De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NAAR HET LAND DER BERGEN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NAAR HET LAND DER BERGEN.

5 minuten leestijd

„Leibniz (1646—1716), een filosoof van naam, noemt reizen een Bildungsabschlusz", de kroon op het opvoedingswerk der jeugd.
Andere landen zien, andere menschen spreken, van hen leeren door uitwisseling van gedachten, en daardoor het peil van eigen wijsheid wat lager gebracht, het zich leeren schikken en voegen naar z'n medemensch — brengt dat het werk der zelfopvoeding niet verder ?
Zoo verstonden onze Vaderen het ook. En nu bedoelen we daar niet alleen mee, dat Janmaat het zeegat uitging, maar ook dat jonge mannen van goeden huize reeds op jeugdigen leeftijd de wereld ingezonden werden. Wordt ons niet van Huygens, den dichter, verhaald, dat hij op 17-jarigen leeftijd zijn Italiaansche reis maakte ? Hun wereld was grooter dan de lage landen bij de zee. Zij kenden den geest-verfrisschenden, den blik-verruimenden invloed van het reizen. In den tijd, toen Holland groot was.
Is het niet opmerkenswaard, dat in de laatste 25 jaren het reizen en trekken weer zoo in eere is gekomen ? Zou er profetie in schuilen ? Wij hopen het; maar in elk geval mogen we beweren, dat het verschijnsel verblijdend is.
En nu is het niet alleen Janmaat, en zijn het niet enkel de gegoeden, die het vaderland voor een wijle verlaten, neen, uit alle rangen en standen maakt men zich op om eens iets anders te zien dan Neêrlands duin en frissche stranden, Neêrlands vee en klaverwei, om — indien mogelijk — ook eens te bewonderen de blauwe meren, om eens te staan tusschen de bergen, die tot ons spreken door de stoute pracht hunner vormen.
Wat zou de aarde zijn zonder die bergen ?
Zonder de bergen zou de aarde vertoonen aan allen horizon de vlakke lijn, eindeloos ver. Nergens zou de stijgende lijn wijzen naar boven. Hoe zou die eentonige wereld verschillen van onze aarde, zoo rijk in relief ! De bergruggen, die nu werken als condensators van waterdamp, zouden dan ontbreken. Geen rivieren zouden stroomen, geen beken bruisen, geen bronnen borrelen ; en 't water, dat nog uit de piaswolken viel, zou de aarde op vele plaatsen versomberen tot een moeras. De groote levensaderen van het verkeer, de rivieren, zouden niet zijn ; en de menschheid was verstoken van de, middelen om met elkander in ruil te treden van stoffelijke en geestelijke goederen. Zonder de gebergten zou de dampkring gestoord worden door sterke temperatuurschommelingen en dezelfde vlakte, die nü eens versmachtte in verschroeienden gloed, zou dan weer verstarren in ijzige koude.
De aarde zonder bergen — welk een achteruitgang in stoffelijken zin zou dat reeds zijn ! Doch ook in ideëelen zin zijn de bergen van onschatbare waarde. De bergen boren hun torens en tinnen in het blauw der luchten ; hun spitsen en toppen wijzen naar boven ; hun pieken en punten vormen een vingerwijzing naar den Hooge. Naar de toppen gaat steeds weer onze blik. Want dit is het eigenaardige van het bergland : het oog ziet altijd naar boven, de geest zoekt het hoogere. De idee van verheffing predikt het gebergte in stille majesteit. Daarom rust de mensch niet, vóór hij die toppen heeft bereikt, tot hij gekomen is vèr van het gewoel der stad en het stof der straten. Daar geeft de peinzende Christen zich over aan de indrukken, die hem de bergen geven. Hij volgt de lijnen der bergtoppen en ziet ze wijzen ten hemel, naar ons doel, naar God.
De aarde zonder bergen ! Wat zou de wereld verarmd wezen in de harmonie barer landschappen ; we zouden niet kennen de typische tegenstelling van de horizontale en vertikale lijn. Zien we slechts naar het meer in de bergen. Te midden van de woeste berggevaarten ligt blauwgroen het stille, effen meer. Koen en kaal rijzen de rotsen uit het water, dat volmaakt vlak zich uitbreidt tusschen al de lijnen, die naar boven wijzen. Het is het beeld van de in-zich-zelf-gekeerde rust door 't contrast tusschen het horizontale watervlak en de stout stijgende rotsen. Deze rust is het symbool van het doel en einde van het altoos stroomende water, dat hier tot stilstand komt in het meer ; het beeld van de eindelijke rust aan het einde van den levensstroom. Daarom is die zichtbare rust van het reine water voor ons de reflex van een hoogere rust in God, die door Zijne Genade komt aan het einde der tijden. Maar de reflex kan naar zijn natuur hier op aarde maar zwak aangeduid worden. Want deze aarde is niet 't lanJ der ruste, maar veeleer het tooneel van eindelooze beweging. De meren zijn in de bergen dan ook betrekkelijk sporadisch in tegenstelling met de vele stroomende en schuimende beken. En zelfs de spiegel van de meren is vaak heftig bewogen. Het meer wordt door de stormen opgezweept en het geeft dikwijls den heftigsten golfslag te zien. Dat schijnt er op te wijzen, dat hier de rust niet is.
De bergen op de aarde — het zijn voor ons de plaatsen, die niet alleen tot ons spreken door hun vormenpracht, maar die ook verheven gedachten in ons opwekken. „De berg", zoo zegt Bettex in zijn boekje „Symboliek der Schepping", „de berg is het gebed, de verheffing naar boven en de verhooring van boven".
Wie deze taal der bergen verstaat, zal kennen het verlangen naar het hooggebergte !"

(Uit: „Naar trotsche bergen en lieflijke meren" van J. Muiderman te Rotterdam).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

NAAR HET LAND DER BERGEN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's