De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURG

Een verhaal uit het Friesche volksleven

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever
15) J. H. Kok te Kampen
HOOFDSTUK III.
Heeft de vrouw ook wat noodig vandaag? Een stukje Spaansche zeep, of een pakje naalden ? Haarkammen of poetspomade ? Een doosje kachelglans of een kopje en schoteltje ? Of wat anders ? 't Is vandaag voor een prikje", zoo lamenteert Klaas Kroontje, gewoonlijk in de wandeling Klaas koopman genoernd.", als hij met zijn galanterieën en aanverwante artikelen aan de zijdeur van „de Eendenkooi" staat.
Tegelijk zet hij de zwaar beladen korven neer, welke aan een juk gedragen worden en hurkt dan zelf eveneens op den grond neder. Daarna haalt hij een roodbonten zakdoek uit zijn zwart kamizool en wischt zich het zweet van het gelaat.
't Is vandaag warm ; d'r kon best eens wat broeien. Zijn schoenen zitten onder het stof, zoo droog is de weg. Daar ginds bij 't hek staat zijn hondekar, waarop hij gewoon is zijn koopwaar en zichzelf er bij te laten voorttrekken door een paar stevige viervoeters, zoodra hij maar buiten de kom van het dorp gekomen is. Alleen wanneer hij den boer opgaat en als hij in de dorpsbuurt vent maakt hij gebruik van het juk. Inmiddels is Jap, die als gewoonlijk op dit uur van den dag op het boenstap bezig is met schuren, naderbij gekomen. Zij mag wel graag eens snuffelen in het vele moois dat Klaas koopman gewoonlijk bij zich heeft.
„Heb je nog wat bijzonders in je korf, of is het 't zelfde van alle jaren ? " vraagt zij, nieuwsgierig een blik werpend op wat nog voor een deel voor 't oog verborgen is, „Kom maar eens hier, meid" zegt Klaas, die zijn volkje kent en met een handigheid aan menig koopman eigen alle kanten uit kan, — „'k heb juist wat thuis gekregen dat jou past."
„'t Zal wel wat moois wezen, denk ik, " „Ja, wat moois en wat lekkers,
Langzaam maakt hij de blauwe zakken, die om de korven sluiten, los en haalt dan, na eenig zoeken, een doosje te voorschijn, waarin zich een spuitfleschje met reukwater bevindt,
„Kijk, " zegt hij, „je maakt het knopje los, dat met een klein schroefje vast zit, drukt op het buikje van het fleschje en — daar heb je het, "
De daad bij het woord voegend spuit hij Jap een geurend vocht vlak in het gelaat, dat gloeit van het werken,
„Als je dan je vrijer bij je hebt", zoo vervolgt Klaas, „kan je hem meteen wat opfrisschen en tevens den slaap uit de oogen houden,
„Niet noodig hoor, dat zullen wij wel anders redden, " antwoordt Jap, terwijl zij haar gezicht afveegt, maar toch ook weer aangetrokken wordt door deze nieuwe vinding. Zoo iets heeft zij nog niet eerder gezien en hare vriendinnen ook niet. Wat kon zij die daar eens mooi een poets mee bakken,
"Wat kost dat ding ? " — „Nou, voor jou vijftien stuivers, 'k moet anders achttien hebben, " — „Jonge, jonge, wat ben je goed voor mij, " — „'t Komt, je bent ook iedereen niet; je weet wel, 'k hou veel van je en als ik niet getrouwd was, dan " — „Dan wou 'k jou nóg niet hebben, al vloog je me na, "
„'t Zeg je zoo maar, als je de gelegenheid maar eens had ; kijk, is dat medaljon ook wat voor je, of dit broche ? Echt goud hoor, dat nooit verkleurt, " — „Uit de kooperkast natuurlijk. Wat kosten die sierspelden ? " — „Dan moet je zoo'n heele kaart koopen, één groote met drie kleintjes ; voor jou maar één negen stuivers, 'k Doe het vandaag voor een koopje ; 'k moet handgeld hebben,  „Van zelf, zoo praten kooplui altijd. Heb je vandaag nog niks verdiend ? " — „Nog geen halve rooie cent, meid." — „En dan dacht je ook nog, dat ik zoo'n man zou willen, die een ganschen morgen nog niks gedaan heeft dan wat rondloopen en op de hondenkar zitten, en hier en daar een kopje koffie drinken en een wijs praatje houden ? " — „Je bent een nest, kom eens bij me." — „Handen thuis houden ; krijg ik dat spuitje en die spelden van je voor een gulden ? " — „'t Kan niet, kind, warempel niet." — „Nu, wel weten, ja of nee. 'k Kan hier den heelen lieven dag niet staan blijven bij jou negotie." — „D'r moet nog een dubbeltje bij." — „Geen cent." — „Een stuiver dan." —„Nou, je hoort het wel." — „Je gunt me ook geen droog stukje brood, Jap." — „Dat heb ik je al gezegd, 'k moet niks van je hebben." — „Nou, in vredesnaam, geluk er mee." — Met deze woorden werpt hij Jap de gekochte prullen toe, die niet weinig verheerlijkt is over het koopje, dat zij meent gedaan te hebben en nu naar binnen gaat om geld uit haar kistje te halen, tevens de vrouw boodschappend dat Klaas koopman met zijne korven bij het voorhuis is.
Men moet het buitenleven kennen om te weten hoe zulk een bericht gewoonlijk met belangstelling wordt ontvangen. Algezonderd van de wereld, met den naasten buurman op minuten afstands, is de komst van een reizend man menigmaal geschikt om eenige variatie in het leven te brengen, te meer waar hij vaak als een wandelende courant de drager is van 't laatste nieuws.
Daarom moet het ook al heel erg zijn wanneer een man als Klaas Kroontje, die al sinds jaren z'n handel in galanterieën drijft en heel den omtrek van Kleiterp zoo wat van theegoed en lampeglazen, broodmessen en schuurpapier, fopspeentjes voor zoover die noodig zijn en zelfs van brillen voorziet, aan de deur te hooren krijgt: „niet noodig vandaag."
Hij zelf zorgt er gewoonlijk wel voor niet op ongelegen tijd te komen. Als hij weet dat hier of daar familiebezoek is — en wat weet hij niet ? — dan komt Klaas niet op het heem, immers dan is de vrouw toch niet te spreken, dan hebben de meiden het veel te druk met koffieschenken en omwasschen, maar bovenal, dan zijn de mannen ook thuis en die heeft hij liefst op een afstand ! Des te zekerder is hij echter van zijn zaak als de boer van „honk" en het vrouwvolk alleen thuis is. Dan heeft Klaas koopman zijn draai.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's