FINANCIËN
't Is een aparte rubriek geworden. Een „Waarheidsvriend" waarin dit hoofd zou ontbreken, is niet volledig, is niet af. Dat is vanzelf zoo gekomen. Fliehe is er mee begonnen en Jongebreur en Van der Snoek hebben dat voortgezet, en wie er nu ook toe geroepen wordt den post van Penningmeester te bekleeden, zal in dit spoor zeker voortgaan, 't Kan niet anders. Ik geloof, dat onze vriend Fliehe, die zoo heel spontaan de dingen aanvoelde, dit onmiddellijk begrepen heeft. Om iets te vragen, eischt een woordje vooraf. Dat behoort bij het bedelen. Hebt ge 't nooit opgemerkt. Een echte bedelaar doet niet anders. Hij valt zelden of nooit zoo maar met de deur in huis. Neen, hij zet óf een zeer armoedig gezicht of, wat niet minder vaak gebeurt, hij begint met een of ander relaas, waarvan het slot is dat ge onmogelijk de beurs gesloten kunt houden. Met andere woorden : een bedelaar moet spreken. Aan de gave, welke gij geeft, gaat een woord zijnerzijds vooraf.
Is dit de natuurlijke ondergrond, daarbij komt nog, dat de zaken waarvoor gevraagd wordt in deze rubriek, zooveel verschillende aspecten vertoonen. Daarover raakt ge nooit uitgepraat. Wat onze Gereformeerde Bond beoogt wordt in den titel, welken hij voert, duidelijk aangegeven. Het gaat om de .prediking, om de verkondiging van het Woord der Waarheid.
Wat is er noodiger dan dit ? Niets is er dat hier bovenuit klimt. Om deze prediking te brengen en te blijven brengen is noodig dat er predikers worden gevormd. Hier hebt ge, waarmede de Gereformeerde Bond is begonnen, ons Leerstoelfonds, onze Professor. En wat hieruit vanzelf voortvloeide : ons Studiefonds.
Wat meer jonge menschen zich daarvoor aanmeldden, wat liever men het had.
Immers dit werd in onze Gereformeerde gemeenten aangemerkt als practisch werk. Daarvan werd, door eigen hand, straks de vrucht ingezameld. De jonge predikers door den Bond werden van alle kanten begeerd.
Deze twee dingen stonden sterk op den voorgrond. Met het Evangelisatiewerk is men pas later aangevangen. Hierin stonden de Ethischen vooraan, en die staan het nog. Of het zoo blijven zal, hangt af van dit eene, of de handen ook op dit terrein uit de mouw zullen worden gestoken.
Wanneer over deze dingen gesproken wordt en gehandeld, is men niet spoedig uitgepraat, voornamelijk niet als men zich bewegen zal op practisch terrein. Ik vrees zelfs of er dan niet te veel pennen in beweging zouden komen.
Ge ziet dus, dat de Penningmeester van den Bond niet licht om stof verlegen zit. De zaken dwingen hem voortdurend tot openleggen van alles. Of hij altijd moet aandringen op giften en bijdragen, betwijfel ik. De bron, welke men „medelijden" noemt, is spoedig opgedroogd. Ik zou u natuurlijk ook wel kunnen voorleggen een lijst van uitgaven, waarvan ge duizelt, 'k Heb in dezen korten tijd, waarin door mijn hand de koorden der beurs werden vastgehouden, reeds zooveel uitgeteld, dat de gedachte opkomt: „blijft er straks nog wel iets over voor anderen? " Toch zal ik het liedje niet zingen : „Och, help mij, arme tobber, uit den nood". Neen, die God, die wonderen heeft gedaan van ouds, zal wie biddend op Hem hopen, niet beschamen. Er is verblijdend veel geofferd. Menigeen heeft met jaloerschheid naar die menschen van den Bond omgezien. Nu kunnen wij het onmogelijk aannemen, dat men met dit heerlijke werk niet op denzelfden voet zou doorgaan, 't Is Godes zaak. De mannen, die ons voorgingen, hebben een heerlijk voorbeeld ons nagelaten. Wie denkt niet in deze dagen ' aan het plotseling heengaan van onzen nog diep betreurden collega Jongebreur.
Wanneer deze Waarheidsvriend op uw tafel wordt gelegd en ge denkt terug aan 17 Juli 1930, zoo wordt ge even stil gemaakt. God nam een arbeider weg, maar zijn arbeid bleef achter. Beschouw zoo de zaak van onzen Bond. Er zijn in die dagen vele woorden, goede woorden tot zijn nagedachtenis gesproken, maar wilt ge een woord spreken dat hem eert, zoo laat het zijn in daden, waardoor zijn werk, Gods werk, wordt verheerlijkt. Steunt onzen arbeid met uw gaven, met uw gebed.
Deze ontboezeming zult ge vatten. Het stuk „Financiën" zou in deze dagen niet mogen verschijnen zonder Jongebreur 's naam te hebben genoemd.
Wij hebben voortdurend noodig giften te vermelden, waarbij staat: van de Herdenkingscommissie. Nu, deze herdenking zij ook niet zonder vrucht voor ons persoonlijk, noch voor de zaak des Heeren.
Thans mag ik nog vermelden enkele giften, welke binnen kwamen in deze week.
1. Door ds. de Bruin van Rotterdam 1 gulden van mevr. Fl. voor het Studiefonds ƒ 1.—
2. Door ds. Westra Hoekzema te Mijnsheerenland 10 gulden, gevonden in de collecte ƒ 10.—
3. Door ds. Warmolts te Wezep ƒ2.50 voor het Studiefonds ƒ 2.50
4. 'Verder kreeg ik mij per post toegezonden van een lezer van de Waarheidsvriend onder letter A Z, Gem. D , 32 postzegels van 6 et. en 2 van 5 et., tezamen uitmakend de som van ƒ 2.02
5. In mijn bus vond ik van C. van L. voor het Studiefonds ƒ 2.50
6. Door den heer Chr. Rijsdijk, diaken der Ned. Herv. Gem. te IJsselmonde, voor het .Leerstoelfonds van den Gereformeerden Bond, zijnde de halve collecte - /, 27t2.5
7. Van het bestuur der Vereeniging voor Chr. Lager Onderwijs te Ridderkerk voor de te stichten Chr. Kweekschool ƒ 25.—
8. Door den heer P. Brinkers te Utr. van N. N. ƒ 5.—
9. Door Jac.s van Pijlen te Hazerswoude van N. N. ƒ5.—
10. Door ds. Van der Zee te Wapenvelde van den heer H. de Roon te Den Bosch, als Herdenkingsgave ƒ 3.—
11. Door ds. J. Lekkerkerker te Molenaarsgraaf uit de catech. bus voor de fondsen ƒ 12.40
Deze giften bedragen alzoo tezamen de som van
f 95.92.
Met vriendelijken dank, onze zaak u hartelijk aanbevelend. Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.
POSTZEGELS, CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van :
Ie. Mej. M. de Bree, Ouderkerk aan den Amstel, postz., caps, en zilverpapier ;
2e. de kinderen De Groot, Hoogeveen, postz. en zilverpapier ;
3e. Joh.a en Pieter de Geus, Leerdam, een groote partij zilverpapier.
Met zeer hartelijken dank en aanbeveling.
Mej. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's