De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

18 minuten leestijd

POLITIEK OVERZICHT.
Bij 't lezen van de Politieke Gids, onlangs in ons blad in de rubriek „Rondom de Leestafel" besproken en aanbevolen, dacht het ons goed hier een en ander mee te deelen van de politieke geschiedenis der laatste jaren. We doen natuurlijk maar een paar grepen, waarbij we in telegramstijl het voornaamste memoreeren.
Tijdens het ministerie Van Hall (1842 —'47) begon men met grondwetsherziening, maar de conservatieve elementen belemmerden te veel. Als Van Hall te ver gaat, treedt hij af. Hij heeft intusschen ons land uit een netelige financieele positie gered. We krijgen dan een tijdelijk ministerie Schimmelpenninck. Over de vrijheid van onderwijs komen kwesties en het ministerie treedt af. Dan komt in een soort crisis en overgangstijd het ministerie De Kempenaer-Donker Curtius. Een motie-Thorbecke doet 't ministerie vallen. Thorbecke (1849—'53) moet nu zelf achter de groene tafel. Vele wetten zijn gemaakt: kieswet, gemeentewet, provinciale wet, onteigeningswet, postwet enz. Maar toen het ministerie de herstelling der R.K. bisdommen goedkeurde, kwam er de z.g.n. Aprilbeweging. Koning Willem III koos de partij der ontevredenen en het ministerie gaat huistoe. We krijgen dan een tweede ministerie Van Hall (1853—'56). De minister van binnenlandsche zaken (waartoe vroeger ook Onderwijs behoorde) wilde de relatief-neutrale school invoeren, d. w. z. rekening houdende met de gevoelens der ouders en hun godsdienstige overtuiging. De Koning weigerde goedkeuring dier wet, daarom trad het ministerie af.
Dan krijgen we (1856—'58) het ministerie Van der Brugghen. Eerst zat daarin voor Onderwijs de meer A.R. minister van binnenlandsche zaken. Simons. Deze werd echter spoedig vervangen door de meer liberale Van Rappard, die in 1857 de Schoolwet bracht met de absolute neutraliteit en de zinsnede van : „opleiden tot alle christelijke en maatschappelijke deugden". Mlnister Van der Brugghen, die voor Justitie was, steunde deze wet en gaf aan 't woord „Christelijk" een uitlegging, die er alle kracht aan ontnam. Uit protest bedankte Groen van Prinsterer als Kamerlid, Toen na de verkiezingen er een liberale meerderheid kwam, trad het ministerie af en werd opgevolgd door het ministerie Rochussen—Van Bosse. Afschaffing der slavernij in Ned. Oost-Indië. Door een botsing met de Eerste Kamer afgetreden.
I860—'61 derde ministerie Van Hall. Minister van Binnenlandsche Zaken is mr. S. Baron van Heemstra. Spoorwegwet, waarbij strijd ontstond over de vraag of initiatief voor spoorwegen moest uitgaan van Staat of particulieren. Van Hall wilde aanleg door den Staat en exploitatie door particulieren. Het koloniale vraagstuk bracht oneenigheid in het ministerie ; het trad af.
1861-62 Ministerie Van Zuylen van Nyevelt—Loudon. Wet op den Raad van State gemaakt en toen, door botsing met de Tweede Kamer, huistoe.
We krijgen dan het tweede ministerie-Thorbecke (1862—'66). Afschaffing der Rijnvaarttollen en der stedelijke accijnzen. Wet op Middelb. onderwijs. Aanleg Noordzee-kanaal. Afschaffing slavernij in Suriname. Van den minister van Koloniën, Fransen van de Putte, krijgen we de Comptabiliteitswet (rekenplichtig) en dat de Indische begrooting de goedkeuring behoeft van de Staten-Generaal. Hij kreeg moeite met Thorbecke en tegelijk kregen de liberalen tweespalt met de Roomsch Katholieken over drie punten : onderwijskwestie ; erkenning van Italië ; brief van den Paus (syllabus errorum) tegen de liberale beginselen.
1866. Ministerie Fransen van de Putte. Bij de behandeling van een cultuurwet voor Indië dient Thorbecke een amendement in. Als dat aangenomen wordt treedt het ministerie af. Twist in het liberale kamp.
Dan krijgen we (1866—'68) het ministerie Heemskerk Sr., die van conservatieve beginselen was. Keuchenius (A.R.) was pas in de Kamer, stelde een motie voor en toen deze werd aangenomen, ontbrandde de eindstrijd tusschen het parlementaire stelsel en het stervende conservatieve systeem. Na veel strubbelingen, met Kamerontbinding, gaat het ministerie eindelijk heen. Het parlementarie stelsel gezegevierd.
Thorbecke, die niet dadelijk in het nieuwe ministerie wilde zitten, stelde 't wel samen. Cultuurwet voor Indië. Doodstraf afgeschaft. Toen bij de mobilisatie in 1870 (Fransch-Duitsche oorlog) het leger niet in orde bleek, moest het ministerie Van Bosse—Fock aftreden.
1871—'72. Derde ministerie Thorbecke. Oppositie van v. Houten. Thorbecke sterft.
1872—'74. Ministerie De Vries—Fransen van de Putte—Geertsema. Dit waren z.g.n. Jong-liberalen. Nieuwe twist over de grenzen van de Staatsbemoeiing. Van Houten, die vóór Staatsbemoeiïng is, dient een initiatief-voorstel in. dat aangenomen wordt (Kinderwetje). Begin van samenwerking tusschen A.R. en R.K. 1872 richt dr. Kuyper „De Standaard" op.
1874—'77 Tweede ministerie Heemskerk Sr.; conservatief ministerie met liberale allures. Dr. Kuyper voor 't eerst in de Kamer. Botsing over Onderwijskwestie; het ministerie treedt af.
1877—-'79 Ministerie Kappeyne van de Copello. Bijzondere scholen worden van subsidie uitgesloten. Het groote Volkspetitionnement in 1878. Toen de Koning weigerde mede te werken aan Grondwetsherziening, trad het ministerie af.
Na het Ministerie Van Lynden van Sandenburg (1879—'83), met Modderman als minister van Justitie, (de Tweede Kamer weigerde het kiesrecht uit te breiden door den census te herzien) krijgen we het derde Ministerie Heemskerk Sr.; zakenrkabinet. Grondwetsherziening in 1884 en 1887. Bij de verkiezingen komt een rechtsche meerderheid. Het ministerie treedt af-
Eerste rechtsche Ministerie—-Mackay (A.R.) 1888—'91). Eerste socialist in de Kamer (Domela Nieuwenhuis, gewezen predikant). Subsidie aan Bijzondere scholen. Arbeidswet tegen overmatigen arbeidsduur voor vrouwen en kinderen. Eerste Kamer verwerpt de begrooting Koloniën (Keuchenius) die h.i. te scherp tegen den Islam optrad. Mackay nam Koloniën over en liet zich op Binnenlandsche Zaken vervangen door de Savornin Lohman. De Minister van Oorlog Bergansius (R.K.) bracht een wet op algemeenen dienstplicht. Hierover wrijving tusschen A.R. en R.K., waardoor zij verkiezingsstrijd verloren en liberalen wonnen.
1891—'94 Ministerie VanTienhoven Tak van Poortvliet (lib.). Minister pierson, financiën, voerde bedrijfs-en vermogensbelasting in. Men wilde bijna algemeen kiesrecht invoeren. Daartegen verzet van Van Houten. In den strijd met de Kamer over de Kieswet-Tak van Poort vliet trad het ministerie af.
Wé krijgen dan het Ministerie Roëll— Van Houten (1894—'97). Kieswet-Van Houten. Kamers van Arbeid ; tegenstand van dr. Kuyper wegens den verkeerden opzet. Na de verkiezingen bleek de meerderheid geavanceerd-liberaal en het ministerie treedt af.
1897—1901. Ministerie Pierson—Goeman Borgesius. Het laatste liberale ministerie. Leerplichtwet. Minister Eland voerde persoonlijken dienstplicht in, met afschaffing van remplaganten of plaatsvervangers. Minister Cort van der Linden gaf de Kinderwetten. Na de rechtsche meerderheid bij de verkiezing trad het ministerie af. Goeman Borgesius moest de teugels uit handen geven en het ministerie-Kuyper (1901—'05) trad op. Door de spoorwegstaking werden de stakingswetten noodig. Gelijkstelling Vrije Universiteit met andere Universiteiten door toekenning van „effectus civilis", waardoor de titels aan de Vrije Universiteit waardoor de titels, aan de Vrij Universiteit verkregen, van gelijk recht werden met de promotie aan de Openbare Universiteiten. De Eerste Kamer verzette zich echter hier tegen en verwierp het wetsvoorstel. Toen kwam er Kamer-ontbinding. Technische Hoogeschool te Delft. Ontwerp-Arbeidswet en ontwerpen Ziekte-en Invaliditeits-(Ouderdoms) verzekering. Arbeidscontract (niet behandeld). Na de verkiezing kwam een linksche meerderheid.
1905—'08. Ministerie—D e Meester—v. Raalte. Formateur was Goeman Borgesius, die zelf geen zitting nam. Wet op het Arbeidscontract. Na botsing met de Eerste en daarna met de Tweede Kamer over Oorlogsbegrooting (minister Staal en Van Rappard) trad het ministerie af ; en 't ministerie-Heemskerk Jr. (A.R.) trad op (1908—'13). Bouwwetje voor Bijz. Scholen. Zedelijkheidswet van minister Regout (R. K.). De groote sociale wetten van Talma (A.R.). De militiewet Colijn (A.R.), waaraan het welslagen der mobilisatie van 1914, was te danken. Kolkman (R.K.), minister van Financiën, stelt tariefwet voor in protectionistischen zin, waardoor veel strijd ontstaat. De verkiezingen gaan voor rechts verloren. Liberalen, Vrijz. Democraten en S.D.A.P., nu aangewezen op het bewind. De Socialisten bedanken voor de eer. Toen trad 't extra-parlementair Kabinet-Cort van der Linden op. Grondwet herzien (vrouwenkiesrecht). Pacificatie op onderwijsgebied. Wetten-Talma niet uitgevoerd. De wereldoorlog breekt uit (1914). Mobilisatie onder vigueur der militie-wet Colijn. Wet tot drooglegging der Zuiderzee (minister Lely).
1918—'22. Eerste Ministerie—Ruys de Beerenbrouck (R.K.). Afwikkeling van de crisistaureaux uit den mobilisatietijd. Afzonderlijk ministerie van Onderwijs - De Visser. Grondwet herzien. Als de Tweede Kamer een militiewet verwerpt, treedt het ministerie af ; maar komt gereconstrueerd terug. Na de verkiezingen treedt het weer af. Maar komt als tweede ministerie-R uysde Beerenbrouck (R.K.) terug. Reconstructie van 't vorige. Colijn (A.R.), minister van Financiën, redt ons land uit een netelige financieele positie, nadat De Geer was heengegaan om oneenigheid met zijn mede-ministers over de Vlootwet. Na de verkiezingen beschouwde het ministerie zijn taak als geëindigd en trad af.
1925—'26. Ministerie-Colijn (A.R.). Trad af in een confhct met de Tweede Kamer over het gezantschap bij het Vaticaan (samenspanning van ds. Lingbeek—ds. Kersten—Vrijz. Democraten — Socialisten enz. om het ministerie-Colijn ten val te brengen). De crisis duurt lang. Tenslotte komt het ministerie-De Geer (C.H.) als extraparlementair Kabinet, wegens gebrek aan overeenstemming tusschen de rechtsche partijen. Minister Van KarnebeeK (Buitenlandsche Zaken) treedt af, wegens verwerping van zijn ontwerp-verdrag met België. Ministerie van Oorlog en Marine vereenigd tot Ministerie van Defensie. Ziektewet. Na de verkiezingen beschouwde het Kabinet het intermezzo geëindigd. Toch weer geen overeenstemming ter rechterzijde. Toen rechts-getint extra-parlementair Kabinet. 1929—heden. Derde ministerie-R uys de Beerenbrouck (R. K.). Minister De Geer voor Financiën; Terpstra voor Onderwijs; Reijmer voor Waterstaat. Radiowet-Radiostrijd. Minister Donner (Justitie) geeft een ont-Werp-wet tegen Godslastering. (Jhr. mr. Beelserts van Blokland, minister van Buitenlandsche Zaken ; S. de Graaff voor Koloniën ; Verschuur voor Arbeid; Deckers voor Defensie).

DE STAND DER PARTIJEN.
In 1918 waren er 13 A.R. in de Tweede Kamer ; in 1922 16 ; in 1925 13 ; in 1929 12.
Van de C.H. waren er in 1918 7 ; 1922 11 ; 1925 11 ; 1929 11.
Van de Herv. Geref. Staatspartij in 1918 O ; in 1922 O ; in 1925 1 ; in 1929 1.
Van de S.G.P. in 1918 O ; in 1922 1 ; in 1925 2 ; in 1929 3.
Van de R.K. in 1918 30 in 1922 32 ; in 1925 30 ; in 1929 30.
Van de S.D.A.P. in 1918 22 ; in 1922 20 ; in 1925 24 ; in 1929 24.
Van de Vrijz. Dem. 5—5—7—7.
Van den Vrijheidsbond 0—10—8—8.
Van de Communisten O—2—1—2.

VOLKSPETITIONNEMENT
TEGEN DEN OORLOG ! —
Een onzer aandachtige lezers van „De Waarheidsvriend" vroeg onze opinie over het Volkspetitionnement tegen den oorlog.
Zooals alle lezers wel zullen weten, is er een beweging op touw gezet om op massale wijze tegen den oorlog te protesteeren. Men wil duizenden en nog eens duizenden stemmen doen hooren, opdat de leidende Staatslieden het zullen weten, hoe de onderdanen over de eventueele ontketening van een nieuwen oorlog zouden denken.
Mijn vrager, die blijkbaar diep heeft nagedacht over het oorlogsprobleem, ziet in dit Volkspetitionnement niets anders dan opstand tegen het Opperwezen, een niet rekenen met de raadsbesluiten Gods.
Hij vroeg per brief aan schrijver dezes of we ook zijn opinie deelden.
Voor een groot deel ben ik het eens met wat hij schreef. Toch bezie ik de zaak nog weer een weinig anders. Als men mij vraagt of ik veel verwachting heb van dit Volkspetitionnement, dan zeg ik ronduit: even weinig verwachting als van de groote vergaderingen, waar de leidende Staatslieden over den vrede hebben gedelibereerd.
We bemerken toch duidelijk, dat de zucht naar imperialisme telkens ook op die vergadering weer om den hoek komt kijken.
De afgevaardigden van de verschillende natiën houden de belangen van hun eigen volk allereerst in het oog. Wie de politieke verwikkelingen van het laatste jaar nauwkeurig gadesloeg, bemerkt immers duidelijk dat het Frankrijk er alleen om te doen is om onder de volkeren van het vaste land van Europa de eerste viool te spelen. Amerika en Engeland zien zich door de malaise gedwongen om toch met het verdrukte Midden-Europa weer wat meer te gaan rekenen.
Men voelt overal, dat het zoo niet goed gaat. De verschrikkingen van den oorlog zitten er nog zoo in bij de volkeren, door, film en drukpers misschien nog verscherpt, dat men luide protesteert tegen eiken nieuwen krijg.
We zien in dit alles niets anders dan het machtige feit, dat de Staatslieden en hunne onderdanen de gevolgen van de zonde der volkeren, gelijk die zich openbaren in den krijg, vreezen, en schijnbaar ook met alle kracht willen voorkomen.
Of er van al dit pogen veel verwachting is ?
Ik geloof van niet.
Ik denk nog terug aan den oorlogstijd.
Ik zag voor het raam van een boekhandel een brochure liggen, die tot titel had : „De laatste wereldkrijg".
De schrijver meende, dat de menschheid, die de verschrikkingen van den oorlog zoo had meegemaakt, nu wel voor goed genoeg van den oorlog zou hebben. De beschaving zou het niet langer toelaten dat er zoo werd gemoord en geplunderd en vernietigd.
Wat bewijst echter de uitkomst ? Alle volkeren zijn bezig om zich geducht te versterken. Men bouwt nieuwe oorlogschepen en voert strategisch werken uit op groote schaal. De chemicus werkt in het laboratorium om gassen uit te vinden, die in oorlogstijd in weinige uren heele steden kunnen ontvolken.
De geruchten van oorlogen worden weer al gehoord. Ondanks alle protest tegen den oorlog, voelt ieder dat de zelfzucht der volkeren de vredesgedachte tegenhoudt.
Het gaat onder de volkeren om dè groote vraag, wie de eerste zal zijn en zal blijven.
We behoeven dan ook nog geen profeet te zijn om te durven voorspellen, dat in de toekomst nog veel verschrikkelijker oorlogen zullen ontbranden. Het is trouwens voorzegd door den Heere zelf. In het laatste der dagen zullen we hooren van oorlogen en geruchten van oorlogen en allerlei ellende.
Mag er dan nu geen protest tegen den oorlog worden gericht ? Is het dan eigenlijk verkeerd, dat Z.Ex. oud-minister Colijn op de vergaderingen in Geneve heeft getuigd ?
We gelooven, dat we mogen doen wat onze hand vindt om te doen en dat al dit pogen op zichzelf niet verkeerd is.
Waarom we er dan toch zoo weinig verwachting van hebben ?
Wel, omdat het schepsel tegenover zijn Maker van zijn zonde en schuld niet wil weten. Waar vinden we onder de volkeren der aarde belijdenis van zonde ? Men wil wèl over de schuldvraag van den oorlog spreken, maar om onmiddellijke de schuld door de eene natie op de andere te hooren werpen. Er is geen terugkeer van de volkeren tot onder de banier van het Kruis.
Er is geen vragen naar en geen rekenen met Gods Woord en Getuigenis.
Neen, we zien de volkeren als vrucht van het historisch materialisme opgaan in de stofvergoding. De Godsverzaking wordt grof. Het wordt een leven zonder God in de wereld en vervreemd van het burgerschap Israels.
En nu wil de mensch zich wel beveiligen tegen al die ellende van de gevolgen der zonde, maar het zal worden ervaren, dat de goddeloozen geenen vrede hebben.
Daarom heeft ons Gereformeerde volk altijd de schouders opgehaald over de actie, die door moderne predikanten als ds. Hugenholtz en anderen, werd gevoerd om de doodeenvoudige reden, dat een zoeken van vrede voor de volkeren der aarde voor iemand, die leeft uit de Schrift, niet anders mogelijk is dan door weder te keeren tol het Kruis van Christus, Wiens naam is Vredevorst. Waar nu de actie voor den, vrede zelfs vele leiders heeft, die met den Christus der Schriften niet meer rekenen willen, zal niemand kunnen verwachten, dat we ook in dit opzicht hoopvol kunnen gestemd wezen.
Als we zien op de feiten, hoe, Midden-Europa gebukt gaat onder den schuldenlast; hoe Rusland, in zijn dumping-politiek de ellende nog vergrooten wil, hoe Frankrijk slechts een Duitschland wil erkennen, hetwelk in het stof gebeden ligt, hoe Amerika slechts om zijn dollars denkt, en hoe zich de afval op massale wijze openbaart, dan zeggen we op onze beurt, dat de tijden donker zijn én dat er misschien verschrikkelijke dingen staan te gebeuren, tenzij God zich nog over de volkeren mocht ontfermen en ze zou doen wederkeeren naar het Kruis, opdat ze, genoeg hebbend van het kille, alle zieleleven doodende materialisme, weer zouden vragen naar de oude beproefde paden van het Woord van God.

HET MEER VAN GENEVE EN CALVIJN. (Slot). - 77—
Jean Jacques Rosseau, de man, die niet Gods eere zocht, maar den mensch verheerlijkte, wiens zinnelijke natuur uit zijn Confessions u blijkt, wiens Contrat Social de wegbereider der Fransche Revolutie werd, hij, die wel het meest de antipode van Calvijn genoemd mag worden, heeft op het nieuwe Geneve diep het stempelmerk van zijn geest gedrukt; Geneve, dat voor Calvijn geen standbeeld over had, richtte in het hart der stad op het beroemde eiland, door populieren overschaduwd, een bronzen beeld van Rousseau op. Ook daarin ligt een symbool. Geneve, eens „la ville de Calvin", moeder en schutsvrouw der Gereformeerde Kerken, werd een bolwerk van het liberalisme „la; .ville de Rousseau". Maar, al is er weinig te Geneve wat aan Salvijn herinnert, er is eené in haar eenvoud aandoenlijke reliquie, die de beteekénis van Calvijn beter dan uit graniet gehouwen monument of; uit erts gegoten beeld u voor oogen stelt.
Als ge binnentreedt in Geneve's kathedraal, waar door lange spitsboogramen een getemperd licht binnenvalt en slanke zuil aan zuil de wondere pracht der gothiek u bewonderen doet, ontdekt uw spiedend oog in het halfduister aan..den voet van den kansel een hoog gerugden met strak gebogen arm uitloopenden leuningstoel, waarvan de traditie zegt, dat ze Calvijn tot zetel diende bij zijn prediking en onderwijs. En voor uw zielsoog ziet ge in dien zetel verrijzen die magere gestalte, in den langen tabbaard gehuld ; ziet ge die schier doorzichtige hand, die den wijsvinger heft om kracht bij te zetten aan het gesproken woord ; ziet ge dat als een camee zoo fijn besneden gelaat, bleek en ingevallen van vasten en waken, van lichaamsleed en zielesmart; ziet ge dien spits toeloopenden baard, dien scherp vooruitstekenden neus, dat fonkelende en bezielde oog, dat edele en hooggewelfde voorhoofd ; en het is u, als hoort gij weer onder die gewelven die fijne doordringende stem, telkens door kuch of hoest afgebroken, waarnaar eens het Protestantsch Europa met ingehouden adem luisterde.
En zoo gaat van die „cathedra Calvini" in Geneve's kathedraal een wondere-sprake uit tot uw hart, die u zegt, dat Calvijn geen gedenkzuil, geen grafmonument noodig heeft, omdat hij leeft en leven blijft als Doctor Ecclesiae bij uitnemendheid, leven blijft door dat machtige woord, dat van hem is uitgegaan.
En als daarna van het schemerduister der gothische kathedraal uw voet zich weer wendt tot naar de Pont du Mont-Blanc, omdat ge nog eens uw oog verzadigen wilt aan dat wonderschoone meer van Geneve, dan weeft zich tusschen dat meer .en Calvijn een geheimzinnfge, mystieke band; dan is het u alsof God, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde, die uit genade dit „uitverkoren vat" aan Zijn Kerk schonk, in dien tempel machtiger en grootscher gedenkteeken voor Zijn knecht heeft gebouwd dan menschenhand ooit oprichten kon.
Want het meer, met zijn peillooze diepte, met zijn kristalheldere wateren, blauw als het azuur van den hemel, wordt u een beeld van Calvijn's machtigen geest, met dat klare, heldere verstand, met dat diepe gemoed, met die reinheid van hart, met dat innige geloofsleven, dat hem altijd als „in de tegenwoordigheid Gods" wandelen deed; een geest, die in breedte en diepte, in zuiverheid en 'klaarheid, alle andere helden der reformatie wel verre overtreft.
En dan verklaart dit beeld u ook, wat de wereld-historische roeping van Calvijn is geweest. Calvijn was niet de vader van de Reformatie. De bron en oorsprong van den stroom der Hervorming ligt niet in Geneve, maar in de kloostercel van Erfurt, waar de Augustijner monnik Maarten Luther worstelt met zijn God om vrede voor zijn gefolterde ziel en in het „gerechtvaardigd door het geloof alleen" het standpunt vindt voor zijn wereldoverwinnend geloof, de macht die aan Rome's werkheiligheid en priesterdwang een einde maakt, de blijde boodschap des Evangelies, die lafenis biedt aan elk naar schuldvergiffenis dorstend hart. Die bron en oorzaak ligt ook, zoo ge wilt, in Zwitserland zelf, maar dan meer noordelijk, in Zurich, waar de pastoor Ulrich Zwingli breekt met alle menschelijk gezag in Gods Kerk om terug te keeren tot het zuivere Woord Gods, dat alleen richtsnoer is voor leer en leven.
Alleen, beide stroomen, vloeiend elk in eigen bedding, waren gelijk aan dien wilden bergstroom, die, aan den gletschermond ontsprongen, nog veel modderig slijk en vuil slib met zich voert.
Luther's hartstochtelijke geest is gelijk aan den afgrond, waar de wateren met donderend geraas storten naar omlaag, de vlokken wit schuim hoog opspatten, de bergwand trilt en siddert onder uw voeten en in de diepte kookt en woelt en gist het alles dooreen.
Titanische krachten, die een bestaande wereld uit haar voegen lichten ; nieuwe denkbeelden, die als bliksemstralen flitsen door de donkerheid, maar de rust en de kalmte ontbreekt om het scheidingsproces in den baaierd zuiver te voltrekken en uit den chaos dus nieuwe denkbeelden, een levens-en wereldbeschouwing op te bouwen.
Bij Zwingli, meer nuchter, soms haast platvloersch van aard, mist ge de warme mystiek van het hart tot zelfs in zijn leer van het Sacrament, wordt het bederf der menschelijke zonde niet diep genoeg gepeild, werkt het Humanisme nog na en dreigt den stroom der Reformatie in rationalistische oppervlakkigheid te verzanden. Calvijn is meer geweest dan een epigoon van Luther en Zwingli. Hij heeft — dat was de roeping, door God voor hem weggelegd — den stroom der Reformatie, die van de bergen Gods was afgedaald, niet alleen opgenomen in zijn rijken geest en verder geleid, maar hij heeft den stroom gelouterd en gereinigd van veel slib en vuil. Wat bij Luther aan Roomschen zuurdeesem nog overbleef, zuiverde hij uit, en Zwingli's humanisme overwon hij door nog dieper te graven in Gods Woord.
Maar hij deed meer dan dat. Calvijn's strenge, logische geest bracht orde in den chaos en bouwde uit de beginselen der Reformatie een nieuwe levens-en wereldbeschouwing op, die in machtige conceptie boven allen staat, omdat ze het waagt haar uitgangspunt te kiezen in Gods eeuwig Raadsbesluit en geen ander doel kent dan het Soli Deo Gloria alleen.
Als straks de stroom der Reformatie van Geneve uitgaat, dan is hij niet meer de wilde bergstroom, waar een breede, kalme rivier, die in vaste bedding geleid, zuiver en klaar de wateren van Gods Geest medevoert en voor de volkeren van Europa tot rijken zegen wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's