De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

9 minuten leestijd

WIJ GAAN VOORUIT.
De vorige week hebben wij een en ander opgemerkt over den arbeid van de gehuwde vrouw, die in overheidsdienst werkzaam is en hebben toen tegen dezen arbeid een aantal bezwaren opgesomd.
Zooals vanzelf spreekt, gaan deze bezwaren ook tegen den arbeid van de gehuwde vrouw in het algemeen.
Want dit staat toch wel vast, dat de arbeid van de gehuwde vrouw aan het gezinsleven groote schade toebrengt en niet minder het sociale leven van een volk ongezond maakt en ontreddert.
Dat dit niet alleen de meening is van hen, die de Christelijke levensbeschouwing zijn toegedaan en die uit hoofde daarvan door de voorstanders van de zoogenaamde vrijheid van de gehuwde vrouw als conservatieven en zelfs als reactionairen worden gebrandmerkt, blijkt wel uit het feit, dat ook in de kringen van de Vrijzinnigen en de Sociaal Democraten stemmen opgaan om de gehuwde vrouw van het arbeidsterrein te verwijderen.
Zoo stemde eenige maanden geleden het vrijzinnige raadslid, de tegenwoordige Vrijheidsbondsche wethouder, mr. A. J. Romijn te Leiden, voor het voorstel van Burgemeester en Wethouders om ontslag te verleenen aan de vrouwelijke leerkrachten bij het gymnasium en de beide hoogere burgerscholen en enkele andere onderwijsinrichtingen, bij het aangaan van een huwelijk.
Van gelijke meening, dat de gehuwde vrouw het arbeidsterrein heeft te verlaten, is ook de liberale publicist, de bekende heer D. Hans, die onlangs in het dagblad De Avondpost tegen 't Vrijheidsbondsche orgaan De Vrijheid, het voor het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 's-Gravenhage opnam, om de ambtenares bij haar huwelijk ontslag te verleenen.
Doch ook, zooals wij reeds zeiden, staan de Sociaal Democraten niet meer onverdeeld, wanneer het gaat over het vraagstuk van den arbeid der gehuwde vrouw. Bekend is het schrijven, dat een jonge partijgenoot van den Socialistischen voorman, den heer Henri Polak, aan dezen deed toekomen en waarin dit staat te lezen :
Zooals de toestand nu is, deugt hij toch allerminst. Ik ben zelf in gemeentedienst en zie verscheidene paartjes huwen, en samen een salaris wegsleepen, waarvan in de ruimte twee a drie gezinnen in denzelfden stand behoorlijk van kunnen leven en dat in dezen malaisetijd met z'n steeds toenemende werk loosheid van volwaardige arbeidskrachten. Ik zou zoo zeggen : het algemeen belang gaat toch voor.
De heer Polak, die het schrijven van zijn partijgenoot in Het Volk beantwoordde, schreef in zijn antwoord, dat, hoewel de kwestie van den arbeid van de gehuwde vrouw een zeer heilig huisje van de Sociaal Democraten is, zij toch in den grond der zaak niet anders is, dan een brok burgerlijk feminisme, waarvan hij niets moest hebben.
Dat het antwoord van den heer Polak niet zonder bijval bleef, bleek een week later, toen hij kon mededeelen dat velen uit de Sociaal Democratische Arbeiders Partij hem dankbare brieven gestuurd hadden, omdat hij schreef, wat in hun hart leefde.
Zoo begint de gedachte, dat de gehuwde vrouw van het terrein van den arbeid moet verdwijnen, ook bij de Vrijzinnigen en de Sociaal Democraten baan te breken.
Allermerkwaardigst is eveneens het telegram, dat de Raad van 's-Gravenhage van het Nieuw Feministisch Secretariaat, gevestigd te Zaandam, ontving, luidende :
„Talrijke moeders zien hoe haar zoons zoeken naar werk. Talrijke moeders zien hare dochters oud worden, in afwachting van een betrekking harer verloofden om te kunnen trouwen. Namens deze duizenden vrouwen en mannen spreken wij onze volle sympathie uit met het voorstel om ontslag te verleenen aan de gehuwde ambtenares. De tegenstanders buiten hier het vryheidsbeginsel op onheilzame wijze uit en vergeten, dat het vrijheidsprincipe niet steeds de eerste voorwaarde mag zijn, waaraan de wetgever zich mag storen of het individu voor zich mag opeischen als hoogste levensvoorwaarde. De verdediging van de gehuwde ambtenares is propaganda voor 't ongezonde huwelijk, voor het één-kinder-systeem, het kreupele gezinsleven, de vernietiging van onze volkskracht en volkswelvaart"
Al wordt het door ons met andere woorden gezegd, men ziet, dat de gedachte hier
dezelfde is. Ook ten aanzien van het vraagstuk van den arbeid der gehuwde vrouw gaan wij vooruit. De Christelijke levensgedachté, dat de gehuwde vrouw in het huisgezin behoort, wint veld.

EEN NIET VOLLEDIGE OPMERKING.
In De Banier van 10 October wordt door ds. Kersten in een artikel over „Salarisvermindering" gewezen op het trekken van verschillende personen op onderscheidene manieren uit de publieke kassen.
„Hoevelen" — zoo zegt ds. Kersten — „bekleeden twee en meer betrekkingen, uit de belastingen der burgers betaald. Om bij de leden der Kamer te blijven, denk slechts aan hen, die burgemeester zijn en wethouder in groote gemeenten en bij Raden van Arbeid goed gehonoreerde functies bekleeden, enz. En dat, terwijl anderen naar die functies snakken, die nu zonder inkomen zijn, hoewel onder he»-personen zijn, wien het aan bekwaamheden niet ontbreekt. Tientallen van personen waren te helpen, indien geen dubbele betrekkingen meer gegeven werden".
Over deze opmerking van ds. Kersten willen wij iets zeggen.
Wij laten daarbij in het midden, of het wel gewenscht is dat zij, die in een overheidsbetrekking werkzaam zijn, hetzij bij het Rijk, of bij de Provincie, of bij de gemeente, bij benoeming tot Kamerlid van hunne betrekking zouden moeten worden
ontheven. De beantwoording van deze vraag is nog zoo eenvoudig niet.
Doch waarop wij willen wijzen, is, dat de beschouwing, welke ds. Kersten hierboven gaf, niet volledig is. Want, had hij wèl volledig willen zijn, dan had zijne opmerking zich niet moeten bepalen tot die Kamerleden, die uit de overheidskassen voor twee of meer functies worden betaald, maar had hij de Kamerleden, die ook door andere lichamen meermalen worden gehonoreerd, binnen zijn gezichtskring moeten betrekken.
En om daarvan iets meer te leeren kennen, behoeft ds. Kersten niet ver van huis te gaan.
Er zijn in zijn onmiddellijke omgeving Kamerleden, die een gemeente hebben te bedienen, die vele avonden in de week uit preeken gaan, die hoofdredacteur of redacteur van een dagblad zijn, die als hoogleeraar studenten hebben op te, leiden, enz., enz.
Al deze ambten en bedieningen vragen, willen zii getrouwelijk worden vervuld, den geheelen mensch, zoodat de Kamerwerkzaamheden, wat te begrijpen valt, daaronder ernstig lijden.
Wanneer nu bij eigen huis werd begonnen, zouden dan deze Kamerleden niet goed werk verrichten en in den geest van de opmerking van ds. Kersten handelen, wanneer zij hun Kamerlidmaatschap door andere, even bekwame mannen als zij, lieten vervullen.
Thans ontvangen déze Kamerleden dubbele tractementen.
Door hun aftreden als Kamerlid zouden anderen worden geholpen, althans wanneer het voor een Kamerlid alleen om de schadeloosstelling is te doen en bij hem geen hooger motief voorzat.
In eigen tuin valt er bij de Staatkundig Gereformeerden nog wel wat te wieden. Laat de opmerking van ds. Kersten niet aan doovemansdeuren zijn gezegd.
Bij woorden mag het niet blijven ; de daden moeten volgen.

OPLEIDING GODSDIENSTONDERWIJZER
Gedurig bereikt ons een schrijven, waarin ons verzocht wordt om geldelijken steun uit de Bondskas voor de opleiding van godsdienstonderwijzer.
Laten we nu alvast op alle komende dergelijke aanvragen maar eens voorgoed een antwoord geven.
We kunnen er niet aan denken om daaraan te beginnen. Het aantal godsdienstonderwijzers is reeds te groot. Er loopen er tientallen rond met de wettelijke bevoegdheid, zonder dat ze een plaats kunnen krijgen. We zouden daarom allen collega's nogmaals willen adviseeren om toch voorloopig de opleiding stop te zetten of althans zeker in te krimpen.
Het is wel wat met elkaar in strijd, dat de Kerk zoo ruimschoots examen afneemt en toelaat, terwijl er zoo weinig kerkelijke godsdienstonderwijzers noodig zijn.
Bij onze Vaderen bestond nog de mogelijkheid om krachtens roeping en singuliere gaven op het zoogenaamde Artikel 8 tot de Evangeliebediening te worden toegelaten. Dit is in onze Kerk thans niet meer mogelijk. Aan den eenen kant is dit bij den grooten predikantennood te bejammeren ; aan den anderen kant zouden we voor sommigen bang wezen, aangezien hun gaven „al te singulier" zijn.

WAARSCHUWING AAN ZENDINGSVRIENDEN,
We meenen nog weer eens een waarschuwing te moeten herhalen. Vooral het platteland Wordt tegenwoordig afgereisd door colporteurs met Zendingslectuur, Al­lerlei propagandamateriaal van Mormonen, Adventisten enz. enz. tracht men aan den man te brengen onder den schoonen schijn dat het voor de Zending is. Van hun zijde bezien, hebben ze ook gelijk. Het is voor de Zending van de Mormonen, het is voor de verbreiding van de leer der Zevendedags Adventisten. Vele eenvoudige zielen geven hun geld uit voor deze waardelooze lectuur, waarvan geen dubbeltje terecht komt voor het eigenlijke werk der Zending. Nu erkennen we gaarne, dat iedereen ten slotte vrij is om te geven aan wien hij wil. Maar we achten ons ook geroepen om degenen, die het echte Zendingswerk willen steunen, te waarschuwen dat ze hunne gaven toch niet zullen toevertrouwen aan de mannen van het Buitenlandsch Tractaatgenootschap der Adventisten.
Een gewaarschuwd mensch geldt voor twee!

ONEERBAAR GEWAAD.
De mensch in den staat der rechtheid had geen behoefte aan een kleed. We lezen van Adam en Eva, dat ze naakt waren, doch ze schaamden zich niet. Maar ziet, onmiddellijk nadat zij het proef gebod overtreden hadden steeg het schaamrood hun naar de wangen. Ze grepen naar de vijgeboombladeren om zich daarmee te bedekken. En ziet, toen heeft God zich over den mensch willen ontfermen, want wij lezen, dat God hun rokken van vellen aantoog.
Maar ziet, als we nu den modernen cultuurmensch gadeslaan, dan zien we (vooral in den zomer) dat de cultuur aan het ontaarden is. Sommige vrouwen toch loopen half naakt. Ook in Rome liepen de vrouwen half naakt over het forum, toen de Romeinsche beschaving over het hoogtepunt was.
En wat ons 't meest moet bedroeven is zeker wel het feit, dat menschen, die van Gereformeerden huize willen heeten, óók al in schaamteloos gewaad zich op straat, ja, zelfs in de kerk durven te vertoonen. Lezers, neemt positie in deze eeuw van droevig verval tegen het oneerbaar gewaad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 oktober 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 oktober 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's