De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

10 minuten leestijd

HET MORATORIUM.
Het voorstel-Hoover, de Amerikaansche president, aan de belanghebbende mogendheden gedaan, om Duitschland een moratorium, d.i. opschorting van betalingsverplichtingen te verleenen, verdient in alle opzichten toejuiching.
De economische toestand, waarin op dit oogenblik onze oostelijke nabuur verkeert, zou, zoo het moratorium niet ware toegestaan, tot een zoodanige ramp voor Duitsch land hebben geleid, dat de gevolgen daarvan ook voor Europa niet zouden te overzien zijn geweest.
Van welke beteekenis Hoover's daad voor het uitgeputte Duitschland is, blijkt wel duidelijk uit het feit, dat het vertrouwen in de soliditeit der groote Duitsche banken, hetwelk in de laatste maanden in ernstige mate geschokt was geworden, gaandeweg is teruggekeerd, alleen reeds op de bekendmaking, dat de Amerikaansche President zijn voorstel ter kennisse van Engeland, Frankrijk, Italië en België had gebracht.
De noodtoestand van Duitschland vindt zijn oorzaak in de zware lasten, welke dat land, als gevolg van den wereldoorlog, in den vorm van herstelbetalingen is opgelegd geworden. Daarnaast spelen de lasten door te hooge loonen, uitbreiding van de sociale uitgaven en geweldig gestegen Staatsuitgaven een belangrijke rol.
Ook de omstandigheid, dat van de meer dan 4 millioen werkloozen er op dit oogenblik 3, 3 millioen uit de openbare kassen moeten worden gesteund, maakt dat Duitschland boven zijn krachten leeft en aan het einde daarvan is gekomen.
In den loop van het vorig jaar werd de toestand steeds ernstiger, want terwijl de uitgaven voor Rijk en gemeenten bleven klimmen en de werkloosheidsondersteuning grootere bedragen uit de openbare kas vorderde, liepen de belastingen, ook ondanks dat zij verhoogd waren, op onrustbarende wijze naar beneden.
Al deze omstandigheden veroorzaakten in Duitschland een economische inzinking, zooals dat land dit nog nimmer had beleefd.
Op het meest critieke moment, dat zich de vorige maand opdeed, kwam nu het moratorium, waardoor de spanning oogenblikkelijk verminderde en het Duitsche volk ruimer kon ademhalen. Immers het zegt nog al wat, dat de 900 millioen gulden, die Duitschland dit jaar verschuldigd was, niet behoeven te worden betaald.
Daarom stemt de daad van Amerika's President tot groote blijdschap.
Natuurlijk blijven de moeilijkheden voor Duitschland aan de orde. Het moratorium is toch slechts voor een jaar toegestaan. En de komende winter zal voor dit land, evenals voor tal van andere landen, buitengewoon moeilijk worden.
Het voordeel is echter verkregen, dat thans rustig kan warden overwogen welke middelen Duitschland zal hebben aan te wenden om den evenaar in het huisje te krijgen.
Daarvoor was het moratorium een weldaad.

VOOR LIEFHEBBERS VAN CIJFERS.
Onder dit opschrift schrijft „De Standaard" :
Wie gaarne precies weten wil wat onder het Youngplan door de voornaamste Staten te betalen viel en ontvangen werd, kan zijn weetlust bevredigen door de volgende cijfers.

Duitschland.
Duitschland had voor het jaar 1 Juli 1931 —30 Juni 1932 te voldoen 1697 millioen Mark. Daarvan zijn 178 millioen noodig voor den dienst der Dawes-en Youngleeningen, welke niet opgeschort wordt. Blijft alzoo 1519 millioen Mark, of rond 900 millioen gulden; waarvan Duitschland voor één jaar ontheven wordt. Daaronder zitten echter voor levering in goederen 700 millioen Mark, die ten deele wel geleverd zullen moeten worden, omdat de ar­beid daarvoor gedeeltelijk al wel zal zijn aangevangen.

Frankrijk.
Dit land ontvangt van Duitschland voor de periode 1931/32 een bedrag van rond 838 millioen Mark en van zijn andere schuldenaren (b.v. Roemenië) een bedrag van 4 millioen. Het moet daarentegen afdragen aan Engeland 255 millioen en aan Amerika 227 millioen, saam derhalve 483 millioen. Bij een moratorium komt het dus in 't nadeel met 359 millioen Mark.
Daartegenover staat, dat, indien Duitschland zelf een moratorium verklaart voor 't onbeschermde deel der betalingen, van Frankrijk kan worden gevorderd, dat het te Bazel bij de Internationale Bank uit eigen middelen 500 millioen Mark zal deponeeren.
In beide gevallen moet het dus voor een vrij aanzienlijke dekking uit eigen middelen zorgen.

Engeland.
Met Engeland is het „mal uit, mal thuis". Het moet aan Amerika betalen 675 millioen Mark en 't ontvangt van Duitschland 362, van Frankrijk 255 millioen, terwijl het verschil tusschen de som dezer beide bedragen en wat 't betalen moet, wordt opgebracht door Italië en enkele kleinere schuldenaren.

Italië.
Italië is m.m. in dezelfde positie als Frankrijk. Het heeft aan Engeland 87 millioen en aan Amerika 26 millioen Mark te betalen, terwijl het van Duitschland 190 millioen ontvangt. Bij een moratorium is het dus 77 millioen Mark slechter af. Voor die 77 millioen zal het dus dekking hebben te zoeken.

België.
Dit land krijgt uit de Duitsche betalingen ongeveer 102 millioen Mark, afgezien van wat het, krachtens een speciale regeling, van Duitschland ontvangt wegens tijdens den oorlog in omloop gebrachte papiermarken.
Na Amerika betaald te hebben, houdt het zoowat 35 millioen gulden over, die aan het Belgische budget ten goede komen. Bij het moratorium zal het daarvoor dus zelf te zorgen hebben.

MOET ONZE EVANGELISATIEARBEID WORDEN STOPGEZET ?
Zeker, schrijver dezes weet het dat de malaise fabrikanten heeft genoodzaakt om het werk stop te zetten. Het is ook voor velen van onze menschen een bange tijd. En toch meen ik namens mijne medebestuursleden u allen voor de vraag te mogen stellen, of we de verbreiding van het Evangelie in de moderne gemeenten van ons vaderland moeten stopzetten. Of niet.
En dan weet ik toch zeker, dat er niemand zal zijn die zal durven zeggen, dat dit werk maar beëindigd moet worden.
Wat wordt er jaarlijks veel gegeven voor de Zending onder de heidenen ! Dit verblijdt ons ten zeerste. We nemen aan die inzameling gaarne persoonlijk deel. Maar zullen we rijke gaven offeren voor de Zending onder de heidenen, die verre zijn, terwijl het niet tot ons is doorgedrongen dat er ook in ons vaderland zoovele moderne heidenen zijn, die van Christus nooit hebben gehoord ?
Het is in vele plaatsen van Noord-Holland, Friesland, Drenthe en Groningen, droevig gesteld. Het modernisme geeft den menschen aldaar steenen voor brood. Het kerkelijk leven is door het modernisme verwoest. De massa leeft er voort, zonder zich om God en Zijn Woord te bekommeren.
En nu is er maar één middel. Het is des Heeren wil, dat ook aan onze blinde medemenschen in Nederland het Evangelie zal worden gebracht.
Weet ge het nog, dat de Evangelisatie-Commissie vijf posten te steunen heeft : Ureterp, Tolbert, Oude Pekela en Kibbelgaarn en Moordrecht ? Dat voorts onze opmerkzaamheid gericht is op Vledderveen, Stadskanaal en nog meer andere posten ?
Het jaar 1931 heeft ons, voor wat het Ie halfjaar betreft, een groote vermindering van inkomsten gebracht. Nu was dit te verklaren. Er werden dit voorjaar overal inzamelingen gehouden voor 't jubileum van den Gereformeerden Bond. Onze Penningmeester heeft er zich natuurlijk gaarne bij neergelegd, maar natuurlijk niet met de bedoeling dat hij nu ook verder dit jaar niets meer verlangde.
Door de gevers voor het jubileum is nog geen vijftig gulden gegeven met speciale bestemming voor het Evangelisatiewerk.
Wat kunnen we daarmee beginnen ?
Wat ik dan begeeren zou ? Wel, geen groote offers.
Het beste was dat er in elke gemeente, al was het maar éénmaal per jaar, een collecte werd gehouden voor het Evangelisatiewerk vanwege onzen Bond.
Zoo een collecte behoeft niet te bezwaren !
Die geen groote gave kan of wil missen, welaan, die werpe een penningske in den zak. Vele kleintjes maken één groote. Een I collecte brengt altijd wat op in onze kerken, die meestal overal vol zijn.
Mag ik op uwe medewerking rekenen, : medearbeiders in des Heeren wijngaard ?
Wilt ge niet een voorstel doen in uwen : kerkeraad om in de maand Augustus of September, zoo de Heere wil en wij leven, een collecte voor de verbreiding des Evan­gelies in de donkere gemeenten van ons vaderland te houden ?
Mogen we allen lezers van dit artikel er toe opwekken om zich voor deze collecte te interesseeren ? Als vele gemeenten aan dezen noodkreet gehoor zouden geven, dan was er heel wat te doen. De velden zijn wit om te oogsten. De oogst is groot. De arbeiders zijn weinig.
O, , laat het toch niet mee uw schuld zijn dat dit werk zou moeten worden gestaakt.
Het kan niet en het mag niet! Het is de schuld onzer Kerk !
Ontsluite de Heere de harten, maar ook de beurzen.
Maar één collecte uit elke gemeente, ieder jaar weer opnieuw, en we zouden kunnen zeggen : Nu gaan we in de goede richting.
Niemand blijve achter !

J.J.Timmer Ermelo

ONS ZENDINGSWERK BEPROEFD !
De Gereformeerde Zendingsbond staat telkens voor nieuwe teleurstellingen. Niet, dat we zouden mogen zwijgen van den rijken zegen, die op het werk van den Bond heeft gerust. De veelzijdige arbeid onder het volk der Toradja's kan daarvan getuigen. Maar toch staan we telkens voor groote beproevingen. Was het vorig jaar Zendeling Zijlstra, die vanwege de ernstige ongesteldheid van zijne echtgenoote naar het vaderland moest terugkeeren, thans kreeg de director van den Gereformeerden Zendingsbond, ds. W. Bieshaar, telegrafisch bericht uit Indië, dat de jonge vrouw van Zendeling H. C. Heusdens voor herstel van gezondheid uit Indië moet terugkeeren naar Davos, in Zwitserland, om daar herstel van gezondheid te zoeken.
Zegene de Heere het huisgezin van den beproefden Zendeling. Zij er veel gebed in het moederland en laat ook in de kringen van onzen Bond diep meegevoeld worden met de teleurstellingen van onze zustervereeniging. We beoogen toch 't zelfde doel: de verbreiding van de Waarheid in ons land, maar ook daarbuiten.
Moge de nood der Zending voor het aangezicht des Heeren worden gelegd.

REIZEN.
„Elk mensch verlangt, na ingespannen arbeid en noeste vlijt, naar rust en ontspanning.
Hoe zou dat ook anders kunnen ? God volbracht Zijn groot scheppingswerk in zes dagen en rustte op den zevenden dag van al het werk, dat Hij gemaakt had. Hierin zien wij aanstonds reeds een bewijs, dat de rust door God gewild, ja zelfs door Hem verordineerd is.
Het kind in de schoolbanken geniet reeds maanden te voren bij de gedachte aan de vacantie en maakt in zijn verbeeldirig reeds honderd plannetjes voor den tijd van genot en ontspanning ; en is de groote dag eenmaal genaderd, dan jubelt het kinderhart van vreugde.
De student aan de Universiteit verlangt en hunkert vaak naar het oogenblik, waarop de colleges eindigen en de academiedeuren gesloten worden.
Maar waarom zouden dan toch een zakenman, een ambtenaar, een huisvrouw, een verpleegster, een dominé en andere categorieën van menschen, wier arbeid vaak zorgvol, is, jaar in jaar uit zonder zulk een ontspanning en verkwikkende rust in 's levens tredmolen voort moeten gaan ?
Waarom een professor, een student, een onderwijzer wèl vacantie en anderen niet ? Ook zij toch mogen en moeten hun ouden weg wel eens verlaten en nieuwe paden betreden om hun horizon te verruimen, 't Opdoen van nieuwe indrukken, het in aanraking komen met onbekende menschen en het zien van vreemde cultuur, het komen op andere terreinen van Gods schepping verfrischt en verrijkt den geest en geeft ons nieuwe krachten, om de taak, ons opgelegd, straks weer opgewekt en met nieuwen moed te hervatten.
Niet ieder kan zich in de vacantie een buitenlandsche reis veroorloven, hetzij door zorgen van huiselijken of zakelijken aard, hetzij om financieele redenen daarin verhinderd. Maar toch even echt vacantie te hebben — is heerlijk !
Er zijn er ook, die het wel zouden kunnen doen, maar die opzien tegen de moeilijkheden, welke zij meenen te zullen ondervinden in een land, ver van huis en haard, waar het Hollandsch niet gesproken wordt. Zij huiveren bij de gedachte onbeholpen te staan in een groote, vreemde stad, in een net van spoor-en tramwegen en groote verkeersaderen, de laatste schier overladen met voortjakkerende automobielen, waanzinnige motorrijders en zenuwachtige wagenmenners, pijlsnel door elkander heen snorrend, als om strijd. Krotom, bij de gedachte aan zulk een geweldige drukte in 'n vreemde wereld, wordt een wellicht telkens opgekomen wensch ook telkens weer onderdrukt.
En toch — zouden ook zij zoo gaarne eens willen genieten van de prachtvolle natuur buiten de grenzen van ons eigen land.
Welnu, het is mogelijk;
Er bestaat een ideale instelling in ons land. Hoe heerlijk, dat er een instituut is, hetwelk ons mogelijk maakt de bezwaren grootendeels te ondervangen.
Een vereeniging op Christelijken grondslag, een organisatie, krachtig en energiek, met mannen, ervaren in het buitenland, die ons onder de vanen der aloude princenvlag : „Oranje — blanje — bleu", voeren naar de schoonste lusthoven der schepping:
DE NEDERLANDSCHE CHRISTELIJKE REISVEREENIGING.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's