De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

6 minuten leestijd

Christelijke dichters van dezen tijd Bloemlezing, bijeengebracht door P. J. Risseeuw. Uitgave van J. H. Kok, Kampen.
Wat een mooi boek. Wat mooie bandversiering door Cor Alons. Wat mooi papier, mooie letter. Wat mooie portretten. Wat mooie verzen. Eerst gingen we „plaatjes kijken". En we zagen weer het portret van Seerp Anema, van Roel Houwink, van Jacqueline van der Waals — nóg een portret van Jac. van der Waals ; wat is ze oud geworden — daarna, gestorven. Van Wapenaar staat er ook een portret in, van Minderaa, van A. J. D. van Oosten. Dan zien we een portret van Hendrik Mulder — dat wij nog nooit gezien hadden; van G. Kamphuis, ook nieuw voor ons. Dan van Hessels — neen, die zagen we ook nooit zóó en als we den dichter tegen komen straks op straat, vreezen we, dat we met het portret van hem in handen, hem toch niet herkennen zullen. Aardig dat „plaatjes kijken". Men weet nu ten minste hoe Geerten Gosssert er uit ziet.
Maar 't is natuurlijk om de verzen te doen. En nu gaan we de gedichten lezen. Daar hebben we dat mooie vers van Wapenaar : O Jesu mijn „'k Lig bij Uw kruis gebogen, 'k Zie 't licht weer uit den hooge Doorheerlijken Uw macht!" en dan : „Mij is geen troost gebleven. Mij is geen vreugd te geven Dan van Uw : 't Is volbracht!" Ook dat mooie vers : „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten ? " Dat vers begint zóó : O Jesu, die, als Lam gelaten, U zelf ten schandpaal naaglen liet, Uw Vader bad voor d' onverlaten. Opdat Zijn toornebliksem niet Op dezen gruwel neer zou branden. Waar zij, onwetend, ruwe handen Aan U, o Gods Zoon, moordend slaan", enz.
Van Seerp Anema staat er het gedicht : „Gebed". Wat mooi! „De zon schijnt prachtig in mijn kamer, Den stillen Sabbathochtend glansend. Des levens polsslag zachtkens prikk'lend. En in gebede zink ik neder Voor God, den oorsprong alles wezens". Dan „Sabbathmorgen" met die regels : „Maar zee en zonlicht kan geen ziel meer heffen tot God, sinds God van allen is geweken en tot dit scheppingswerk niet wederkomt". „Dat doet Zijn Geest d' eenvoudigen beseffen, die onder 't gindsche dak genade smeeken, wiens torentop de elfde ure bromt". Van Hendrik Mulder lazen we weer : „De stilte die zoo veilig is, is nu door 't bosch getrokken, en 't avondlicht dat heilig is om uwe gouden lokken, ligt rustiggeel wijd uitgebreid over de oude paden, wier rulle zand al glinsters spreidt waar dat uw voeten traden". Van Jacqueline van der Waals wordt gegeven : Najaarslaan. Wat fijn, wat mooi, wat heerlijk schoon ! „Ik keek in de gouden heerlijkheid Van een najaarslaan. Het was of ik goudene deuren wijd Zag openstaan, Het werd mij, toen ik binnen ging. Of ik door gouden gewelven liep : „Ik aarzelde even, ik ademde diep. Diep van verwondering. Ik voelde mij eerst als een kindje, dat stout Doet wat verboden is. Ik sprak : „Zijn voor mij die gewelven gebouwd ? Ben ik zóó rijk, dat van louter goud De gang mijner woning is ? " Ook staat er van deze gestorven dichteres het bekende vers : „De Herdersfluit". „Eens ging ik langs het lage riet. Dat ruischen kan en anders niet, Toen langs mijn pad een herder kwam. Die één van deze halmen nam. En dien besnoeide en besneed. En maakte tot zijn dienst gereed. Door dit gekorven rietje, dat als dood hij in zijn handen had, Dien stemmeloozen stengel zond Hij straks den adem van zijn mond, En als hij blies, zoo zong het riet, En, als hij zweeg, verstomde 't lied : De zoete, pas ontwaakte stem. Bestond en leefde slechts door hem". „Zoo gaf ik gaarne wensch en wil In 's Heeren hand en hield mij stil. Zoo dan, als door een rieten fluit. Bij zwijgend eigen stemgeluid, Gods adem door mij he­ nen blies, Hoe groote winst bij klein verlies !"
Wij eindigen deze aanteekeningen met deze regels van Wapenaar : „Mocht ik een harp zijn in Uw handen, Die naar Uw wil jubelt of klaagt. Die spelen zal door deze landen Alleen het lied, dat U behaagt !" Wij bevelen dit mooie, prachtige boek met verzen van de christelijke dichters van onzen tijd — die God ons in Zijn groote . goedheid geeft — gaarne van harte aan. Dit boek verdient het door velen, zeer velen gekocht te worden. En die van de schoonheid der poëzie voelt zal in dit boek iets vinden dat telkens kan verkwikken. Voor onze gezinnen is het iets goeds, voor onze scholen en niet het minst voor de vereenigingen.

Christelijke Encyclopsedie, Deel VI, Supplement en Register. Uitgave : J. H. Kok te Kampen.
Vijf kloeke deelen waren verschenen en daarmee was het werk af. Maar ja — wanneer is een werk af ? En vooral : wanneer is een Encyclopaedie af ? Natuurlijk nooit. Want het leven gaat voort, er komen telkens nieuwe dingen en in een Encyclopaedie zijn ook wel eens dingen vergeten. Zoodat van 't geen was en van 't geen kwam wel weer een nieuw deel te maken is. De Uitgever Kok te Kampen en de redacteuren van deze Christelijke Encyclopsedie hebben ons dan nu een 6de deel thuis gezonden, waarin allerlei merkwaardige en wetenswaardige dingen staan en een volledig, uitvoerig, overzichtelijk Register van héél het werk met alle onderwerpen, is er bij gevoegd, zoodat 't 6e deel een zeer belangrijk deel van de Encyclopsedie is geworden. Het verheugt ons dat ds. G, v. d. Zee, van Vaassen, intusschen ook in de redactie is opgenomen en aan hem hebben we dan ook te danken de artikelen over onderwerpen, die nauw met de Herv. Kerk in verband staan, zoo b.v. de Gereform. Bond (bladz. 187— .188), de Raad van Beheer (bladz. 361—362 ; Richtingen in de Ned. Hervormde Kerk (bladz. 366) ; Rijkstractement (bladz. 367) ; Bond van Ned. Hervormde Jongelingsvereenigingen op Gereformeerden grondslag ; Bond van Ned. Hervormde Knapenvereenigingen op Gereformeerden grondslag; Bond van Ned. Hervormde Meisjesvereenigingen op Gereformeerden grondslag (bladz. 81— 82). We zagen. ook, van de hand van dr. Rullmann een artikel over wijlen ds. M. Jongebreur.
Waar dit deel van de Christelijke Encyclopsedie van zoo'n buitengewoon uitgebreid Register is voorzien, is dit boekwerk een ideaal-opslagboek geworden, dat, wanneer men iets weten wil, zelden in den steek laat. Dat het Register een ruimte van bladz. 473—720, in drie kolommen gedrukt, beslaat, is bewijs dat er in deze Christelijke Encyclopsedie reusachtig veel verwerkt is. Wij bevelen dit 6-deelig, keurig en stevig gebonden standaardwerk zeer hartelijk aan. De redacteuren en de Uitgever hebben den dank van duizenden verdiend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's