De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE KLEINE LUIJDEN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE KLEINE LUIJDEN.

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

6 minuten leestijd

Daarop is hij langzaam gekalmeerd. Had Sien nog niet genoeg, ook om zijnentwil geleden, en zou hij dan niet mede zich verheugen over haar geluk ? Sander was zijn beste vriend, van af dat zij hier woonden; zeker zou die verhouding door het huwelijk met zijn zuster niet minder worden.
„Nu worden wij zwagers, Henk, " — heeft Sander eens lachend gezegd, en toen heeft hij na eenig denken geantwoord : „'k heb 't toch nog liever dan wanneer ik vader tegen je zeggen moest."
Toen eindelijk de trouwdag kwam, die op uitdrukkelijk verlangen van Sander en Sien, zoo eenvoudig mogelijk had moeten zijn, leek het in Zorgvliet wel een koninginnefeest. Alle werk in de morgenuren stond stil. De buurvrouwen waren reeds vroeg op haar Zondagsch. Zelfs Sjerp en Jetze kwamen er eerder om thuis. Op de naald van de schuur op „Olga-State" wapperde al vroeg de driekleur, en bij de Burenga's evenzeer. Zelfs had Jasper de vlag op den toren willen hebben, maar dominé had gezegd, dat dit niet ging, omdat deze het eigendom van de burgerlijke gemeente was. Maar op het huis van Jasper hingen er twee; één gewone, en één met den Oranjewimpel. En voor den ingang van het dorp hadden jongelui in nachtelijke stilte een eereboog opgericht, van sparregroen, waar tusschen het woord geschreven stond
„Hulde aan Bruid en Bruidegom."
Natuurlijk zorgde Rijpkema met Burenga en de verdere boeren voor de noodige rijtuigen. Want hoewel niemand genoodigd was, bleef geen oude vrouw bij het spinnewiel.
Slechts één begeerte had Sien gehad : Wanneer men haar dan toch meende te moeten eeren, dan zou zij gaarne van uit het huis van bakker Deelstra naar de trouwzaal, en vandaar naar de kerk gaan, waar dominé Randwijk natuurlijk het huwelijk zou inzegenen. Want in dat huis was zij eertijds als een schipbreukeling op de groote levenszee, liefderijk opgenomen en verpleegd, en van af dat huis begon voor haar de levensvreugde te komen, en het levenslicht te dagen.
't Was éen roerend oogenblik toen eindelijk de rijtuigen naderden ; de leidsels krijtwit; het nikkel werk aan de gareelen glimmend als zilver, de snuivende paarden, weelderig van den stal, huppelend over den bevroren grond, als wisten zij dat het feest was, met bloemen in de manen, evenals op de zweep.
„'t Kon wel een prinses gelden, " — zeiden de opeengedrongen vrouwkens, maar die niets van dit ongewone schouwspel missen moesten.
Toen ging het onder den eereboog door. Hoe was 't mogelijk ! Die brave Zorgvlieters ! Sien pinkte een traan weg.
Voor Deelstra stond het opgehoopt. „Hoerah !" — klonk het uit de menigte. „Leve het Bruidspaar !" — riepen anderen.
Daar naderden een paar kleine kleuters in mooi wit jurkje met rose lint, één van Johannes en Klaske en een van Rijpkema, vertegenwoordigers van het proletariaat en het kapitaal om vereend looverkes te strooi en voor beider vriendin, die voor allen dezelfde was geweest.
Maar in de woning van Deelstra wachtte nog de grootste verrassing. Ook hier weer bloemen en groen, en in denzelfden stoel, waarin Sien eenmaal levensmoe en krachteloos gezeten had, nu omslingerd met wingerdranken, werd haar met Sander thans een lied toegezongen, waarin iets voorkwam van Gods groote wonderdaan. Hier werd het Sien te machtig, en vrouw Deelstra niet minder. Zelfs de baas kreeg zoo iets vochtigs in de oogen, en toen hij zijn speech zou afsteken, wou het niet. 't Zat er wel in, maar het wilde er niet uit. En toen is al het ceremonieel maar verbroken, en op een geheel andere wijze dan was afgesproken, doch niet minder hartelijk, het bruidspaar geluk, gewenscht.
De ambtenaar van den burgerlijken stand deed het kort, zooals de wet voorschrijft. Doch toen daarop in de kerk de inzegening zou plaats hebben, leek het wel, alsof het Zondag was. Nog nooit heeft Jasper zóó aan de klokketouwen getrokken als dien morgen, 't Was alsof de muren zouden bersten. Maar hij waagde het er op, want het gold zijn vriend Sander.
Daarop volgde de plechtigheid. „De Heere zal uwen uitgang en uwen ingang be­ waren van nu af tot in eeuwigheid." Dat was de tekst, 't Was muisstil. Vooral toen dominé in herinnering bracht hoe de bruid voor enkele jaren hier nog een vreemdelinge was, en daarna, vooral door haar zelfverloochenend leven de liefde van gansch de gemeente, ja van heel het dorp wist te winnen, 't Werd niet gezegd om menschen te verheerlijken, maar wél om er op te wijzen hoe de zegenende hand Gods de zeer verschillende wegen van deze twee menschen tot één had gebracht en om op grond daarvan ook verder in Zijne hand de toekomst te stellen.
Bizonderheden, waarnaar wellicht een enkele nieuwsgierige had gehunkerd, werden niet medegedeeld, daarvoor was het hier niet de plaats, en bovendien het leven veel te teer, maar wel was het de uitdrukkelijke begeerte van Bruidegom en Bruid, dat zij als altijd bij allen in Zorgvliet blijven mocht: „tante Sien." Toen daarop de inzegening plaats had en de gemeente verzocht werd te zingen :
Dat 's Heeren zegen op u daal,
waren er niet velen, die zonder ontroering meezongen, 't Was een plechtigheid, waarover nog lang daarna gesproken werd.
Na afloop van den dienst scheen er aan het gelukwenschen geen einde te zullen komen. Allen wilden Sander, maar vooral tante Sien de hand drukken. Wat was zij keurig netjes. In 't geheel geen opschik, maar alles zoo degelijk. Precies zooals zij zelf was. En wat was Sander jeugdig !
Neen, maar hij kon het nog met haar doen. En zij met hem. Dat werd grif een gelukkig huwelijk. Omdat die twee bij elkaar pasten, als de pot en het deksel, of — zooals Johannes Douma zei — „omdat zij als voor elkander geknipt waren".
Natuurlijk stond op „Olga-State" 't feest maal aangericht en waren benevens de familie Deelstra en Jasper met Griet, ook Burenga en vrouw van de partij.
„'k Heb altijd gezegd, als Sien nog eens trouwt, kom ik op de bruiloft, en daarom ben ik hier ook" — zei Burenga.
En al waren er dan ditmaal geen „boerenjongens", omdat Sander en Sien beiden geheelonthouder waren, het ging er niet minder goed om.
Zelfs in het dorp duurde de vreugde nog lang voort.
En de kleinen zochten de loovertjes op, en begonnen bruiloft je te spelen.
En Pieter van Ideinen Symen en Syke moest Sander verbeelden, en Trui van Doede Jantje was Sien, en Machiel moet volgens de meeste stemmen straks de dominé wezen.
Maar Machiel wilde niet, omdat hij niet wist hoe te moeten doen. Hij was liever veldwachter, die voor de jongelui de baan vrij hield. Waarom tenslotte goed gevonden werd dat Harm, al was hij dan ook de broer van de bruid, de hooge eer ontving de jongelui plechtig te verbinden. En waar door het ontzag, dat hij reeds onder de kornuiten had, niet weinig toenam.
„Als de kinderkens "
Dien dag waren er in Zorgvliet vele gelukkige menschen.

Einde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

DE KLEINE LUIJDEN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's