FINANCIËN
Postgiro 138421.
Drie weken hebben we ons verpoosd in de schoone dreven van ons eigen land. De gedachte kwam meer dan eens naar boven: „zoekt de mensch niet vaak heel ver weg, wat vlak voor hem en op hem staat te wachten ? "
Wat biedt ons land toch onnoemelijk veel schoons, 'k Zou dan ook nergens liever willen wonen dan hier op eigen erf.
Dit, raakt, zooals ge lichtelijk reeds begrijpt, de natuur zelve. Nu blijven we hierbij niet staan, maar trekken onze gedachten-linie iets verder. Ook de dingen, welke ons geestelijk en maatschappelijk leven meer in het bijzonder raken, willen we er onder begrepen zien.
Inzonderheid met het oog hierop, zou ik niet graag in een ander land willen wonen. Natuurlijk zijn ook hier uitzonderingsgevallen. We komen hierop dadelijk terug. In den loop der jaren zijn we vaker dan eens over de grenzen geweest, langer dan enkele dagen. We leefden in die omgeving meer of minder in.
We gingen naar 't Zuiden, doch tot onze Zuidelijke naburen voelden we ons weinig aangetrokken. De Fransche geest met al den aankleve laat zich hier duchtig merken. Zoo heel om het hoekje kwam telkens de gedachte gluren : wat ben ik blij, hier niet immer te moeten blijven.
In andere richting deed ik een soortgelijke ervaring op.
Wie over de Oostelijke grenzen trekt, komt lichtelijk door den gemoedelij ken trek van den Duitscher onder de bekoring van veel wat hier wordt aangetroffen, doch bevrediging vindt men ook hier niet. 't Einde is altijd weer : „ik ben blij, dat ik straks weer in eigen omgeving terug mag komen".
Met de verder gelegen landen gaat het vooral niet beter. De natuur mag er bekoorlijk zijn, onvergelijkelijk schoon zelfs, zoodat men de woorden van den psalm.dichter nog beter verstaat dan ooit : „de gansche aarde is met Zijn heerlijkheid vol", toch is het refrein : „ik zou hier niet gaarne blijvend, toeven. 'kGa o zoo graag naar mijri eigen kleine landje terug". Immers .: hier wordt nog zooveel gevonden, wat in den vreemde bijna geheel wordt gemist. Ge hebt misschien een kleine opmerking bij uzelven gemaakt, n.l. : zijn hier dan geen streken en plekken, waarvan 't zelfde kan wórden gezegd ?
Helaas, ja.
Een vorig maal maakten we reeds deze opmerking. In de schoone landstreek van boven het IJ treft ge toestanden, welke iemand het harte droef stemmen. We heboen een en andermaal hier een dienst mee gemaaüt. Onder de weinige hoorders hebben ook wij ons geschaard. Daar trad op den kansel een prediker, met wien wij tegelijkertijd aan dezelfde Academie de lessen volgden van onze hoogleeraren.
Hij was in deze kwarteeuw ook reeds grijzend geworden. Wat zich toen reeds verwachten liet, was nu volle werkelijkheid geworden : volbloed modern, vrijzinnig in ue hoogste mate.
Van de prediking kon zonder meer worden gezegd : in schoonen vorm, in welgekozen bewoordingen werden lessen van levenswijsheid voorgedragen, zonder dat één woord naar den Christus der Schriften als Zaligmaker van zondaren henenwees.
„Heb zout in u zelven", zoo luidde de tekst.
't Begon met den mensch en het eindigde met den mensch, omdat in het middelpunt niet anders stond dan de mensch.
'k Heb nog zelden zulk een arm, zulk een troosteloos woord aangehoord. Dit is noch voor het heden, noch voor de eeuwigheid van eenige waardij. Het staat het Evangelie tegen. Daarin is voor Christus, den rijken, liefdevollen Borg voor zondaren, geen plaats.
Dat dit iets schrikwekkends in heeft, zult ge niet durven tegen te spreken, maar het meest aangrijpend is wel, dat blijkbaar èn prediker èn gemeente hiervan niet-met-al speuren, 't Slot was tenminste een warme aanbeveling van de collecte, welke den volgenden Zondag zou plaats hebben voor het Studiefonds voor vrijzinnige studenten. Den volgenden Zondag zou deze prediker zijn laatsten dienst hier verrichten. Bij 't afscheid moesten gelden worden saamgebracht om een zelfde prediking zooveel mogelijk bestendigd te zien.
't Is niet onmogelijk, dat nog een enkele gedachte bij u is opgerezen.
De eerste ligt voor het grijpen.
„Wanneer de modernen zorgen voor het aankweeken van vrijzinnige voorgangers, zullen wij met nog méér ijver ons zetten voor onze taak".
Doch dit is niet het eenige punt, waarheen uw gedachten zich voortbewogen.
Ge hadt een vraag.
Heeft 't onderwijs dat die prediker daar, tegelijk met anderen, ook met u, heeft ontvangen, dan ook aan dit resultaat medegewerkt ?
En dan zeg ik volmondig : „ja".
't Is een wonder van Gods genade, als daaronder predikers worden gevormd, die het volle, rijke EvahgeUe van Gods eeuwige liefde, in Christus Jezus geopenbaard, in de gemeente zullen verkondigen. Ik zal de laatste zijn om aan de hoogleeraren, die ons onderwezen, den eerbied te onthouden, welke, hun toekwam, toch zou ik de werkelijkheid geweld aandoen als niet werd toegegeven dat de geest in het algemeen deze was, dat het gezag van Gods Woord en de daaraan getoetste belijdenis stelselmatig werden ondermijnd.
Zie, daarom is het zoo geheel voor de hand liggend dat alle vastheid wordt weggenomen en de prediker een evangelie verkondigt, dat met het oorspronkelijke, het eenige, niet meer dan den naam gemeen heeft.
Zie, daarom is ook zoo van den beginne de nadruk gelegd bij onzen Bond op deze zaak : een Gereformeerde leerstoel, een eigen professor, die de aanstaande leeraars in de waarachtige leer der zaligheid onderwijs kan geven.
En dat het zoo geloopen is dat v/e een eigen professor in den persoon van prof. dr. H. Visscher hebben gekregen, is een zaak, welke wij niet achteloos mogen voorbijgaan. Wij verheugen er ons in, dat ook nadat hij zijn gewonen hoogleeraarsstoel had ledig gemaakt, om daardoor de kansen niet kleiner te maken om in denzelfden geest als door hem was gedaan het onderwijs aan de Utrechtsche Universiteit bestendigd te zien, hij zijn tijd en klachten wil blijven wijden aan den bizondeiren leerstoel van den Gereformeerden Bond. Dit stemt alleszins goedsmoeds, dat onze professor voorloopig zijn zeer ge waardeerden arbeid niet uit handen geeft. Hij blijft zijn uren geven en zal, naar wij hopen, zulks onder de gunste Gods nog jaren mogen voortzetten. En wat ons evenzeer met blijdschap vervult is, dat wat gehoopt werd en verwacht mocht worden, verwerkelijkt is geworden. De meest begaafde leerling van prof. Visscher, dr. J. Severijn, werd als zijn opvolger benoemd. Geve de Heere hem in dezelfde mate zijn leerlingen te bezielen en aan te vuren tot verbreiding én verdediging der Waarheid, als zijn leermeester dit heeft mogen doen. 't Eenige doel, dat ons tezamen steeds helderder voor oogen moge staan is, dat Christus' .Kerk leeft bij en onder het Evangelie Zijner vrije genade. Wanneer onzerzijds alies wat van den mensch is, wordt uitgebannen, opdat Gode alle eer en aanbidding toekomt, 'wordt Zijn zegen steeds meer en meer openbaar.
Wij zetten thans onder onzen gedachtengang een streep, om nog melding te maken van wat inkwam in deze dagen. Het eerste was een post uit Kampen. Door den Eerw. heer Hagen, van N.N. „uit dankbaarheid" voor het Studiefonds ƒ 1.50
2e. door ds. Van Nie te Hoogeveen van N.N., gecollecteerd voor het Studiefonds ƒ 1.—
3e. door ds. Enkelaar tg, Hasselt een vierde deel van wat bij hem was ingekomen van een gift van 100 gulden, alzoo . ƒ 25.—
4e. Ten slotte van een medelevend lid mijner gemeente een maandelijksche gift van ƒ 2.50, en dat tweemaal, alzoo ƒ 5.—
Dit vormt tezamen de som van
f 32.50.
Ge zegt: dat is niet te veel.
Wij zeggen : weinig in de vreeze Gods is alles.
Intusschen onze zaken aanbevelend in uwe voorbede.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's