De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

6 minuten leestijd

VRUCHTDRAGEN. „Aan de beek nu, aan haren oever, zal van deze en gene zijde opgaan allerlei spijsgeboomte, welks blad niet zal afvallen, noch de vrucht daarvan vergaan". Ezechiël 47 vers 12a.

Heilige wateren zag de profeet springen van onder den dorpel des huizes, aan de rechterzijde. Ze wekten leven in den dood. Maar zij deden meer. Ze onderhielden ook het aanvankelijk uitgekomen leven. Een wonderheerlijke teekening van wat Gods genade des Heiligen Geestes doet en vermag. Eens begonnen, geeft ze het nooit op. Het gaat niet door kracht en geweld. Het zal alleen geschieden door Gods Geest. Maar die Geest doet meer. Hij, Die het alles neemt uit den Heere Jezus, en het den armen zondaar verkondigt tot echt geloof, Hij zal ook Christus verheerlijken. In de Zijnen. Want de Zijnen moeten zijn tot prijs der heerlijkheid Zijner roeping. Zij moeten vruchtdragen. Opdat de wereld in hen zie, dat God Zijnen Zoon gezonden heeft. En zie nu, hoe machtig het werk des Geestes is. Het bewerkt ook vrucht in het leven van Gods kinderen. Geestesgenade openbaart zich in vruchtdragen. Zoo teekent het onze tekst.
Wat in onzen tekst is uitgebeeld, is wat de profeet ziet, als hij door den engel weer stroomopwaarts wordt geleid. Dan mag hij schouwen de levensvrucht. De eens zoo dorre oorden zijn nu prijkend van frisch geboomte. Het is verrezen aan beide oevers van de beek. Groen geboomte in de eens zoo dorre woestenij, dat is reeds een wondere ommekeer. Doch er is meer. Het geboomte, dat de profeet zag, was spijsgeboomte. Allerlei spijsgeboomte. Het blad valt niet af. De vrucht vergaat niet. Er wordt eeuwigheidswerk in openbaar. Dat is het machtige in dezen tekst. Daarom is zijn heerlijkheid zoo groot. En dat alles het is het werk van de heilige wateren. Het is het werk van den Heiligen Geest. Gods Geestesgenade kweekt leven, toenemend leven, en daarin eeuwigheidsvrucht.
Gods genadewerk moet openbaar worden in de Zijnen, die door Christus verlost zijn. Zij zijn immers verlost, opdat zij als plantingen des Heeren vrucht zouden dragen voor den hemelschen landman. Wat zijn nu die vruchten, de vruchten des Geestes ? De Heilige Geest openbaart ons dat in Galaten 5 vers 22, waar wij lézen : „Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid".
Dat zijn de goede werken, die God voorgekend heeft, opdat de Zijnen daarin zouden wandelen. Hier hebben wij de vruchten, waarin de Vader verheerlijkt wordt.
En ziehier nu 't werk des Heiligen Geestes. Hij brengt ze voort in Gods kinderen. Want het is alleen genade, als wij ze mogen dragen. Ze moeten in ons gevonden worden. Want ze openbaren de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal. Maar ze zijn geen vrucht van eigen akker.
Ze komen er alleen door de toepassing en uitwerking in ons leven van de vele en treffelijke werken, die de Heere Jezus heeft gedaan. Die de heiligmaking is der Zijnen. Ook in dezen geldt het: Niet uit ons, maar het al uit Hem, zoo komt men in Jeruzalem.
Zie, dit alles nu werkt één en dezelfde Geest, Die niets anders doet dan wat Christus verwierf, in de Zijnen uitstuwen en tot openbaring brengen.
En als wij ons nu toetsen aan deze dingen, wat is dan de levensvrucht bij ons ? Moet niet schaamte ons aangezicht bedekken tegenover dezen tekst, die spreekt van eeuwigheidsvrucht ? Wat is i|i het leven van Gods kinderen de vrucht der heiligmaking gering en schaarsch. O, laat dit ons met smart en schuldbelijdenis dringen in het stof voor Gods aangezicht. Leesbare brieven van Christus", eischt de Heilige Geest bij monde van den apostel Paulus. Gods kinderen moesten met Petrus en Johannes kunnen zeggen : „Zie op ons !" En 't moet zoo vaak zijn : „Zie niet op ons !"
Daar zijn er, die, zelfs het beginsel dezer dingen missend, zeggen : „het ligt alles in Christus". Hierin is een heerlijke waarheid. Maar misbruik die niet tot uw eeuwig verderf. Ja, gewis, het ligt alles in Christus. Maar opdat het uit Hem in de Zijnen zal openbaar worden. Gods kinderen zijn de ranken, die geen vrucht kunnen voortbrengen. Zij moeten ze dragen. Dragen, wat de Geest uit Christus, den Wijnstok, in hen uitstuwt. Daarom zal het noodig zijn, dat wij in Christus zij n, en in Hem blijven. Anders geen vrucht tot in der eeuwigheld. En het zijn in Christus en blijven in Hem, wordt immers openbaar in dien teederen wandel, waarvan de Geest zegt: „Die den naam van Christus noemt tot zaligheid, sta af van alle ongerechtigheid". Wij moeten kennen een teeder en nauw leven.
Hoe staat het bij ons ? In Galaten 5 worden ook genoemd de werken des vleesches : „overspel, hoererij, onreinigheid, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf en dergelijke". Is dat de vrucht van uw leven ? Dan zijt ge nog in den dood. Niet in Christus. O, bedrieg u niet. Bidt om dat genadelicht des Geestes, dat ontdekt aan schadelijke wegen, aan zonde en schuld tot een vluchten naar Christus Jezus, tot eeuwige behoudenis. En als uw ziele zucht, wijl gij geen vrucht schouwt en u beschuldigen moet over zoo weinig teer leven en zoo weinig behoefte aan Gods gemeenschap, broeder en zuster, houdt moed. Zaaiïng en vruchtzetting geschieden vaak in tijden, dat de winden waaien en de regenstroomen zich uitgieten.
Zoo gaat het ook in het geestelijk leven. Maar dan zóó, dat het ontkiemende leven de stralen van de zon zoekt. Zoo ga het verbrijzelde hart uit naar de stralen van de Zonne der gerechtigheid. Dan zal het werk des Geestes niet liegen, ook niet in uw leven. In uw eertijds dorre en woeste leven zal groenend geboomte worden gezien. Allerlei spijsgeboomte. Tot in den grijzen ouderdom zullen ze vruchten dragen. Eeuwigheidsvrucht. Voor den hemelschen landman. En al klagen wij dan : „het is niets, 't is te weinig, Heere !" Hij verblijdt Zich in de beginselen des levens. En in den dag der dagen zal de Christus ze noemen, de vruchten, terwijl wij zeggen : Heere, wanneer hebben wij dat gedaan ? Zoo werkt de Geest, waarmakend, wat de dichter zingt:
Want hij zal zijn gelijk een frissche boom, In vetten grond geplant bij eenen stroom, Die op zijn tijd met vruchten is beladen En sierlijk pronkt met onverwelkte bladen.
Zie, zoo werkt de Geest met Zijn genadewateren, die heilig zijn, die leven wekken, die toenemende levenskracht schenken, die bekwammen tot vruchtdragen, die dat bewerken in doode, dorre harten, opdat zelfs het wederhoorig kroost altijd bij God zal wonen en Hij in de Zijnen geprezen worde.
Onze ziele bidde :
Laat ook van dien milden regen, Droppelen vallen op mij neer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's