De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

10 minuten leestijd

OORLOG EN FINANCIEN.
Men mag het Fascisme als stelsel veroordeelen, doch men zal moeten erkennen, dat zijn gezagdragers zin voor de werkelijkheid hebben en den moed hebben om de dingen bij hun naam te noemen.
Aldus ongeveer „De Standaard", staande onder hoofdredactie van dr. H. Colijn.
De Italiaansche Minister van Buitenlandsche Zaken, Grandi, heeft op den eersten dag der Volkenbondsvergadering te Geneve gezegd, dat op twee dingen moet worden acht gegeven. En wel dat de vermindering der bewapeningen tot het laagst mogelijke minimum een verplichting is. En dat die verplichting moet vervuld worden. Dat is een van de fundamenteele waarborgen voor het behoud van den vrede.
Ook moet er zijn de vredelievende beslechting van internationale geschillen.
Gelijktijdige vermindering van bewapening — zoo zei hij — wordt niet alleen geeischt door het Pact, maar is ook door de tijdsomstandigheden nadrukkelijk geëischt.
Zoo iets — zegt „De Standaard" — is te Geneve maar zelden nog gezegd !
Verder is gezegd, dat het nutteloos is, om te streven naar oplossing der financieele moeiijkheden, zoolang de Staten zich zelf bezwaren met militaire uitgaven die boven het strikt noodzakelijke uitgaan.
Daarom is het slagen der z.g.n. Ontwapeningsconferentie het uitgangspunt ook voor het verkrijgen van betere financieele en economische toestanden.
In de derde plaats werd gewezen op een nieuwe regeling der internationale publieke schulden.
„De Standaard" zegt: „Het onderwerp is nu „aangesneden". En daarvoor komt aan de Italianen de verdienste toe.
Voor het financieel en economisch herstel der wereld is een bevredigende regeling der oorlogsbetalingen een essentiëele en preliminaire voorwaarde. De kunst was maar, het vraagstuk in discussie te brengen. Dat heeft Grandi o.i. met zijn rede bereikt. En ook daarom mogen we erkentelijk zijn voor de verstandige taal, door een fascist te Geneve gesproken".
Wij waren met dit artikel van „De Standaard" zóó ingenomen, dat we er hier iets van wilden meedeelen. En wij gelooveh, dat ook hier voor de Kerk van Christus een roeping en een taak ligt.
De wereld verkeert in zoo'n grooten nood !
Gerechtigheid verhoogt een volk — ook de volkeren.
Zonde is een schandvlek der natie — ook der natiën.

DE RICHTINGEN IN DE NED. HERVORMDE KERK.
Uit de Chr. Encyclopaedie, Deel VI, nemen we hier over een statistiek in 1927 door ds. G. van der Zee gemaakt van de richtingen in de Ned. Hervormde Kerk.
Gelderland . 34 M. 103 E. 48 C. Zuid-Holland 28 M. 49 E. 125 C. Noord-Holland 101 M. 59 E. 48 C. Zeeland Utrecht Friesland Overijssel Groningen N.Br. en Limb Drenthe Walen 12 M. — M. 114 M. 20 M. 86 M. 28 M. 33 M. 21 M. 65 E. 22 E. 34 E. 40 E. 54 E. 55 E. 21 E. 26 C. 36 C. 86 C. 26 C. 23 C. 26 C. 7 C. 48 G 83 G. 4 G. 7 G. 32 G. 6 G. 16 G. 2 G. 14 G. 2 G.
Totaal 1644:477 Modernen, 502 Ethischen, 451 Confessioneelen en 214 Gereformeerde Bond.
Ds. Van der Zee teekent hierbij aan : „De vijf richtingen, zijn aldus genoemd : Modernisme, Evangelisch, Ethischen, Confessioneelen en Gereformeerde Bond. Door breede correspondentie met een 40-tal Hervormde predikanten is dit resultaat, in deze statistiek neergelegd, bereikt. De opgave is van 1927. De Evangelischen zijn bij de Modernen gerekend en de Köhlbruggianen bij de Confessioneelen, en zij, die niet bij den Gereformeerden Bond behooren, doch vrijwel die richting (in het algemeen genomen) zijn toegedaan, tot de Gereformeerden.
Dat dit een vrij objectief resultaat is, werd kort daarop bewezen door het Jaarboek der Vrijzinnigen, die voor zichzelf 464 berekenden, zonder alle Evangelischen, die klein in getal zijn".
„Voorts werd nagegaan hoe de toestand in 1885 was, doch daarvan was geen zuiver beeld meer te ontwerpen; alleen bleek een geweldige opschuiving naar rechts, soms van geheele landstreken, b.v. de Z.-Westhoek van Friesland, de Alblasserwaard (gedeeltelijk), Flakkee (gedeeltelijk), Veluwe, (gedeeltelijk). Nog staat dit niet stil. Zelden of nimmer hoort men dat een orthodoxe plaats modern wordt. De cijfers dekken niet de richting der „heele gemeente", doch wijzen alleen op den geest waarin de kerkeraad eventueel beroept".

DE ETHISCHEN.
Het is niet zoo gemakkelijk te zeggen, wie „de Ethischen" zijn en wat zij leeren. We weten dat wel. Toch loopt er een lijn, die wel na te speuren is. En dat is, dat men bezig is zóó te spreken over de werking des Geestes en de inwerking en uitwerking Gods door den Geest in de geloovigen — wat dan een geestelijken inslag wil geven aan het geloofsleven, om de dorre leervoordracht van de Kerk te vervangen — dat de geopenbaarde Waarheid in de Heilige Schrift niet alleen komt geweld aandoen, maar zelfs het werk van Christus. En ook bij het spreken over de Kerk en het naar voren schuiven van de Kerk — overigens zoo goed — gaat het veelal dan om het geestelijk werk des Geestes, maar met verwaarloozing van het Middelaarswerk van Jezus Christus.
Het Middelaarswerk van Jezus Christus is inderdaad in gevaar.
De gemeenschap der heiligen, het werk des Geestes, de voortgaande openbaring Gods, de relatie des hemels met den mensch doet het alles.
Wat heel geestelijk schijnt en moet dienen om de dorre leervoordracht van de Kerk op zij te dringen. Maar dat niet meer of minder is dan tekort dpen en op zij zetten van het Middelaarswerk van Jezus Christus.
Niet zelden valt het dan ook op, dat de schuldverzoening, de satisfactie-gedachte v/ordt prijs gegeven of zóó op den achtergrond komt, dat ze krachteloos wordt gemaakt. De strafeischende gerechtigheid wordt op zij gezet en het komt tot een verwisselen van gerechtigheid met liefde — waarvan de Schrift, waarvan Paulus niet weet, waarvan de Apostelen niet getuigen, waarover onze belijdenisschriften dan ook geheel anders spreken.
Niet zelden wordt zoo inderdaad — soms meer, soms minder bewust — het Middelaarswerk van Jezus Christus losgemaakt van den Heiligen, Geest, aan welken Geest dan wordt toegediend wat de Heilige Geest, Die uit Christus neemt. Zelf afwijst.
Aan het geloof in Jezus Christus, Sions Borg en Middelaar, wordt in den naam des Geestes inderdaad te kort gedaan.
En zoo wordt ook aan de Kerk ontnomen wat juist de schat van de Kerk is en blijven moet.
In den naam van den Heiligen Geest, mag men niet verkorten het werk van den Middelaar, mag men Christus, den Zaligmaker in Zijn verzoenend lijden en sterven niet verkleinen, noch Zijn eer rooven.
Het prediken van Jezus Christus en dien gekruisigd moet niet in gevaar komen door het prediken van den Geest.
We mogen nu wel telkens vragen : hebt gij ook den Christus ontvangen in den weg des geloofs ?
De prediking van den Christus Gods is in gevaar, ook zelfs waar men van Christus dan spreken wil als van het centrale.

DE SCHOOL.
Wellicht dat velen nog niet genoeg beseffen wat groote beteekenis de School heeft voor het volksleven. Zoo de School is, zoo is het onderwijs, zoo is voor een groot deel de levensvorming en de opvoeding der kinderen. Eigenlijk begint het al op de Bewaarschool, de School voor Voorbereidend Lager Onderwijs, de Kleuterschool. Daar wordt aan de levensrichting van de kinderen reeds koers gegeven en 't heeft groote beteekenis in welke richting dit geschiedt bij de kleine kleuters, de jongetjes en de kleine meisjes, die zoo zeer vatbaar zijn voor indrukken en zoo gemakkelijk overnemen van „de juffrouw", die dagelijks met hen omgaat. Thuis blijkt het wel uit hun gesprekken en uit wat ze doen. 't Is telkens „de juffrouw zegt" en „de juffrouw doet zóó" — en dat kan ten goede en ten kwade werken. Ook in de „versjes" die ze leeren. Ook voor hun bidden en danken enz. Daarom zijn wij zoo sterk voor Christelijke Bewaarscholen, waar de Geest van Christus gevoeld wordt, het Woord des Heeren gebracht wordt, van aard en hemel gesproken wordt, van leven en sterven. Waar door heel den omgang met de kinderen iets vertolkt wordt van de heerlijkheid van den dienst des Heeren en waar de indrukken van goed en kwaad, van zonde en genade worden ontvangen.
Laat men niet zeggen, dat kleine kinderen daarvoor geen gevoel hebben en daarvan niets begrijpen, want dan spreekt men tegen beter weten in. Ieder weet, hoe gevoelig het kinderhart voor indrukken is — wat dé wereld dan ook benut en wat velen voor heel hun leven niet zelden tot een vloek wordt. Gelijk het door Gods liefde en genade bij de verkondiging van Zijn heil in Christus tot rijken, eeuwigen zegen kan wezen !
Daarom van de prilste jeugd af aan : christelijk onderwijs voor onze gedoopte kinderen. Ook voor de kinderen uit „ongeloovige" gezinnen. Zaait aan alle wateren ! En de belofte des Heeren, die in het gebed en in het geloof „verwerkt" moet worden door degenen, die Hem vreezen, ligt er : Mijn Woord zal niet ledig wederkeeren, maar altijd doen wat Mij behaagt en het zal voorspoedig zijn in 't geen waartoe Ik het zend — spreekt de Heere.
Daarom ook onze Scholen met den Bijbel, onze Christelijke Scholen voor Gewoon Lager Onderwijs, voor de kinderen, die al wat grooter worden en die daar de mooie, heerlijke kinderjaren moeten doorbrengen, om voor heel hun verder leven onderwijs te ontvangen in alle „vakken", maar dan zóó, dat het uitkomt: „Ken den Heere in al uwe wegen". Ook om in deze waarheid onderwezen te worden : „Vreest God, eert den Koning". Om voor het gezinsleven, voor het kerkelijk leven, voor het maatschappelijk leven indrukken te ontvangen, die geheiligd zijn door de vreeze Gods. „De vreeze des Heeren is het beginsel van alle wijsheid". Vanuit de vreeze Gods moeten alle wegen des levens uitgaan. De wortel des levens en de vruchten des levens beide, in de vreeze Gods geheiligd.
Daar naast de M.U.L.O. Scholen met den Bijbel, voor onze jongens en meisjes, die nog weer grooter zijn, nog weer wijzer worden, nog weer dichter bij het volle leven komen, ja, er ongemerkt midden in komen staan. De crisis-jaren, niet zelden met storm en met drang geweldig gevuld en beroerd, moeten geheiligd worden door de kennis van Jezus Christus, door de kennis van 's Heeren wegen, door de kennis van het gebed, van de vroomheid des harten, van teeren levenswandel.
En daar naast en; daar boven de H.B.S., het Lyceum, het Gymnasium. 
Men kan er lang en kort over praten, maar den onderwijsweg moeten onze kinderen bewandelen en afloopen ; een weg, die hoe langer hoe meer in lengte toeneemt, terwijl de lasten, die gedragen moeten worden, zwaarder worden.
Men kan er over klagen. Men kan klagen over den intellectualistischen inslag van het onderwijs en over zooveel meer. Maar wat er nu is, is er — het komt er nu maar allereerst op aan, dat wij onze Scholen voor kleinen en voor grooten inrichten naar den geest van Gods Woord, waarbij de beginselen van Gods Wet én waarheid voor onze kinderen niet verborgen blijven, maar hun in liefde en geloof, met ernst en oprechtheid worden bekend gemaakt. In al het onderwijs kome uit, dat de liefde van Christus ons dringt.
Dat is de olie, die de lamp helder kan doen branden.
De olie is vloeibaar. Is het niet teekenend ? Niet de harde olijven doen de lampen branden, maar de olijven-olie. Het harde moet stuk gewreven en de zachte olie moet uitvloeien.
Waar zóó het onderwijs doortrokken is van de vreeze Gods en doorademd met de liefde van Christus, zal de vrucht, onder beding van Gods genade, heerlijk zijn.
Dan moet er zakelijke kennis zijn. Geen poespas, maar degelijke kost. Onze kinderen hebben het noodig. Maar doorzout met de vreeze Gods, doorademd met de liefde van Christus.
Wat is de School van groote, groote beteekenis voor huisgezin. Kerk, maatschappij en Staat.
Wat is de School van groote waarde voor ons persoonlijk- en voor ons gemeenschapsleven.
Bouw Scholen, waar het Evangelie-zout wordt uitgestrooid, om een dierbare jeugd te behouden in het midden van een wereld vol on-en bijgeloof !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's