FINANCIËN
't Is een vaste wet, een dier ordeningen Gods, welke ge overal kunt opmerken: eerst geven, en dan ontvangen.
Ge ziet dit op den akker het allerduidelijkst. Wat een arbeid gaat er aan vooraf voor de met vruchten beladen wagens worden binnengebracht in de schuren. De dichter van Psalm 126 geeft dit in de schoonste bewoordingen weer .
„Die het zaad draagt dat men zaaien zal, gaat al gaande en weenende".
Hij geeft maar al uit. Hij werpt maar steeds weg. De inhoud van zijn zaaimand wordt geheel uitgegeven. Hij gaat hiermee door tot de gansche akker van zaaikoren is voorzien. Hij is het zijne kwijt. Wat hém nu verder te doen staat, is afwachten wat er van komen zal. Komen er geen warme dagen, blijft de zon schuil gaan, of daalt er geen regendroppel neer op den drogen akker, zoo is al zijn arbeid tevergeefsch. Doch omgekeerd : werken al de verborgen machten, door Gods hand in de natuur gelegd, mede, zoo staat ge straks verbaasd, en wat dezelfde dichter van Psalm 126 op de zooeven genoemde woorden liet volgen, blijkt waar : „Maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijne schooven".
Zoo waren mijne gedachten, toen ik dezer dagen een candidaat tot den H. Dienst mocht inleiden tot het ambt.
Wat gaat er niet aan vooraf, voor het zoover is gekomen dat men zeggen kan : „de arbeid kan beginnen".
Jaren van voorbereiding gaan vooraf. Voornamelijk wanneer met de studie wordt begonnen, als men in zijn jonge jaren iets anders heeft gedaan, wordt de moeilijkheid daarvan nog veel sterker gevoeld dan anders. Iemand, die dit heeft meegemaakt, kan het allerbeste de blijde ontroering verstaan, welke zich van iemand meester maakt die zijn inspanning ziet bekroond met : het is onder Godes gunst mij mogen gelukken het heerlijk doel van Evangelieverkondiger te zijn, te hebben bereikt.
Veel arbeid, veel inspannende arbeid gaat er aan vooraf voor de eerste schrede gezet wordt op den weg van het predikambt.
Gelt dit den prediker — van de gemeente, die tezamen komt om weer een eigen voorgangerj een eigen bedienaar des Goddelijken Woords te ontvangen, kan hetzelfde worden betuigd. Welk een moeite, welk een vergeefsch pogen ging hier vaak niet aan vooraf, 't Is dikwerf tot beschamens toe, dat men blijft beroepen. Die met de dingen niet op de hoogte is, stelt zichzelve en anderen de vraag : wat zou er toch aan onze gemeente schorten, dat niemand de roeping naar zoo'n lief, stil plekske aanvaarden durft ? Jaren is men vacant. 't Is voor menigen kerkeraad echt : die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en weenende. Zij weten vaak zelfs niet meer waarheen het oog te moeten richten. Toch zou ik hun dezen raad willen geven : zie naar dezelfde plek, waar heen de landman het oog richt, ziet naar den hemel. Vraagt het den Eenige, die harten neigt en Die tot Zijn dienstknechten : zegt: ga.!
Wanneer zoó het beroep wordt weggezonden en zoo van den Heere hulp wordt I verwacht, zijn de uitkomsten altijd verblijdend! Zou dit niet ons aller gebrek zijn in hooge mate : wij verwachten het vaak van alles en van ieder eerder, dan van God Zelven. Daarom vinde 'n iegelijk maar zijn beeld in dat van den landman. Hij geve al het zijne uit, opdat hij van den Heere alles moge terug ontvangen, 30-of 60-of 100-voud. Wat afhankelijker ons leven zijn mag, wat kalmer, wat gelatener onze levenstred zijn zal, en wat zeker niet zal uitblijven : wat heerlijker het sluitstuk zal wezen.
Wij werden in deze week ook al weer beschaamd door onverwachte giften en collecten.
Eén daartusschen springt in het oog. Wij zijn den vrienden in Waddingsveen ten hoogste dankbaar.
Van de Herdenkingscommissie was ons een lijstje toegezonden van plaatsen, vanwaar men nog altijd iets verwachtte ; daar onder stond ook deze naam. Zoo zien we, dat alles nog heerlijk terecht komt.
Zou, wat de leden der Jongelingsvereeniging te Waddingsveen gedaan hebben, ook nog een spoorslag kunnen zijn voor andere plaatsen, waar men in onzen arbeid om predikers te krijgen, die het Woord Gods recht snijden, ons de behulpzame hand nog niet heeft toegestoken dit keer ? Laat toch geen enkele Gereformeerde gemeente achterblijven.
Wij kregen te vermelden voor deze week de volgende giften :
1. Door ds. Rappard te Dinteloord voor het Studiefonds, uit de coll. ƒ 1.—
2. Door den Penningmeester een gift van mej. N.N. ƒ 2.50
3. Door ds. Pott, van Kralingen, uit de collecte in de Hoflaankerk voor het Leerstoel-en Studiefonds onder letter B—Z ƒ 10.-~ En van N.N. voor het Studiefonds ƒ 1.—
4. Door ds. Ottevanger te Kampen twee giften, èèn van N.N. ƒ 2.50 en een van N.N. ƒ 0.50
5. En tenslotte werd ons door ds. de Looze te Waddingsveen toegezonden wat de leden van de Jongel. Vereen, aldaar voor het Jubileum van den Gereformeerden Bond hadden ingezameld. Dit bedroeg de heerlijke bijdrage van ƒ108.75
Tezamen
f 126.25
Wij houden ons aanbevolen ook voor de komende dagen en weken.
Met zeer veel dank.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's