IS DAT GEREFORMEERDE PREDIKING ?
Er dient zich tegenwoordig allerlie prediking aan onder het schoone cachet van gereformeerd, wat eigenlijk heelemaal niet gereformeerd is. Onder enkele predikers, en vooral onder sommige „gewilde" godsdienstonderwijzers, maakt het vergeestelijken goeden opgang.
Wat er zooal wordt opgedischt, is ongelooflijk. Het is gebeurd, dat een oefenaar den geheelen avond sprak over de woorden, dat de naam des Heeren een sterke „toren" is. De goede man had echter gesproken, alsof er stond een sterke „toorn". Van den geheelen tekst was natuurlijk niets terecht gekomen. Gods Woord spreekt in dien tekst niet over recht, maar over genade.
De fout zat 'm natuurlijk in 't gebrek aan taalkennis, waardoor geen verschil werd gemaakt tüsschen „toorn" en „toren".
We geven echter toe, dat er toch nog wel een goed stichtelijk woord kan zijn gesproken, maar bedenkelijk blijft 'n Schriftuitlegging, waarbij men er zoo naast grijpt.
Er zoo maar op los vergeestelijken is nog erger. Het is dan eigenlijk geen uitlegkunde meer, maar inlegkunde. 't Is niet meer een ootmoedig buigen voor de Schrift en vragen, wat de Heere ons daarin te zeggen heeft, maar veel meer een inleggen, wat het bevindelijk gevoel al te voren had opgemaakt. De volgorde was dus eigenlijk omgekeerd.
Men maakt de Schrift tot een gramofoonplaat, die men laat spelen al de geluiden, die er te voren werden ingelegd. Dat de fantasie van vele predikers o zoo vernuftig wordt, laat zich gemakkelijk indenken. Het is nu niet meer een blijven bij de eenvoudigheid, die in Christus Jezus is.
En de goe-gemeente, die er onder zit, zegt natuurlijk : Waar haalt de dominee het toch vandaan ! Maar de beter ingeleiden weten wel beter waar het vandaan gehaald wordt.
Toch is die ongezonde Schriftverklaring al heel oud. We vinden ze al bij Philo, een Jood, en later bij den Kerkvader Origenes. En in ons land behoorde Coccejus tot dat soort predikers.
Treffend, dat onze groote reformatoren van deze allegorische Schriftinterpretatie niets moesten hebben. Lees in de boeken van Calvijn en ge vindt niets van al zulke spitsvondigheden.
Die geschriften van Calvijn zijn zoo nuchter en gespeend aan alle valsche mystiek, dat we het werkelijk meenen, als we zeggen, dat velen Calvijn in onze dagen niet als hun dominee zouden begeeren. Het is wel droevig om het te zeggen. Maar het is nu eenmaal een feit, dat de groote massa van ons gereformeerde volk liever zich voedt met achttiende-eeuwsche theologie, dan met de geschriften der eerste hervormers. Dit is echter een droevig teeken.
We moeten meer terug naar de eerste tijden van de reformatie.
Hoe verder van de bron, hoe meer de wateren worden verontreinigd en vertroebeld. En al de bedienaren des Woords hebben toe te zien, dat ze zich niet begeven op de Coccejaansche dwaalwegen.
Men begeere niet met allerlei spitsvondigheden te naderen tot het heilig Woord van God, maar kome met kinderlijken eerbied vragende wat de Heere ons heeft te zeggen, en men meene niet, dat onze „diepgaande geestelijke beschouwing" daaraan zegen zal toevoegen, maar dat omgekeerd alleen daar waarachtige levenservaring is, waar de bede wordt verstaan :
Heer, ai, maak mij Uwe wegen. Door Uw Woord en Geest bekend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's