MEDITATIE
Leer ons alzoo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen. Psalm 90 vers 12.
BEDE OM EEN WIJS HART.
De Heilige Schrift teekent ons op menige bladzijde en inzonderheid in Psalm 90 de kortstondigheid des levens. Deze waarheid wordt aanstonds klem bijgezet op het zien van een sterfbed in onze allernaaste omgeving. Dan zijn de dagen geteld en het is de vraag of ook wij onze dagen tellen.
Wie uit genade dezen wijzen raad van Mozes opvolgt, staat bij lederen dag dien hij beleeft even stil, gelijk men bij elk voorwerp dat men telt even stilstaat, al is het nog zoo kort.
Van datgene waar het op meer of minder niet zoozeer aankomt, maakt men door globaal overzicht eene schatting, want daar gaat het om het geheel en niet om de deelen.
Hoe meer echter de onderdeden van waarde zijn, des te nauwkeuriger dient opgelet. Dit is in ons dagelijksch leven niet het minst het geval met het geld, dat naar zijn waarde in muntstukken bepaald, nauwkeurig in een cijfer wordt uitgedrukt.
Volgens de Schrift is er echter iets dat van veel grooter waarde Is dan het geld : 't Is ons leven, onze onsterflijke ziel. Want wat baat het een mensch, zoo hij al de geheele wereld gewint "en zijner ziele zou schade lijden ? Wat zou hij kunnen geven tot lossing ?
Wie vijandig staat tegenover de waarheid van Gods Woord, is onbewust reeds een toestemmer geworden, daar hij om het leven te rekken er alles voor over heeft.
Er is echter nog oneindig veel meer.
Mozes bedoelt met het tellen der dagen het geregeld stilstaan bij de genadegave Gods van de verlenging des dagelij kschen levens. Wie zal dan de zegeningen in goede orde kunnen verhalen ? Niemand. Gods barmhartigheden zijn lederen morgen nieuw. Doch aangezien de mensch dit van nature niet ziet en tot murmureeren geneigd is vanwege zijn zondig hart, wil Mozes ons vermanen tot het tellen der dagen, neen, schooner nog : hij bidt tot God, den Toevlucht van geslacht tot geslacht, of de Heere Zelf ons dit wil leeren. Desgelijks het profetisch vermaan : Bekeert u ! en daarnevens het profetisch gebed : Heere, bekeer ons. Eveneens : Onderzoek uw hart! en het gebed : Doorgrond Gij mijn hart.
Hier gaapt de kloof voor allen die nog niet alles leerden stellen in 's Heeren hand. Overbrugt de Heere die, dan text de mensch lederen dag als een gave Gods, dan let hij op Gods daden van Majesteit en bewijzen van genade en vóór hij zich zulks bewust is, blijkt dit zijn doen een voortvloeisel te zijn van een wijs hart.
Mozes zag het volk Israels in zijn geheel aan als een volk, dwalende van hart, met Gods wegen onbekend. Immers zegt de dwaas in zijn hart: Er is geen God. En waar hij het einde van dezen weg ziet, uitloopend op de eeuwige rampzaligheid, daar maakt hij de zaak van het eeuwig zieleheil tot een zaak des gebeds.
Leer ons alzoo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.
Een wijs hart let op alle achtenswaardige dingen. Niet het minst op de kortstondigheid en broosheid des levens. Duizend jaren zijn in 's Heeren oog als de vervlogen dag van gisteren, neen, nog erger, als 'n voorbijgegane nachtwake. Wat heef f dan zeventig, of zoo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren te beteekenen om daarop te vertrouwen ? Het leven is een damp, en bovendien zeer broos. Daar is maar ééne schrede tusschen ons en den dood ! Somber is het getuigenis : Gij hebt onze dagen een handbreed gesteld. Droevig voor den wereldling is de uitspraak der Schrift: De gedaante dezer wereld gaat voorbij !
Dwazen van hart, die deze waarheid poogt weg te duwen uit uwe gedachten. De Almachtige overweldigt ons. 't Is alles gelijk een slaap, spoedig voorbij, 't Is alles gelijk een kleed, ras verouderd.
Wie zijne dagen mag tellen als vrucht van gebedsverhooring, telt zijne dagen naar de meening des Geestes aldus : ledere dag klaagt mij aan, lederen dag heb ik alles verbeurd, lederen dag heeft God recht op mij, om in ongeschonden staat terug te eischen hetgeen Hij mij gaf.
Zoo zal Hij ook mij eens opeischen, want wij zien het om ons heen dat soms steelsgewijze menschen van alle leeftijden worden weggeraapt. De wereld bazelt zooiets van louter natuurlijke oorzaken, ziekte, gebreken, ouderdom en wat dies meer zij, als of de Almachtige geen andere middelen heeft om Zijn volk tot heerlijkheid te brengen ! Henoch werd weggenomen, dat hij den dood niet zien zou, en Elia voer opwaarts ten hemel!
Neen, gij wereldwijze, 't is de zonde die de oorzaak is van alle ellende, en daarbij voegt zich ook onze zonde, dat wij tegen Gods rechtvaardige straf in verzet komen.
Maar wie een wijs hart heeft, eerbiedigt God in Zijn bestuur, en leert zijne dagen God natellen, die Hij hem vóórtelt.
Dan leert hij alles genade achten, en niet het minst, dat God ook dien dag geteld heeft, een dag van eeuwige beteekenis, waarop Jezus Christus Zijne ziel heeft uitgestort in den dood. Van dien dag profeteerde Zacharia dat God zou verzoening doen op éénen dag !
Als alle onze dagen geteld zijn, is het einde daar. Het is den mensch gezet eenmaal te sterven, zoover getuigt heel de menschheid uit ervaring, doch waar de ervaring ophoudt, gaat de Schrift verder. Deswege is ook de ervaring in de kennisse Gods wel onmisbaar, doch komt pas in de tweede plaats. Het woord der openbaring, de Heilige Schrift, gaat boven de ervaring altoos uit en zegt in dit verband : Het is den mensch gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel.
Deswege ook de bede om een wijs hart !
De wereld zegt van dit oordeel: priesterbedrog en bangmakerij ! Leef goed en schik u in uw lot.
Armzalige en Gode vijandige wereld ! Sterven en daarna het oordeel. Wie heeft een wijs hart ? Hij lette hierop, niet in de ure des doods alleen, maar in zijne gezonde dagen.
Want de wijzen van hart zien den gezegenden en van God getelden dag, dat de Borg uit het gericht is weggenomen, d.i. dat Hij ten onder gegaan is voor Zijn volk.
Hij is onder het oordeel Gods bezweken, opdat degenen die in Hem gelooven in dit schrikkelijke oordeel niet zouden ten onder gaan. Bevrijd van de straf, worden zij als rechtvaardigen gesteld, en bij alle levensdagen tellen zij den dag, waarop God hen tegenkwam bij aanvang en vernieuwing met Zijne verzekering : uw dagen zijn geteld en de dag uws doods is de dag uws levens, want Ik ben het. Die na kortstondig ongeneugt u eindeloos verheug !
Mijn lezers, hebt gij een wijs verstand of een wijs hart ?
Een wijs verstand is voor een tijd, een wijs hart is voor de eeuwigheid.
Een wijs verstand richt zich op louter aardsche zaken en de negeering en verwerping van Christus' werk wijst op den duivelschen oorsprong van het wijze verstand.
Een wijs hart daarentegen richt zich op de hemelsche dingen, vindt in Christus 't één en het al, en is per slot van rekening een vrije genadegift Gods.
De dagen, die nog vóór u liggen, heeft God geteld. Hebt gij reeds geteld de dagen die achter u liggen ? Dagen waarop Hij u wilde roepen en u tegenkwam ? Zoo gij deze roeping gehoorzaam geweest zijt, hoe gelukkig met een wijs hart Christus te mogen belijden ! Zoo neen ! bidt nog heden of Hij, die barmhartig is, u tellen leert, opdat gij een wijs hart bekomt, zoodat de dood, die volgens dezen Psalm gewis — en soms zoo onverwacht — komt, u eene verrassing is van de edelste soort.
W.
G. V. d. Z.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's