FINANCIËN
Daar zijn zoo enkele woorden, die in onze dagen waar ge ook komt, u voortdurend in de ooren klinken. En deze zijn : „welk een vreeselijken tijd beleven wij toch". „Zulk een wereldcrisis heeft niemand onzer , nog beleefd"-„Waar moet dat toch heen? " „Versobering is beslist noodzakelijk."
En dat het niet bij woorden blijft, maar ook tevens dat er gezocht wordt, uitvoering te geven aan wat in de gedachten-wereld leefde, blijkt u uit de plannen, die van regeeringswege den volke worden voorgesteld. Hierin wordt niets minder gezegd, dan dit: wij loopen vast, tenzij een ieder der onderdanen doordrongen is van het feit, een offer te willen brengen. Waar de nood ons is opgelegd, zoo luidt het voorstel, vertrouwen wij, dat het van alle kanten als alleszins billijk zal worden aanvaard.
Zou dit laatste waarheid blijken ? Wij betwijfelen het in hooge mate.
Versobering is geboden. Deze stelling wordt door weinigen, misschien door niemand aangevochten. Maar nu is het de vraag, waar te moeten beginnen ?
Bij wie, bij welke groep ?
Want nu is dit het eigenaardige. Wanneer er geroepen wordt: „wie wil iets hebben ? " zoo steken allen de hand omhoog, terwijl het omgekeerde het geval blijkt te zijn, als de oproep de wereld wordt ingezonden : „wie wil iets geven ? " Dan hangen alle armen gestrekt langs min gespanneri zijden af. En wanneer al eene hand wordt opgeheven, is het om te wijzen in eene richting liefst zoo ver mogelijk van zich af, om in het werkelijke leven een greep te doen. De regeering heeft haar eigen dienaren, dus hen, over wie zij, zooals door iedereen zal moeten worden toegegeven, zeggenschap heeft, aangeduid, dat de huidige loonstandaard in voor hen ongunstigen zin iets moest worden gewijzigd. Zij was van plan vijf procent te korten.
Nu kan daarover van twee zijden de discussie worden ingezet.
De meest gewone gedachtengang is deze, n.l. bij wie tot deze categorie behooren : „Wij 5 procent minder inbeuren? V7ij mindere inkomsten ? Wij, die toen de verdiensten klommen en op een hooger peil werden gebracht, het laatste aan bod kwamen, — moeten het eerste het gelag betalen ? Neen dat is niet eerlijk. Hiertegen dient een vlammend protest uit te gaan."
Zoo is de gedachtengang, wanneer het vraagstuk van ééne zijde wordt belicht.
Natuurlijk schuilt hierin een element van waarheid, — maar nu kan er ook een ander licht vallen op dit vraagstuk. Wat te antwoorden aan iemand die het zoo stelt : uw bestaan wordt dus voor 95 procent, of bij beter gesitueerden misschien iets minder, veilig gesteld.
Gij ambtenaar geniet alzoo een voorrecht waarom gij door duizenden en tienduizenden in den lande nog wordt benijd. Denk eens aan de landbouwende bevolking, aan uw ambtgenoot in particuliere betrekking, aan tallooze arbeiders in alle mogelijke bedrijven, die zich in hun levensbestaan zien bedreigd.
Wat zouden velen graag voor iets minder dan voor 90 procent van wat zij in gewone omstandigheden thuis brachten, hun arbeid verrichten.
Waarlijk er zijn weinig plantjes, die zoo welig tieren als die van ontevredenheid en bedilzucht.
Van den kanker getuigt de H. Schrift dat hij voortvreet, maar de kankergeest van den tegenwoordigen tijd vreet niet alleen allen aan, maar verscheurt elken levensvezel.
Laat men alle nuchterheid zoeken te bewaren. Versobering is het woord dat alleszins moet worden toegepast.
De Geref. Bond mocht, door de goedheid Gods tot nu in een krachtig meeleven van de Gemeente van Christus zich verblijden.
Met een scheef oog werd dit door velen aangezien. Voor klagen is geen ruimte. Dit zou goddeloos zijn.
Doch wanneer alles er op wijst, dat verminderde inkomsten moeten worden tegemoet gezien, zoo moet van alle kanten de hand aan den ploeg worden geslagen om dé booze tijden, te boven te komen.
Versobering aan de eene zijde.
Onze pupillen zullen niet anders verwachten dan dat door de studie-commissie de koorden der beurs zoo sterk mogelijk zullen worden gehouden. Ouders en familieleden zullen elk zeiltje bijspannen om de kosten zoo klein mogelijk te doen zijn.
: Doch naast deze vooropgaande vingerwijzing mag ook worden heengewezen naar een krachtige steun, welke wij behoeven krachtiger dan ooit.
Steunt ons door uw gebed, immers dit staat in de allereerste betrekking tot wat gij geven zult. Heeft de Heere u de oogen er voor geopend dat het Zijn zaak geldt, zoo wordt — als de vreeze Zijns Naams in uw harte woont en werkt, vanzelf de beurs geopend. Dan kan het zijn, dat zelfs in benauwdheid grootere dingen gebeuren dan in gewone tijden en in uiterlijk veel gunstiger omstandigheden.
Deze overtuiging dragen wij bij ons om, dat er nog veel krachten sluimeren in ons gereformeerde volk, die wakker geroepen, tot groote dingen in staat zijn.
Door organisatie, door naar een zekere regel te handelen, b.v. door op vaste tijden te doen collecteeren, kan veel goeds tot stand worden gebracht.
Er zijn gemeenten waar men omtrent dezen tijd, zoo in het najaar een collecte pleegt te houden. Ik noem geen namen, want waartoe zou het nuttig zijn ; laat dit enkel maar een spoorslag zijn om het vooral thans niet over te laten gaan.
Welk een heerlijke steun mocht ons geworden uit twee plaatsen vlak naast elkander in de Rijnstreek.
Voor kort kreeg ik mij toegezonden een collecte uit Hazerswoude, wellicht herinnert ge het u nog van over de tweehonderd gulden, zegge 200 gulden. En nu deze week — ik was meer dan nieuwsgierig — zond ds. Kruishoop mij de opbrengst van de collecte uit Bodegraven van 13 September. Ik had een vrijen Zondag er aan gegeven en ik heb geen spijt daarvan. Vooreerst om den dienst zelven. Ik gevoel me daar volstrekt niet vreemd, hier is een klankbodem voor de waarheid naar Gods Getuigenis, — en om wat er gecollecteerd mocht worden voor het Studiefonds. Dit klom de driehonderd gulden nog te boven. In dit niet heerlijk ? Gode zij er de dank voor toegebracht.
Bestaat de mogelijkheid niet om ook in andere gemeenten deze pracht-voorbeelden te volgen ? Misschien dat de gedachte aan eene veel kleinere som, aan een veel geringer opbrengst der collecte ten uwent, u mocht doen terugdeinzen ; laat mij dit gevaar zoo spoedig mogelijk wegnemen. Ik houd niet van concurrentie in dezen. Het voorbeeld van het penningske in den tempel mag in dit verband zeker zonder gevaar worden genoemd. Wat de Heere u in de hand geeft, laat dit in de collecte-zak glijden, en ik ben er verzekerd van : dat de vrucht, de ware vrucht, niet achterwege zal blijven.
Elke collecte welke gehouden wordt ook in veel minder talrijke gemeenten als de zooeven genoemde, stemt mij als Penningmeester dankbaar.
Vrienden helpt ons de lasten van God opgelegd dragen, want hieraan is een wonderlijke lust verbonden, een lust waardoor God wordt verheerlijkt.
Mogen we thans u mededeelen wat er deze week inkwam.
Ie. Als eerste gift kwam in wat als zoodanig in de collectezak van Woerden was gevonden en mij door ds. de Lange werd toegezonden. Bij deze gift bevond zich het bijschrift: „uit dankbaarheid."
Zou niet verreweg het grootste deel van de Rijnstreek, ook Woerden, niet de prediking begeeren, van welke in den volksmond heeten „Bondsdominees" ? Bij den dienst waarin deze gift binnenkwam, ging als ik het wel heb, voor de Pastor van Bodegraven. Bijzonder dank aan den gever ƒ 15.—
2e. Door den heer P.. v. Daalen, Diaken te Woordeloos, voor 't Studiefonds ƒ 1.—
3e. Door mej. Cor Qualm te Hazerswoude uit busje no. 73 voor 't Leerstoelfonds, 3e kwartaal 1931. Schitterende opbrengst ƒ 26.—
4e. Door ds. van Grieken te Rotterdam voor 't Studiefonds, uit de kerkcollecte ƒ 5.—, en van een zuster in het ziekenhuis na de godsdienstoefening ƒ12.50 ƒ 17.50
5e. Door den heer J. Broek te Vlaardingen van N. N. .Studiefonds ƒ 5.— 6. Van mijn ouden voorlezer uit Moercapelle, thans wonende te Voorburg uit dankbaarheid, , Voor 't Studiefonds ƒ 3.—
7e. Door mij ontvangen op mijn jaardag twee giften voor de fondsen, ƒ 1.— en ƒ 5.—, samen ƒ 6.—
8e. Door ds. van der Snoek te Veenendaal ƒ1.— uit de collectezak en door Diaken Bos verzameld op een bruiloftspartijtje ƒ 4.—, samen .... ƒ 5.—
9e. Door den heer C. J. den Hartogh. Diaken te Amstelveen, een gift van ƒ 2.50, een van ƒ3.— en een van ƒ 1.—. Allen voor 't Studiefonds. Hartelijk dank. Ik hoop uit deze gemeente nog wel eens meer een blijk van medeleven te ontvangen. Mijn hoop is levendig. De giften waren samen ƒ 6.50
10e. Ten slotte kwam van uit Bodegraven, ditmaal de sluitpost. Op zooveel had ik niet durven hopen. Ontvangt mijn allerhartelijksten dank. De opbrengst was ƒ 305.10
Wanneer de verschillende posten door mij goed zijn opgeteld, is alles tezamen
f 390.10.
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.
POSTZEGELS, CAPS. EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van :
Ie. Mevr. Van Slijpe, Goudriaan, een doos zilverpapier en 70 halve centen ;
2e. de kinderen De Groot, Leiden, postz. en zilverpapier ;
3e. Joh.a en Willem van Gemert, Leerdam, postz., theelood en capsules ;
4e. mej. A. de Geus, Vlissingen, een doos zilverpapier en 160 halve centen.
Met zeer hartelijken dank.
Mejuffr. , J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's