KERKELIJKE RONDSCHOUW
ONS GEDENKBOEK.
Enkele „dankbetuigingen" beginnen binnen te komen. Ook hebben we reeds een enkele „persstem" gehoord.
Uit een brief citeeren we een paar zinnen :
„Voor de toezending van een exemplaar van het zoo keurig uitgevoerde Gedenkboek, uitgegeven bij gelegenheid van het 25-jarig bestaan van den Gereformeerden Bond, moge ik U mijn groote erkentelijkheid betuigen. Ik kan U de verzekering geven dat wij dit boekwerk, dat zoo talrijke interessante gegevens bevat omtrent de geschiedenis van het kerkelijk vraagstuk hier te lande gedurende de afgeloopen kwart eeuw, met veel genoegen een plaats gegeven hebben in onze boekenkast. Het zal zeker nog dikwijls ter hand genomen worden" enz.
Uit de bespreking in „De Rotterdammer" nemen we over :
„De Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederl. Hervormde (Gereformeerde) Kerk, die dit jaar zijn 25-jarig bestaan heeft herdacht, mag door de goede zorg van het Hoofdbestuur dit feit nog zichtbaar zien vastgelegd in een zwaar „Gedenkboek", dat zoo juist bij de Drukkerij van „De Waarheidsvriend", de Maassluissche Boekhandel en Drukkerij, van de pers kwam".
„Tot de waarde van het Gedenkboek wordt ook in bijzondere mate bijgedragen door een aantal bladzijden uit de levensgeschiedenis van den Bond, geschreven door den Bondsvoorzitter, ds. M. van Grieken. Hij verhaalt wat aan de geboorte van den Bond voorafgegaan is en beschrijft verder de geboortestonde. Van de algemeene vergadering in 1906 vinden we hier de redevoeringen van ds. Gewin, prof. Visscher, dr. De Lind van Wijngaarden, ds. Van Grieken en den heer Duymaer van Twist. Die redevoeringen hebben historische waarde en 't is goed dat ze hier bijeenverzameld zijn en bewaard worden. Vervolgens beschrijft ds. Van Grieken in een drietal hoofdstukken : De moeilijkheden blijven niet uit; Wij gaan in onze gedachten nog even terug ; en : Nieuw begonnen en moedig voort. Hier heeft men een stuk Kerkgeschiedenis van den laatsten tijd, dat men voor een recht verstand en inzicht in de huidige positie kennen moet. Voorts zijn nog ingelascht redevoeringen van ds. Remme, ds. Goslinga en ds. Jongebreur.
Tal van foto's verluchten den tekst. Deze uitgave, die ook uiterlijk wèlverzorgd is, zal door honderden Hervormden met blijdschap en dankbaarheid ontvangen worden".
Als derde in het verbond kunnen we hier noemen wat „De Standaard" schrijft. Daar lezen we :
Dat is een mooi boek geworden, het Gedenkboek van den Gereformeerden Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Ned. Hervormde (Geref.) Kerk.
Het zilveren feest van den Bond, in April te Veenendaal en te Utrecht gevierd, ligt bij vele van onze lezers nog versch in het geheugen. Dat waren voor de marenen van den Gereformeerden Bond dagen van rijke bezieling. Het is goed, dat alles wat op dit feest is gesproken — en dat was niet weinig - in een Gedenkboek is vastgelegd.
De veelbesproken rede van prof. H. Visscher en het gepeperde antwoord van ds. Van Grieken is er in te vinden. Ook de bezielende toespraken van prof. Noordtzij en dr. Colijn.
Het Gedenkboek geeft echter meer dan een woordelijk verslag van de Herdenkingssamenkomsten. Ds. Van Grieken schreef ook „enkele bladzijden uit de geschiedenis van den Gereformeerden Bond". Dat „enkele bladzijden" moet nu niet letterlijk genomen worden. Het omvat 110 bladzijden druks. Wat de Bondsvoorzitter in die bladzijden bij elkaar gebracht heeft, biedt waardevolle gegevens voor de Vaderlandsche Kerkgeschiedenis van de 20e eeuw.
Met dit Gedenkboek heeft de Gereformeerde Bond een uitnemend werk verricht. De actie van den Bond zal er door versterkt worden. Ook technisch is deze uitgave uitstekend verzorgd. Het werk is met zijn 216 bladzijden druks, met zijn duidelijke letter, zijn vele foto's-en zijn helderen omslag een lust voor de oogen.
De drukkerij van „De Waarheidsvriend", de Maassluissche Boekhandel en Drukkerij, legt met dit Gedenkboek alle eer in".
Wij hopen dat velen, zéér velen zich nu zullen haasten om dit Gedenkboek te bestellen !
EEN MOOIE VERGADERING.
De Hervormde-Gereformeerde Predikantenvergadering hoopt D.V. dit jaar bijeen te komen Donderdag 10 September a.s., dat is de traditioneele datum, die voor deze vergadering „vast" staat — in Hotel des Pays Bas, Janskerkhof te Utrecht. Aanvang 's morgens 10.15 uur.
De agenda luidt: Inleidend woord door ds. J. C. G. Gobius du Sart te Wijk bij Heusden. Dogmatisch onderwerp : ds. J. C. Woelderink te Vreeswijk : Het Verbond. Practisch onderwerp : ds. T. Kloosterman, van Amsterdam : Christendom en Oorlog. Ieder zal het met ons eens zijn, dat dit in alle opzichten een mooie vergadering kan worden. Uitgelezen sprekers, uitgelezen onderwerpen !
Laat ons allen, die hiervoor eenigszins in de gelegenheid zijn, deze vergadering nu benutten. Het is zoo'n mooie gelegenheid elkander eens te ontmoeten, met elkaar te spreken —over de allerbelangrijkste onderwerpen van den dag — dat niemand deze samenkomst mag verzuimen.
Deze Predikanten-Vereeniging moet uitgroeien. We hebben elkander noodig. Er zijn zooveel dingen waarover we met elkaar moeten spreken. Onze theologie heeft dat noodig. Onze Kerk roept er om. Voor ons volksleven kan 't van invloed zijn. We doen een beroep op de jongeren om zich bij ons aan te sluiten. We leven in zulke belangrijke tijden. En laten de ouderen niet wegblijven ! We moeten elkander helpen en bijstaan. En als we dan anderen nog tot een zegen mogen zijn, zullen we zelf nog met een zegen huiswaarts keeren. Donderdag 10 September staat dus in onze Agenda aangeteekend nu als „bezet". Utrecht roept ons !
KERK EN ZENDING.
Straks zal, zoo de Heere wil, weer de Zendingsdag van den Gereformeerden Zendingsbond worden gehouden.
Zelf zullen wij er niet kunnen zijn door ons vacantie-verblijf in het buitenland. Maar wij hopen, dat het weer een goede, rijk gezegende dag mag worden.
Pijnlijke herinneringen van verleden jaar leven er bij ons. Vreeselijk
Dat de Heere het dit jaar in Zijn gunst mag wèl maken.
Wij hopen ook, dat over heel den dag zal doorklinken van alle spreekplaatsen, dat de Kerk van Christus, naar het bevel van den Heiland, Zending heeft te drijven. Niet aan Vereenigingen of Bonden heeft de Heere Jezus dat werk opgedragen en toevertrouwd.
En nu zijn we o ! zoo dankbaar, dat er Vereenigingen en Bonden zijn, die het Zendingswerk ter hand genomen hebben. Ook over het werk van onzen Gereformeerden Zendingsbond verblijden we ons hartelijk. Wat heeft de Heere rijk gezegend ! Velen, die anders wellicht weinig of niets voor de Zending zouden hebben gevoeld en gedaan, hebben nu ijverig meegewerkt in het werk dat de Heere ons te doen geeft.
Maar bij de oprichting van den Gereformeerden Zendingsbond hebben we een heilige belofte afgelegd en sinds is die belofte herhaaldelijk nagesproken, n.l. dat we elkander altijd zouden herinneren aan het feit, dat niet een Bond, maar dat d e Kerk Zending drijven moet.
En dat zou ons herinneren aan het kerkelijk vraagstuk, hier te lande.
Dat zou ons opwekken, om met gebed en arbeid te steunen het werk dat ondernomen moet worden om te bevorderen dat de Ned. Hervormde (Geref.) Kerk weer als Kerk van Christus in belijdenis en leven tot openbaring kome in het midden van ons volk en vaderland.
Wij zijn en blijven in dit opzicht „Kerkmenschen" en geen Vereenigings-of Bonds menschen.
Alleen als de Kerk Christus loslaat en het Woord loslaat, zal zij. geen Zending drijven. En dat is juist zoo vreeselijk. Maar als zij den Christus Gods, naar de Schriften, wenscht te belijden, zal zij ook Zendings-Kerk willen zijn !
Laat er een gedurig gebed opgaan tot den Heere, dat de Kerk onzer Vaderen als de Kerk van Christus in dezen lande weer kome te leven naar Gods Woord, om ook weer over te nemen 't werk der Zending !
LITURGISCHE FORMULIEREN.
We hebben prachtstukken onder onze liturgische formulieren, die bij den eeredienst in onze kerken gebruikt worden.
Maar het valt niet te ontkennen, dat elke tijd z'n eigen stempel draagt en dat onze tijd een andere tijd is dan twee-of driehonderd jaar terug het geval was.
Dat geldt voor de belijdenisschriften, dat geldt voor de liturgische gebeden en formulieren en het is heelemaal niet gereformeerd, om te zeggen: wat driehonderd jaar geleden door de Kerk hier omschreven is, moet altijd maar zoo blijven.
Gereformeerd is, dat de Kerk leven moet en niet als een doode visch op het water moet drijven. De Heere heeft voor de Gereformeerde Kerk niet als roeping en taak gegeven, om de talenten, vroeger ontvangen, in een zweetdoek te wikkelen en in de aarde weg te bergen en als hoogste zorg te kennen „dat er toch vooral maar geen letter en geen zin in veranderd zal worden".
De Kerk moet mee leven en begeeren op den juisten tijd het juiste woord te mogen spreken. We moeten woekeren met de talenten, ons van den Heere gegeven en we moeten meeleven met onzen tijd en op de behoeften van onzen tijd acht geven, ook wat de belijdenis, ook wat de liturgie betreft.
Daarom kan het ons niet verwonderen, dat op de Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerk, die in deze dagen te Rotterdam vergadert, van de Particuliere Synode van het Noorden een voorstel bij de Generale Synode is ingekomen : „om de te gebruiken tekst der liturgische formulieren vast te stellen, hetzij door een keuze te doen uit bestaande formulieren, 't zij door zelf een tekst te formuleeren, al of niet met verandering van verouderde woorden en uitdrukkingen, waarna zij dezen tekst ten behoeve van de ambtsdragers late drukken".
Wij zullen met belangstelling de bespreking over dit onderwerp volgen en van de eventueel te nemen besluiten kennis nemen. Natuurlijk komt hier de ellende van de verdeeldheid en de verscheurdheid van de Kerk in ons vaderland weer uit : Hervormde Kerk — Christelijke Gereformeerde Kerk , — Gereformeerde Kerken — Gereformeerde Gemeenten enz. enz.
Wat is de toestand treurig !
Maar intusschen verheugen we ons er over, indien alom belangstelling gevonden wordt voor belijdenis en liturgie en op de behoeften van onzen tijd acht gegeven wordt.
Zoo zouden wij ook zoo gaarne over de liturgie in de Gereformeerde Kerk over heel de lijn eens een samenspreking hebben kerkelijk en inter-kerkeiijk. Wie weet wat er nog te bereiken viel !
BELIJDENIS EN KERKORDE.
Het kerkelijk vraagstuk staat weer in 't midden van de belangstelling in het binnen-en buitenland. Gelukkig !
Ook de belijdenis en de organisatie der Kerk trekken de aandacht. Men spreekt er weer over. Gelukkig !
Natuurlijk zijn we niet dadelijk samen waar we wezen moeten. Maar dat de Kerk van Christus een taak heeft voor het gemeenschapsleven der volkeren en ook nationaal, wordt gevoeld. En nu is het 't pogen om de rechte wegen te vinden en de goede middelen, om te komen waar we wezen moeten, ook in Nederland, ook ten opzichte van onze Hervormde Kerk.
Men weet, dat er den laatsten tijd twee vereenigingen zijn gevormd, „Kerkherstel" en „Kerkopbouw". Jammer, dat het weer twee vereenigingen moesten zijn en niet een ; maar ook in deze gebeurt niets bijgeval, hoewel wij niet met Mohammedaansche flegmatische lijdelijkheid zóó over het souverein Godsbestuur moeten oordeelen, alsof wij in deze geen verantwoordelijkheid zouden dragen !
In het al-bestuur des Heeren is wel degelijk opgenomen ook datgene, waarvoor wij verantwoordelijk zijn en blijven ! Er zijn dus twee vereenigingen. Misschien kan het nog wel goed werken, als we van elkaar maar eerlijk mogen weten wat we eigenlijk bedoelen.
In de Vereeniging „Kerkopbouw" (voorzitter prof. Brouwer, wiens kerkelijke beschouwingen wij helaas ! niet in alles kunnen deelen) treedt ook op ds. O. Noordmans, van Laren (bij Zutphen), een buitengewoon heldere geest, van wien we reeds dikwijls iets goeds mochten hooren, al zijn er ook weer tal van dingen, die wij anders voelen, weten en gelooven. In „Berichten en Mededeelingen der Vereeniging Kerkopbouw", no. 8 (Juli 1931), schrijft ds. Noordmans over „Organisatie en Waarheid", waarbij het gaat over de belijdenis en de organisatie der Kerk.
Zonder commentaar nemen we hier een paar stukjes uit het artikel over. 't Gaat er niet om direct, of men 't geheel eens is met wat ds. Noordmans hier zegt, als wel om aan te hooren wat hij zegt. Afgezien van de vraag of wij er geheel mee instemmen, is het van dien aard, dat het zeker de moeite loont naar hem te luisteren. Ds. N. zegt dan : „Moeilijk kan ik mij voorstellen, dat er in de kringen van Kerk opbouw" (dat is dus de Vereeniging, van welke prof. Brouwer voorzitter is) „nog menschen zouden gevonden worden, die geen eerbied hebben voor de volhardende pogingen, om tot eene andere organisatie der Kerk te komen. De naam van Gunning, op wien wij ons beide" (n.l. „Kerkherstel" van prof. Haitjema c.s. èn „Kerkopbouw") „beroepen, staat daarvoor wel borg. Het apegapen van onze menschen op de Classicale Vergaderingen is geen voldoende vooroefening voor de geestelijke conflicten waarin diezelfde menschen misschien binnen afzienbaren tijd zullen geraken.
Ook het hoofddoel, waarom het daarbij gaat: troost en leiding aan de zielen te geven, door belijdenis van de waarheid, zien wij beiderzijds als een duidelijke roeping. Het is de taak der Kerk de schatten van het Evangelie door de eeuwen heen te dragen. De mogelijkheid dringt zich aan ons op, dat er tijden zouden kunnen komen, waarin haar roeping daarin en in niets anders zou bestaan. Tijden, waarin haar cultureele arbeid. geheel op den achtergrond zou raken en ze zich zou moeten bepalen tot het bewaren van wat haar is toebetrouwd. Met andere woorden : de Kerk kan weer onder het Kruis komen. Met de Oostersche Kerk is dit reeds bijna geheel het geval.
„Wanneer we dan niets hadden te bewaren ; als we „de kostelijke historische belijdenis onzer Kerk" hadden uitgeleverd aan de spraakverwarring van een groep willekeurige Hervormde theologen onzer euw — zooals prof. Haitjema 't noemt — dan zou de Roomsche Kerk als hoedster van het dogma, in deze landen, in onze plaats treden.
Dit zou de zwaarste kerkelijke zonde zijn waaraan we ons konden schuldig maken. En het is geen lichte aanklacht, als men ons dit verwijt. Een klacht, die ons in ieder geval ook tot hernieuwd zelfonderzoek moet brengen.
Onze Protestantsche Kerken mogen dit deel van hun taak geen oogenblik uit het oog verliezen."
Maar — zoo vervolgt ds. Noordmans 'n artikel — wij zullen dat als Protestantsche Kerken op eigene manier moeten doen en niet b.v. zooals Rome dat wil en doet.
Waarheid en organisatie hebben voor den Protestant een anderen zin dan voor den Roomsche. En de verhouding tusschen beide is voor hem ook anders. De waarheid is voor ons om gehoord en verstaan te worden en niet maar om „voor waar te worden gehouden" (Roomsch).
Naar Roomsche opvatting is de historische belijdenis ontstaan „uit de spraakverwarring van een groep willekeurige Hervormde theologen der 16e eeuw." Maar at staat voor ons anders. Dat is voor ons een bewijs, dat zij niet van boven opgelegd is en maar „voor waar aangenomen". En waardoor juist is zij veel dieper in het leven betreden en ligt zij ons nader aan het hart. Zoo staat de Roomsche ook anders tegenover de organisatie der Kerk.
„Voor den Roomsche zijn dogma en kerkinrichting gelijkwaardige grootheden. Ze wedijveren in heiligheid. Voor ons heeft de organisatie een veel meer dienend karaker. Met name in gereformeerde landen bestaat ze, behalve om de prediking in stand te houden, ook om het leven naar het evangelie te reformeeren".
Nu is het onderscheid tusschen „Kerkherstel" (prof. Haitjema c.s.) en „Kerkop, bouw" (prof. Brouwer c.s.: ) volgens 35 Noordmans ongeveer dit: „Kerkherstel" wil eerst organisatie en dan waarheid' „Kerkopbouw" eerst waarheid en dan organisatie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's