STAAT EN MAATSCHAPPY
DE KOLONIALE GELDMIDDELEN.
Evenals de President van de Nederlandsche Bank in zijn jaarverslag over 1930, op welk verslag wij nog niet lang geleden de aandacht vestigden, belangrijke opmerkingen maakte over den onzekeren toestand, waarin de financiën des Rijks tengevolge van de wereldcrisis gaan verkeeren, zoo ook doet de President van de Javasche Bank in zijn jongste jaarverslag publicaties betreffende den financiëelen en economischen toestand van Nederlandsch-Indië, die der overweging ten volle waard zijn.
Uit dit laatste verslag blijkt het, hoe juist de blik van den President van de Javasche Bank reeds jaren geleden op de toekomst van het economisch leven van Nederlandsch-Indië was, toen hij in het jaar 1926 zijn waarschuwende stem in dezen zin liet hooren : dat de uiterste voorzichtigheid diende te worden in acht genomen bij het treffen van maatregelen, welke den kostprijs der Indische producten ongunstig zouden kunnen beïnvloeden. Zoo geheel in aansluiting aan deze woorden, lezen wij thans in het jaarverslag :
„Voor de toekomst van Indië zal deswege een op straffe versobering gericht financieel beleid in de komende jaren noodig blijken".
„Van de mogelijkheid om door het sluiten van leeningen in de tekorten te voorzien, zal in de eerstvolgende jaren, zoowel voor den Buitengewonen als voor den Gewonen Dienst, een zoo spaarzaam mogelijk gebruik moeten worden gemaakt".
„Zelfbeperking is vooral voor een kapitaal-arm land als Nederlandsch-Indië steeds eisch van goed beleid ; vooral in dezen tijd wordt gevoeld, dat de kapitaalvorming in Nederlandsch-Indië moet worden bevorderd en alles, wat daartegen ingaat en de betalingsbalans voortdurend meer bezwaart, moet worden vermeden".
Terecht wordt hier tegen een financieele politiek gewaarschuwd, welke er op gericht is om door het sluiten van leeningen In de tekorten te voorzien. Immers het nadeel, dat uit zulke politiek voor Nederlandsch-Indië zou voortvloeien, is, dat door den klimmenden rentelast de betalingsbalans daar te lande ongunstig zou worden beïnvloed.
Daarom moet de raad, welken de President van de Javasche Bank als redmiddel geeft, vóór alles worden opgevolgd, te weten, dat ook het Indisch beleid op versobering in de uitgaven en op kapitaalvorming worde gericht.
Naar de bladen berichten, zit men in Indië nog vaster aan den grond dan hier in Nederland.
Zal de Staatsbegrooting voor 1932 een tekort van 30 a 40 millioen gulden aanwijzen, de begrooting voor Nederlandsch-Indië zal, naar verwacht wordt, met een tekort op de inkomsten over de 100 millioen gulden gaan en dat nog wel ondanks alle reeds toegepaste bezuinigingen. Een tekort van over de 100 millioen gulden, allen voor den gewonen dienst, d.i. voor de dagelijksche huishouding.
Tot op heden bleef de Indische regeering doof voor de waarschuwende stemmen, die tot haar kwamen. De noodig geoordeelde salarisverlagingen werden door den Volksraad afgerond. Daarentegen werden eenige amendementen tot verhooging der uitgaven aangenomen.
Natuurlijk kan een dergelijk financieel beleid, als thans in Indië wordt gevoerd, niet bestendigd blijven, wil het daar te lande met de geldmiddelen niet op een debacle uitloopen.
De graad van politieke rijpheid in Indië is op de moeilijkheden, welke zich op het oogenblik voordoen, niet berekend.
Daarom zal het noodig zijn dat de Regeering, gesteund door de Staten-Generaal, bij de vaststelling der Indische begrooting voor 1932 ingrijpende maatregelen treffe om ook in de Koloniën het evenwicht in de financiën te brengen.
ARM LIBERALISME.
Zondag 6 September heeft de Bond van jonge liberalen voor Zuid-Holland een gewestelijken landdag te Gouda gehouden.
Op dezen landdag is geredevoerd over de onderwerpen : „het goed recht en de zegenrijke werking van het liberalisme" en „de taak der jonge liberalen".
Dat voor een dergelijken landdag de Zondag wordt gebruikt, laten wij nu maar. verder onbesproken. Het zijn zoo de manieren van de vrijzinnigheid om Zondagsarbeid, waarnaar zij zélf niet de hand uitsteken, door anderen ter hunner genoegen te laten verrichten.
Echter heeft de samenkomst te Gouda zich door iets gekenmerkt, dat nog even moet worden vermeld.
Naar het programma van den landdag mededeelde, werd de samenkomst opgeluisterd door muziek en zang. Er werd een loterij gehouden met schitterende prijzen. En voorts was er gelegenheid tot dansen. Het gaat met de vrijzinnigen in de politiek als met hunne geestverwanten in de Kerk. Er moet voor attracties worden gezorgd, anders blijft het publiek thuis.
En die landdag stond onder bescherming van Zijne Excellentie mr. D. Fock en had een comité van aanbeveling bestaande uit vooraanstaande liberalen uit verschillende streken van Zuid-Holland.
Arm liberalisme, dat door zang en muziek, door een loterij met schitterende prijzen en door het bieden van gelegenheid om te dansen op de been moet worden gehouden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's