De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

11 minuten leestijd

Het April-nummer van „De Jonge Vrouw" uitgave van Bosch en Keuning te Baarn brengt een lied van mejuffrouw van Woensel-Kooy : De Paaschklok luidt, met muziek van H. J. Gauntlett; verder nog een paar bijdragen in verband met het Paaschfeest: de meditatie Paaschmorgen, een reproductie van een schilderij van P. Veronese : De Kruisiging, en een artikel : Paaschfeest en Paascheieren.
In zijn serie : Kunstvormen uit de Natuur geeft Chr. Ie Roy o.a. een fuchsiamotief, dat hij op verschillende wijzen styleert. Vooral het glas-in-lood-raam is knap en origineel.
Goed werk is ook de linoleumsnede „Trompetnarcissen", die in dit nummer gereproduceerd wordt.
Het meisjesscheepsjournaal uit 1751 wordt voortgezet. Een fijne penteekening in den trant van dien tijd geeft het uitzicht op St. Helena, zooals dat op de reis gezien is.
Verder de schets : Een atelier-dag, en de gewone verhalen en rubrieken. De handwerk-rubriek geeft o.a. de uitslag van de „Kwartjesprijsvraag", waaraan enthousiast is deelgenomen door honderden lezeressen.

DE BALLINGSCHAP door ds. G. van der Zee. Deel III, in ballingschap gevoerd II, uit ballingschap verlost. Uitgave : J. H. Kok, Kampen.
We hebben ze nog weer eens boven op elkaar gelegd de drie deelen. We hebben ze nog weer eens ter hand genomen en doorgebladerd. Eerst Deel : met ballingschap bedreigd. Dat is het voorspel. Verwarde toestanden in Israël worden ons geteekend, over den Syro-Efraïmietischen oorlog wordt gehandeld, der profeten stem wordt gehoord. De regeering van Hiskia, Manasse, Amon, Josia, Joahaz, Jojakim, Jojachin en Zedekia wordt beschreven. Dan komt Juda's ondergang, met het beleg van Jeruzalem, de inneming en de verwoesting van de stad. Een terugblik op den natuurlijken en maatschappeiijken toestand vormt het slotstuk van het eerste Deel. Het tweede Deel handelt dan over den tijd van de ballingschap, de Assyrische ballingschap (Tiglath-Pilezer, Salmanezer, Sargon, Sanherib, enz.) en de Babylonische ballingschap (Nebucadnezar enz.). De aankomst der ballingen in Babel (597 en 586) wordt ons verhaald. Over de verschillende volkeren (Moab, Ammon, Edom, de Filistijnen, Egypte, Tyrus, Sidon) en de oordeelen over hen uitgesproken, wordt gehandeld. Sions toekomstige heerlijkheid (het heil voor Israël en de volkeren) wordt geteekend, over Ezechiëls visioen wordt geschreven. De terugkeer voorspeld, betwijfeld, afgebeden — is het slothoofdstuk van het tweede Deel.
En dan komt nu het derde Deel, waar in de geschiedenis van drie eeuwen uit Israels geschiedenis (738—430 voor Christus) beëindigd wordt. Eerst komt het tweede (slot)stuk van „in ballingschap gevoerd." Babels val en vernedering wordt beschreven. Over de Perzische ballingschap wordt gehandeld ; daarna over de Egyptische ballingschap. Een breede beschrijving krijgen we over „het leven tijdens de ballingschap". Dan komt „Uit Ballingschap verlost", met den terugkeer van de eerste groep (538 voor Chr.), met den tempelbouw. Daarna de terugkeer van de tweede groep (458 voor Chr.), met beschrijving van den toestand in Palestina, de herbouwing van muur en stad ; vervolgens de reformatie van Ezra en Nehemia. Een Aanhangsel maakt het slotstuk ; waarna Naam register en literatuur-opgave.
Met stille bewondering hebben we de drie deelen nog weer eens door onze handen doen gaan. We hebben hier en daar nog weer eens een stukje gelezen. En gaarne brengen we nogmaals hulde aan de werkkracht, den schrijf lust, den speurzin van onzen collega ds. Van der Zee, met den wensch en bede, dat zijn boeken velen dienen mogen bij het bestudeeren en het vertellen of beschrijven van de heilige geschiedenis. Predikanten, die werk maken van hun bijbelsche geschiedenis-vertelling op catechisatie, onderwijzers, die zich interesseeren voor de bij belles op school, makers van opstellen en behandelaars van onderwerpen op onze vereenigingen — hebben hier prachtmateriaal. En ook in onze gezinnen kan men, om de geschiedenis van de ballingschap eens echt „onder de knie" te krijgen, van deze boeken profiteeren. God zegene dit werk, dat met zooveel liefde en ijver verricht is !
De uitgever besteedde alle zorg aan deze boeken, zoodat ze er keurig uitzien. Degelijke, stevige, mooie banden, best papier, duidelijke letter — alles, zooals we dat van den heer Kok gewoon zijn.
Al onze Schoolbesturen en al onze Vereenigingen hebben immers reeds deze keurige handboeken voor bijbelsche geschiedenis aangeschaft voor de boekenkast van het personeel of de bibliotheek der vereeniging ?

ENCHIRIDION, handleiding voor de geloofsleer van Augustinus, bisschop van Hippo, bewerkt door Care! Bloemen. Uitgave : J. J. Romen & Zonen, Roermond.
Augustinus heeft enkele jaren voor zijn dood (waarschijnlijk in 421) een boekje geschreven over geloof, hoop en liefde. Het boekje was bestemd als handboekje — daarom heet het ook Enchiridion: wat men in handen geeft; en=in en cheir = hand) voor Laurentius, een man van groote wijsheid en vroomheid. Augustinus noemt hem „beminde zoon", en geeft in dit handboekje een verklaring van de Apostolische geloofsbelijdenisenhetgebed des-Heeren. Zoo is 't geworden een „systematische uiteenzetting van de geloofsleer"; terwijl het zich bepaalt tot een verklaring van de drie hoofddeugden: Geloof, Hoop en Liefde. Zeer uitvoerig gaat Augustinus na wat wij moeten gelooven en verwerpt daarbij alle ketterijen uit zijn tijd : manicheën, apollinaristen, pricilianisten, arianen en vooral de pelagianen bestrijdt hij, zonder evenwel de namen te noemen. Na zóó over het Geloof te hebben gehandeld, spreekt hij zeer kort over de deugd van Hoop, in verband met het Onze Vader, en de deugd van Liefde. Dat hij over het laatste zoo beknopt handelt, vindt z'n oorzaak in het feit, dat hij reeds in de uitvoerige uiteenzetting over het Geloof herhaaldelijk gehandeld heeft over Hoop en Liefde. In het algemeen is het Enchiridion dus een verklaring van de Apostolische geloofsbelijdenis. Augustinus heeft deze verklaring eenvoudig gehouden en er niet naar gestreefd om een breede en fundamenteele behandeling, met het geheele apparaat van zijn groote wijsheid en wetenschap, te geven. Hij wilde een Enchiridion geven d.w.z. een klein boekje, dat men met de hand omvatten kan. Geen foliant (blz. 18).
Geen van Augustinus' werken, uitgezonderd zijn Belijdenissen" (Confessiones) natuurlijk, heeft op zooveel belangstelling aanspraak kunnen maken als dit kleine handboekje. Roomschen en Protestanten hebben 't om strijd geprezen. Ook de Jansenisten gaven er een vertaling van. Kerkhistorici als prof. A. Harnack en Seeberg prezen het om strijd (Harnack : Lehrbuch d. Dogmengesch. 1910, III, 220 ; Seeberg : Lehrbuch d. Dogmengesch. 1910, II, 489). Van beteekenis is ook, dat Thomas van Aquino het boekje tot voorbeeld nam voor zijn Compendium Theologise.
Door de bewerking van Carel Bloemen te Rijswijk (Z.-H.). en de goede zorgen van de Uitgevers-Mij. J. J. Romen & Zonen te Roermond is nu een nieuwe vertaling en nieuwe uitgave aan het Nederlandsche volk aangeboden, waarover wij ons ten zeerste verheugen. Wij bevelen dit keurig uitgegeven handige boekje, dat zoo mooi gebonden is en zoo duidelijk gedrukt, ten zeerste aan. Na vijftien eeuwen hooren we den grooten Kerkvader Augustinus in onze taal weer spreken en wij mogen er ten zeerste dankbaar voor zijn! Wij hooren hem verklaren : wat geloofd, wat gehoopt en wat bemind moet worden (blz. 15) ; wat in 't kort de christelijke leer is ; en. dat naar het getuigenis van de heilige Schrift, die terecht de Goddelijke genoemd wordt (blz. 16).

LEVENDE STEENEN, over de Kerk en 't geloof in Christus, een niettheologisch woord tot niet-theologen, door C. J. de Vogel, met een inleidend woord van prof. dr. A. M. Brouwer. Uitgave : N.V. G. J. A. Ruys Uitg.-Mij., Zutphen.
Wij hadden gelegenheid dit boekje direct na ontvangst te kunnen inzien en toen we er mee begonnen waren, hebben we het niet neergelegd vóór we het tot de laatste bladzijde (114) uitgelezen hadden. Wat een mooi, teer, weldadig boekje is dat! 't Gaat over de Kerk en dan is het een leerares van een Gymnasium, een niet-theoloog, die tot ons spreekt, die met ons praat, op - zóó innemende manier, dat we dit boekje gaarne in handen zouden zien van allen die de Kerk van Christus — ook die onze Hervormde Kerk — lief hebben. Of we dan woord voor woord en zin voor zin onder­ strepen ? Neen. Maar we moeten ook naar anderen kunnen en willen luisteren. Vooral wanneer men zoo degelijk, zoo teer, zoo oprecht met ons praten wil. Wat staan er kostelijke dingen in. Dingen waarmee we ons voordeel kunnen doen. En daarom moet ieder, die in de Kerk belang stelt, dit boekje maar eens lezen. Verschillende dingen rakende de Kerk, worden behandeld. De zichtbare en onzichtbare Kerk; de beteekenis van 't woord Kerk (heel mooi!); de Kerk in onzen tijd en onze wereld over Kerken en kerkelijke richtingen (met rake dingen!) ; over de kritiek die altijd op de Kerk geoefend wordt; en een slothoofdstuk : Wat kunnen wij practisch doen ?
Prof. Brouwer geeft een kort inleidend woord, waarin hij niet onduidelijk laat uit komen dat er nog al wat in dit boekje staat, waarmee hij zich niet vereenigen kan ; wat we kunnen begrijpen. De kerkelijke richtingen (vooral de ethischen tegenover de gereformeerden en confessioneelen) zijn volgens prof. B. niet juist gekarakteriseerd ; ook vindt hij niet juist zoo als over de vrijzinnigen gesproken wordt, en waarschijnlijk ook niet wat over „Kerkopbouw" wordt gezegd enz. Maar in weerwil van die restricties beveelt hij dit boekje bizonder aan. En wij doen het ook. Wij hopen dat het veel gekocht en veel gelezen mag worden — tot zegen voor de Kerk van Christus, tot zegen ook voor onze Hervormde Kerk !
Het boekje is keurig uitgegeven.

NEHEMIA, de held Gods, door L. Oranje Czn. Illustraties van Jac. Eriks. Uitgave : N.V. W. D. Meinema, Delft.
De profeten gaan weer leven. En daarover verheugen we ons. Wat zijn het een stoere Godsgezanten geweest. Wat hebben ze geweldige dingen gesproken. Wat hebben ze land en volk. Kerk en Staat, gewaarschuwd. Ze waren vol van de woorden Gods, vol ook van Zijne oordeelen. En dan zoo teer, zoo liefdevol, zoo hoopvol, om Christus' wil. Pessimisten waren 't, ongeluksprofeten, storm vogels — en tegelijk zoo teer, zoo voorzichtig, en altijd er op uit om te bouwen en te bewaren ; om met troffel en zwaard te werk te gaan. Nooit om den boel maar stuk te slaan, uit elkaar te rukken, te verdeelen en weg te loopen. Nooit. Omdat de geest van Christus door hen sprak — zooals Petrus later schrijft.
Daar staat nu Nehemia voor ons. Ds. Oranje heeft hem ons ten voeten uit geteekend. De held Gods. Waarom dit boek geschreven is ? „Een oude, helaas te weinig gekende geschiedenis uit Gods Woord, nog eens opnieuw te verhalen, zóó, dat de werkelijk frappante overeenkomst tusschen de groote levensvragen van de Kerk des Heeren van toen en thans ten volle belicht wordt, is mijn hoofdmotief geweest tot het schrijven van dit boek", zegt ds. Oranje. En hij zegt dan verder : „De mémoires van Nehemia concentreeren zich toch ten eenenmale op de beschrijving van den uit-en inwendigen herbouw van de Godsstad Jeruzalem na de ballingschap. Beurtelings toonen zij ons de bouwers en de vijanden van dien bouw ! Hoe wordt het dan openbaar in dit bijbelboek, dat de bouwers aan het Godsrijk, toen, en thans, ja, al de eeuwen door, dezelfde zijn gebleven. Maar ook de vijanden zijn niet veranderd ! Omdat de bouw van het Godsrijk altoos blijft dezelfde. Zoo is het boek Nehemia „up to date" in de hoogste mate, voor wie het geestelijk beschouwt, waarmee tegelijk een uitgave als deze m.i. ten volle is gerechtvaardigd". En dan verder : „De goede hand onzes Gods geve dan, dat, mede door dezen arbeid vele hedendaagsche bouwers aan het Godsrijk weer bij dezen bouwer in de leer gaan ! „Nehemia" kome weer in onze huizen en op onze kansels, méér nog dan tot heden ! De vijanden van dien bouw te doorkennen, te weten wat er voor dien bouw nóodig en wal er contrabande is, daaraan heeft ook onze tijd behoefte !"
Nu weten we wat ds. Oranje met het schrijven van dit boek van ongev. 270 blz. heeft bedoeld. En ieder die het leest, zal den schrijver dankbaar zijn. Op geheel eigene manier wordt hier een beschouwing en verklaring gegeven van het boek van den opperschenker aan het Perzische hof, die aan den genialen staatsmansblik een echt godvreezende, kinderlijk-vrome ziel paarde, die een man des geloofs en een man van de daad was ; die biddend begint en tot werken kracht bezit. „Ik doe belijdenis over de zonden der kinderen Israels, die wij tegen U gezondigd hebben ; ook ik en mijns vaders huis, wij hebben gezondigd Zoo hooren we hem spreken, bidden, pleiten. Wij hebben gezondigd ; ook ik en mijns vaders huis — wij hebben gezondigd Neen, zulke menschen laten Kerk en volk niet los. Zulke menschen klagen en jammeren en schelden niet. Zulke menschen kunnen zich niet inhouden. „Och HEERE ! laat toch Uw oor opmerkende zijn op het gebed van Uw knecht en op het gebed van Uwe knechten, die lust hebben Uw Naam te vreezen ; en doe het toch Uw knecht heden wel gelukken"
Ds. Oranje teekent ons den man Gods aan de hand van de verschillende hoofdstukken. Het eerste is : bij de krachtbron ; dan volgt: de nachtelijke tocht; vervolgens : onrust van buiten — rust van binnen ; dan : slijten, maar leven; vervolgens : de sociale kwestie ; dan volgt: verraad ; vervolgens : „dankbaar, maar niet voldaan". Ook komen dan : Honger naar het Woord ; boete en gebed ; een vast verdrag ; de inwijding ; desillusie, en tenslotte : God helpt !
Een bizonderheid van dit mooie boek, dat zoo keurig is uitgegeven bij Meinema in Delft, is ook nog, dat het zoo aardig geïllustreerd is.
Hartelijk aanbevolen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's