INGEZONDEN
SCHAAMT U NIET, TE BIDDEN !
Onder het lezen van het stukje : „Overal Gereformeerd" in „De Waarheidsvriend" van verleden week, kwam mij in de gedachte een voorval uit vroeger jaren, uit mijn eigen leven, dat ik heel graag hier ook eens wil neerschrijven.
Als jong meisje moest ik eens, om veraf wonende familieleden te bezoeken, een boottocht maken van eenige uren. Nu was ik het allèèn reizen nog niet gewend en voelde me wel wat eenzaam, daar ik niemand zag, bij wie ik mij kon aansluiten.
Er waren op die boot nogal veel jongelieden, naar ik meen, militairen, maar dit weet ik niet heel zeker meer. Wèl weet ik, dat het nogal ruwe, onverschillige gasten waren en Ik ze liefst maar ontweek.
Toen 't echter tijd werd wat te eten, kreeg ik het nog al moeilijk met mezelf. Als gevolg van een goede Christelijke opvoeding, wist ik zeer goed, dat ik eerst behoorde te bidden. Maar om dat hier te doen, op reis, en dan nog wel voor 't oog van hen, die me zeker zouden bespotten, dat viel niet mee. Echter, na lang dralen, na veel strijd, heb ik het gewaagd.
En — daar behoefde ik geen spijt van te hebben ; want nauwelijks was ik met m'n boterham bezig, of een oude dame — die ik eerder niet eens had opgemerkt — kwam naast mij zitten, sprak me heel vriendelijk aan en gaf er haar blijdschap over te kennen, dat ik me niet geschaamd had te bidden. Toen echter schaamde ik me pas recht en wel over mijn aarzeling. Daar had zij zeker niets van gemerkt, want dan had ze me heusch niet kunnen prijzen.
Het verdere van m'n reis was o zoo gezellig ; met moederlijke zorg omringde ze mij.
Voor velen is dit stukje misschien van zeer geringe beteekenis ; voor mij echter beteekende het toen zooveel, dat ik het nu, na al die jaren, nog niet kon vergeten.
EEN MEELEVEND LEZERES.
ONJUIST BERICHT.
Hooggeachte Redactie, Aan de Redactie van „De Waarheidsvriend".
Uw bericht betreffende het aftreden van kerkeraadsleden is geheel onjuist! Van den uit acht leden bestaanden kerkeraad der Ned. Hervormde Gemeente te Enter, traden al de vier ouderlingen en twee diakenen af. De twee aangeblevenen zijn leden der plaatselijke af deeling van den Gereformeerden BondInmiddels werd de kerkeraad wederom door het Classicaal Bestuur aangevuld.
Er werd slechts één voordracht ingezonden, n.l. door de Confession. Vereeniging „Beréa". Al de voorgedragenen werden benoemd en hebben hun benoeming aangenomen.
Van Gereformeerde zijde kon geen voordracht worden ingezonden, daar onder de gegeven omstandigheden geen der voor dit doel aangezochten de verantwoordelijkheid van het ouderlingschap wenschte te aanvaarden. De nieuwbenoemden waren voor het meerendeel voormannen der oppositie. Ook de voorzitter van „Beréa" behoort tot de verkozenen ; overigens meerdere personen die reeds eerder kerkeraadslid waren ! Het staat te bezien of de aangebleven diakenen kans zullen zien om met deze menschen op kerkelijk terrein samen te werken. Men wenscht blijkbaar een compromis tusschen Confessioneelen, Ethischen en Gereformeerden. Van zulk een compromis verwachten de Gereformeerden, waar het om de bediening des Woords gaat, evenwel geen heil !
Wat zal er te Enter nu gebeuren ? Men zal, wat men noemt, een gematigd Confessioneel predikant gaan beroepen.
Wat zal hij brengen ? „Tot de Wet en tot de Getuigenis; zoo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn dat zij geen dageraad zullen hebben".
Intusschen : elke regeering, ook elke Kerkregeering, is beter dan geen regeering ! Maar, wij verheugen ons met beving. Evenwel, de vrees is altijd een slechte leidster geweest, evenals het vooroordeel! Het is dan ook onze wensch en begeerte, dat wij ons bij de beoordeeling van den door den nieuwbenoemden kerkeraad te verrichten arbeid alleen mogen laten leiden door het Woord en den eisch des Heeren.
De Gereformeerden in onze gemeente worden thans niet alleen voor de keuze, maar ook op de proef gesteld, of zij den arbeid der Vrije Evangelisatie zullen volgen, dan wel of zij zullen afwachten wat de wettige kerkeraad doet!
Heer', ai maak mij Uwe wegen. Door Uw Woord en Geest bekend !
Enter, Juli 1931.
B.
Onderschrift van den Hoofdredacteur :
Wij zijn natuurlijk niet genoegzaam op de hoogte van den gang van zaken. Maar het spijt ons, dat alles gegaan is, zooals het is gegaan. Men had niet moeten wegloopen. Nu forceert men de dingen en zal de Evangelisatie natuurlijk in een scheeve positie zijn en blijven.
Het spijt ons.
M. v. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's