UIT DE PERS
Dr. NATHAN SODERBLOM.
Wij hebben nog weer eens ter hand genomen z'n boek : „De ware broederschap". Wat keurige dingen staan er in dat mooie boek !
En nu is hij, vrij plotseling, gestorven en uit ons midden weggenomen, die wel „de vredes-apostel" genoemd werd.
In het „Algemeen Weekblad voor Christendom en Cultuur" vonden we een artikel, onderteekend door prof. dr. J. A. Cramer en prof. dr. H. Th. Obbink, waaraan we 't volgende ontleenen :
Wie de eerste vergadering van den Wereldbond der Kerken na den wereldoorlog op Oud-Wassenaar in 1919 heeft bijgewoond, zal een onuitwischbaren indruk hebben ontvangen van Söderblom's diep besef van de taak der Kerken in deze door den oorlog in verwarring gebrachte wereld, van zijn klaren blik op de bestaande verhoudingen en toestanden, van zijn scherp verstand, waarmede hij den weg wist aan te wijzen, dien de Kerken hadden te gaan om tot een practisch resultaat te komen, van zijn vasten wil om het eenmaal beoogde doel te bereiken, van zijn enthousiasme voor het ideaal, dat hij zich van een samengaan der Kerken in den dienst van den wereldvrede stelde en van zijn geloof in de onverwinnelijke kracht van het Evangelie. Moeilijk zal er iemand kunnen worden gevonden, die zooals hij idealisme aan nuchterheid van geest en teerheid van hart aan onverzettelijke wilskracht wist te paren.
Gedurende en na den wereldoorlog heeft hij ontzaglijk gearbeid om misverstanden uit den weg te nemen en elkaar vijandig gezinde volken te verzoenen. Maar bij dat alles heeft hij diep gevoeld dat het niet de behendigheid van Staatslieden, of de wijsheid van kerkelijke politiek, maar allereerst de kracht van het Evangelie was, die vijandschap moest wegnemen en tegenstanders tot elkaar moest brengen.
Maar niet alleen op het terrein van 't inter-kerkelijk leven heeft Söderblom baanbrekend werk verricht. Ook als godsdiensthistoricus staat hij in de voorste rijen. Hij en Rudolf Otto hebben de laatste jaren den weg gewezen waarlangs de godsdienst-geschiedenis zich beweegt. Zijn „Werden des Gottesglaubens" is een baanbrekend werk gebleken, dat over de geheele wetenschappelijke wereld als zoodanig erkend wordt. En zijn compendium der Religions-geschichte, waarvan hij in 1931 een geheel omgewerkte zesde oplage deed verschijnen, is als leerboek voor studenten „mustergültig". De „Naturliche Theologie und allgemeine Religionsgeschichte" had niemand anders dan Söderblom kunnen schrijven. De daar getrokken lijnen beginnen we pas nu goed door te denken. Dat hij ook op ander terrein goed thuis was, bewijst zijn boek dat in het Nederlandsch yerscheen onder den titel „het lijden en sterven van onzen Heere Jezus Christus", een boek dat om zijn diepte van opvatting ook bij niet-geestverwanten groote waardeering vindt.
Een der grootsten en besten is ons ontvallen, een man, die nog zoo ontzaglijk veel had kunnen doen voor het onderling verstaan en waardeeren. Wij danken God, voor wat Hij ons in Söderblom gaf.In „De Wartburg" brengt ds. C. F. Westermann eerbiedig hulde aan de nagedachtenis van dezen grooten in Israël, die door hem genoemd wordt de primaat van geheel de niet-Roomsch Katholieke Christenheid op aarde :
Zelden heeft een geestelijk leider zulk een internationalen invloed geoefend. In dat opzicht staat hij op één lijn met Luther en Calvijn. Het wereldcongres van 1925 in Stockholm is het hoogtei punt van zijn leven geweest. De gescheiden Christenkerken te vereenigen op den grondslag van „life and work" was een even stoute als grootsche poging. Een poging, die geslaagd is. Protestanten van alle gading, Anglicanen en Oostersch orthodoxen zijn toegetreden tot het oecumenisch streven van Söderblom en hoe langer hoe meer wordt het openbaar, laatstelijk nu ook in ons land door de stichting van de Federatie der Kerken, welk een kracht van dezen man en zijn werk is uitgegaan. „Stockholm", de naam van Zwedens hoofdstad, is niet slechts de titel geworden van het tijdschrift, dat Söderblom's wereldwerk over gansch de aarde propageert, jinaar ook het wachtwoord alom, dat men slechts heeft te noemen om sympathie te wekken voor de idee van de eenheid der Kerken en het oecumenisch ideaal. Wie zal het zeggen in hoeveler leven en denkwijze deze man een ommekeer heeft gebracht! Als de pacifistische idee hoe langer hoe meer veld wint in onze dagen, dan is dit te laatster instantie voor een groot deel aan Söderblom te danken, die immers ook tot den Wereldbond der Kerken den machtigen stoot heeft gegeven.
In 1930 verkreeg hij den Nobelprijs voor den vrede. Een welverdiende onderscheiding. Wij mogen vertrouwen, dat den grooten strijder thans een nog hooger onderscheiding ten deel is gevallen, de vredesprijs, die daar is weggelegd voor allen, die met hem kunnen danken voor den vrede door het bloed des kruises. Want alleen in het kruis van Christus ligt de waarborg en de profetie van den waren vrede, de rechte eenheid, de hoogste oecumeniciteit. Dat wist Söderblom ook, daarin school zijn kracht en dat heeft hij beleden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's