De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURG

Een verhaal uit het Friesche volksleven

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever
J. H. Kok te Kampen
Daar herinnert hij zich een vers van mr. Isaak Da Costa, van wien zijne moeder zoo veel hield, onlangs gevonden in een letterkundig tijdschrift. Hij heeft het slechts vluchtig ingezien, maar weet nog enkele uitdrukkingen, die verband houden met wat hem in dit schemer uur gelijk zoo menigmaal in beslag neemt. Laat hij het eens opslaan.
Vlug is de lamp opgestoken en zijn de zware gordijnen dicht getrokken. In een oogenblik heeft hij gevonden wat hij zoekt, want in de boekenkast heerscht, gelijk overal op het Slot, de volmaaktste orde, zoodat alles zijn bestemde plaats heeft.
Daar is het :
Ja, op Golgotha onthuld. Staat ook 't raadsel dezer dagen. Op den bodem aller vragen Ligt des werelds zondeschuld.
Waart ge in staat die weg te dragen, Menschenkind'ren, aardsche goón ? Zoo bestijgt den zegewagen — Maar zoo niet, aanbidt den Zoon!
En verwacht het heil van Hem, Grooten, kleinen, zondaars, volken ! In dat kraken Zijner wolken Dreigt een oordeel, roept een stem.
Dat Hem alles hulde geve. Hymnen brenge, knieën buig ! Hem, den Richter ! de aarde beve ! Hem, den Koning ! de aarde juich'!
Plascht het tranen, ruischt het bloed, Dond'ren woede-en lasterkreten ? God, als Koning, is gezeten Over d' opgezetten vloed.
Wederkaatst door hemelpsalmen. Antwoordt uit het heiligdom. Midden onder de onweersgalmen, 't Jongste Woord Zijns Woords : Ik kom !
Welk een taal! Daar zit geest in ! Daar zit kracht in ! Daar - zit verwachting in ! Omdat er geloof in zit! Neen, hij denkt er niet aan om te onderschrijven wat hier staat. Hij wenscht niet te gelooven ; hij kan ook niet gelooven, en onder degenen, die zeggen te gelooven, zyn er te veel die hem tegenstaan. Aan den eenen kant zooveel aanstellerij en uit de hoogte neerzien op anderen, die anders denken, alsof zij alleen 't weten; aan den anderen kant zooveel bekrompenheid en enghartigheid, als b.v. bij sommigen hunner nu weer uitkomt nu er in Kleiterp een spoorbaan gelegd zal worden, waarover toch elk zich moest verheugen en waartegen zooveel verzet is. Afgezien echter van dat alles, hebben die menschen, bij wie het geloof nu maar geen praatje is, doch werkelijkheid, een steun en een kracht, welke hij mist en toch zoo gaarne zou hebben, 't Geen hij hier van Da Costa las is zoo heel iets anders, dan wat hij by Nietzsche, bij Renan, bij Strauss of bij die andere groote denkers, voor wie de materie alles was, gelezen had.
Eigenaardig toch die verschillende geestesstroomingen onder de menschen. Onder de eenvoudigen, maar ook onder de ontwikkelden. Onder de domme menigte, doch ook in de geleerde wereld ; want daar zijn ook geleerde geloovigen. Niet alleen dominé's en geestelijken, maar ook doktoren en professoren, natuurkundigen en scheikundigen, Meesters in de rechten en edellieden zooals hij-In den Nederlandschen adelstand zijn in de laatste vijftig jaren zelfs vele belijders gekomen, die allen buigen voor denzelfden „Zoon", door Da Costa zoo voortreffelijk bezongen.
Vanwaar toch dat verschil in inzicht en opvatting, in levensbeschouwing en eeuwigheidsverwachting ?
Kijk, daar denkt hij al weer. Hij wil niet meer denken, want al dat denken geeft maar nieuwe vraagteekens. Echter hij moét denken ; vooral van avond, al weet hij niet waarom. En daar komt het weer : „vanwaar toch dat onderscheid ? "
Vanwaar alle onderscheid ? Ook voor dit leven ? Ook ten opzichte van de stoffelijke dingen?
Waarom is hij een Jonker en geen bedelaar ? Waarom is hij schatrijk en een ander straatarm ? Waarom is hy gezond en een ander krank, misschien jaren lang, misschien het heele leven lang ?
Vanwaar toch al die tegenstellingen in de stoffelijke en de geestelijke aangelegenheden ?
't Zit hem niet altijd in de opvoeding ; immers in één gezin heeft men soms de uitersten, 't Komt ook niet alleen van het onderwijs — ook daar de meest uiteenloopende vruchten, 't Kenmerkte ook niet den eenen of den anderen stand, men vindt 't zelfde verschijnsel in alle standen, in alle kringen, in alle landen, onder alle volken. Was zijn vader niet een vrijdenker, een volslagen atheïst tot aan zyn dood toe, en zijn moeder niet juist het omgekeerde ?
Die lieve, beste moeder. Had hy haar nu hier van avond maar bij zich op de studeerkamer. Al was het maar voor één keer om hem te helpen by het verkrijgen van een antwoord op de vragen van zijn hart!
een antwoord op de vragen van zijn hart! Onwillekeurig blijft hij staan voor haar beeltenis. Ziet zy hem met haar zachte, blauwe oogen niet vlak in het gelaat? Is het niet alsof zij zal beginnen te spreken ? Speelt daar geen glimlach om haar mond, alsof zij blij is dat haar zoon hier voor haar staat en peinst over de dingen die ook haar ziel meermalen in beroering brachten, totdat zy vrede vond in dienzelfden Zoon van God, van wien Da Costa zong ?
O, hoe herinnert hij zich in dit oogenblik den vooravond van zijn vertrek naar de academiestad.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's