is in elk geval een verbetering. Aannemen dus.
Over Voorstel VIII behoeven we niet meer te praten.
Bij Voorstel IX blijven we bij onze opvatting, dat het niet behandeld kan worden, omdat Artikel 17 Algemeen Reglement (de grondwet) het verbiedt. Men mag in de organieke reglementen geen wijziging voorstellen, als deze wijziging in strijd is met het Algemeen Reglement., En een wijziging van het Algemeen Reglement is door de Synode niet voorgesteld. Daarom kan en mag Voorstel IX niet in behandeling worden genomen. De Synode moet eerst zelf zich over deze kwestie beraden. We kunnen dan het volgend jaar zien wat de Synode ons voorlegt.
Voorstel X gaat over de aanvulling van het predikantspensioen als dat minder is dan ƒ1500.—. Omdat er zoo groote verscheidenheid is wat de rijksemeritaatspensioenen betreft — die immers varieeren tusschen ƒ 840.— en ƒ 2800. zullen er ook verschillende regelingen in de Kerk moeten getroffen worden om hier te helpen. Want van ƒ 840.— kan niemand leven als rustend predikant, maar om nu boven de ƒ3000.-— óok nog aanvullingen te geven, behoeft niet. Aan alles is een grens. Het hier voorgestelde Reglement bedoelt maatregelen te treffen om te komen tot aanvulling der lagere rijksemeritaatspensioenen tot een bedrag van ƒ1500.—.
Gelijk we de vorige week reeds zeiden, wij hebben te weinig verstand van deze dingen om over dit Reglement te kunnen oordeelen. De brochure van dr. Van Bruggen, van Dordt, een man van het vak, zegt ons, dat er te veel en te groote en te ernstige bezwaren aan verbonden zijn en dat het technisch niet goed opgezet is. Daarom zijn wij huiverig om vóór te stemmen. Als we er dan intusschen maar van overtuigd zijn, dat de Kerk hier een taak, een plicht heeft! Er zijn zooveel arme, oude dominees. En omdat er zoo'n ongelukkige pensioenregeling is, blijven er zooveel oude dominees, die heen moesten gaan, nog maar in functie.
Laten we dus wèl bedenken, dat de Kerk hier een roeping heeft. De Heere heeft het nooit geprezen, als ouden van dagen, als dienaren der Kerk, onverzorgd worden gelaten. Hier moet een behoorlijke regeling getroffen worden. Wat wij nog eens met ernst op den voorgrond willen stellen !
Overigens zullen we ons door deskundigen moeten laten raderi !
DE NOOD DER TIJDEN.
Dat de tijdsomstandigheden hoogst, hoogst ernstig zijn, zal niet veel tegenspraak vinden in onze kringen.
't Is waarlijk niet in Rusland, in Spanje alleen, 't Is ook in Duitschland, ja, daar op 't oogenblik vooral. En dat is weer de oorzaak dat het alom zéér gespannen is. En ook ons Vaderland, ook ons volk mag er wel ernst mee maken.
Ernst door eenvoudiger te worden, zuiniger in alles. We zullen moeten inbinden. We zullen ons leven soberder moeten maken. De salarissen, de loonen zullen naar beneden moeten. Dan zal alles naar beneden gaan. Op de uitgaven zal het gezocht moeten worden, en niet eerst de inkomsten verhoogen.
Vindt men het vreemd, dat wij dat hier in deze rubriek „Kerkelijke Rondschouw" zeggen ? Dat we het zóó zeggen ? Moet een Christen zich niet ernstig de waarheid en de werkelijkheid voorstellen, om die onder de oogen te zien ?
Moeten we dat elkander niet toeroepen ?
Moeten wij. Christenen, niet beginnen ?
Maar — dan willen we nog iets anders zeggen.
Moeten we als Christenen, ook als Kerken, elkander niet zoeken, meer dan tot nu toe, om saam onder den indruk van den nood der tijden, nu de donkere wolken overal samenpakken, in één kerkgebouw ter plaatse samen te komen, om saam te bidden, saam te zingen, saam ons te scharen rondom Gods Woord, saam te luisteren naar Gods stem en zoo ons volk op te roepen tot verootmoediging en de Christelijke Kerken te vermanen dat zij de broederlijke liefde betrachten ?
Wij lazen het bericht in de couranten van IJmuiden, dat daar de kerkeraden van de Hervormde Kerk, van de Gereformeerde Kerken, van de Luthersche Kerk, van de Chr. Gereformeerde Kerk overeengekomen zijn om in één kerkgebouw een bidstond te houden met het oog op den nood der tijden.
Heerlijk !
Saam te bidden — kan zoo heerlijk zijn. En er kan kracht, groote kracht van uitgaan. Grooter kracht dan de bidders zelf soms verwachten of vermoeden.
Wij denken onwillekeurig aan de geschiedenis van Handel. 12. Petrus zucht in de gevangenis, zwaar geboeid en pijnlijk geketend. En men heeft er van hooger hand plezier in de discipelen te dooden, om zoo in de gunst der Joden te komen. Maar dan lezen we : „maar (let op dat maar) van de gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan". (Hand. 12 vers 5).
Als Herodes zich met Petrus inlaat om hem te dooden, laat de gemeente zich ook met Petrus in — maar om voor hem te bidden, gedurig, aanhoudend te bidden tot God !
En wie wint 't ? Herodes met 't zwaard of de gemeente met het gebed ?
We kennen de uitkomst.
Het is zóó verrassend, dat de broeders en zusters, die in het huis van Maria, de moeder van Johannes Marcus, gedurig samenkomen om gedurig te bidden, het zelf niet kunnen gelooven.
Als Petrus straks aan de deur klopt en de dienstbode Rhode het binnen vertelt (van verbazing doet zij de deur niet open en loopt haastig naar binnen en laat Petrus buiten staan.) dan krijgt zij ten antwoord : „gij raast!"
Zoo is de Heere een hoorder des gebeds. Roept de nood der tijden ons niet, om alleszins voorzichtig te leven, om ons leven te versoberen, om eenvoudiger te worden ?
En roept de nood der tijden ons boven alles niet om elkanders aangezicht te zoeken en saam dan Gods aangezicht te zoeken ?
EEN VERHEUGEND FEIT.
Het mag als een verheugend feit worden beschouwd — en we moeten er ook onze aandacht aan schenken — dat er in dezen tijd van beroering, revolutie, verwarring en grooten afval, terwijl het ook een tijd van financieelen nood is — toch meer Bijbels zijn verkocht in ons Vaderland dan ooit te voren ; en wel niet minder (in 1930) dan 151 duizend en dan nog ruim 400 in totaal.
Wij gelooven dat Gods Woord niet ledig zal wederkeeren, maar doen zal wat den Heere behaagt.
Hij zij ons volk en ons Vaderland genadig en doe ons wederkeeren tot Hem, den God van zaligheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's