De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURG

Een verhaal uit het Friesche volksleven

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
In de meeste gevallen wordt hij binnengelaten om dan een „pantje koffie of thee" zijn koopwaar uit te stallen, met gevolg, dat veel hiervan in de kasten of laden van de boerin en hare onderhoorigen verdwijnt. Zelfs is de mogelijkheid niet uitgesloten dat hij hier of daar een spekpannekoek of een bord karnemelksche brij als toegift krijgt. Soms is de dag voor hem goed met één enkel bezoek aan deze of gene boerderij, en er wordt dan ook wel eens gefluisterd dat Klaas er warmpjes bij zit, ja, zelfs speculeert in vreemde papieren.
Ook vrouw Brandsma koopt nog al eens van hem, al houdt zij evenals haar man er nog al ouderwetsche ideeën op na, die weinig overeenkomen met de levensopvatting van den koopman. Daarom moet Klaas bij haar zoo voorzichtig zijn en neemt reeds bij voorbaat een ernstige houding aan.
|Sloffend in 'n paar pantoffels, 't grijzend haar verborgen onder een blauwgedrukten hoofddoek, een wollen boezelaar, sluitend om de breede heupen, in alles de beeltenis dragend van een welgedane, ook zich wel bewuste boerin, komt zij aan de deur.
„Morgen vrouw, is 't goed ? " vraagt Klaas, haar de hand als teeken van vertrouwelijkheid gevende, een gunst, die hij zich hier nu eenmaal heeft aangematigd. — „Best, jou ook ? " — „Ja, vrouw, gelukkig al; met den boer en de kinders ook allemaal goed ? " — „'t Gaat wel, de boer is even naar Yntema op „Landlust" ; bij jullie thuis ook alles goed ? " — „Ja, een beetje verkouden, maar anders gaat het best", antwoordt Klaas, die reeds in zijn nopjes is, nu hij gehoord heeft dat de heer des huizes zich op een afstand bevindt. — „Ik zeg wel eens tegen mijn huisgenooten, vrouw, wat is het toch een groote zegen, dat men zoo gezond met elkander wezen mag". — „Ja, dat is wél een voorrecht, nou !" — „O, jonge ja, vrouw, en onverdiend, watte ? " — „Zoo is 't koopman, we hebben zelf niks in handen", — „Och heden nee, mijn goeie mensch, als 't van ons komen moest, was 't een verloren zaak, zooals de profeet zegt : allen afgeweken, te zamen onnut geworden, daar is niemand die goed doet, ook niet tot één toe. Ik zeg gewoonlijk tegen mijn volk : „wij zijn niks en wij hebben niks en wij kunnen niks". — „Krekt, man, daar heb je het". — „Het is zoo, vrouw, al doet de kleine pink je maar zeer, dan is 't al mis". — „Ja nou, de mensch is maar een zwak schepsel". — „Och heden, en zooals de profeet zegt: „als één lid lijdt, lijden alle leden. Laatst op een nacht had ik het zóó in mijn kakement, dat van slapen toen vanzelf geen sprake was ; het heele huis was in touw"
— „Ja, zoo gaat het dan, maar je kan er ook wel even in komen, d'r is nog wel een kop koffie". — „Alsjeblief, vrouw". Vlug worden de korven opgenomen en naar binnen gedragen. Onderwijl de boerin uit een groote koperen koffiekan met een wijden buik een kop zwart vocht schenkt, waaraan vooral de cichorei niet vreemd is, om vervolgens met een ferm broodmes een stuk koek af te snijden, dat als traktatie wordt bijgevoegd, gaat Klaas wat orde brengen in zijn artikelen, door Jap zoo juist wel eenigszins door elkaar gemorreld.
„En kan ik de vrouw vandaag ook een kleinigheid verkoopen ? "
„'k Weet haast niet: 'k heb geloof ik niks noodig."
„Och heden, dat lijkt niks goed. Zullen wij eens zien ? "
Tegelijk wordt van alles en nog wat op de tafel uitgestald, dat in een huishouding te pas kan komen. Zoogenaamde fijne spullen in doosjes en fleschjes, datgene wat schittert of blinkt, is hier niet noodig. Dat zijn maar prullerijen, zegt vrouw Brandsma, waar een mensch zijn lieve geld. niet aan mag uitgeven. En Klaas koopman stemt het haar volkomen toe. Hij heeft het ook alleen maar bij zich omdat de menschen er naar vragen, maar anders in het waar wat de profeet zegt: ijdelheid der ijdelheden, 't is alles ijdelheid.
Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat de boerin ook hare sieradiën niet heeft. Een breed gouden oorijzer met juweelen veeren en naald, een zware keten van gitten in goud, een druk bewerkte tasoh met zilveren beugel, het noodige aantal ringen en slotjes, met en zonder haarversiering, benevens floddermutsen, van Brusselsche kant en een zijden japon van de allerbeste kwaliteit, altemaal kostbaarheden, welke op den Dag des Heeren en bij buitengewone gelegenheden gebruikt worden. Dan heeft zij nog van beide zijden vaders erf, bestaande in een aantal zilveren geboortelepels en vorken, een zilveren rinkelbel uit de 17e eeuw, een zilveren tafelschel, een zilveren koffiekan, welke Joden uit de stad tot nu toe tevergeefs getracht hebben machtig te worden, om maar niet te spreken van het vele oudporcelein, dat zij in bezit had. Voor de rest evenwel bevindt zich in haar huis niets geen overtollige weelde. Tevergeefs zoekt gij bijv. in het gansche huis één enkel beeldje. Zelfs de pronkkamer is verstoken van alles wat op een beeltenis gelijkt, omdat volgens de opvatting der bewoners dit een overtreding van het eerste en tweede gebod van de Wet des Heeren zou zijn.
Vandaar echter ook dat hier alles eenvoud is. Slechts zelden dat in de week het oorijzer gebruikt wordt. Inplaats van zich op te pronken, staat vrouw Brandsma 's morgens vroeg al bij de karnton, om aan de boterbereiding deel te nemen, en als er een veehandelaar op het erf komt, om een koe of paard te koopen, heeft zij even goed verstand van de prijzen als haar man.
Dit alles weet Klaas koopman echter ook wel en daarom biedt hij haar slechts alledaagsche artikelen aan, maar tegen een prijs waarbij een goede winst berekend wordt. Hij weet ook wel dat de boerin niet zoo nauw kijkt. Dingen doet zij nooit. Heeft zij oog op iets, dan koopt zij het ook, en is het nooit te duur. Aan den anderen kant is zij kort van beraad. Als zij zegt van „neen", dan is het uit.
Ook ditmaal is de reis naar „de Eendenkooi" voor Klaas niet tevergeefs geweest. Daar ligt al heel wat opgestapeld, dat straks geborgen wordt en waarop contante betaling volgt.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's