De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FlNANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FlNANCIËN

6 minuten leestijd

Onze belijdenis spreekt van twee middelen, waardoor wij God leeren kennen. Ten eerste door de schepping, onderhouding en regeering der geheele wereld: overmits dezelve voor onze oogen is als een schoon boek, waarin alle schepselen, groot en klein, gelijk als letteren zijn, die ons te aanschouwen geven de onzienlijke dingen Gods, n.l. Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, gelijk de Apostel zegt, Rom. 1 vers 20. Welke dingen alle genoegzaam zijn om de menschen te overtuigen en hun alle onschuld te benemen.
Ten tweede geeft Hij Zichzelven ons nog klaarder en volkomener te kennen door Zijn heilig en goddelijk Woord : te weten zooveel ons noodig is in dit leven tot Zijn eer en de zaligheid der Zijnen.
Willen we alles zien in klaar en lichtend schijnsel, zoo is dit alleen te verkrijgen als het Woord Gods voor ons wordt uitgedragen als een lamp voor onzen voet. Doch ook uit den wereldgang laat zich iets van de goddelijke grootheid en kracht aflezen. Hierin wordt de menschheid in 't algemeen den pas afgesneden om voor den God des hemels uit te wijken met de uitvlucht : „ik heb omtrent Uw bestaan en leiding nooit iets bespeurd". Daar trilt een sprake door uit alle tijden. Uit den onzen ook. Wat leven wij in geweldige tijden. De man van wetenschap, die zijn stelsels opbouwde uit enkel elementen van beneden, die uitging van de stof, die geloof hechtte aan de leer van gestage opklimming, om er den moed bij te verliezen.
Hij meende toch reeds zoover gekomen te zijn, dat men de tijden van vernieling en vernietiging te boven was. 't Was niet meer mogelijk dat de natiën elkander brandschatten, gelijk in de dagen van ouds, neen, daarvoor was geen ruimte meer. Het menschdom was veel te verlicht geworden. Zie, daar staat hij nu.
Wat de uitkomsten van den dag ons leeren, maakt hem met zijn eigen figuur verlegen. De mensch op zich zelven, als enkeling en als geheel, heeft hem bedrogen. Ach, hij kende zichzelven niet, vandaar ook de misgreep in den gang der volkeren. Voor hem ziet de lucht donker. Hij begrijpt niets meer.
Het Woord alleen kan in dezen eene verklaring geven. Hier staat het striemend getuigenis : hatelijk en elkander hatende.
De Almachtige alleen kan den lust om te vernietigen en de zucht tot vernielen breidelen. Als Hij Zijne hand onbewogen laat, staat heel de wereld in vlammen, 't Is niet enkel de schrik welke gewekt wordt door eenig snelvuur of gasbommen, 't is niet enkel de donder der kanonnen, welke den bodem in den ronde doet sidderen, neen, er zijn duizend en meer wegen, waardoor het levensbestaan wordt ondermijnd en het verderf de volkeren verteert.
Denkt eens aan de problemen, waarop de Wereld onzer dagen zich stomp denkt. Er is Voor de massa geen arbeid meer en wat men voortbrengt heeft bijna geen waarde. De geesten, welke hierdoor worden opgeroepen, zijn minstens zoo verschrikkelijk. Is die van den krijg.
Staat de man der zoogenaamde verlichting hier nu alleen onder een donkeren hemel, of staan er meer ?
Helaas is hij de eenige niet, die vragend opblikt. Daar zijn er meer, die het niet verstaan.
Och, Heere, zoo klinkt de verzuchting, Jaar moet het met de wereld onzer dagen heen ? Waarbij zal het eindigen ?
Het antwoord, uit het Heilig Blad afgelezen, is niet aan duidelijkheid gespeend. Hier staat het in duidelijk schrift : „naar den dag Mijner toekomst, zegt de Heere . Daarvan was uw oog afgetrokken. Wanneer daar gesproken werd in het Woord des Heeren van Christus' gloriedag, zoo werd dit ver over de grenzen van uw be­wuste leven teruggedrongen. Gij geloofdet het wel, maar het was net als de papieren, welke geen rente meer geven.
't Was dood kapitaal.
En zie daarom, ja inzonderheid om Zijn Kerk op aarde, - om Zijn bruilofskinderen wakker te maken, heeft Hij zulk een forschen greep gedaan.
't Is vaak zóó, dat niemand Zijn hand merkt dan alleen zij, die leven bij en uit het Woord ; doch Hij kan Zijn gangen ook zoo richten, dat zelfs de wereld bekennen moet: hier heeft iets bizonders plaats, 't Is nog net als in dé dagen van 's Heeren omwandeling. De schare meende dat het donderde, terwijl de Heere hoorbaar sprak. De duisternis onzer dagen houdt een lichtend schijnsel verborgen.
Wie ooren heeft om te hooren, hoore wat de Geest tot de gemeenten zegt. Alles wat naar den Heere vraagt wordt vastgebonden op het Getuigenis aller eeuwen.
Zie, deze roeping heeft nu de gemeente om dit Getuigenis uit te dragen. Vandaar kan de vrees ons beklemmen als we denken aan de vele kansels, welke ledig staan, of waar wèl predikers worden gevonden, doch die op de teekenen der tijden het rechte oog missen, omdat — zooals Calvijn opmerkte — zij den bril niet hebben, waardoor het Woord zijn schijnsel geeft.
Stijge onze dagelijksche bede hemelwaarts : Heere, vervul ons met Uwen Geest en leide deze ons op den eenigen, den eeuwigen weg. Dat Uw Koninkrijk kome, meer en meer. En dat Uwe gangen door ons worden nagespeurd beide in dit tijdelijke leven in de wereld rondom ons, zoowel als in het geopenbaarde Woord. Dat geen enkel ding ons voorbij ga, zonder ons klein te hebben gemaakt voor U.
Alles staat onder Zijn hoog bestel en in alles — het zal straks blijken — zal Zijn Naam worden verheerlijkt.
Wij sluiten thans onze overdenking om u voor te leggen wat wij ook deze week uit Gods hand ontvingen
Ie. Door den heer Klootwijk te Vlaardingen, ontvangen van J. P., 22 stuivertjes voor het Studiefonds..../ 1.10
2e. Door ds. de Bruin te Rotterdam van N.N. voor het Studiefonds , 15.—
3e. Door den heer A. Heijblom te 's-Gravenmoer een gift voor het Studiefonds , 1.—
4e. Door ds. Pott te Kralingen van N.N. 5 gld. plus 10 gld. uit de catechisatiebus „ 15.—
5e. Door ds. Van der Wal te Wageningen één vierde deel van een gift van 10 gld. voor het Studiefonds „ 2.50
6e. Door ds. J. van Dorssen te N.-Beijerland voor het Studiefonds, met den wensch dat de zilveren stroom naar Utrecht maar steeds breeder moge worden „ 34.50
7e. Door den heer A. van den Akker te Hillegersberg van L. P. 1 gld. en van N.N. 5 gld. voor het Studiefonds „ 6.—
8e. Door den heer De Beun, hoofd der Ned. Herv. School aldaar, van de schoolkinderen , 5.— Tezamen de som van f 80.10.
Zeer hartelijk dank.
We bevelen onze zaak in uwe gebeden.

Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FlNANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's