De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

DE RIJKSFINANCIËN.
De Millioenen-Nota, het staatsstuk, dat jaarlijks bij de ontwerp-Rijksbegrooting wordt ingediend, en waarin de toestand van 's Rijks financiën wordt uiteengezet, is ditmaal met het oog op de moeilijke tijdsomstandigheden, die ons volk doormaakt, van bijzondere beteekenis.
Om zich een beeld te vormen van den huldigen financieelen toestand van 't Rijk, schrijft Minister De Geer in de bovengenoemde Nota :
„De ernstige depressie, welke op dit oogenblik in de geheele wereld woedt, heeft, zooals van zelf spreekt, haar invloed doen gevoelen ook op de raming der middelen voor het jaar 1932.
De geheele middelenraming blijft voor het aanstaande jaar ruim ƒ 63 millioen achter bij die voor 1931, zooals deze luidde na de verhooging van den gedistilleerdaccijns.
Daar bovendien de begrooting voor 1931, na de verhooging van dien accijns, sloot met een geraamd tekort van ƒ 5 millioen, stond de Regeering bij het opmaken van de begrooting voor 1932, bij gelijkblijvende uitgaven, voor een tekort van ƒ 68 millioen.
Het is echter duidelijk, dat de uitgaven niet gelijk konden blijven. Immers naast dé opbrengst van 's Rijks middelen moest ook die van de Gemeentefondsbelasting lager worden uitgetrokken. Hierdoor steeg de Rijksuitkeering aan het Gemeentefonds met ƒ 7.5 millioen.
Alleen reeds ten gevolge van het terugloopen der gezamenlijke inkomsten ontstond derhalve een tekort van rond ƒ75 millioen.
Met het normaal accres der uitgaven ten gevolge van de bevolkingstoename is hierbij nog niet gerekend. Het wordt gewoonlijk geschat op ƒ 10 millioen 's jaars, en heeft natuurlijk ook dit jaar gewerkt, doch wordt wegens de onzekerheid vari het bedrag hier verder buiten beschouwing gelaten."
Ten einde het zeer groot tekort van 75 millioen te overbruggen, heeft de Regeering, zoo gaat de Minister voort, in de eerste plaats zich beijverd, op de uitgaven, voor zoover dit kon geschieden, zonder vitale (levens-) belangen te schaden, aanzienlijke besnoeiingen aan te brengen. Daardoor is het gelukt alle hoofdstukken der Rijksbegrooting beneden het eindcijfer van het loopende jaar te houden, sommige zelfs in aanzienlijke mate.
Zoo is b.v. voor hoofdstuk VI (Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen), hetwelk een natuurlijk accres (vermeerdering van uitgaven, verband houdende met o.a. den groei der bevolking) heeft, dat op wellicht ƒ4 millioen kan geschat worden, het lagere eindcijfer kunnen worden bereikt, door reeds rekening te houden met de inwerking treding op 1 Juli a.s. van het wetsontwerp tot wijziging van de Lager-Onderwijswet.
Of hier de rekening van den Minister zal uitkomen, zal de naaste toekomst moeten leeren. Het gaat toch nog niet zoo gemakkelijk in het Nederlandsche Parlement, om in een korte spanne tij ds als den Minister voor oogen staat een zoo gewichtig ontwerp van wet, als de wijziging van de Lager-Onderwijswet, in het Staatsblad geplaatst te krijgen, waarbij dan de inwerkingtreding der wet gelijktijdig zal moeten geschieden.
Intusschen hoe dit zij, de Regeering deelt mede, dat door de besnoeiingen op de hoofdstukken der Rijksbegrooting het gezamenlijk eindcijfer rond ƒ 19 millioen lager is kunnen geraamd worden, dan dat van het loopende jaar.
Het tekort van ƒ75 millioen is — zoo zegt Minister de Geer — hierdoor gedaald tot een bedrag van ƒ49 millioen.
Terecht wordt opgemerkt, dat ook met een dergelijk tekort niet in zee kan worden gegaan, te meer niet, waar, vooral met het oog op de onrustbarende stijging van de buiten de begrooting gehouden „crisisuitgaven", dat zijn de uitgaven ter dekking van de buitengewone maatregelen, het bewaren van het financieel evenwicht op den normaalen dienst meer dan ooit geboden is.
Daarom moest naar andere maatregelen worden uitgezien om het tekort van de genoemde ƒ49 millioen te ondervangen.
Een van deze maatregelen is, om tot een eerdere beperking der uitgaven te geraken. Als zoodanig heeft de Regeering besloten tot een, met 1 Januari a.s. ingaande, kort op de salarissen van het rijkspersoneel. Hierbij heeft de overweging voorgezeten, dat een zeer groot deel van de bevolking in dezen tijd in inkomsten is achteruitgegaan en bovendien nog zeer onzeker is van de inkomsten, die het voorshands zijn overgebleven, alsmede de omstandigheid dat het indexcijfer sinds de laatste vaststelling van de wedden met 7 a 8 percent 13 gedaald.
De korting van de salarissen zal op 5 percent worden gesteld. Daarbij zal echter een aantal verzachtingen worden aangebracht.
le. zal zekere degressie (vermindering) worden toegepast, in dier voege, dat van de eerste ƒ 1000.— van alle wedden slechts 21/2 pCt. zal worden gekort en van de volgende ƒ 1000.— van alle wedden van gehuwden eveneens slechts 21/2 pCt. :
2e. zal de pensioensgrondslag op het oude bedrag worden gehandhaafd, zoodat de pensioenen van de weddekorting geen nadeel zullen ondervinden :
3e. zal de korting tijdelijk zijn, in dien zin dat zij, indien zij niet tevoren door een nieuw besluit is opgeheven of gewijzigd, na drie jaar automatisch vervalt :
4e. zullen de kindertoeslagen aan de korting worden onttrokken en dus op 3 pCt. van de vigeerende wedden blijven bepaald.
Deze maatregel, die de Rijksuitgaven nog met ƒ 7 millioen zal verminderen, zal alzoo het tekort van ƒ 49 millioen terugbrengen op ƒ42 millioen.
Naast de maatregelen tot bezuiniging op de uitgaven, treft de Regeering ook maatregelen tot versterking der inkomsten.
Tot deze maatregelen behoort een voorstel tot verhooging der invoerrechten en een voorstel tot invoering van een tijdelijke benzinebelasting. Deze belasting komt hierop neer, dat de prijs per liter benzine in den handel met ongeveer 3 cent zal worden verhoogd.
De opbrengst van het eerstgenoemde voorstel wordt geraamd op ƒ11 millioen, die van het tweede op rond ƒ 10.5 millioen, zoodat het tekort slinkt tot ƒ 20.5 millioen Ter overbrugging van dit laatstgenoemde tekort zal een deel van het overschot op het dienstjaar 1929 tot een bedrag van ƒ18 millioen aan het dienstjaar 1932 worden ten goede gebracht.
Tot zoover de Millioenen-Nota !
Men ziet uit het bovenstaande, dat de Regeering pogingen van verschillenden aard aanwendt om den financieelen evenaar in 'het huisje te krijgen. Op ƒ 2.5 millioen na, die ongedekt blijft, is het thans op papier alles in orde. Laten wij hopen dat de berekeningen van Minister De Geer ook in de practijk zullen kloppen. Ten aanzien van de vermindering der salarissen van het Rijkspersoneel zien wij de zaken, lettende op wat in Socialistische en Roomsche kringen daarover nu reeds gezegd wordt, niet zoo optimistisch in, als de Minister van Financiën dit doet.
Met dien bewindsman zijn we het intusschen volkomen eens, dat ook ten aanzien van de financiën des Rijks groote behoedzaamheid moet worden in acht genomen en dat het wel vaststaat dat zonder pijnlijke ingetogenheid en offerzin bij het voorzien in normale behoeften, de uitgaven ook bij ons eene bedreiging zouden kunnen worden voor 's lands financieele kracht.
In 't bijzonder met het oog op de donkere toekomst, die voor ons ligt, hopen wij nogmaals dat de Regeering met hare plannen ten volle zal slagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's