De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

7 minuten leestijd

Beide is een kunst, vergaren, zoowel als bewaren. Welke de grootste is van deze twee, zal niet moeilijk zijn met een enkel voorbeeld aan te duiden.
Er zijn menschen, die de kunst van vergaren maar niet kunnen leeren. Zij brengen het nooit verder dan tot een poging. Altijd staat hun iets in den weg. Als zij beginnen zijn de omstandigheden niet gunstig ; moet dit nog eerst een kleine wijziging ondergaan en dat worden weggenomen. Het refrein blijft altijd weer : als dit schijnbaar toevallige zich niet had voorgedaan, was het wel gelukt. Een ieder onzer heeft ze wel ontmoet op zijn levenspad, die nooit verder kwamen dan tot een begin. Tot vergaren kwam het nimmer. Zoo armelijk het begm was, was ook het einde.
Daarom noemden we vergaren ook een kunst. Dat we met dit zeggen niet voorbij zien wat wij noemen „den zegen van boven", behoeft nauwelijks aparte vermelding.
Wie heeft ook niet onder zijn bekenden menschen, wien schijnbaar alles gelukt. Wat zij aanvatten, onverschillig wat ook, 't gedijt immer. Wie denkt hierbij niet aan den psalmregel:
Vergeefs van 's morgens vroeg geslaafd Tot 's avonds, en het brood der smart Gegeten, met een angstig hart. Vergeefs den ganschen dag gedraafd, God geeft het, hoe een ander schraap. Dien Hij bemint, als in den slaap.
Er zijn verborgen zegeningen, niet na te speuren hulp. Daar valt de mensch buiten.
Zoó bezien, is het een heilige kunst. De Allerhoogste wees hun zelf den weg, dien zij maar hadden te gaan, en 't lukte hun, wat zij zagen.
Toch is het niet dit alleen, waaraan we onze gedachtelijn vastlegden.
Vergaren kan worden aangeleerd. De opvoeding in deze zegt meer dan een weinig. Hoeveel gezinnen zouden er niet zijn, waai nooit aan vergaren wordt gedacht. Men practiseert er niet eens over. Wanneer er een buitenkansje is geweest, zoo wordt dit benut, onmiddellijk. Daarvoor is het. Een gemakkelijk, genoegelijk leventje is het eenige wat men zich voorstelt. Kinderen uit zulk een kring zien en toonen niet anders, vandaar is en blijft het woord „vergaren" hun vreemd.
Evenwel zijn er ook anderen. In dezen hebben de ouders wel toe te zien, hoe zij hunne kinderen opvoeden. Op het allerkleinste dient te worden gelet. Het spreekwoord zegt zooveel: „wie het kleine niet eert, is het groote niet weerd". Al te vaak wordt uit het oog verloren dat de grootste kapitalen tenslotte zijn opgebouwd uit duizenden kleine postjes.
De oceanen in het natuurlijke dragen zelfs deze levensles uit: wij zijn tezamen gebracht uit ontelbare beekjes, 't Waren maar regendruppels en sneeuwvlokjes, die tezaam gevloten, dit onoverzichtelijk watervlak hebben gevormd.
Er is onder de bekende liefdadigheidsinrichtingen in ons land één, welke als haar lijfspreuk heeft gekozen „de macht van 't kleine". Wat deze tezam.en brengt, dwingt eerbied af. Laat dit voor onze fondsen een spoorslag zijn om ook in deze richting steeds krachtiger te werken.
't Deed me dan ook goed, te merken dat een van onze jongens zich moeite getroostte om gelden te verzamelen voor het Studiefonds. Dezer dagen werden door hem ten mijnent vijf rolletjes halve centen bezorgd, 't Waren er 225. Elke halve cent zegt iets. Bij elke halve cent wordt weer in herinnering gebracht het werk dat gedaan wordt voor de zaak dés Heeren, in den vorm van steun aan onze studeerende jeugd. Vergaren is een kunst.
Veel moeilijkheden zijn hieraan ongetwijfeld verbonden, maar een nog veel moeilijker zaak is het bewaren.
Wat zijn er een massa menschen, die vóór dezen behoorden tot de kapitaalkrachtigen en nu alles kwijt zijn. Zij konden het niet bewaren. Zij hadden te veel vertrouwen gesteld in menschen, of uit winzucht een verkeerde keuze gedaan in wijze «van belegging hunner gelden.
Wie zal ze tellen, de slachtoffers, welke er gevallen zijn in deze laatste Jaren. Denkt eens aan de houders van Russische papieren. Men meende tegen eilen vijand beveiligd te zijn en toch trof hen juist de slag.
De mogelijkheden om elk bezit kwijt te raken zijn zoo talloos vele, dat het moeilijk is hier zelfs een grens aan te wijzen. Wat in jaren werd vergaderd en bijeengebracht, kan door één slag worden weggevaagd.. Voor vergaderen moet vaak veel arbeid worden gepresteerd ; voor bewaren baat zelfs de geweldigste inspanning vaak niets. Ziet hier de les, welke de laatste jaren ons duidelijk hebben geleerd. Niettemin is dit de roeping, de dure roeping, aan een ieder opgelegd, die zich door den Heere eenig bezit van aardsch goed zag toebetrouwd.
Geldt dit voor ieder persoonlijk — voor wie zich de zorgen zag opgedragen te waken voor het goed van anderen, dubbel. Inzonderheid wanneer 't in direct verband staat met de zaak des Heeren, dient met dubbele zorg te worden gewaakt. Wie hier roekeloos, of iets zachter uitgedrukt, ondoordacht handelt, staat schuldiger dan één. Wij — en hiermede bedoelen wij de financiëele commissie voor het Studiefonds — hebben dan ook gemeend niet anders te mogen doen dan de uitgaven zooveel als maar even mogelijk was te bekrimpen. De bakens te verzetten als het getij verloopt, is dure verplichting. Hieromtrent heerscht in ons bestuur maar ééne gedachte. En wij gelooven het heele Gereformeerde volk achter ons te hebben in deze. Wanneer ik het eens figuurlijk mag uitdrukken : Is er met beide handen vergaderd, met beide armen zullen we wat verkregen werd, zoeken te bewaren. ledere verslapping in deze zou ons schuldig stellen in de oogen van God en menschen. Instellingen als de onze, zullen — wij spreken naar den mensch — het moeilijk genoeg krijgen. Daarom rekenen wij op moreelen en geldelijken steun van heel ons Gereformeerde volk.
Heerlijk, dat wij juist in deze week ook zulke krachtige bewijzen kregen van medeleven van onderscheidese kanten. Zoo b.v. uit den Zwolschen Evangelisatiekring. Kan ooit beter tot uitdrukking komen, dat ook hier het werk van onzen Bond wordt op prijs gesteld, dan door het houden van een collecte ? Wij zijn niet alleen verblijd geworden met het ons toegezondene, doch nog meer door het feit op zich zelve, dat onze zaak hier werd gesteund.
Wij bidden den Heere dagelijks, dat Hij het werk onzer handen met Zijn alleenrijkmakenden zegen achtervolge en bekrone.
Dat Hij het wél heeft gemaakt, beschamend wél, zal u blijken uit het overzicht van deze week. Er kwam in :
1. door ds. Van Grieken te Rotterdam een gift van Z. A. K. voor het Studiefonds, ƒ 25.—
2. door ds. Van Nie te Hoogeveen, een gift, gevonden in de collecte ƒ 1.—
3. door J. Slagboom, van Maarssen, 200 halve centen en 25 halve centen van mej. Van Rooyen „ 1.12
4. Toegezonden werd een collecte, gehouden voor den Gereform. Bond in de Zwolsche Evangelisatie. Afgezonden door den heer E. Kolk, aldaar „ 49.80
5. door ds. Pott te Kralingen van N.N. voor het Studiefonds „ 5.—
6. door ds. Van Dorp te 's-Gravenhage : van N.N. ƒ 1.— voor den Gereformeerden Bond ; van M. te L. ƒ 2.50 voor den Gereform. Bond ; van mej. N.N. ƒ2.50 voor het Studiefonds „ 6.—
7. van mej; P. Terlouw te Ouderkerk a.d. IJssel, met vriendelijk schrijven, „ 2.~-
8. van den heer E. Roest, penningm. van de afd. Kampen, cC^ecte gehouden door ds. Holland te Putten „ 186.32 met ƒ 25, — uit het busje 125 ; ƒ 20.50 van de Zondagsschool op G.G.; ƒ 5.— gecollecteerd in de kerk, uit dankbaarheid ; ƒ 1.— bij een huwelijksbevestiging. Samen de prachtige som van " „ 237.82 Onze allerhartelijkste dank voor alles.
9. van de Evangelisatie „Rehoboth" Den Hulst, Nieuw-Leusen, een postwissel » 10-—
10. van den heer de Hoop uit Polsbroek gewerd ons ƒ1.— als contributie. 1-— Wilt u deze in het vervolg wel zenden naar den Administrateur. De-I ze kan alles beter controleeren. j Ik schrijf dit ook met het oog op I anderen, die het evenzoo deden. Ook de broeders uit Middelburg.
! 11. door den heer Rodenburg, penningmeester van de afd. Delfshaven, werd mij toegezonden de collecte, gehouden bij gelegenheid van een Bijbellezing, gehouden aldaar, door ds. j Remme te Amsterdam, ., 75.16 
Tezamen f 412.905

Ge zult het met mij, dunkt ons, volkomen eens zijn : dit is verblijdend veel.  Wij danken allen, die hierin hebben medegewerkt en bevelen onze zaak Gode.

Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's