De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

7 minuten leestijd

OORZAKEN EN KARAKTER.
In de magistrale rede, welke dr. Colijn de vorige week bij de algemeene beschouwingen over de Rijksbegrooting voor het komende jaar hield, trekt in het bijzonder de aandacht de visie (het gezicht), dat de leider der Antirevolutionaire Partij heeft op de oorzaken en het karakter van de wereldcrisis, waarin de volken op dit oogenblik leven.
Volgens het oordeel van dr. Colijn is de crisis te zien als een liquidatie-crisis, als een ziekteproces ter afstooting van de directe en indirecte gevolgen van den oorlog. Om die reden moet de crisis niet als een crisis gezien worden, die aan het eind van het jaar 1929 is ontstaan, doch als een crisis, die reeds haar aanvang heeft aan het eind van het jaar 1921 en met een tijdelijke onderbreking bezig is ons te voeren naar een lager liggend stabilisatievlak.
De moeilijkheden, waarin zich de wereld bevindt, houden nauw verband met den ontzaglijken schuldenlast, die zonder dat eenige productiecapaciteit daardoor in het leven werd geroepen, is aangegaan, om het doel, wat de oorlogsvernietiging moest mogelijk maken, te kunnen bereiken.
Dr. Colijn berekent de oorlogsschuld b.v. van - een land als Engeland op het einde van den wereldoorlog op 8 milliard pond sterling, dat is 96 milliard gulden. Deze schuld, overgebracht op Nederland, wiens inwonertal het zesde deel is van de bevolking van Engeland, zou deze voor ons land doen neerkomen op een schuld van 16 milliard d.i. 16 duizend millioen gulden, inplaats van nog geen 21/2 milliard, waarmede onze schuldenlast is verhoogd geworden. Dit cijfer van 96 milliard gulden voor Engeland doet duidelijk uitkomen, welke ondragelijke lasten ten gevolge van den oorlog op vele volken zijn gelegd.
Daarbij komt dan nog de stilstand van de normale productie in de oorlogvoerende landen gedurende den oorlog, waarvan het gevolg is geweest, dat zich buiten Europa om een industrieele ontwikkeling in verschillende overzeesche landen heeft geopenbaard; die aan het eind van den oorlog een geheel ander beeld te zien gaf van de productie-capaciteit van de wereld, als deze voor den oorlog was.
De uitvoer naar het Oosten is geheel gestaakt, met verplaatsing van de productie capaciteit naar het Westen, wat ten gevolge had, dat de economische structuur van de wereld in haar geheel, en van Europa in het bijzonder, een geheel andere is geworden, vergeleken bij die, welke vóór den oorlog bestond.
Naast deze twee oorzaken van de wereldcrisis, te weten de schuldenlast, die zwaar op de volken drukt en de wijziging in de economische structuur van de wereld, geeft dr. Colijn ook nog andere oorzaken aan. Doch reeds de twee hier genoemde oorzaken lijken ons voldoende om een indruk te krijgen van de groote moeilijkheden, welke den huldigen toestand in het leven hebben geroepen.
Er is een zeer groot kapitaalverlies en een verarming der bevolking vast te stellen; bovendien valt een bemoeilijking van kapitaalvorming te constateeren.
Naar het oordeel van den heer Colijn is de wereldcrisis niet een gevolg van onee huidige productiewijze, zooals de Sociaal-Democraten dit weten te beredeneeren, maar van verkeerd geleide buitenlandsche politiek door de Regeeringen der verschillende landen vóór, gedurende en na den oorlog, en van, zooals de leider der Antirevolutionaire partij dit uitdrukte, een aartsdomme economische politiek.
Wij zijn er onzen God dankbaar voor, dat temidden van veel schijngeleerdheid er nog enkele kloeke en wijze mannen — ook al zijn zij schaars te vinden — in het midden van ons volk leven, die de ernstige ziekteverschijnselen, waaronder de wereld lijdt, weten te peilen en deze in de mogendheid des Heeren begeeren te bestrijden.
De rede, welke dr. Colijn heeft gehouden, heeft er ongetwijfeld toe medegewerkt om een klaar inzicht te krijgen in de oorzaken en het karakter van de wereldcrisis, waaronder de volkeren gebukt gaan.
En dit klare inzicht is allereerst noodig te kennen om de richting te kunnen aangeven, waarin de oplossing dient te worden gezocht.

GEVAARVOLLE TIJDEN.
.Het revolutionaire sentiment (gevoel) — wij schreven daarover reeds een vorige maal — dat bij velen van ons volk leeft, dreigt een gevaarlijk karakter aan te nemen.
Er zijn aanwijzingen, die daarop duiden. Het zal niet meer blijven bij woorden. Er zal tot daden worden overgegaan. Het volk moet op straat worden gebracht.
Zoo sprak de communist de Visser in de Tweede Kamer over demonstraties van werkloozen, die half December zullen plaats hebben. Daarnaast zal het — aldus ging hij voort — in het begin van het volgend jaar noodzakelijk zijn, dat de straten dreunen van massaal verzet van de proletariërs, die in opstand komen.
De leider der Sociaal-Democratische Kamerfractie, was wel wat voorzichtiger dan zijn revolutionaire geestverwant. Doch ook uit zijn mond kwam bij het politiek debat op 3 November het dreigement: wij willen niet, dat de arbeidersklasse haar idealisme en haar energie verteert in een strijd, die tot geen ander dan een voor de geheele menschheid rampzalig resultaat zal leiden. Maar het hangt niet van ons af. Het hangt van u af. Gij zult blijk moeten geven te beseffen, dat de arbeidersklasse 'n machtsfactor is geworden, die niet kan worden vernietigd. Bij de oplossing van de crislsmoeilijkheden zult gij haar machtspositie en haar levensaanspraken als gewichtige elementen in aanmerking hebben te nemen. Wij zullen haar belangen met al onze kracht verdedigen.
Hier beluisteren wij een zelfde geluid, als in November 1918 werd vernomen.
En in de Sociaal-Democraat, het weekblad van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij van 7 November lezen wij in een artikel : „Naar revolutionaire actie"
Verzet is dus het parool. Maar dan ook verzet tot het uiterste en met alle middelen, die maar bij mogelijkheid kunnen worden toegepast. Niet met resoluties, protesten of interpellaties, zonder meer, daarvoor is de tijd thans voorbij.
Het komt er nu op aan een machtige, eensgezinde, buitenparlementaire beweging onder de massa te organiseeren, revolutionaire gezindheid te wekken, revolutionaire actie te voeren. Wij zijn overtuigd, dat onze sterke beweging van Sociaal Democratische Arbeiders en Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen het kan. Wij zijn er nog sterker van overtuigd, dat zij het moet.
En dan wordt verwezen naar het historisch moment, dat komende is.
De Sociaal Democraat wil een buitenparlementaire beweging organiseeren.
Dat is grijpen naar de macht. Ons volk heeft het gehoord.
Het behoeft zich niet noodeloos ongerust te maken, want schrijven en doen zijn nog altijd twee. Toch zal men zich rekenschap liebben te geven, vooral nu de winter voor de deur staat, van de moeilijke tijdsomstandigheden, waarin wij leven en van de gevaarvolle tijden die wij dientengevolge tegemoet gaan.
Echter, de Heere regeert en niets geschiedt buiten Zijn wil.
Dit neemt intusschen niet weg, dat wij er voortdurend op hebben te wijzen dat der zijden nood tot éénheid maant van al degenen, die het welzijn van het vaderland zoeken te bevorderen.
Dat ons volk de noodzakelijkheid van die Éénheid leere verstaan ! Of zullen de toestanden nog hachelijker moeten worden ?
Wij vreezen wel eens voor het laatste.
Immers, wanneer wij letten op de felle ivijze waarop b.v. de Staatkundig Gereformeerden de Antirevolutionairen en Christelijk Historischen bestrijden, dan vragen wij ms met beving af, waar dit optreden in onze veelbewogen dagen toe zal moeten leiden.
Nog de vorige week Vrijdag hield ds. Kersten in de Tweede Kamer een rede; die van Wakende vijandschap getuigde ten opzichte van de Protestantsch Christelijke partijen, in het bijzonder van hunne leiders.
Nog de vorige week Vrijdag hield ds.  Kersten in de Tweede Kamer een rede die van blakende vijandschap getuigde ten opzichte van de Protestants Christelijke Partijen, in het bijzonder van hunne leiders.
Hun kracht moet worden gebroken.
Hun invloed in den lande worden verzwakt.
Het kost wat het kost.
Ondertusschen juichen de revolutionairen.
Ondanks hun wil, worden de Staatkundig Gereformeerden door de revolutionairen gebruikt als stormram om het Kabinet te bestoken en het gezag te ondermijnen.
Is het niet bedroevend ?
Dat ons volk zich in deze benarde tijden, waarin de revolutionairen te hoop loopen en bezig zijn om de banden te verscheuren en de touwen van zich te werpen, voor den Heere kome te verootmoedigen.
Alleen dan is er hope dat de ernstige gevaren, die land en volk bedreigen, genadiglijk zullen worden afgewend.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's